Showing posts with label Jacob Klapwijk. Show all posts
Showing posts with label Jacob Klapwijk. Show all posts

Sunday, April 4, 2010

Filosofie; van en voor wie? (2)

Ik ben geen filosoof; ik ben wellicht, wat je noemt, een geïnteresseerde leek.
Ik ben en besta in ieder geval wel volgens Descartes, want ik denk wel eens.
Ik zou bijna willen zeggen dat ik u niet zal lastig vallen met het wat en waarover ik dan zoal denk, maar is natuurlijk falikante onzin want een Blog schrijf je nu toch juist om anderen daar wel mee lastig te vallen.

Denken doen we allemaal (nou ... ja....) wel eens en we vragen ons ook allemaal wel eens het een en ander af en we hebben vast allemaal wel eens een inval of een ideetje over hoe de vork in de steel steekt (of was het nou andersom?). En daarmee zijn we in mijn boekie dan allemaal (in ieder geval een beetje) praktiserend filosoof. Als een gediplomeerd filosoof het hier niet mee eens mocht zijn moet die maar eens bedenken aan wie hij of zij zijn of haar boekjes en bedenksels zou willen slijten als het niet aan ons, zijn mededenkers is. Volgens mij is de filosofie dus net als bv. de politiek van en voor ons allemaal!

Daarbij is het natuurlijk wel zo dat sommige filosofen het ons soms erg moeilijk maken om hun hersenspinsels te volgen en een beetje mee te denken. Gelukkig is het, wederom volgens mij, ook weer zo dat er niets zo eerlijk in deze wereld verdeeld is als gezond verstand of 'common sense'. Moslims hebben er dus net zoveel van als christenen of atheïsten of hindoes. Confessionelen net zoveel als socialisten en liberalen evenveel als communisten. Indiërs net zoveel als Amerikanen en Bosjesmannen net zoveel als Nederlanders. Daaruit volgt dat er een hoop interessante discussies mogelijk zijn en we een hoop van elkaar zouden kunnen leren. Dan de bereidheid nog om af en toe eens na te denken en naar elkaar te luisteren.

Lang voor ik wat nader kennis maakte met de westerse filosofie maakte ik, filosofisch en dagdromerig ingesteld als ik ben, wel eens de grap dat filosoof zijn me wel iets leek; dan kon ik als ik weer eens het verwijt kreeg dat ik liep te dromen of er met mijn gedachten niet bij was altijd nog zeggen: maar ik ben aan het werk, ik denk na!



Zoals gezegd, ik ben geen filosoof (alhoewel .... zijn we dat toch niet allemaal een beetje?), maar ik heb er, zogezegd, wel ooit wat aan geroken. Mijn wat nadere kennismaking met de westerse academische filosofie vond plaats in het kader van een studie pedagogiek. Daar kregen we behalve de aan de filosofie verwante theoretische pedagogiek ook drie collegeseries filosofie. Vooral de eerste: inleiding in de geschiedenis van de wijsbegeerte door prof. dr. Jacob Klapwijk was een waar genoegen om te volgen. Deze aangename kennismaking plus enige ontvankelijkheid van mijn kant zijn mede verantwoordelijk voor het feit dat ik mij deze maand als huis-tuin-en-keuken- en zondagsdenker ook maar eens wat bezig wil houden deze eigenaardige bezigheid die als filosofie bekend staat.

Dick

Saturday, January 16, 2010

De gave van het woord; over de filosoof en zijn geloof

Wie herinnnert zich niet die juf of meester die zo mooi en boeiend kon vertellen dat je helemaal meegesleept werd door het verhaal en zo een nieuwe wereld voorgeschoteld kreeg?
Voor menigeen werden zo ooit blijvende interesses gewekt of de kiem voor een bepaalde roeping of beroepskeuze gelegd.
We hebben het dan over mensen die kunnen inspireren, de verbeelding aanspreken en onderwerpen of kwesties tot leven kunnen brengen.
Het zijn mensen met de gave van het woord en zulke mensen hebben wij heel hard nodig.
Zouden wij bv. hier eigenlijk ook niet graag iemand van het kaliber Obama aan het roer hebben? Maar op allerlei niveaus lopen er natuurlijk wel mensen rond met de 'gave van het woord' en zo af en toe kom je er dan een tegen die die gave niet commerciëel uitbaat of uitbuit.

Midden tachtiger-jaren volgde ik een MO-opleiding en in de propedeuse kregen wij een semester colleges Inleiding in de filosofie van professor Jacob Klapwijk.
Deze man nu was behalve heel aardig en zeer geleerd ook gezegend met de gave van het woord.
Wij waren aanvankelijk een grote groep van ruim honderd volwassen (in leeftijd variërend van 25 tot 60 jaar) en veelal in het onderwijs of de hulpverlening werkzame studenten. Voor het merendeel was deze groep nauwelijks of niet geïnteresseerd in iets als wijsbegeerte en verwachtten velen vooral droge stof dat je het best maar even als een noodzakelijk kwaad kon beschouwen en benaderen. Maar Klapwijk wist deze groep te boeien.
Al na het eerste college kon je in de wandelgangen vernemen dat een aantal mensen aangenaam verrast was en nu dacht dat dit toch wel eens een heel aardig vak zou kunnen blijken. In de volgende colleges nam dat enthousiasme toe en hoorde je dat mensen bewondering hadden voor hoe Klapwijk moeilijke kwesties zo inzichtelijk en begrijpelijk kon brengen. En dat wat hij zoal ter berde bracht mensen aan het denken zette of bv. een nieuw licht wierp op vragen waar men al geruime tijd mee liep. In toenemende mate een uiterst inspirerende en succesvolle inleiding in de filosofie dus.
Na een aantal colleges begon het echter tot de goegemeente door te dringen dat onze docent niet alleen filosoof was maar ook nog godgeleeerde en zelfs voorganger ener gereformeerde gemeente. Klapwijk liep hier niet mee te koop en maakte er ook geen geheim van; hij had in die eerst colleges te kennen gegeven dat hij te zijnertijd nog wel op zijn persoonlijke opvattingen en overtuigingen in zou gaan.
Op de een of andere manier bracht het geroezemoes en gepraat over het een en ander een vreemd soort onrust teweeg bij een niet onaanzienlijk deel van mijn medestudenten. Zou hij een poging gaan wagen om ons te bekeren? En zouden we dan wel weerstand kunnen bieden aan iemand die de dingen zo helder en overtuigend weet te brengen als hij? Vragen van dit soort waren in de wandelgangen in verschillende subgroepjes zomaar alom te vernemen. In gesprekjes hierover verklaarde sommige lieden deze mogelijkheid wel degelijk te vrezen en het maar een heel eng idee te vinden. De reactie van mij en anderen hierop dat we daar toch zelf als volwassen mensen bij zouden zijn en het aan onszelf zou zijn om zoiets al of niet te laten gebeuren leek daarbij niet bijzonder aan te slaan of gerust te stellen. En er werden zelfs voorbeelden van sekten aangehaald waar mensen toch maar mooi gehersenspoeld werden. Dit alles verbaasde en intrigeerde mij destijds enorm.

Pas toen ik hier over denkend mij het voorval herinnerde hoe ik zelf ooit op 'speaker's corner' bij Hydepark een vergelijkbare ervaring had begon mij iets te dagen en begon ik het op een ander dan rationeel niveau te vatten.
Die vergelijkbare ervaring hield in dat ik een expliciet tot bekering uitnodigende prediker stond aan te horen en zijn woorden en zijn betoog zowel als aantrekkelijk en uitnodigend ervoer en tegelijkertijd als onjuist en op een hoogst vervelende manier dwingend.
Mijn reactie hield nauw verband met mijn eigen geschiedenis op het terrein van de religie. Deze typeer ik gewoonlijk als: katholiek gedoopt, gereformeerd opgevoed en sinds mijn 13e, 14e jaar weet ik het allemaal niet zo goed meer; kortom ik werd niet zonder de nodige innerlijke worstelingen en beroering wat met een mooie naam wel beredeneerd agnost heet.
En die innerlijke strijd en beroering voltrekt zich op een dieper dan rationeel niveau en laat zich het best omschrijven als en vergelijken met bv. de emotionele ervaring die gepaard gaat met wat in de psychologie heet cognitieve dissonantie of bv. een loyaliteitsconflict.

En dergelijke ervaringen vormen naar ik aan neem ook de kern van het gegeven dat je in ons land nog al eens hoort dat een door streng calvinisme getormenteerde jeugd een bij uitstek goede basis zou leveren voor het schrijverschap.

Terugkomend op de filosofiecolleges door prof. Klapwijk, deze zijn verder zeer ordentelijk en zonder bekeringsschermutselingen verlopen. Ikzelf als wel zeer geïnteresseerd in zijn vakgebied prijs me gelukkig dat ik zijn colleges bij mocht wonen.
Even googelend zie ik dat de man nog immer actief is lees met enig genoegen dat hij als vanzelfsprekend de evolutietheorie boven het creationisme verkiest.

Dan rest mij nog eens terugkijkend nog de vraag waar ik nu het meest van geleerd heb of van kan leren: van de lesinhoud en van wat er in de boeken staat of van om me heen kijken en te zien hoe we met die lesinhoudelijke zaken aan de haal gaan en hoe we vervolgens elkaar reageren.
Maar dat is natuurlijk wel een erg moeilijke vraag; doch wederom zijn alle zinnige reacties hierop welkom.

Dick.