Showing posts with label Gondorf. Show all posts
Showing posts with label Gondorf. Show all posts
Tuesday, September 9, 2014
Wandelen in Gondorf
In het kader van De paden op en af en toe eens de laan of de bocht uit trokken wij onze laatste dag in Gondorf, na een stevig en typisch Duits hotelontbijt, maar eens de stoute of de wandelschoenen aan en vroegen bij de receptie om wandelroutes.
We kozen er een van 7 km die volgens het geplastificeerde blaadje zo’n anderhalf uur in beslag zou nemen.
Wij besloten om bepaalde redenen om de route maar in tegengestelde richting te lopen.
Dan wordt, zo bleek, zo'n routebeschrijving opeens een stuk minder helder en het nogal vaag gekopieerde kaartje op de achterkant van het geplastificeerde A4-tje was ook bepaald niet overal even duidelijk en accuraat.
We vermoedden dan ook dat we hier en daar wellicht wat kleine ommetjes gemaakt hebben; wij deden er in ieder geval zo’n drie-en-een-half uur over.
We hadden weliswaar een paar foto’s genomen onderweg en een keer of drie iets van tien minuten gezeten maar we hadden toch heus niet gepicknickt of zoiets.
Maar goed, het was een stralend mooie dag, we genoten volop van het natuurschoon en na al deze inspanning besloten wij, na een welverdiend drankje op het terras en een saunabad om de laatste kwade dampen er ook nog wat uit te zweten, die avond maar iets te vieren.
Friday, September 5, 2014
De paden op, de lanen ...
Zoals de meeste zwanen gewoonlijk uit zwemmen of uit dobberen gaan, zo plegen wij mensen eerder uit rijden of uit wandelen te gaan. En over die laatste activiteit, dat wandelen, wilde ik het nu eens hebben want wij hebben tijdens onze laatste vakantie ook een paar heuse wandelingen gemaakt. Dan moet je dus even niet denken aan, na een verreisde dag in de auto het zitvlees danig op de proef te hebben gesteld, eens heerlijk de benen te strekken en aldoende de plaats van bestemming maar eens te verkennen. Dat hebben we natuurlijk ook wel gedaan maar, hoewel het er soms op begint te lijken, is dat nog niet echt wandelen. En ook het verkennend en vooral vrijblijvend ronddolen door een ons nog onbekende stad kan, naar het schijnt, nog niet echt de naam ‘wandelen’ dragen; dat nog los van het gegeven dat ik in onderhavige gevallen meestal loop te slenteren en mijn ogen gewoonlijk actiever zijn en aanzienlijk meer werk verrichten dan mijn benen.
Nee ‘wandelen’ is natuurlijk wel iets meer dan gewoon maar wat lopen of bij wat je doet toevallig ook de benenwagen te gebruiken. Sommige wandelaars spreken zowaar van de wandelsport en komen dan ook beslagen ten ijs met outillage als wandelsokken, wandelschoenen of wandelstokken en vast nog het een en ander waar ik zo niet op zou komen. Het is dan een sport die niet beoefend wordt om te winnen maar, als ik me het nog goed herinner van de avondvierdaagse, waar ze af en toe wel met medailles strooien.
Wandelen, moet je weten, is een bezigheid op zich en ‘om zichzelfs wille’. Je gaat wandelen om te wandelen en komt meestal weer uit waar je begonnen bent. Daarmee dringt zich uiteraard ook meteen de vraag op naar het nut van een dergelijke exercitie die dan ‘wandeling’ heet. Nu voel ik me bepaald niet de meest aangewezen, geschikte of terzake kundige persoon om op die vraag antwoord te geven maar bij onstentenis van een dergelijke persoon zal ik toch een poging wagen. Het schijnt, ik heb het natuurlijk ook maar van horen zeggen en ben nog steeds op zoek naar de klepel, dat het zowel leuk als weldadig als gezond is. Het is een weldaad voor lichaam en geest. zowel het gemoed als het vege lijf varen er wel bij. Maar beter dan ik het ooit zou kunnen verwoorden spreekt de ware geest van de ‘wandelaar’ toch het meest uit dit bekende vaderlandsche wandelaarslied bij uitstek:
Ikzelf heb die spirit bepaald nog niet helemaal te pakken en verkeer beslist nog niet op dat niveau van onbevangen staplust. Zelf wil ik nog altijd graag weten waar we dan naartoe gaan en waarvoor dan of wat we daar gaan bekijken. Toen ik vroeger nog regelmatig de hond uitliet had ik aanmerkelijk minder moeite met het voor mijn gevoel toch verder vrij doelloos aan de kuierlatten trekken.
Maar tegenwoordig wil ik toch wel eens pogen om een paar schreden in die richting te zetten. Want een mens is zo zegt men nooit te oud om te leren en waarschijnlijk ook niet zomaar te oud om te wandelen. Zo hebben wij ons dus in onze voorjaarsvakantie een paar keer aan het wandelen gewaagd.
Zoals in Gondorf en Pilippsheim:
en van Schlotheim richting Neunheiligen:
in Volkenroda langs de oud(st)e eik:

en nogmaals in Volkenroda langs de Kälberteich:
Deze wandelroutes liepen we elk met een blaadje met aanwijzingen aangaande welk pad we op en welke laan we in zouden moeten alsmede een inschatting van de tijd waarin dat redelijkerwijs te doen zou zijn. En daar bleek dan eens temeer dat wij toch nog geen doorgewinterde wandelaars zijn want tijdens elke wandeling moesten we op enig moment constateren dat we onze eigen weg en niet het voorgeschreven pad liepen en daar deden we dan ongeveer twee maal langer over dan de routebeschrijvers voor ons in petto hadden.
Maar me aan de tijd houden is nu eenmaal nooit mijn sterkste kant geweest.
Er zullen nog wel wat kiekjes van dit wandelwerk volgen.
Nee ‘wandelen’ is natuurlijk wel iets meer dan gewoon maar wat lopen of bij wat je doet toevallig ook de benenwagen te gebruiken. Sommige wandelaars spreken zowaar van de wandelsport en komen dan ook beslagen ten ijs met outillage als wandelsokken, wandelschoenen of wandelstokken en vast nog het een en ander waar ik zo niet op zou komen. Het is dan een sport die niet beoefend wordt om te winnen maar, als ik me het nog goed herinner van de avondvierdaagse, waar ze af en toe wel met medailles strooien.
Wandelen, moet je weten, is een bezigheid op zich en ‘om zichzelfs wille’. Je gaat wandelen om te wandelen en komt meestal weer uit waar je begonnen bent. Daarmee dringt zich uiteraard ook meteen de vraag op naar het nut van een dergelijke exercitie die dan ‘wandeling’ heet. Nu voel ik me bepaald niet de meest aangewezen, geschikte of terzake kundige persoon om op die vraag antwoord te geven maar bij onstentenis van een dergelijke persoon zal ik toch een poging wagen. Het schijnt, ik heb het natuurlijk ook maar van horen zeggen en ben nog steeds op zoek naar de klepel, dat het zowel leuk als weldadig als gezond is. Het is een weldaad voor lichaam en geest. zowel het gemoed als het vege lijf varen er wel bij. Maar beter dan ik het ooit zou kunnen verwoorden spreekt de ware geest van de ‘wandelaar’ toch het meest uit dit bekende vaderlandsche wandelaarslied bij uitstek:
De paden op, de lanen inDat geeft wel een beetje een idee van de ware wandelaarsgeest!
Vooruit met flinken pas
Met stralend oog en blijden zin
En goedgevulde tas
De zonne lacht ons vrolijk toe
Ons groet der vooglen zang
En wij, we worden vast niet moe
Al wand'len w'uren lang
Tra ta ta ta bom, bom, tra ta ta ta bom, bom
Al wand'len w'uren lang
Marcheren is gezond voor 't bloed
Verruimd wordt d'enge borst,
't Versterkt de spier van been en voet
't Wekt eetlust op en dorst
Daarom vooruit en in de maat
Zoo netjes als 't maar kan
Nu 't eensgezind en ord'lijk gaat
Heeft elk plezier ervan
Tra ta ta ta bom, bom, tra ta ta ta bom, bom
Heeft elk plezier er van
Ikzelf heb die spirit bepaald nog niet helemaal te pakken en verkeer beslist nog niet op dat niveau van onbevangen staplust. Zelf wil ik nog altijd graag weten waar we dan naartoe gaan en waarvoor dan of wat we daar gaan bekijken. Toen ik vroeger nog regelmatig de hond uitliet had ik aanmerkelijk minder moeite met het voor mijn gevoel toch verder vrij doelloos aan de kuierlatten trekken.
Maar tegenwoordig wil ik toch wel eens pogen om een paar schreden in die richting te zetten. Want een mens is zo zegt men nooit te oud om te leren en waarschijnlijk ook niet zomaar te oud om te wandelen. Zo hebben wij ons dus in onze voorjaarsvakantie een paar keer aan het wandelen gewaagd.
Zoals in Gondorf en Pilippsheim:
en van Schlotheim richting Neunheiligen:
en nogmaals in Volkenroda langs de Kälberteich:
Deze wandelroutes liepen we elk met een blaadje met aanwijzingen aangaande welk pad we op en welke laan we in zouden moeten alsmede een inschatting van de tijd waarin dat redelijkerwijs te doen zou zijn. En daar bleek dan eens temeer dat wij toch nog geen doorgewinterde wandelaars zijn want tijdens elke wandeling moesten we op enig moment constateren dat we onze eigen weg en niet het voorgeschreven pad liepen en daar deden we dan ongeveer twee maal langer over dan de routebeschrijvers voor ons in petto hadden.
Maar me aan de tijd houden is nu eenmaal nooit mijn sterkste kant geweest.
Er zullen nog wel wat kiekjes van dit wandelwerk volgen.
Labels:
Duitsland,
Gondorf,
Schlotheim,
vakantie,
Volkenroda,
wandelen
Saturday, July 19, 2014
Een hemelvaartsmaal in Gondorf
Op hemelvaartsdag gingen wij het land maar uit. Niet naar boven maar met de auto richting het zuid-oosten. We koersten naar Gondorf in de Schneifel ofwel de Schnee-eifel. Buiten enige file-vertraging rond Eindhoven en iets meer rond/door Maastricht en nogmaals een file bij Verviers verliep de reis vrij voorspoedig. Om een uur of drie bereitken we via Dudeldorf dan ons hotel in Gondorf. Daar ingecheckt, de kamer betrokken, wat rondgekeken en een saunaatje genomen voor het eten.

Het restaurant hadden we inmiddels ook al bekeken en dat zag er behoorlijk luxe uit met een prachtig uitzicht op de omliggende schneuvels (dat zijn, het spreekt voor zich, de heuvels in de Schneifel). Ook had ik de menu-kaart al vast maar eens gedegen afgescand en mijn keus reeds gemaakt. Een aanlokkelijk voorafje met zalm, lammkotelet auf Kaukasischer art en een crême-brulée met ijs toe en dat vergezeld van een Dornfelder. We hadden per slot van rekening ook een welkomsdiner geboekt, nog iets te vieren en keken daar wel naar uit.
Toen ik aan de bar informeerde of we naar believen plaats konden nemen bleek dat toch niet zomaar het geval; we moesten namelijk eerst ons kamernummer opgeven. OK, dat deden we. Toen kregen we te horen dat we voor restaurant Weindorf geboekt stonden en niet voor restaurant Wintergarten waar we eerder rondgekeken hadden en ons al verlekkerd hadden aan de ambiance en de menukaart. Weindorf was een deur verder, iets groter, iets drukker, iets sjofeler en het uitzicht was er een stuk minder en vanaf ons tafeltje konden we sowieso behalve de lucht en de voeten en benen van andere gasten niet veel van de omgeving zien.
Daar troffen we dan een soort lopend buffet waar je naar hartelust op kon scheppen zodat je in ieder geval geen honger hoefde te lijden of last zou hoeven hebben van ook maar de minste mate van onverzadigdheid. Het was zo ongeveer wat wij ons voor plegen te stellen van een ‘all-inclusive arrangement’ en bij ‘onbeprerkt spareribs eten’. We hebben toen zoals het goede Hollanders betaamt dan maar eens flink gebunkerd en het geheel toch maar vergezeld laten gaan van de Dornfelder.
De derde en laatste avond in het hotel toch maar à la carte gegeten in de Wintergarten om ons hemelvaartsdagdiner toch nog maar even goed en in gepaste sfeer over te doen. Met Siesklimop hebben wij per slot van rekening toch iets te vieren. Hoofdgerecht: Lammkotelet auf ‘Kaukasischer Art’ voor mij en ‘Saftige’ varkensmedallions voor Marian; allebei een crême-brulée met walnotenijs toe en een karafje Dornfelder erbij. Santé! Dat ter viering van ons 22-jarig samenzijn en en onze 23ste hemelvaartsdag samen.
Het restaurant hadden we inmiddels ook al bekeken en dat zag er behoorlijk luxe uit met een prachtig uitzicht op de omliggende schneuvels (dat zijn, het spreekt voor zich, de heuvels in de Schneifel). Ook had ik de menu-kaart al vast maar eens gedegen afgescand en mijn keus reeds gemaakt. Een aanlokkelijk voorafje met zalm, lammkotelet auf Kaukasischer art en een crême-brulée met ijs toe en dat vergezeld van een Dornfelder. We hadden per slot van rekening ook een welkomsdiner geboekt, nog iets te vieren en keken daar wel naar uit.
Toen ik aan de bar informeerde of we naar believen plaats konden nemen bleek dat toch niet zomaar het geval; we moesten namelijk eerst ons kamernummer opgeven. OK, dat deden we. Toen kregen we te horen dat we voor restaurant Weindorf geboekt stonden en niet voor restaurant Wintergarten waar we eerder rondgekeken hadden en ons al verlekkerd hadden aan de ambiance en de menukaart. Weindorf was een deur verder, iets groter, iets drukker, iets sjofeler en het uitzicht was er een stuk minder en vanaf ons tafeltje konden we sowieso behalve de lucht en de voeten en benen van andere gasten niet veel van de omgeving zien.
Daar troffen we dan een soort lopend buffet waar je naar hartelust op kon scheppen zodat je in ieder geval geen honger hoefde te lijden of last zou hoeven hebben van ook maar de minste mate van onverzadigdheid. Het was zo ongeveer wat wij ons voor plegen te stellen van een ‘all-inclusive arrangement’ en bij ‘onbeprerkt spareribs eten’. We hebben toen zoals het goede Hollanders betaamt dan maar eens flink gebunkerd en het geheel toch maar vergezeld laten gaan van de Dornfelder.
Labels:
Duitsland,
eten,
Gondorf,
hemelvaartsdag,
samenzijn,
Schneifel,
siesklimop,
vakantie,
vieren
Subscribe to:
Posts (Atom)