Showing posts with label stress. Show all posts
Showing posts with label stress. Show all posts

Tuesday, April 29, 2014

Oorsprong van stress gevonden?

In de Volkskrant van vandaag lees ik op de wetenschapspagina de volgende kop:
Muis heeft voorkeur voor vrouwelijke onderzoeker
Vroeger gold toch de gemeenplaats dat vrouwen en met name dienstmeiden bang voor muizen zouden zijn en zodra ze er een zagen hun toevlucht, met de voetjes van de vloer, op bijvoorbeeld stoelen zouden zoeken. afraidofmice Hopelijk gaat dat niet op voor vrouwelijke wetenschappelijke onderzoekers want omgekeerd blijken nu muizen een dergelijke stress-reactie bij de confrontatie met mannen te vertonen. Het artikeltje begint als volgt:
Zet twee muizen in een kooi, laat de een door een man onderzoeken en de ander door een vrouw en de uitkomsten van het onderzoek zijn totaal verschillend. Proefdieren die in het laboratotium met een mannelijke onderzoeker te maken krijgen, raken zo gestresst dat zich in hun lichaam andere processen voordoen, dan wanneer zij een vrouwelijke wetenschapper aan hun kooi krijgen.
bangemuis
Het kan verkeren zullen we maar weer zeggen. Maar betekent dit dan ook dat we ten lange leste toch de ultieme oorsprong van angst en stress gevonden hebben?
Womenmiceandmurder

Saturday, July 6, 2013

Agressie op het werk?

Als ik vandaag de dag zo om me heen kijkend toch eens zie, lees of hoor hoe regelmatig en in welke mate bijvoorbeeld ambulance- en verplegend personeel of buschauffeurs en treinconducteurs agressief bejegend, bedreigd of gewoon afgetuigd worden dan denk ik weleens dat ik me wat dat betreft toch maar gelukkig mag prijzen met mijn betrekkelijk vredige baan.
Ja, 't kan verkeren had Brederoo ons ooit al eens laten weten en inderdaad tegen onderhavige kwestie keek ik zo'n dertig jaar geleden toch wel heel anders aan.
Toen ik als leerling (van de toenmalige inservice-opleiding) in de Z-zorg begon te werken kon ik mijn eerste stage op een ouderengroep niet helemaal volbrengen omdat ik als één van het destijds schaarse mannelijke personeel op de werkvloer op een andere groep gewenst was. En op die volgende groep maakte ik al fluks kennis met het soort of type agressie dat zo kenmerkend zou blijken voor deze tak van zorg. agressie2 Op de pas geopende instelling waar ik werkzaam was. had men aanvankelijk bedacht dat de mensen die, zoals dat heette, nogal wat probleemgedrag vertoonde beter over de verschillende groepen/woningen verspreid konden worden. Binnen een half jaar veranderde men (Brederoo indachtig?) 180 graden van mening en werden er speciale groepen gevormd voor zoals ze destijds wel genoemd werden: gedragsmoeilijke bewoners.
En mocht ik, als eerste-jaars-leerling op één van die groepen beginnen. Die groepen stonden onder het personeel ook wel bekend als ‘spannende groepen’ vanwege de hoge spanningsboog i.v.m. de frequente uitbarstingen van agressief gedrag. Daarmee vestigden deze groepen binnen de instelling ook al rap enige reputatie en faam.
Op deze groep raakte ik als beginnende leerling aardig door de wol geverfd, zoals dat dan heet, in het, zo goed en zo kwaad als dat ging, omgaan met en anticiperen op uitingen van agressie zoals die kenmerkend waren voor een bepaalde groep cliënten, toen nog bewoners geheten. Deze leerschool of leergang was bepaald niet wat je noemt vrijwillig of verkozen maar werd door de nood der omstandigheden afgedwongen, niet of nauwelijks op professionele wijze vanuit de instelling begeleid en reddende engelen waren er ook niet echt voorhanden.
Na zo’n anderhalf jaar toch met het nodige enthousiasme, betrokkenheid en inzet op deze groep gewerkt te hebben, heb ik toen toch maar eens om overplaatsing gevraagd. Dat omdat het mij en/of mijn omgeving begon op te vallen dat ik bijvoorbeeld toch wel erg snel en vlot op allerlei geluiden reageerde door direct met mijn handen voor mijn hoofd in een hurkhouding te schieten. Omstanders vonden dat dan maar vreemd gedrag van mij terwijl het mij toch als volkomen normaal voorkwam; ik bedoel, er zal toevallig maar net een volle koffiekan, of iets van dien aard richting je hoofd gegooid worden. stress Natuurlijk voelde en begreep ik wel dat ik aldus bezig was een duidelijke stap richting PTSS of iets van een angst- of stressstoornis te zetten. Het is, naar ik meen, toch weer betrekkelijk goed met me gekomen en inmiddels ben ik banger voor managers dan voor cliënten; haha, die Pieter Duker (vanaf 7m45s) toch. Een en ander verklaart wel deels mijn specifieke belangstelling voor een aantal onderwerpen zoals die op dit blog en elders aangeroerd worden.
Die onderwerpen zijn dan onder andere het voorkomen van(?) en omgaan met agressie in ons werk, de rol van de vecht/vluchtreactie of ons biologisch stresssysteem daarin en hoe wij zowel bij onszelf als zo mogelijk ook bij de cliënt wat emotionele intelligentie, evenwicht en welbevinden zouden kunnen bevorderen.
Als ik op enkele discussies op diverse fora op LinkedIn af mag gaan staan deze onderwerpen behoorlijk in de belangstelling en wordt er op dit terrein momenteel een keur aan trainingen aangeboden en ontwikkeld. De vraag is dan toch hoe omvattend en effectief die zullen blijken op de langere duur?
Agressie en dus ook agressie op het werk kan, zo we weten, een behoorlijke negatieve impact hebben op iemands persoon, leven en welbevinden. Iets daarvan mocht ik destijds proeven en aan den lijve ondervinden. Maar met een knipoog naar die oude Brederoo kan ik nu weer zeggen: ‘t kan verkeren. Nu beklaag ik toch vooral die treinconducteurs, ambulance-personeel en vele anderen die het in hun werk of in het dagelijks leven, in dat opzicht het soms toch heel wat zwaarder te verduren lijken te hebben dan ik. Bredero'smotto Zoals ik met LinkedIn fora als voorbeeld al aangaf wordt er, naar het zich laat aanzien, van diverse kanten hard nagedacht over agressie in de zorg, de mogelijke oorzaken en de mogelijke beteugeling ervan. Nu vermoed ik dat het ook hard nodig is dat we ons aanzienlijk omvattender, intelligenter en doorwrochter over deze thematiek gaan buigen omdat de huidige en komende bezuinigingen en zogenaamde hervormingen en ombuigingen in de zorg anders wel eens indirect de aanleiding tot een toename van agressie zou kunnen blijken. Één van de, naar mijn smaak, intelligentere en doorwrochter visies op agressie en probleemgedrag in zijn algemeenheid wordt hier verwoord door Jacques Heijkoop. Een systemische visie die, dunkt me, bij uitstek op ons werkveld van toepassing is en daar ook wel wat bredere belangstelling en aandacht zou verdienen.
P.S. Gijs van Gemert vatte een en ander kort en bondig samen in de tegeltjeswijsheid: agressie is een gezelschapspel.

Monday, September 10, 2012

Doe eens normaal (3) Brein en stress

Na het genenverhaal vervolgt van Hintum met:



Genetische onderzoeksresultaten kunnen nog altijd op warme belangstelling rekenen van journalisten en het grote publiek, maar het hersenonderzoek is de laatste vijf tot tien jaar echt een hype geworden. Gedrag lijkt pas 'echt' te zijn als de ermee corresponderende hersenactiviteit met behulp van fMRI, een beeldvormende techniek, in de hersenen zichtbaar is gemaakt.


Zo luidde de eerste twee zinnen van het tweede item uit het eerste hoofdstuk: 1.2 Hersenen: een complex en kwetsbaar verkeersnetwerk



Hierin komen, zoals te verwachten, dan de wetenswaardigheden over ons brein aan bod of dat wat ik zomaar eens neuropraat ben gaan noemen.
Onder die wetenswaardigheden ook wat van de welhaast obligate specificaties van dit wonderbaarlijke stukje hardware. Specificaties die altijd imponeren (mij althans) door de veelheid, de snelheid en de onvoorstelbaar grote getallen.
De drift of de teneur van dit onderdeel, waar ik mij wel senang bij voel, laat zich goed samenvatten met de volgende citaten:



De 'hardware' in ons hoofd kent net zo veel individuele variaties als er mensen zijn.

De hersenen zijn een orgaan waarin je gevoel, handelen en denken als het ware worden 'ingeprint'; ze veranderen met en door alles wat je doet, denkt, voelt en meemaakt. Wetenschappers zeggen dan ook dat het brein plastisch is. Hoe het zich ontwikkelt, hangt af van allerlei verschillende maatschappelijke, biologische, gedrags- en leeftijdsfactoren, en verschit van individu tot individu. Er zijn geen twee paar hersenen hetzelfde – zelfs niet die van een eeneiige tweeling.

Bij 'ongelukken' die in de hersenen kunnen plaatsvinden, denken we meestal in de eerste plaats aan een hersenbloeding of -infarct, of aan hersenletsel als gevolg van een val of harde botsing met een vuist of voorwerp. Maar 'ongelukken' ziijn ook traumatische gebeurtenissen zoals het overlijden van een ouder, misbruik en verwaarlozing. De angst en depressie die zulke ervaringen kunnen veroorzaken, hebben net zo goed invloed op het functioneren van de hersenen, en zijn vaak ook terug te zien in de vorming van de 'hardware' in het brein. Daarbij speelt een foute afstelling van het biologische stresssysteem een cruciale rol.



Dat komt me voor als een belangwekkende constatering. Naast de zeer evenwichtige en genuanceerde benadering van het onderwerp laat mijn enthousiasme over dit boek van van Hintum zich vooral verklaren door hoe ze hierin aandacht vraagt voor het belang van dit biologische stresssysteem en het in samenhang en perspectief plaatst. Hetzelfde geldt overigens voor de maatschappelijke oorzaken en inbedding van psychiatrische ziektebeelden.



Dat cruciale biologische stresssysteem staat doorgaans wel bekend als de vecht- of vluchtrespons. Heel toevallig(?) het onderwerp van het eerste schrijfseltje op Dima's Blog zo'n 30 maanden geleden.
Van Hintum:


Onderzoekers veronderstellen dat een niet goed afgesteld en daardoor niet goed functionerend stresssysteembeïnvloedt hoe we ons voelen en gedragen. Dat kont doordat een disfuntionerend stresssysteem structurele veranderingen in de hersenen kan veroorzaken die aan de basis liggen van allerlei psychische stoornissen. Stress lijkt daarmee een belangrijke onderliggende factor voor psychische aandoeningen, en is dat trouwens ook voor chronische lichamelijke ziekten, hart- en vaatziekten en kanker. Precies om die reden wordt er veel onderzoek naar gedaan.


Onze Lieve Heer of de evolutie heeft niet alleen de mens met zo'n alarmsysteem van vecht-, vlucht- of vriesreacties uitgerust. We delen deze uitrusting met andere leden in het dierenrijk. Naarmate het beestje zich wat hoger op de evolutionaire ladder bevindt, wordt het hele systeem wel complexer.
In de dierenwereld schijnen we vooral met een uitermate functioneel overlevingsmechanisme van doen te hebben. Op de vraag welke implicaties dat voor ons mensen als zelfbewuste, cultureelbepaalde en talige wezens heeft, is niet een simpel antwoord mogelijk. Mede omdat er dan naast technische of biologische verklaringen ook altijd morele aspecten meespelen.



Er doet zich ook nogal wat variatie voor in de drempelwaarde en de mate waarin bij verschillende mensen het systeem geactiveerd wordt, hoe het van zich laat spreken en of en hoe het weer tot rust komt. Ik meen van mezelf te weten dat mijn alarmbelletjes betrekkelijk gemakkelijk aan het rinkelen zijn te krijgen.
Sommige mensen ervaren bij het minste geringste of bijna altijd stress terwijl sommige anderen onder geen enkele omstandigheid aangedaan lijken te worden.

Een veel voorkomend gevolg van veel stress en zogeheten korte lontjes of een overspannen of al te rap te triggeren vecht- of vluchtrespons is (misplaatste) agressie en agressief gedrag.
Iets dat, zo we allen weten, niet zelden paniek en/of agressie als reactie oproept en zo gauw in een negatieve spiraal kan uitmonden en veel mensen de nodige last en problemen bezorgt.
Agressief gedrag in de zogeheten openbare ruimte en de zorg daarover lijkt in de loop van mijn leven aanmerkelijk toegenomen. Ik moet er in mijn werk soms wel op beducht zijn en rekening houden met de mogelijkheid of de dreiging van agressie.



< vorige |

Saturday, August 28, 2010

Opvoeden een onzekere bezigheid (?)

Het was onlangs weer eens komkommertijd in medialand en dan is een onderwerp als opvoeding, bij een geschikte aanleiding, altijd wel aardige opvulling voor lege kolommen of radiostilte. De meeste mensen voeden wel kinderen op en degenen die dat niet doen zijn toch ooit zelf eens opgevoed; dus we vinden er allemaal wel iets van. Het is het soort onderwerp dat altijd wel op belangstelling en reacties kan rekenen.

De aanleiding was afgelopen week een jaarlijkse enquete van het tijdschrift J/M, dat ons gepresenteerd wordt als een groot onderzoek. Ik las het artikeltje in de Volkskrant, maar het ziet er naar uit dat alle media hier ruim aandacht aan besteed hebben. Zo gaat dat in een mediacratie buzz... buzz... buzz..., veel reacties en volgende week zijn we het waarschijnlijk allemaal weer vergeten. En ook Bloggers reageren erop en soms bijzonder zinnig. Dus zal ik ook mijn duit maar weer eens in het zakje doen.

De algemene strekking van het verhaal zal een ieder inmiddels dus wel bereikt hebben. Opvoeden lijkt een stressvolle onderneming geworden. We hebben het al zo druk met van alles en we willen het allemaal zo perfect doen dat we ook of juist in de opvoeding al gauw door onzekerheid en faalangst getroffen in de opvoedkramp schieten. Men spreekt dan ook wel van hyperouders.
De zorgen waar in het grote onderzoek naar gevraagd werd scoorde ook allemaal wel erg hoog en op zijn minst boven de 50%. Geen wonder dat je al boektitels kunt vinden als: Eerste hulp bij opvoedstress.



Gelukkig werd in de Volkskrant ook het commentaar gevraagd van pedagoog Mischa de Winter die het een en ander poogde te relativeren en te nuanceren.
Bij een actualiteitenprogramma op de TV hoorde ik Linda Bijl van de Opvoedpoli nog zeggen dat als er ouders mochten zijn die inzake de opvoeding nooit twijfels kennen over hoe te handelen en zich nooit zorgen maken of zich afvragen of ze iets wel goed gedaan of wel helemaal handig aangepakt hebben, zij zich eerder zorgen zou maken over die ouders en hen wel eens graag op de genoemde poli zou willen zien en spreken.

Nu ben ik geen ouder of natuurlijke opvoeder en kan ik er derhalve niet vanuit dat perspectief over deze materie meepraten. Maar in en door mijn werk heb wel weer met allerlei kwesties van opvoedkundige aard van doen. Over dat vak van mij schrijf ik ondermeer op dit blog en nu meen ik toevallig een zeer opvallende overeenkomst te ontwaren tussen zogenoemde natuurlijke opvoeders en zogenaamde professionele begeleiders, juist waar het die drukbesproken twijfel of onzekerheidsfactor betreft.

In mijn werk kun je nog zo je best doen, maar het nooit gegarandeerd goed doen. Als je dit werk namelijk goed, betrokken en naar behoren doet, maak je onvermijdelijk foutjes of vergissingen waarvan je later denkt, had ik dat nou toch niet beter ietsje of heel anders kunnen doen. Dat lijkt me ook helemaal geen punt zolang dat niet tot ongelukken of misstanden leidt en zolang je maar bereid bent om die foutjes onder ogen te zien en ervan te leren.



Ik zou denken dat de wederzijdse her- en erkenning tussen ouders en professionele zorgdragers juist op dit punt bij uitstek duidelijk en helder zou kunnen en moeten zijn.

Nu zijn er vast en zeker ook wel collega's die denken dat ze het wel altijd goed doen omdat ze zo mooi, braaf en onvermurwbaar strak volgens de regels, de afspraken en de procedures werken. Maar die lijken dan wel sterk op de ouders waar mevrouw Bijl van de Opvoedpoli zich zorgen over maakt en volgens mij geven zij er geen of bitter weinig blijk van iets van de essentie van dit werk te vatten.

Het vraagt toch niet al te ingewikkeld denkwerk om te beseffen dat mensen geen machines of robots zijn en zich niet zo maar laten dirigeren of programmeren, terwijl de meeste mensen zich toch echt graag en met genoegen laten leiden of sturen als iemand maar de juiste snaren wil en weet te raken. Als opvoeding, zoals veel theoretici onder de pedagogen wel beweren, eigenlijk de uitkomst is van een dialoog die, in wat ook wel de pedagogische relatie heet, wordt gevoerd, kunnen de uitkomsten en de antwoorden van dat gesprek natuurlijk niet toevallig al geheel naar onze wens kant en klaar liggen.
En bovendien het leven is nu eenmaal vol risico. En van leven gaan we allemaal een keer dood. En dan kunnen we hooguit proberen het tot die tijd zo zinvol mogelijk te maken voor onszelf en voor volgende generaties. Dat lijkt mij de ultieme zin van zorg en opvoeding.

Sunday, February 7, 2010

De vecht- of vluchtrespons; en de amygdala

De meeste psychologie/pedagogiek boeken die voor werkers in de praktijk zoals groepsleiding, welzijnswerkers of verpleegkundigen zijn geschreven, beginnen met een uiteenzetting van twee basale leertheorieën. Dit zijn dan de klassieke- en de operante conditionering; bekend van de hondjes van Pavlov en de box van Skinner.

Ik vermoed dat we over een jaar of tien zullen zien dat genoemde leer- en studieboeken in aanvulling op deze verplichte nummers de vecht- of vluchtrespons en de rol van de amygdala ook daarbij zullen behandelen.
Dit gezien het gewicht ervan als basale invloed op en sturing van het menselijk gedrag en functioneren.

Naar het schijnt duurt het gemiddeld zo'n 25 jaar alvorens nieuwe ontdekkingen doorsijpelen en hun weg vinden naar de geeigende school- en handboeken.
Het lijkt mij dat dat in onze tijd van flitsende informatietechnologie toch wel iets sneller zou mogen. Zeker als je bedenkt dat neurowetenschappers al enige tijd roepen dat 95% van hun kennis uit het laatse decennium stamt.
Ook hier dient zorgvuldigheid boven snelheid te gaan, zullen we maar denken en zorgvuldigheid betekent hier dan vooral zinvol verband en relevantie.

De term fight or flight stamt uit 1915 en komt van Walter Cannon.
De vecht/vlucht of fight- or flight response is vooral en al langere tijd bekend als oortzaak/verklaring voor het alom gevreesde en ons allen bekende en veel voorkomende verschijnsel stress.
Dit vooral door het baanbrekende werk van Hans Selye.
De notie dat veel stress veroorzaakt wordt door een veelal niet (meer) functionele vecht- of vluchtrespons is inmiddels gemeengoed.

Nu doet de term vecht- of vluchtrespons vermoeden dat het organisme, het beestje of de mens bij activering van dit fenomeen slechts twee mogelijke te actualiseren reacties ter beschikking staan. Het is je als de wiedeweerga uit de voeten maken of erop los slaan. Deze karikatuur is niet geheel juist.
Het heet ook wel de vecht-, vlucht- of vriesrespons, hetgeen al een derde gedragsoptie in beeld brengt.

Missy Vineyard stelt in haar boek 'How you stand, how you move, how you live' dat alle gewervelde diersoorten waar het gaat om zelfbeschermend of zelfverdedigingsgedrag vier stereotype vormen van gedrag vertonen:

- de vijand aanvallen of bedreigen

- bevriezen om aan de aandacht te ontsnappen

- terugtrekken of vluchten; weg van vijand of gevaar

- zich onderwerpen; onderdanig zijn en toegeven aan de wil van de sterkere

Een en ander kan zich in verschilende gradatie, combinatie en/of volgorde manifesteren.
Dit geeft toch al een wat rijker en genuanceerder beeld dan de gangbare term wellicht zou doen vermoeden.

De fight- or flightresponse brengt op verschillende niveaus en in variërende mate nogal wat fysiologische reacties teweeg maar ze wordt steeds geactiveerd door de amygdala.
Die amygdala vormen ons altijd op de achtergrond meedraaiende waak- en alarmsysteem dat we niet even uit kunnen zetten. Zoek maar eens op 'amygdala' of 'amandelkernen' in google of welke andere zoekmachine en zie een keur aan lezenswaardige tot onbegrijpelijk ingewikkelde artikelen voorbijkomen.
Deze faam en belangstelling hebben deze kleine amandelvormige orgaantjes ter grootte van twee bonen met name te danken aan de volgende baanbreker in dit verhaal, te weten Joseph LeDoux.
Over LeDoux en de amygdala een volgende keer meer.


Dick
.