Deze keer 18 nachtjes op pad geweest. 3 daarvan in Bad Bentheim geslapen, 4 in Cursdorf en 3 in Limbach. Vervolgens van Duitsland naar Frankrijk gereden en 5 nachtjes in de Elzas in Kaysersberg verbleven om weer terug te gaan naar onze Oosterburen en nog 3 nachtjes in de Eifel nabij de Rursee te vertoeven.
De weergoden waren ons goed gezind. Veel gewandeld, zeker voor mijn doen. Daar heb ik geen cijfers van; moet je aan Marian vragen, zij heeft een stappenteller op de slimme foon.
De auto uitsluitend voor het hoognodige gebruikt waardoor er bij thuiskomst slechts iets van 2030 km op de teller stond.
Ik heb ook geen cijfers van de hoeveelheden eten, wijn en bier die genuttigd hebben maar het waren doorgaans weer zeer duitse en franse porties dus beslist niet (te) weinig. Desondanks gaf de weegschaal maar 1 kilootje meer aan en dat ben ik inmiddels ook alweer kwijt.
Showing posts with label wandelen. Show all posts
Showing posts with label wandelen. Show all posts
Thursday, June 27, 2019
Sunday, January 10, 2016
Op de kale berg
Na onze niet bijzonder spectaculaire zoektocht naar de bron deze ochtend, het ommetje over de Ruhrkopf, kaffee und kuche en een wandelingetje in Winterberg hielden we zomaar nog een stukje dag over.
Daarom besloten we weer terug in het hotel om de 'Kahler Asten', direct tegenover het hotel gelegen, maar eens te beklimmen, te bedwingen of hoe dat, in sportievere en avontuurlijker kringen dan waar wij ons gewoonlijk in begeven, ook mag heten.
We hadden op inmiddels weer droog weer gerekend maar die vlieger ging toch niet helemaal op en af en toe een beetje de miezer in. De klim omhoog was misschien soms wat steil maar toch niets vergeleken bij de korte steile klim van gisteren; of waren we inmiddels daardoor wat getraind?
In ieder geval konden we deze minder steile maar ook niet al te lange klim moeiteloos kuierend aan.
Op de top van die ‘Kale’ was het inderdaad kaler of minder begroeid dan lager en elders.
Een mooi uitzicht rondom vanuit de speciale uitzichttoren die een 360 graden uitzicht bood. Zo konden we de wereld toch nog weer eens vanaf enige hoogte beschouwen.
In het restaurant onder de toren en onder het genot van een kopje koffie even de kuierlatten tot rust laten komen alvorens er weer aan te trekken om de afdaling in te zetten.
Daarbij stuitte we zowaar op nog een quelle terwijl we nu toch heus niet, zoals vanmorgen, op zoek naar bronnen waren. Maar ja, water stroomt nu eenmaal van boven naar beneden dus zoiets viel natuurlijk wel te verwachten op het één na hoogste punt van Nordrhein-Westfalen.
Het was in dit geval de bron en de oorspong van de Lenne; een watergangetje waar we overigens nog nooit van gehoord hadden maar dat ruim honderd kilometer verderop wel als een volwaardige en heuse rivier ergens de Ruhr in blijkt te plonzen.
Op onze gang naar beneden bleek het pad zomaar ergens versperd door een flinke kudde schapen die door een herder met drie honden de gewenste richting uit werd gedirigeerd.
We hebben de schaapjes niet geteld maar die waren in ieder geval niet kaal
en het zou me niets verbazen wanneer ze bij elkaar bijna genoeg wol zouden leveren om een wollen petje voor deze kale berg te kunnen breien. Zoiets als een Harry Slinger petje bijvoorbeeld maar dan natuurlijk wel één met een gat in het midden voor de uitkijktoren.
Maar de kudde was gelukkig toch niet zo groot als deze hier. Dan zou die berg waarschijnlijk echt kaal zijn geweest.
Ik neem aan dat nu, inmiddels alweer januari, de Kahler Asten wel een wit petje zal hebben. Deze jongens lijken daar in ieder geval al goed op gekleed in die dikke wollen jassen.
Daarom besloten we weer terug in het hotel om de 'Kahler Asten', direct tegenover het hotel gelegen, maar eens te beklimmen, te bedwingen of hoe dat, in sportievere en avontuurlijker kringen dan waar wij ons gewoonlijk in begeven, ook mag heten.
We hadden op inmiddels weer droog weer gerekend maar die vlieger ging toch niet helemaal op en af en toe een beetje de miezer in. De klim omhoog was misschien soms wat steil maar toch niets vergeleken bij de korte steile klim van gisteren; of waren we inmiddels daardoor wat getraind?
In ieder geval konden we deze minder steile maar ook niet al te lange klim moeiteloos kuierend aan.
Op de top van die ‘Kale’ was het inderdaad kaler of minder begroeid dan lager en elders.
Een mooi uitzicht rondom vanuit de speciale uitzichttoren die een 360 graden uitzicht bood. Zo konden we de wereld toch nog weer eens vanaf enige hoogte beschouwen.
In het restaurant onder de toren en onder het genot van een kopje koffie even de kuierlatten tot rust laten komen alvorens er weer aan te trekken om de afdaling in te zetten.
Daarbij stuitte we zowaar op nog een quelle terwijl we nu toch heus niet, zoals vanmorgen, op zoek naar bronnen waren. Maar ja, water stroomt nu eenmaal van boven naar beneden dus zoiets viel natuurlijk wel te verwachten op het één na hoogste punt van Nordrhein-Westfalen.
Het was in dit geval de bron en de oorspong van de Lenne; een watergangetje waar we overigens nog nooit van gehoord hadden maar dat ruim honderd kilometer verderop wel als een volwaardige en heuse rivier ergens de Ruhr in blijkt te plonzen.
Op onze gang naar beneden bleek het pad zomaar ergens versperd door een flinke kudde schapen die door een herder met drie honden de gewenste richting uit werd gedirigeerd.
We hebben de schaapjes niet geteld maar die waren in ieder geval niet kaal
en het zou me niets verbazen wanneer ze bij elkaar bijna genoeg wol zouden leveren om een wollen petje voor deze kale berg te kunnen breien. Zoiets als een Harry Slinger petje bijvoorbeeld maar dan natuurlijk wel één met een gat in het midden voor de uitkijktoren.
Maar de kudde was gelukkig toch niet zo groot als deze hier. Dan zou die berg waarschijnlijk echt kaal zijn geweest.Ik neem aan dat nu, inmiddels alweer januari, de Kahler Asten wel een wit petje zal hebben. Deze jongens lijken daar in ieder geval al goed op gekleed in die dikke wollen jassen.
Labels:
bron,
Duitsland,
Kahler Asten,
Lenne,
oorsprong,
quelle,
schapen,
uitzichtpunten,
vakantie,
wandelen,
WInterberg
Saturday, November 28, 2015
Bodensee bij Winterberg?
Het was nog lang geen winter, zelfs nog geen herst toen wij in Winterberg waren. Winterberg is een vakantieoord in Sauerland waar je, zo bleek, vooral veel Nederlandse toeristen ziet.
De weergoden die ons toch doorgaans goed gezind waren op onze uitstapjes lieten het deze keer afweten. Of deden ze nu juist van zich spreken met twee dagen nat, grijs en druilerig weer?; het is, als met alles, maar net hoe je het bekijkt.
Wij dachten de eerste dag daar een paar e-bikes te huren om zo de omgeving te verkennen en tevens eens kennis te maken met de electrieke fiets. Dus op naar het centrum waar we om te beginnen, na de koffie, allebei maar eens een paar handschoenen kochten. De eerste fietsenverhuur waar we aanklopten bleek deze dag de deuren maar liever gesloten te houden vanwege het slechte en regenachtige weer.
Op naar het volgende adres, het intrigerend uitziende Oversum dat van enige afstand wel iets van een science-fiction-achtig ruimtevoertuig had en van naderbij oogde als een sportcentrum maar een hypermodern hotel bleek te zijn. Daar was ook de tourist-information gevestigd en er zouden fietsen verhuurd worden. Maar gezien het natter wordende weer besloten we dan toch maar liever te gaan wandelen dan te fietsen.
Nu besloten we ons als eerste wandeldoel maar op de plaatselijke Bodensee te richten. Dan moesten we via een soort 'slucht'-je in het Helletal lopen. Ik weet niet of je weet wat een ‘slucht’ is maar wij waren die term toevallig al eens eerder tegengekomen. Het was nu desondanks wel even zoeken naar het beginpunt.
Onze nieuwe poncho’s bleken geen overbodige luxe op dit wandelingetje.
Na een aardige afdaling door het dal bereikten we de bodensee.
Een viswatertje dat volkomen in het niet bleek te vallen vergeleken bij die andere Bodensee waar we twee jaar geleden eens over uitkeken.
De weg van deze Bodensee terug en omhoog naar de bewoonde wereld bleek aanzienlijk korter en heel wat steiler. We moesten dan ook flink naar adem happen en halverwege gaan zitten om bij te komen.
Wij dachten de eerste dag daar een paar e-bikes te huren om zo de omgeving te verkennen en tevens eens kennis te maken met de electrieke fiets. Dus op naar het centrum waar we om te beginnen, na de koffie, allebei maar eens een paar handschoenen kochten. De eerste fietsenverhuur waar we aanklopten bleek deze dag de deuren maar liever gesloten te houden vanwege het slechte en regenachtige weer.
Op naar het volgende adres, het intrigerend uitziende Oversum dat van enige afstand wel iets van een science-fiction-achtig ruimtevoertuig had en van naderbij oogde als een sportcentrum maar een hypermodern hotel bleek te zijn. Daar was ook de tourist-information gevestigd en er zouden fietsen verhuurd worden. Maar gezien het natter wordende weer besloten we dan toch maar liever te gaan wandelen dan te fietsen.
Nu besloten we ons als eerste wandeldoel maar op de plaatselijke Bodensee te richten. Dan moesten we via een soort 'slucht'-je in het Helletal lopen. Ik weet niet of je weet wat een ‘slucht’ is maar wij waren die term toevallig al eens eerder tegengekomen. Het was nu desondanks wel even zoeken naar het beginpunt.
Onze nieuwe poncho’s bleken geen overbodige luxe op dit wandelingetje.
Na een aardige afdaling door het dal bereikten we de bodensee.
Een viswatertje dat volkomen in het niet bleek te vallen vergeleken bij die andere Bodensee waar we twee jaar geleden eens over uitkeken.
De weg van deze Bodensee terug en omhoog naar de bewoonde wereld bleek aanzienlijk korter en heel wat steiler. We moesten dan ook flink naar adem happen en halverwege gaan zitten om bij te komen.
Sunday, October 5, 2014
Strandwandelingetje
Friday, September 12, 2014
Wandelen in Volkenroda
Twee dagen later bezochten we Volkenroda nogmaals; nu om dat 'klooster' eens wat nader te bekijken en ons nog maar eens aan een wandelingetje van 35 minuten te wagen. Ditmaal niet naar de oude eik maar naar de ‘kälberteich’ al hadden we toen nog geen idee wat dat dan mocht zijn.
Labels:
Duitsland,
eik,
Kälberteich,
klooster,
landschap,
natuur,
natuurschoon,
vakantie,
Volkenroda,
wandelen
Wednesday, September 10, 2014
Wandelen in Schlotheim
Na de prettige ervaring in Gondorf meenden we dat ook in Schlotheim zowel de weersomstandigheden als de omgeving wel uitnodigden om de rugtas te pakken en de stoute stappers weer eens aan te trekken voor nog een wandeling.
Wandelen heet niet voor niets een weldaad voor lichaam en geest te zijn, zoals ik al eerder halfhartig betoogde en het schijnt zelfs nadrukkelijk een preventief therapeutisch effect te kunnen hebben.
We kozen voor een loopje van Schlotheim bis Neunheilingen en hadden geen kaart maar wel een routebeschrijving die we van het hotel in leenbruik kregen. De internet-uitdraai van de Verwaltungsgemeinschaft Schlotheim/Thüringen vermeldde 6 km en 2 ½ uur.
Het was stralend mooi weer en we hadden er zin in. We hebben inderdaad heerlijk gewandeld al was het in de aanloop wel even wat steil en ‘anstrengend’.
We hebben de eindbestemming met het beloofde broodje 'huisgeslachte worst' echter nooit gezien en hebben op de terugweg maar het grootste gedeelte van de heenweg alsnog gelopen terwijl we de heenweg zoals later bleek geheel zelf ingevuld hadden.
Het werd een mooie 'spaziergang’ waarbij we moeiteloos van de beoogde 6 km zeker 10 km gemaakt hadden. Met dit weer en in deze prachtige omgeving bepaald geen straf.
Onderweg nog kersen gegeten van de tientallen kersenbomen die we her en der, en soms als hele laan, tegenkwamen.
En we zagen onderweg weer zo’n plekje waar Goethe ook al ooit langskwam en gelopen heeft. En koffie gedronken blijkbaar want 'Kaffeelinde' heet het daar.
Die Johann Wolfgang moet, naast al dat schrijfwerk, toch ook een gigantisch getal op z'n stappenteller hebben staan en onder, langs en om heel wat bomen heen gelopen hebben; vast een verwoed wandelaar.
Toch is ie echt nie overal geweest, hoor:
Labels:
Duitsland,
Goethe,
kersen eten,
landschap,
natuur,
Neunheilingen,
Schlotheim,
vakantie,
wandelen
Tuesday, September 9, 2014
Wandelen in Gondorf
In het kader van De paden op en af en toe eens de laan of de bocht uit trokken wij onze laatste dag in Gondorf, na een stevig en typisch Duits hotelontbijt, maar eens de stoute of de wandelschoenen aan en vroegen bij de receptie om wandelroutes.
We kozen er een van 7 km die volgens het geplastificeerde blaadje zo’n anderhalf uur in beslag zou nemen.
Wij besloten om bepaalde redenen om de route maar in tegengestelde richting te lopen.
Dan wordt, zo bleek, zo'n routebeschrijving opeens een stuk minder helder en het nogal vaag gekopieerde kaartje op de achterkant van het geplastificeerde A4-tje was ook bepaald niet overal even duidelijk en accuraat.
We vermoedden dan ook dat we hier en daar wellicht wat kleine ommetjes gemaakt hebben; wij deden er in ieder geval zo’n drie-en-een-half uur over.
We hadden weliswaar een paar foto’s genomen onderweg en een keer of drie iets van tien minuten gezeten maar we hadden toch heus niet gepicknickt of zoiets.
Maar goed, het was een stralend mooie dag, we genoten volop van het natuurschoon en na al deze inspanning besloten wij, na een welverdiend drankje op het terras en een saunabad om de laatste kwade dampen er ook nog wat uit te zweten, die avond maar iets te vieren.
Friday, September 5, 2014
De paden op, de lanen ...
Zoals de meeste zwanen gewoonlijk uit zwemmen of uit dobberen gaan, zo plegen wij mensen eerder uit rijden of uit wandelen te gaan. En over die laatste activiteit, dat wandelen, wilde ik het nu eens hebben want wij hebben tijdens onze laatste vakantie ook een paar heuse wandelingen gemaakt. Dan moet je dus even niet denken aan, na een verreisde dag in de auto het zitvlees danig op de proef te hebben gesteld, eens heerlijk de benen te strekken en aldoende de plaats van bestemming maar eens te verkennen. Dat hebben we natuurlijk ook wel gedaan maar, hoewel het er soms op begint te lijken, is dat nog niet echt wandelen. En ook het verkennend en vooral vrijblijvend ronddolen door een ons nog onbekende stad kan, naar het schijnt, nog niet echt de naam ‘wandelen’ dragen; dat nog los van het gegeven dat ik in onderhavige gevallen meestal loop te slenteren en mijn ogen gewoonlijk actiever zijn en aanzienlijk meer werk verrichten dan mijn benen.
Nee ‘wandelen’ is natuurlijk wel iets meer dan gewoon maar wat lopen of bij wat je doet toevallig ook de benenwagen te gebruiken. Sommige wandelaars spreken zowaar van de wandelsport en komen dan ook beslagen ten ijs met outillage als wandelsokken, wandelschoenen of wandelstokken en vast nog het een en ander waar ik zo niet op zou komen. Het is dan een sport die niet beoefend wordt om te winnen maar, als ik me het nog goed herinner van de avondvierdaagse, waar ze af en toe wel met medailles strooien.
Wandelen, moet je weten, is een bezigheid op zich en ‘om zichzelfs wille’. Je gaat wandelen om te wandelen en komt meestal weer uit waar je begonnen bent. Daarmee dringt zich uiteraard ook meteen de vraag op naar het nut van een dergelijke exercitie die dan ‘wandeling’ heet. Nu voel ik me bepaald niet de meest aangewezen, geschikte of terzake kundige persoon om op die vraag antwoord te geven maar bij onstentenis van een dergelijke persoon zal ik toch een poging wagen. Het schijnt, ik heb het natuurlijk ook maar van horen zeggen en ben nog steeds op zoek naar de klepel, dat het zowel leuk als weldadig als gezond is. Het is een weldaad voor lichaam en geest. zowel het gemoed als het vege lijf varen er wel bij. Maar beter dan ik het ooit zou kunnen verwoorden spreekt de ware geest van de ‘wandelaar’ toch het meest uit dit bekende vaderlandsche wandelaarslied bij uitstek:
Ikzelf heb die spirit bepaald nog niet helemaal te pakken en verkeer beslist nog niet op dat niveau van onbevangen staplust. Zelf wil ik nog altijd graag weten waar we dan naartoe gaan en waarvoor dan of wat we daar gaan bekijken. Toen ik vroeger nog regelmatig de hond uitliet had ik aanmerkelijk minder moeite met het voor mijn gevoel toch verder vrij doelloos aan de kuierlatten trekken.
Maar tegenwoordig wil ik toch wel eens pogen om een paar schreden in die richting te zetten. Want een mens is zo zegt men nooit te oud om te leren en waarschijnlijk ook niet zomaar te oud om te wandelen. Zo hebben wij ons dus in onze voorjaarsvakantie een paar keer aan het wandelen gewaagd.
Zoals in Gondorf en Pilippsheim:
en van Schlotheim richting Neunheiligen:
in Volkenroda langs de oud(st)e eik:

en nogmaals in Volkenroda langs de Kälberteich:
Deze wandelroutes liepen we elk met een blaadje met aanwijzingen aangaande welk pad we op en welke laan we in zouden moeten alsmede een inschatting van de tijd waarin dat redelijkerwijs te doen zou zijn. En daar bleek dan eens temeer dat wij toch nog geen doorgewinterde wandelaars zijn want tijdens elke wandeling moesten we op enig moment constateren dat we onze eigen weg en niet het voorgeschreven pad liepen en daar deden we dan ongeveer twee maal langer over dan de routebeschrijvers voor ons in petto hadden.
Maar me aan de tijd houden is nu eenmaal nooit mijn sterkste kant geweest.
Er zullen nog wel wat kiekjes van dit wandelwerk volgen.
Nee ‘wandelen’ is natuurlijk wel iets meer dan gewoon maar wat lopen of bij wat je doet toevallig ook de benenwagen te gebruiken. Sommige wandelaars spreken zowaar van de wandelsport en komen dan ook beslagen ten ijs met outillage als wandelsokken, wandelschoenen of wandelstokken en vast nog het een en ander waar ik zo niet op zou komen. Het is dan een sport die niet beoefend wordt om te winnen maar, als ik me het nog goed herinner van de avondvierdaagse, waar ze af en toe wel met medailles strooien.
Wandelen, moet je weten, is een bezigheid op zich en ‘om zichzelfs wille’. Je gaat wandelen om te wandelen en komt meestal weer uit waar je begonnen bent. Daarmee dringt zich uiteraard ook meteen de vraag op naar het nut van een dergelijke exercitie die dan ‘wandeling’ heet. Nu voel ik me bepaald niet de meest aangewezen, geschikte of terzake kundige persoon om op die vraag antwoord te geven maar bij onstentenis van een dergelijke persoon zal ik toch een poging wagen. Het schijnt, ik heb het natuurlijk ook maar van horen zeggen en ben nog steeds op zoek naar de klepel, dat het zowel leuk als weldadig als gezond is. Het is een weldaad voor lichaam en geest. zowel het gemoed als het vege lijf varen er wel bij. Maar beter dan ik het ooit zou kunnen verwoorden spreekt de ware geest van de ‘wandelaar’ toch het meest uit dit bekende vaderlandsche wandelaarslied bij uitstek:
De paden op, de lanen inDat geeft wel een beetje een idee van de ware wandelaarsgeest!
Vooruit met flinken pas
Met stralend oog en blijden zin
En goedgevulde tas
De zonne lacht ons vrolijk toe
Ons groet der vooglen zang
En wij, we worden vast niet moe
Al wand'len w'uren lang
Tra ta ta ta bom, bom, tra ta ta ta bom, bom
Al wand'len w'uren lang
Marcheren is gezond voor 't bloed
Verruimd wordt d'enge borst,
't Versterkt de spier van been en voet
't Wekt eetlust op en dorst
Daarom vooruit en in de maat
Zoo netjes als 't maar kan
Nu 't eensgezind en ord'lijk gaat
Heeft elk plezier ervan
Tra ta ta ta bom, bom, tra ta ta ta bom, bom
Heeft elk plezier er van
Ikzelf heb die spirit bepaald nog niet helemaal te pakken en verkeer beslist nog niet op dat niveau van onbevangen staplust. Zelf wil ik nog altijd graag weten waar we dan naartoe gaan en waarvoor dan of wat we daar gaan bekijken. Toen ik vroeger nog regelmatig de hond uitliet had ik aanmerkelijk minder moeite met het voor mijn gevoel toch verder vrij doelloos aan de kuierlatten trekken.
Maar tegenwoordig wil ik toch wel eens pogen om een paar schreden in die richting te zetten. Want een mens is zo zegt men nooit te oud om te leren en waarschijnlijk ook niet zomaar te oud om te wandelen. Zo hebben wij ons dus in onze voorjaarsvakantie een paar keer aan het wandelen gewaagd.
Zoals in Gondorf en Pilippsheim:
en van Schlotheim richting Neunheiligen:
en nogmaals in Volkenroda langs de Kälberteich:
Deze wandelroutes liepen we elk met een blaadje met aanwijzingen aangaande welk pad we op en welke laan we in zouden moeten alsmede een inschatting van de tijd waarin dat redelijkerwijs te doen zou zijn. En daar bleek dan eens temeer dat wij toch nog geen doorgewinterde wandelaars zijn want tijdens elke wandeling moesten we op enig moment constateren dat we onze eigen weg en niet het voorgeschreven pad liepen en daar deden we dan ongeveer twee maal langer over dan de routebeschrijvers voor ons in petto hadden.
Maar me aan de tijd houden is nu eenmaal nooit mijn sterkste kant geweest.
Er zullen nog wel wat kiekjes van dit wandelwerk volgen.
Labels:
Duitsland,
Gondorf,
Schlotheim,
vakantie,
Volkenroda,
wandelen
Wednesday, November 27, 2013
De Wutachslucht
Alle water moet toch eens een keer naar en door de zee stromen. Dat uit de Breg en de Brigach stroomt via de Donau van het Zwarte Woud naar de Zwarte Zee. Die enorme plas water die we vanaf de oever van de Bodensee zagen, stroomt via de Rijn bij ons de Noordzee in.
Het water uit de veel kleinere Feldsee en Titisee stroomt ook naar de Rijn. Vanaf de Titisee gaat dat via de Gutach (de goede Ach) die iets verderop de Wutach (de woedende Ach) gaat heten.
Na ons bezoek aan de Bodensee besloten we de volgende dag eens een stukje door de Slucht van de Wutach te gaan wandelen. Dat zou een bijzonder natuurgebied zijn met allerlei zeldzame vogeltjes, insecten en plantjes. En bovendien nog eens meer dan 500 soorten vlinders. Een blik op Google afbeeldingen was voldoende om ons ervan te overtuigen dat deze bestemming de moeite waard zou kunnen zijn.
Het begon als een grauwe dag die in de ochtend een buitje en verder nog wat verdwaalde druppels bracht. Geen leven zonder H2O, moeten we maar denken.
Eerst reden we naar Löffingen waar we even rondwandelde, een boodschapje deden en koffie dronken.
Van daaruit naar Göschweiler en het informatie- en aansluitingspunt op de slucht. Dat was bij de Schattenmühle, waar we de auto parkeerden.
Van daar de bordjes gevolgd en een soms slibberig en smal pad gevolgd dat op en neer ging en ergens door een omgevallen boomstam geblokkeerd werd.
Een hier en daar wat spannende wandeling met gelukkig later ook wat bredere en begaanbaarder stukken.

Toch wel leuk maar echte wandelschoenen met een goed of althans beter profiel dan de mijne, zijn beslist aan te raden op dit soort paden.
Zo’n vijf-en-een-halve á zes kilometers hebben we gelopen vanaf de Schattenmühle tot aan Boll, waar we de Wutachslucht weer achter ons lieten. Daar hadden we dan inmiddels zo’n slordige drie uur over gedaan.
Gelukkig was de Aach niet boos vandaag, want dan had deze wandeling ongetwijfeld nog langer geduurd. Deze tijd ofwel het vroege najaar wordt ook aanbevolen als de veiligste periode voor een wandelingetje door de Slucht.
Vanuit Boll namen we na een soepje in de Vesperstüble de bus terug naar de parkeerplaats Schattenmühle. De bus deed er zo’n vijf minuten over. Daar sloof je je dan voor uit over zo’n wanderpfad, dat op deze zaterdag overigens nog vrij druk betreden werd.
Toch wel leuk maar echte wandelschoenen met een goed of althans beter profiel dan de mijne, zijn beslist aan te raden op dit soort paden.
Subscribe to:
Posts (Atom)