Alle
water moet toch eens een keer naar en door
de zee stromen. Dat uit de
Breg en de
Brigach stroomt via
de Donau van het Zwarte Woud naar
de Zwarte Zee. Die enorme
plas water die we vanaf de oever van de
Bodensee zagen, stroomt via
de Rijn bij ons
de Noordzee in.
Het water uit de veel kleinere
Feldsee en
Titisee stroomt ook naar
de Rijn. Vanaf de
Titisee gaat dat via de
Gutach (de goede Ach) die iets verderop
de Wutach (de woedende Ach) gaat heten.

Na
ons bezoek aan de Bodensee besloten we de volgende dag eens een stukje door
de Slucht van de Wutach te gaan wandelen. Dat zou een bijzonder natuurgebied zijn met allerlei zeldzame vogeltjes, insecten en plantjes. En bovendien nog eens meer dan 500 soorten vlinders.
Een blik op Google afbeeldingen was voldoende om ons ervan te overtuigen dat deze bestemming de moeite waard zou kunnen zijn.

Het begon als een grauwe dag die in de ochtend een
buitje en verder nog wat verdwaalde
druppels bracht. Geen leven zonder
H2O, moeten we maar denken.
Eerst reden we naar
Löffingen waar we even rondwandelde, een boodschapje deden en koffie dronken.

Van daaruit naar Göschweiler en het informatie- en aansluitingspunt op de slucht. Dat was bij de
Schattenmühle, waar we de auto parkeerden.

Van daar de bordjes gevolgd en een soms slibberig en smal pad gevolgd dat op en neer ging en ergens door een omgevallen boomstam geblokkeerd werd.

Een hier en daar wat spannende wandeling met gelukkig later ook wat bredere en begaanbaarder stukken.

Toch wel leuk maar echte wandelschoenen met een goed of althans beter profiel dan de mijne, zijn beslist aan te raden op dit soort paden.

Zo’n vijf-en-een-halve á zes kilometers hebben we gelopen vanaf de Schattenmühle tot aan Boll, waar we de Wutachslucht weer achter ons lieten. Daar hadden we dan inmiddels zo’n slordige drie uur over gedaan.

Gelukkig was de Aach niet boos vandaag, want dan had deze wandeling ongetwijfeld nog langer geduurd. Deze tijd ofwel het vroege najaar wordt ook aanbevolen als de veiligste periode voor
een wandelingetje door de Slucht.

Vanuit Boll namen we na een soepje in
de Vesperstüble de bus terug naar de parkeerplaats Schattenmühle. De bus deed er zo’n vijf minuten over. Daar sloof je je dan voor uit over zo’n
wanderpfad, dat op deze zaterdag overigens nog vrij druk betreden werd.