Showing posts with label faalangst. Show all posts
Showing posts with label faalangst. Show all posts

Sunday, March 6, 2011

Knuffelende tijgers?

Evenals de avond daarvoor ook gisteravond weer eens kassie gekeken en daar zag ik alweer Ghislaine Plag op de buis. Nu als presentatrice en gespreksleidster van het programma 'Rondom 10'.
Knuffelmoeders of tijgerouders? was het thema van deze uitzending en de vraag luidde: zijn kinderen er meer gebaat bij om gedrild of om geknuffeld te worden?



Het gaat dan met name over schoolse taken, leerprestaties en opleidingskansen. Dit in het licht van het verplicht stellen van de CITO-toets en het toenemende gewicht waarmee deze toets op het dagelijks leven en de gemoedstoestand van het hedendaagse schoolkind lijkt te drukken. Daarbij wil de minister van onderwijs ook een toets voor middelbare scholieren instellen.

Wat (hoewel het centrale punt) naar mijn smaak toch iets onderbelicht bleef in de discussie is dat kinderen natuurlijk helemaal niet gebukt hoeven te gaan onder een test en dat de belasting, druk en spanning die kinderen i.v.m. de CITO-toets nu dan blijken te moete ondergaan bovenal een direct en logisch gevolg is van het belang en het gewicht hun omgeving (hier vooral ouders en leerkrachten) eraan hecht en het bijbehorende circus, met alle toeters en bellen, daar rondom.
Volgens mij is het dus ook zeer wel mogelijk om meer te toetsen (zoals iemand bepleitte) met minder druk daarop.



Het nieuwe jargon van deze aloude hard-zacht discussie was dus tijgerouder of knuffelmoeder en drillen of knuffelen en enigzins verrassend aanrommelen. Veelgehoorde termen in de discussie waren pushen en stimuleren. Volgens sommigen moet je wel wat pushen in belang van de ontwikkeling van het kind terwijl dat voor anderen juist taboe is omdat dat een gezonde ontwikkeling zou belemmeren.
Een voortdurende en zinnige discussie die natuurlijk pas handen en voeten krijgt als we de termen wat concreter invullen.
Wat de ene opvoeder stimuleren noemt zal voor de ander pushen heten en vice versa.
Wat voor het ene kind als stimuleren voelt zal voor het nadere kind als pushen voelen.
Kinderen kunnen verschillende behoeftes hebben en wat voor het ene kind goed is hoeft niet goed te zijn voor een ander kind. (Roept wel enige herinneringen aan mijn eigen schoolcarrière op)

Volgens mij zijn kinderen vooral gebaat bij voldoende knuffelende tijgers om hen heen!

Saturday, August 28, 2010

Opvoeden een onzekere bezigheid (?)

Het was onlangs weer eens komkommertijd in medialand en dan is een onderwerp als opvoeding, bij een geschikte aanleiding, altijd wel aardige opvulling voor lege kolommen of radiostilte. De meeste mensen voeden wel kinderen op en degenen die dat niet doen zijn toch ooit zelf eens opgevoed; dus we vinden er allemaal wel iets van. Het is het soort onderwerp dat altijd wel op belangstelling en reacties kan rekenen.

De aanleiding was afgelopen week een jaarlijkse enquete van het tijdschrift J/M, dat ons gepresenteerd wordt als een groot onderzoek. Ik las het artikeltje in de Volkskrant, maar het ziet er naar uit dat alle media hier ruim aandacht aan besteed hebben. Zo gaat dat in een mediacratie buzz... buzz... buzz..., veel reacties en volgende week zijn we het waarschijnlijk allemaal weer vergeten. En ook Bloggers reageren erop en soms bijzonder zinnig. Dus zal ik ook mijn duit maar weer eens in het zakje doen.

De algemene strekking van het verhaal zal een ieder inmiddels dus wel bereikt hebben. Opvoeden lijkt een stressvolle onderneming geworden. We hebben het al zo druk met van alles en we willen het allemaal zo perfect doen dat we ook of juist in de opvoeding al gauw door onzekerheid en faalangst getroffen in de opvoedkramp schieten. Men spreekt dan ook wel van hyperouders.
De zorgen waar in het grote onderzoek naar gevraagd werd scoorde ook allemaal wel erg hoog en op zijn minst boven de 50%. Geen wonder dat je al boektitels kunt vinden als: Eerste hulp bij opvoedstress.



Gelukkig werd in de Volkskrant ook het commentaar gevraagd van pedagoog Mischa de Winter die het een en ander poogde te relativeren en te nuanceren.
Bij een actualiteitenprogramma op de TV hoorde ik Linda Bijl van de Opvoedpoli nog zeggen dat als er ouders mochten zijn die inzake de opvoeding nooit twijfels kennen over hoe te handelen en zich nooit zorgen maken of zich afvragen of ze iets wel goed gedaan of wel helemaal handig aangepakt hebben, zij zich eerder zorgen zou maken over die ouders en hen wel eens graag op de genoemde poli zou willen zien en spreken.

Nu ben ik geen ouder of natuurlijke opvoeder en kan ik er derhalve niet vanuit dat perspectief over deze materie meepraten. Maar in en door mijn werk heb wel weer met allerlei kwesties van opvoedkundige aard van doen. Over dat vak van mij schrijf ik ondermeer op dit blog en nu meen ik toevallig een zeer opvallende overeenkomst te ontwaren tussen zogenoemde natuurlijke opvoeders en zogenaamde professionele begeleiders, juist waar het die drukbesproken twijfel of onzekerheidsfactor betreft.

In mijn werk kun je nog zo je best doen, maar het nooit gegarandeerd goed doen. Als je dit werk namelijk goed, betrokken en naar behoren doet, maak je onvermijdelijk foutjes of vergissingen waarvan je later denkt, had ik dat nou toch niet beter ietsje of heel anders kunnen doen. Dat lijkt me ook helemaal geen punt zolang dat niet tot ongelukken of misstanden leidt en zolang je maar bereid bent om die foutjes onder ogen te zien en ervan te leren.



Ik zou denken dat de wederzijdse her- en erkenning tussen ouders en professionele zorgdragers juist op dit punt bij uitstek duidelijk en helder zou kunnen en moeten zijn.

Nu zijn er vast en zeker ook wel collega's die denken dat ze het wel altijd goed doen omdat ze zo mooi, braaf en onvermurwbaar strak volgens de regels, de afspraken en de procedures werken. Maar die lijken dan wel sterk op de ouders waar mevrouw Bijl van de Opvoedpoli zich zorgen over maakt en volgens mij geven zij er geen of bitter weinig blijk van iets van de essentie van dit werk te vatten.

Het vraagt toch niet al te ingewikkeld denkwerk om te beseffen dat mensen geen machines of robots zijn en zich niet zo maar laten dirigeren of programmeren, terwijl de meeste mensen zich toch echt graag en met genoegen laten leiden of sturen als iemand maar de juiste snaren wil en weet te raken. Als opvoeding, zoals veel theoretici onder de pedagogen wel beweren, eigenlijk de uitkomst is van een dialoog die, in wat ook wel de pedagogische relatie heet, wordt gevoerd, kunnen de uitkomsten en de antwoorden van dat gesprek natuurlijk niet toevallig al geheel naar onze wens kant en klaar liggen.
En bovendien het leven is nu eenmaal vol risico. En van leven gaan we allemaal een keer dood. En dan kunnen we hooguit proberen het tot die tijd zo zinvol mogelijk te maken voor onszelf en voor volgende generaties. Dat lijkt mij de ultieme zin van zorg en opvoeding.