Showing posts with label Jolanda Venema. Show all posts
Showing posts with label Jolanda Venema. Show all posts

Wednesday, January 26, 2011

Brandon en de moraalridders

Woensdag nu een week geleden las ik in de Volkskrant dat 'de ketenen van Brandon alom verontwaardiging wekken' en in een volgend artikel dat het enige verschil met met Jolanda Venema zou zijn: 'Brandon draagt kleren'.

Enig gegoogel naar hoe en wat de media hierover te berichten hadden en de soms zinnige maar vaak ook uitzinnige publieke reacties daarop maakte al snel duidelijk dat er inderdaad wel sprake leek te zijn van een nationale storm van morele verontwaardiging.
Via het internet kon ik het programma uitgesproken EO dat de katalysator van een en ander was geweest nog even bekijken.
De impact van de beelden, de verslaggeving en het daaropvolgende tumult rond Brandon wisten hoe dan ook te bewerkstelligen dat er diezelfde woensdag nog een spoeddebat in de tweede kamer gehouden werd over deze kwestie en de staatssecretaris de dag daarna naar Ermelo afreisde om persoonlijk polshoogte te nemen van de situatie.

Nog altijd rolde de commentaren over elkaar of en hoe schandelijk deze toestand was en of er schuldigen en zondebokken aan te wijzen zouden zijn. Inmiddels zag je her en der in de berichtgeving en diverse blogs ook wel de nodige nuancering aangebracht worden die wat meer recht deed aan wat dan heet deze 'complexe problematiek'.



Als gelegenheidsblogger die wel eens wat over zijn vak meent te moeten melden en die wel eens wat gedachten en zorgen over (de) zorg in het algemeen uit, voelde ik mij uiteraard geprikkeld mijn duit ook in het zakje te doen. Ik wist alleen niet welke duit dat zou kunnen zijn. Er werd zo massaal, uiteenlopend, soms bot en soms genuanceerd op gereageerd dat, zo leek het mij, alles al meer dan eens gezegd was en ik niets nieuws had toe te voegen.

Daarbij zag ik dan vooral drie grote lijnen:

- de vraag of je al dan niet enig begrip voor het ontstaan en bestaan van deze situatie kunt opbrengen?; waarbij buiten kijf staat dat het ongewenste situatie is.

- de vraag of de media hier niet op een wat gratuite en schandaleuze wijze de trom aan het roffelen was om daar zelf mee te scoren?

- de vraag of het anders zou kunnen, welke verwachtingen je ten aanzien daarvan zou kunnen koesteren en hoe daar dan vorm aan te geven? Dat laatste zal de nodige inzet, tijd en geld kosten en hoogstwaarschijnlijk niet snel en simpel zijn.


Wel had ik al snel het bange of boze vermoeden dat gezien de kleur van vele commentaren het allemaal een korte eruptie van opgewonden emo-tv en media-aandacht zou blijken waarna we het weer zouden vergeten om ons over een volgend nieuws-item druk te kunnen maken. De berichten namen na 2 à 3 dagen inderdaad beduidend af in zowel heftigheid als frequentie. Anderzijds lijkt het toch ook weer iets losgemaakt te hebben in ons collectieve bewustzijn.

Om dat laatste dan 'effe te checken', reageer ik nu alsnog en wil ik bij nader inzien toch ook nog even mijn duit in het zakje doen met de volgende oproep:
Laat een ieder die zich druk heeft gemaakt over of zich aangesproken voelde door de berichtgeving rond Brandon, laat ons de gezamelijke pers en media met Andries Knevel als zelfbenoemde moraalridder voorop eens uitnodigen en uitdagen om de zorg wat diepgaander te doorvorsen en voor langere tijd te volgen om zo mistanden op te sporen en zo mogelijk te voorkomen.




Dan bedoel ik niet alleen de gehandicaptenzorg maar bv. ook de jeugdzorg en vooral ook de ouderenzorg.
Dan bedoel ik niet alleen en bij voorkeur niet die zaken die zich zo makkelijk lenen voor mooie of meestal minder fraaie spectaculaire beelden maar ook zaken die naar hun aard nu eenmaal wat afweging en doordenking vragen. Dan doel ik op de vraag wat goede zorg ons waard is, zowel in geld als anderszins. Dan doel ik ook op vragen als welke invloed hebben organistiestructuur, wet- en regelgeving, beleidsnota's, automatisering, de druk tot certificering, de verdeling van taken en verantwoordelijkheden, de protocolisering etcera op het functioneren en de motivatie van de werkers op de vloer. Kortom het soort kwesties zoals de stichting beroepseer die bv. nog weleens voor het voetlicht brengt.
Om er eens één uit dit rijtje bij de kop te nemen laat de journalistiek bv eens onderzoeken en verslag doen van hoe en met welk oogmerk men de automatisering in de zorg doorgaans vormgeeft? Is dat vooral en in eerste instantie om bestuurders, managers en inspectie te bedienen bij hun dataverzameling en doelstellingen of gaat men bij het ontwerp van datasystemen ook nog weleens uit van het primaire proces en hoe je de werkvloer daarbij ondersteunt? Zomaar een vraagje dat wellicht nog wat verrassende, onthutsende en inzichtgevende antwoorden zou kunnen opleveren!



Laten we de heer Knevel en ons nationale journaille uitnodigen om met de hen beschikbare en geëigende middelen een aantal kwaliteitsindicatoren voor de zorg te formuleren en uitvoerig te verantwoorden om daar de komende jaren eens regelmatig verslag van te doen in achtergrondreportages.
Ja, laten wij ten aanzien van de zorg voor de zwakkeren allemaal moraalridders worden!
Dan uiteraard niet van het soort 'stuurlui aan de wal' dat, als in een reflex, verontwaardigd het vingertje opsteekt, daar hebben we er wel genoeg van zoals dit nieuws-item ons weer eens geleerd heeft, maar meer van het soort dat wat verder kijkt dan de neus lang is, wat dieper graaft en ook wat verantwoording wil nemen en geven.
De zorg gaat ons toch allen aan en aan het hart, zou ik denken. Het is en blijft hoe dan ook een maatstaf voor onze beschaving, nietwaar? En de hamvraag blijft wat die ons waard is.

Bij deze, moraalridder Knevel bent u en al u collega's uitgenodigd hier het komende decennium eens een soort project van te maken. Laten we het Zorg om de Zorg noemen. Als belangrijkste leidraad daarbij geldt dan dat u zich geen valse beeltenis van de werkelijkheid dient te maken. Voor alle helderheid dat laatste is niet ironisch bedoeld. Dan kan deze momentane ophef wellicht toch nog een goed en richtinggevend spoor nalaten.

Tuesday, July 13, 2010

Wederkerigheid en gelijkwaardigheid in de zorg; enkele gedachten

In de literatuur over Gentle Teaching vallen bij voortduring termen als gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Begrippen die niet altijd eenduidig begrepen of uitgelegd zullen worden. Ik veronderstel dat de agogische literatuur wel bol zal staan van de verhandelingen vanuit verschillende gezichtspunten over deze begrippen. Verder lijkt het me dat we, ondanks de veelgehoorde roep om deregulering, deze termen ook in de zorg voorlopig nog wel steeds vaker in juridisch jargon omschreven zullen aantreffen.

Als die juridische of anderszins formele omschrijvingen zich aan één kant van een continuüm bevinden, dan vind je de betekenissen zoals in Gentle Teaching gebezigd ergens ver aan de andere kant daarvan. Tussen die uitersten komen we van alles en nog wat tegen, waaronder ook onze alledaagse en min of meer gangbare huis-, tuin- en keukenopvattingen daarover. Hier wat flarden van die laatste soort uit eigen koker:

In het huidige walhalla van het neo-liberalisme, consumentisme en vrije marktdenken is het misschien verleidelijk om de trits consument-product-producent/leverancier als prototypisch basismodel voor de zorg te hanteren. Dat zou een welhaast ideale mate van gelijkwaardigheid en wederkerigheid tussen zorgvrager en zorgleverancier suggereren. Ik meen te weten dat een dergelijke voorstelling van zaken vaak ver bezijden de waarheid ligt, al zullen zorgverzekeraars ons deze illusie graag willen verkopen in hun propaganda.
Toch kan een dergelijke formele koopmanskijk op de dingen, mits goed gericht en toegepast, heel nuttige inzichten opleveren:

Toen ik zo'n 28 jaar geleden leerling Z-verpleegkundige was, vroeg een collega en toenmalig groepshoofd tijdens een overleg eens wie wij dachten dat onze baas zou zijn. Waarna hij betoogde dat ondanks de mogelijke schijn van het tegendeel het bij nader inzien toch echt niet het paviljoenshoofd of de directeur waren maar onze cliënten (die toen nog bewoners heetten). Zij zijn het namelijk die rechtmatig een uitkering ontvangen en van dat geld (plus aanvullende gelden, echter ook rechtmatig de cliënt toekomend) worden wij alle betaald, van directeur tot mijn persoon aan toe. Dus welbeschouwd worden wij allen door hen ingehuurd en zijn zij onze baas. Dat vond ik een logische en quasi-geniale redenering die er bij mij direct inging als koek.
Ik heb die les nooit vergeten en tot op de dag van vandaag geldt voor mij als ultieme leidraad in het werk dat ik in principe en uiteindelijk morele verantwoording schuldig ben en blijf aan de cliënt. Ondanks het feit dat als ik al ter verantwoording geroepen word, dat nagenoeg altijd door anderen zal gebeuren.



Dat dergelijke ideaaltypische voorstellingen in de praktijk door allerlei haken en ogen en schoonheidsfoutjes van diverse oorsprong opeens een heel ander gezicht kunnen krijgen zal een ieder bekend zijn. (ik zou haast geneigd zijn om Bredero er weer eens bij te slepen) Redenen voor die discrepantie hebben vaak van doen met scheve machtsverhoudingen en verborgen machtsmisbruik of laten zich anders vatten onder noemers als te grote werkdruk, onkunde, te veel bureaucratische regels of een te technocratische benadering gegarneerd met de nodige domheid en onvermogen. Zelden of nooit zullen kwaaie bedoelingen of onwil aan de oorsprong van wantoestanden liggen. (of het moet al de onwil zijn om verder te kijken dan onze neuzen lang zijn want dat blijft toch een wijdverbreide kwaal)

Voorbeelden van wantoestanden of schrijnende situaties zijn er ten over en lijken alle goede bedoelingen ten spijt maar niet echt zeldzaam te willen worden. In mijn werkveld veroorzaakte het geval van Jolanda Venema landelijk nogal wat opschudding en verontwaardiging.
Als u de kranten van de afgelopen jaren er eens op na zou pluizen zult u ws. versteld staan van het aantal schrijnende gevallen dat er vanuit de jeugdzorg gemeld werd.
En recent kwamen er berichten over ouderenmishandeling in het nieuws met vrij schokkende cijfers (hoewel; wat schokt ons nog?) hierover. Zie Gerda Krediet over dit onderwerp of lees: Alleen de werkelijkheid is erger van Gonny van Werkhoven. Die alom geroemde gelijkwaardigheid en wederkerigheid blijken dan niet zelden nauwelijks aanwezig of totaal zoek.



Ik veronderstel dat je in mijn werkveld, de zorg aan verstandelijk gehandicapten, niet zo maar meer cliënten zult aantreffen in de omstandigheden zoals de ouders van Jolanda Venema die destijds met pijn in het hart wereldkundig maakten. Maar bekend met hoe moeilijk en moeizaam dit werk soms kan zijn ga ik er ook van uit dat er toch nog genoeg cliënten te vinden zullen zijn die een niet erg veel rijker of zinvoller leven ten deel valt. Benaderingen als de methode van Jacques Heijkoop of Gentle Teaching lijken me dan bij uitstek geschikt om iets van die menselijke waarden die achter de woorden wederkerigheid en gelijkwaardigheid schuilgaan weer terug te winnen en vorm te geven.

Als je de visies en mission statements van diverse instellingen in de gehandicaptenzorg eens onder de loep neemt dan zie je opeens een wel weer erg rooskleurig beeld geschetst. Veel intentieverklaringen over volwaardig burgerschap waarbij de keuzen en de wensen van de cliënt centraal staan en en van alles in het werk gesteld wordt om die toch maar te verwezenlijken en daaraan te voldoen en weinig anders.
Dat leest mij dan weer iets teveel als een reclamefolder (hetgeen het natuurlijk deels ook is) en een uitsluitend mooi-weer-praatje. Maar iedere ouder of opvoeder weet natuurlijk dat een pedagogische relatie er niet een is van 'roept u maar' of van 'u vraagt en wij draaien'. Hier krijgen gelijkwaardigheid en wederkerigheid toch een fundamenteel andere invulling dan elders en laten zich daarbij wat minder gemakkelijk in juridische of formele termen vatten. En ik zou toch in visies, mission statements en discussies graag iets meer van de paradoxen en knelpunten, die daar nu eenmaal eigen aan zijn, weerspiegeld zien en horen. Volgens mij worden het dan wat minder gratuite en zouteloze mooi-weer-praatjes. Pas als we aangeven waar en waarom we grenzen trekken of directief en beperkend willen zijn en juist willen sturen i.p.v. volgen en met welk doel danwel, dan pas kan een verhaal gaan leven en gaat het ergens over. Althans in mijn boekie geldt dat zo!

.