Showing posts with label emotie. Show all posts
Showing posts with label emotie. Show all posts

Wednesday, April 15, 2015

Nico Frijda (1927-2015)

In memoriam, Nico Frijda, de man die in de psychologie en wetenschappelijk onderzoek onze emoties weer op de kaart zette.
Frijda beschouwde emoties als behartiger van belangen van een persoon. Niet als irrationele , maar als functionele krachten
aldus Agneta Fischer van de UVA.
Over zijn eigen emoties met betrekking tot zijn ervaringen in de oorlog zei hij ooit in Vrij Nederland:
Bij rampen zoals oorlog zit er weinig anders op dan emotie te onderdrukken.
Ik had besloten een betonnen deksel op mijn verleden te leggen. Dat doe je omdat je bang bent dat anderen het niet aankunnen als erover praat en omdat je bang bent zelf gek te worden als je het doet

Saturday, July 12, 2014

Boe of hoera?

Voelt, klinkt of waarderen we iets als boe of hoera? Dat lijkt me in veel gevallen een zinnige en zeker een er allerzins toe doende vraag! Levert iets een boe- danwel een hoera-reactie bij je op? Moet Jantje huilen of moet Jantje lachen?
Die vraag kun je je overigens bij alles stellen, zo ook bij het lezen van dit blogje.
duim omhoog omlaag
Het was, als ik me niet vergis, Alfred Ayer die de term booh- and hooray-words lanceerde in zijn werk Language, Truth, and Logic uit 1936.
Ayer was een belangrijke held en voorvechter van het logisch-positivisme. In deze quasi-objectiverende benadering zijn ethische en estethische oordelen een kwestie van gevoel en/of smaak, valt daar derhalve niet zinnig (lees wetenschappelijk of verifiëerbaar) over te twisten en daarmee worden alle uitspraken in dat domein uiteindelijk zin- en betekenisloos.
Deze meta-ethische theorie, die stelt dat alle uitspraken over ethische kwesties in feite uitingen van emoties zijn, bedoeld om de betreffende emoties te uiten of om anderen over te halen de betreffende emoties over te nemen, staat ook wel bekend als ‘emotivisme’ of ‘the hurrah/boo theory’.
Stevenson werkte deze theorie verder uit. boehoe Zoals je je wellicht in kunt denken, geeft een dergelijke theorie al gauw aanleiding tot de nodige vragen en discussie. Iets daarover hier en hier voor de liefhebber, maar op dit moment heb ik even geen belangstelling voor scherpslijperij in deze. Desondanks wil jullie deze mooie video-uitleg over dat ‘emotivisme’ door de erudiete Engelse scholiere Komilla Chadha niet onthouden.

Wat mij aan deze kwestie vooral intrigeert en waar het mij nu even om te doen is, is dat, los van de implicaties voor de fundering van een ethiek, onze beleving en betekenisverlening behoorlijk doorspekt lijken van wat je zo mooi boe en/of hoera reacties zou kunnen noemen.
Als toeneigende danwel afwerende drijfveren lijken ze diepgeworteld en ons gedrag in belangrijke mate te sturen zowel op individueel alsook op groepsniveau. Vaak bijna voorspelbaar en met een welhaast dwingend karakter dat bijna doet vermoeden dat het in het verlengde ligt van hoe we als baby op lust- en onlustgevoelens reageerden. Dat wil zeggen dat zoiets op vergelijkbare wijze een bijna automatische en primaire of diepgewortelde reactie wordt.
Het gaat in ‘the hurrah/boo theory’ echter niet meer over darmkrampjes, honger of kou maar over verbale danwel verbaliseerbare uitingen die ons op de een of andere manier dan blijkbaar wel weer darmkrampen kunnen bezorgen, de kou om het hart doen slaan danwel de hartverwarmende aanleiding kunnen vormen tot een vreugdedansje of zoiets.
Tijdens het afgelopen WK bijvoorbeeld, hebben we beide soorten reacties weer in diverse toonaarden mogen horen en aanschouwen. hooray

Zo laten woorden en teksten zich dan in principe dus ook scoren op de reactie die ze teweegbrengen bij een bepaald individu of groep. (en dat wordt dan dus ook gedaan) Snelle reclamejongens en marketingmeiden weten daar natuurlijk wel meer van.
Dan gaat het dus over wat woorden zoal in de de onderbuik kunnen bewerkstelligen of ten goede danwel ten kwade. Aan een boektitel refererend zou je van ‘De betovering van de taal’ kunnen spreken of anders wel over ‘de dwingelandij van de taal’.
Die appreciatie danwel depreciatie van nominale verwijzers zien we overal zowel op groepsniveau als op individueel niveau en die twee zijn natuurlijk niet los van elkaar te denken. hoerasprongetje
Ten aanzien van dit fenomeen op individueel vlak zijdelings even een vraagje aan de psychiater:
Mogen we het terug associeren naar zo’n eerste sterke reactie en dat weer in de context van destijds kunnen plaatsen wellicht als de basis en het grondidee van Freud’s psychoanalyse beschouwen?
vraagtekens Maar hoeveel wijzer worden we dan per slot van rekening van het hele scala van boe en hoera reacties dat we plegen te vertonen?

Thursday, November 15, 2012

Morele opvoeding?

Merkte ik eerder al eens op dat er weleens iets dubbelzinnigs schijnt te kleven aan het je theoretisch verdiepen in de aard van moraliteit, iets dergelijks gaat op voor de alledaagse praktijk van opvoeding en moraliteit. Want ook als je zo ongeveer alles gedaan zou hebben wat God verboden heeft en al moet je constateren dat je zelf in dit leven toch wel behoorlijk slecht en verdorven bent geworden of geweest, dan zul je als ouder en/of opvoeder doorgaans toch wensen en hopen te bewerkstelligen dat je kind niet diezelfde weg inslaat en hopelijk wat steviger in de schoenen zal staan wanneer geconfronteerd met keuzes van morele aard.
En daarmee belanden we dan bij het thema van de morele opvoeding. Een bepaald niet altijd even gemakkelijk of populair onderwerp dat wel al geruime tijd de speciale aandacht geniet van de pedagogische faculteit van de Amsterdamse VU.
Met name de faculteit theoretische- en historische pedagogiek hield (,en naar ik aanneem, houdt) zich daar mee bezig. B. Spiecker en J.W. Steutel hebben daar in pedagogenland enige naam en faam mee verworven. Ben Spiecker ontving voor zijn inspanningen op dat terrein nog de Kuhmerker Career Award, die als eerste ooit aan Lawrence Kohlberg werd uitgereikt. Een belangrijk thema dat met name door deze pedagogen werd uitgelicht en besproken betreft de rol van deugden en emoties in de morele opvoeding. Dat met de 'conceptuele analyse' uit de taalanalytische filosofie als hun methodisch hoofdgereedschap en vaak steunend op inhoudelijke argumenten zoals we die kunnen vinden in een filosofische traditie die van, laten we zeggen, Aristoteles tot Martha Nussbaum reikt.
Dat lijkt dan een tegenhanger of aanvulling te zijn van of overstijgt in ieder geval een al te cognivistische benadering van onze morele ontwikkeling. Enerzijds door de (her)waardering van een deugdenethiek waarmee het belang van karaktervorming benadrukt wordt. Anderzijds door ook en met name emoties een belangrijke en motiverende rol toe te kennen in onze moraliteit.
Zo beschreef Ben Spiecker bijvoorbeeld 'schuld' en 'schaamte' mede als morele emoties. En wel in de zin dat ze (naast de mogelijke irrationele aspecten en vormen ervan) ook als rationele emoties aangemerkt kunnen worden. Zie in dat verband bv. ook de visie van Nussbaum op emoties. Het kunnen ervaren van schuld- en/of schaamtegevoelens dwingt ons namelijk door de bank genomen om dergelijke gevoelens zo mogelijk te vermijden en indien we er wel aan onderhevig zijn om ons voor onze daden te verantwoorden, spijt te betonen en zaken wensen te herstellen, kortom onszelf in morele zin te verantwoordelijk te voelen voor ons doen en laten en aan een bepaalde morele standaard te willen voldoen. Het gegeven dat de zogenoemde psychopaat of ook wel 'morele imbeciel' niet of nauwelijks door dergelijke gevoelens geplaagd lijkt te worden, pleit eens temeer voor deze kijk op de aard van onze moraliteit. Morele opvoeding behelst dan wel iets meer dan het bijbrengen van bepaalde kennis. Niet slechts of in de eerste plaats het weten maar vooral ook het voelen en het willen zullen in belangrijke mate bepalen of we ons al dan niet moreel gedragen. Het gaat dan vooral om vragen als hoe en in hoeverre een karakter zich laat vormen tot deugdzaamheid, hoe in opvoeding en vorming altruïstische emoties als empathie en sympathie ofwel een zekere gevoeligheid voor en betrokkenheid bij het wel en wee van de ander te stimuleren en te bevorderen en op welke wijze zouden regelemoties als schuld of schaamte zich laten beïnvloeden of aanleren. Voor de liefhebbers en geïnteresseerden hier een rescensie en hier een proefschrift aangaande deze materie.
Prof. B. Spieker door Frederik de Vos

Niet de meest eenvoudige vragen waar je snel simpele rechtlijnige antwoorden op kunt verwachten. (Bezie in dat verband bv ook eens het verhaal van Fallon) Wel uiterst interessante vragen die raken aan de kern van we wat onze normen en waarden plegen noemen en bepalend zijn voor de aard en de vorm van het menselijk samenleven.

Hoewel vragen rond moraliteit altijd en overal doorheen spelen was dit toch maar even het laatste blogje over dat M-woord met soms een grote M en soms een wat kleinere m. Bovendien komt straks die bisschop uit Spanje weer langs om te kijken of we allemaal wel braaf geweest zijn en dan wordt het alweer kerstmis, ook al zo'n feest van bezinning, menselijke goedheid en commercie. Daar moest ik dan maar niet teveel doorheen kletsen. Als laatste opmerking: een waardevrije opvoeding bestaat volgens mij niet of je moet al aan iets als de wolfskinderen denken en je aan het verboden experiment willen wagen, een waarde(n)volle opvoeding lijkt dan toch het enige mogelijke alternatief.

Thursday, March 22, 2012

Aanhangsel (of attachment) bij hechtingstheorie (8)

In 'Het behaviorisme als paradigma' kwam het behaviourisme, met een exclusieve nadruk op waarneembaar gedrag, als ooit het gedroomde paradigmatisch referentiepunt van de psychologie ter sprake. De volgende kandidaat voor die positie leek de cognitivistische benadering te worden en nu zijn we dan volop getuige van een toenemende aandacht voor het belang en de invloed van sociaal-emotionele aspecten op onze psyche en gedrag.
Zo zien we de aandacht, mede als reactie op de dieptepsychologische onbewuste drijfveren van Adler, Jung en met name Freud, verschuiven van waarneembaar (meetbaar?) gedrag, naar cognitieve processen, weer naar de vaak duistere en niet zelden onbeheersbare dynamiek van onze emoties. Wekt bij mij toch een beetje de indruk van een cirkelgang.



Die groeiende belangstelling voor onze emoties en sociaal-emotionele ontwikkeling is op allerlei terreinen merkbaar. In de filosofie (Flameling), de psychologie (Goleman), de psychotherapie (Stroecken en Verdult) en de neurofysiologie (Ledoux en Damasio) om maar eens een paar dwarsstraten te noemen. Ook de James-Langetheorie (die nooit echt helemaal weggeweest lijkt) mag zich hierbij regelmatig in hernieuwde belangstelling verheugen.
Wellicht dat dit ook weer een 'paradigmatische wending' gaat heten. Time will tell.
Ik hou het met mijn vriend Brederoo maar weer op: 't kan verkeren!



Ook in mijn werk meen ik, de laatste jaren, een wending in die richting te bespeuren. Zij het dat ik vind dat de theoretische en methodische grondslag en verankering daarvan nog al eens te wensen overlaten. Maar ook daar is schoorvoetend enige ontwikkeling ten goede te bespeuren; zo hoor ik al zo'n twee jaar dat ik eens in de methodiek van Gentle Teaching geschoold zal gaan worden.
En vorige week mocht ik een cursus-deel ontvangen van heel toevallig Henk50 over het onderwerp: Hechting!

Onze instinctieve aandrang tot hechting of attachment ligt in onze biologie verankerd. Het is een proces van tweerichtingsverkeer waarin aanvankelijk de zintuigelijke ervaring (zoals ook tast, reuk en smaak) een cruciale rol speelt.

Drie stellingen waar Henk zijn verhaal mee begon, wil ik hier ook maar even aanhalen omdat ze zo kernachtig en in een notedop de essentie van het gegeven hechting vangen:

1. veilige hechting vormt de basis voor alle emotionele ontwikkeling
2. er is geen kind dat zich niet hecht
3. niemand is helemaal veilig gehecht


Wij mensen zijn nu eenmaal nogal kwetsbare en brekebenige wezens en niemand komt helemaal zonder schrammen of kleerscheuren het leven door. Maar sommige mensen zijn weer iets of heel veel kwetsbaarder dan anderen en sommige mensen lopen wel ontzettend veel schrammen en builen op. We krijgen hoe dan ook allemaal op enig moment met afscheid, verlies en rouw te maken.
Daarbij geldt een veilige hechting dan als een protectieve factor of een leuk emotioneel startkapitaal en een onveilige hechting dan als een risicofactor en een verhoogde kwetsbaarheid.
Het draait er uiteindelijk om, hoe je op grond van en in zekere zin voorgeprogrammeerd door vroege(ere) ervaringen omgaat met tegenslag, met gevoelens van angst, schrik, boosheid, eenzaamheid en dergelijke en hoe je de daaruit voortvloeiende stress al dan niet verwerkt.
Deze bagage nemen we dan weer mee naar en zal zijn invloed doen gelden in volgende relaties, scheidingen en verlies.




<< verbredingshypothese | losse flarden >>

Tuesday, February 1, 2011

Beheersmodus versus ontwikkelingsmodus

Ruim een jaar geleden mijmerde ik eens wat over de soms zo moeizame verhouding tussen de theorie en praktijk in: Er is niets zo praktisch als .....
Daarin maakte ik gewag van wat ik maar even mijn praktisch-theoretisch werkmodelletje wil noemen nl. dat van beheersmodus versus ontwikkelingsmodus. De gedachte daarbij is je bewust te zijn of te worden in welke modus je functioneert en daar waar mogelijk de beheersmodus te verlaten en over te stappen op de ontwikkelingsmodus. Nadat recent een klaarblijkelijk vastgelopen situatie kort maar hevig in het nieuws kwam wil toch nog eens trachten wat nader uit de doeken te doen wat ik daar nu mee bedoel.

In het werk van groepsleiding of (ortho)pedagogische begeleiding stuit je regelmatig op situaties die bedreigend zijn of schijnen en derhalve om een vorm van beheersing vragen. Iedereen in dit werk zal vast de nodige voorbeelden hebben gezien van agressie naar personen, materiaal en van automutilatie in geval de agressie naar het zelf gericht is. Deze situaties laten meestal een diepe indruk achter en we willen gewoonlijk niets liever dan herhaling tot elke prijs vermijden. Als we echter al te zeer op het voorkomen en vemijden gespitst raken en dat voor een belangrijk deel onze aandacht en gerichtheid gaat bepalen zitten we dus duidelijk in de beheersmodus.
We proberen gevaarlijke, bedreigende en uit de handlopende situaties te beheersen en dat is soms maar goed en hard nodig ook. Een eigenaardigheidje van ons mensen is evenwel, dat moet toch gezegd, dat we nogal gewoontedieren zijn en het gevaar is meer dan alleen maar denkbeeldig dat deze beheersmodus, vaak ingefluisterd door vrees en ervaring, de gangbare bedrijfsmodus wordt of gewoonte dreigt te worden.



Maar het zijn niet uitsluitend dergelijke heftige situaties die in ons de drang tot beheersing en controle aanwakkeren. Het zit ons toch allemaal een beetje in het bloed. (zie eens wat politici en managers zoal doen; waar ze eer mee in trachten te leggen en applaus en vette beloningen voor vragen)
Het is natuurlijk ook niet per definitie verkeerd om invloed te willen uitoefenen en de dingen een bepaalde kant uit te willen sturen; het tegenovergestelde zou zijn alles maar te laten waaien en laten gebeuren en dat lijkt me ook niet een houding waar we veel waardering voor op zullen kunnen brengen of die we zouden willen stimuleren.
Zo is het vrij normaal in en eigen aan de praktijk van pedagogische begeleiding dat je een kind, pupil of cliënt een bepaalde richting in probeert te sturen en het is al even normaal dat dat niet altijd zomaar een-twee-drie lukt, dat weleens met wat strubbeling gepaard gaat en niet altijd direct vrolijke gezichten zal opleveren.

Vrij gemakkelijk voelen we ons in dit werk nog wel eens persoonlijk geraakt of aangevallen en dan dreigt het al snel hart tegen hart danwel hard tegen hard te gaan. Daar waar het wat heftiger confrontaties betreft en daar waar eisen en verlangens van de machtiger partij stuiten op schijnbare onwil danwel onmacht van de andere partij en waar drang en dwang stuiten op hindermacht, protest en/of agressie is het zinnig en geboden om te bedenken dat degeen waarvan verlangd wordt dat die zich naar onze wensen schikt dat nu net weleens niet zou kunnen omdat hij/zij dat op een veel basaler niveau, dan wij wellicht kunnen bevroeden, het zelf als onoverkomelijk controleverlies kan voelen.

Hoe is de ene modus of wijs dan van de andere te onderscheiden?
Wel vooral intuïtief en door zelfonderzoek, maar dat is wellicht wat te vaag.

Wanneer je als begeleider soms of vaak bezig bent met: sturen, controleren, gebieden, verbieden, dwang en drang toepassen, met beloningen zwaaien en strooien om bepaald gedrag te stimuleren, dreigen met of toepassen van sancties, beperken en inperken van vrijheden en het beperken of afkappen van de onderlinge communicatie, dat alles soms op subtiele wijze en veelal met de bedoeling om gevreesde en ongewenste situaties te voorkomen dan zit je dus klip en klaar in de beheersmodus!

Beheersen en dus de beheersmodus kunnen behulpzaam of soms bittere noodzaak zijn voor de goede orde en om een leefbare en werkbare situatie te creëren. Dus als middel en niet als doel! Het aan doelen werken valt in mijn woordenboekie onder de ontwikkelingsmodus. Het is dan ook geboden de doelen niet uit het oog te verliezen en waar mogelijk de ontwikkelingsmodus de ruimte te geven. Een gevaar of valkuil in ons werk is dat de beheersmodus gewoonte en cultuur kan worden.
Een beheerscultuur verraadt zich voor de goede verstaander in gedrag, pedagogische intentie, sfeer alsmede in de taal die begeleiders en gedragsdeskundigen bezigen, zowel in het algemeen als onderling en in rapportages.



De ontwikkelingsmodus, het spreekt voor zich, kenmerkt zich dan meer door het aan iets werken of naar iets toe werken en dan niet noodzakelijkerwijs of uitsluitend aan cognitieve of sociaal-emotionele ontwikkelingsdoelen op langere termijn alhoewel het altijd mooi is als het daar een vanzelfsprekend onderdeel van zou kunnen heten; maar vooral ook aan het samen dingen doen, door het werken aan een persoonlijke band (zoals bv. in Gentle teaching), een goede sfeer en wat spontane ontspanning door (samen) iets te doen, te maken of teweeg te brengen.

Het gaat hier dus niet om bekende theoretisch gevalideerde of meetbare constructen. Het is meer een karakterisering van iets dat je wel bij jezelf kunt waarnemen en waar je jezelf en elkaar op kunt bevragen. De simpele vraag is wat beweegt jou in je handelen en wat wil en denk je te bereiken met die manier van handelen. In geval van een overwegende beheerscultuur zal die gerichtheid overigens vaak al aan de sfeer te proeven, aan de taal te horen en aan de omgang met elkaar af te lezen zijn.

Ik hoorde Piet de Ruyter ooit eens verkondigen dat de mens in termen van diepere drijfveren en levensgevoel drie basale wijzen van zijn kent die wat door elkaar kunnen lopen maar waarvan er meestal één in min of meerdere mate duidelijk de overhand heeft. Die drie zijnswijzen zijn dan overleven, exploreren en beroepen worden.
De beheersmodus vertoont dan een sterke overeenkomst met de toestand van het overleven. Het wordt enerzijds vaak door de zijnswijze van overleven ingegeven en gevoed en aan de andere kant versterkt en verbreidt het zich en neigt ertoe anderen ook in die toestand te brengen. De ontwikkelingsmodus vertoont dan vooral een vergelijkbare overeenkomst met de zijnswijze die de Ruyter aanduidde als exploreren en zal vaker samenhangen met het beroepen worden.

Het is een onderscheid dat, voorzover mij bekend, nergens als zodanig in de theorieboeken vermeld wordt. Maar tevens een onderscheid waar alle werkers in de zorg zich, dunkt me, wel degelijk bewust van dienen te zijn. Ik veronderstel overigens dat we ons veelal ook wel bewust zijn van allerlei elementen uit bovenstaand verhaal en doorgaans hanteren we in die zin ook diverse bewuste en onbewuste normen en waarden gestoeld op de algemeen gangbare moraal en onze persoonlijke reflectie daarop. Opvoedings- of begeleidingsstijl en attitude luiden dan de gangbare termen daarvoor.
Ook (of juist?) in het werk in de zorg liggen bedrijfsblindheid en beroepsdeformatie nu eenmaal immer op de loer en blijft het nuttig onszelf en elkaar vragen van deze aard te blijven stellen.



Deze bespiegeling is uiteraard vooreerst en vooral aan mijn collega's in de zorg gericht. En dan wel de collega's op de werkvloer. Ik ben dan ook voornal nieuwsgierig naar reacties en op- en aanmerkingen vanuit die hoek.

Dick

Wednesday, February 10, 2010

De weersomstandigheden en andere ongemakken

Vanmorgen hoorde ik op de radio dat er in België 900 kilometer file stond.
Even later vernam ik dat een lezing over gentle teaching op het werk werd afgeblazen omdat de spreker voor Antwerpen vast stond in de file. Zo ging deze gelegenheid van wat ik eerder als bijscholing betitelde aan mijn neus voorbij.
Jammer want ik zou graag iets meer horen over deze benadering, die mij zeer sympathiek voorkomt en voorzover ik begrijp de nabijheid iets hoger in het vaandel heeft staan dan de distantie.

Maar ja, het weer is nu eenmaal een onberekenbare en niet altijd voorspelbare factor in het leven. De onvolprezen buienradar ten spijt.

En wat dat betreft doet het weer wel erg sterk denken aan onze emoties.
Ook al zo onvoorspelbaar en soms even onbeheersbaar en stormachtig.
Daarbij ook nog eens in sterke mate afhankelijk van de emoties en luimen van anderen.
We hebben namelijk allemaal iets vergelijkbaar met de buienradar, nl. een sociaal-emotionele radar.
Dat is dan weer iets dat speciale aandacht verdiend van o.a. opvoeders en begeleiders.
Zie in dat verband de vijf stukjes over Expressed Emotion op het blog van Henk50 onder de categorie Psychologie.

Ook in de psychologie dreigen en lijken onze emoties steeds het ondergeschoven kindje te worden.
Zoals ik in het vorige stukje betoogde kwam er met het werk van LeDoux vanuit de neurowetenschappen weer een stevige impuls om dit onderwerp zijn welverdiende aandacht te schenken.
En die hernieuwde belangstelling zal ongetwijfeld ook onder psychologen wel post vatten.
Het oude beeld was toch een beetje dat de wetenschappelijke psychologie zich vooral met cognitie en andere vermeende heldere of meetbare zaken bezighield terwijl psychotherapeuten en klinici maar moesten kijken of ze iets met die ongrijpbare emoties aan konden vatten.
Dat beeld is niet helemaal juist want in de 80er-jaren was Nico Frijda de voortrekker op dit terrein met zijn opus magnum De Emoties.
Hier een interview met Nico Frijda.


Dick
.

Tuesday, February 9, 2010

Joseph LeDoux; het emotionele brein en de amygdala

Als er een kennisgebied of wetenschapsterrein is waar de kreet 'booming' op past zijn het wel de neurowetenschappen. Dit mede door de vrij recente beschikbaarheid van nieuwe scantechnieken.
Binnen die wetenschap en zijn beoefening kwam Joseph LeDoux in 1996 in zijn boek The Emotional Brain met de klacht dat men zich voornamelijk bezighield met slechts zaken als waarneming, denken, redeneren of intellect kortom dat deel van de geest dat we cognitie noemen.

De emoties vallen er buiten. En een geest zonder emotie is geen geest. Dat is een ziel op sterk water - een koud, apathisch wezen, ontbloot van begeerte, angst, leed, pijn of genot.

LeDoux toonde aan dat tenminste een emotie te weten angst empirisch benaderd kan worden. In tegenstelling tot bv. taal dat een uniek menselijke eigenschap is, is angst een biologisch gegeven dat we met dieren gemeen hebben.
Hoewel Ledoux er aanvankelijk van uitging dat zijn bevindingen nauwelijks op belangstelling zou kunnen rekenen van psychologen en psychiaters bleek dat na het verschijnen van zijn boek tot zijn verrassing nadrukkelijk wel het geval te zijn.
bijna te enthousiast. Het kwam bijna neer op kritiekloze aanvaarding.
meldde hij John Horgan in diens boek The Undiscovered Mind en
Ik heb alleen wat ideeën geopperd
Zie hier een interview met LeDoux over een en ander.

In ieder geval staan de amygdala nu onmiskenbaar op de kaart en in de belangstelling.
Die twee kleine amandelvormige orgaantjes van het lymbisch systeem aan beide zijden van de basis van het brein.

Wat doen die amygdala of amandelkernen dan?

Zonder ook maar de minste pretentie van volledigheid lijkt de essentie te zijn: de amygdala functioneren als een soort schildwacht die altijd op zijn post is en nooit slaapt.
Deze schildwacht waakt over alle binnenkomende zintuigelijke stimuli en zodra er iets verdachts of bedreigends binnenkomt gaan zogezegd de alarmbellen rinkelen. Dit houdt in dat de vecht- of vluchtrespons in werking treedt en het organisme langs neurochemische weg in uiterste staat van paraatheid wordt gebracht om gereed te zijn voor actie.
Een uiterst effectief verdedigingsmechanisme wanneer er direct levensgevaar dreigt en een fractie van een seconde groot verschil kan maken..
Het alarmsignaal volgt twee routes, een korte en een iets langere; de eerste verloopt buiten ons bewustziijn om. Wat daar opvallend aan is, is dat de fysiologische vecht/vluchtrespons al op volle toeren draait alvorens er iets tot ons bewustzijn doordringt.
Eerst als de fysieke gewaarwording hiervan tot ons bewustzijn doordringt ervaren we wat we paniek, angst of onrust noemen.
Dat geeft ons inzicht in de oorsprong en de aard van deze emoties.
De gangbare opvatting dat wij iets zien, daarvan schrikken waardoor ons hart sneller gaat kloppen, de adrenaline gaat stromen etc. blijkt niet juist; ons schrikken is die gewaarwording van die overweldigende fysieke verschijnselen.
We kunnen al een ontwijkende beweging maken nog voor we ons van de reden hiertoe bewust zijn.
Als de fysieke reacties en veranderingen tot het bewustzijn doordringen zullen we die met ons vermogen tot taal en zelf bewustzijn gaan benoemen als bv. angst; mijn hart klopt sneller etc., ik ben bang, onrustig, gestressed of wat dan ook.
En ongeveer ook rond dat moment kunnen we ook ons gedrag en de omstandigheden evalueren en daar mogelijk bewuste keuzes in maken.
Als het gevaar ook in onze bewuste evaluatie blijft dreigen zullen de alarmbellen ook blijven rinkelen en het hele circus van de vecht/vluchtrespons in gang houden.
Blijkt onze bewuste evaluatie te zijn dat er geen echt gevaar is of er sprake was van loos alarm dan zouden idealiter de alarmbellen direct uitgezet kunnen worden en de effecten van de vecht/vlucht respons geleidelijk aan wegebben.

Helaas werken de mechanismen van het terugdraaien van de vecht/vluchtreacties minder snel en vaak minder effectief dan die van het inschakelen.
Een complicerende factor daarbij is dat er vanuit de amygdala talrijke verbindingen naar vele delen van de hersenen lopen maar er vanuit die delen veel minder teruglopen naar de amygdala. En dat geldt ook voor de frontaalkwab waar het bewustzijn zetelt.
Ook van belang is dat de amygdala niet alleen door sensorische stimuli getriggerd kunnen worden maar ook door onze herinneringen, gedachten of dromen.


LeDoux is behalve neuroscientist ook muzikant.
Zijn band heet the Amygdaloids en speelt nummers met klinkende titels als bijvoorbeeld:
It's All in a Nut
Heavy Mental
Brainstorm


.

Sunday, February 7, 2010

De vecht- of vluchtrespons; en de amygdala

De meeste psychologie/pedagogiek boeken die voor werkers in de praktijk zoals groepsleiding, welzijnswerkers of verpleegkundigen zijn geschreven, beginnen met een uiteenzetting van twee basale leertheorieën. Dit zijn dan de klassieke- en de operante conditionering; bekend van de hondjes van Pavlov en de box van Skinner.

Ik vermoed dat we over een jaar of tien zullen zien dat genoemde leer- en studieboeken in aanvulling op deze verplichte nummers de vecht- of vluchtrespons en de rol van de amygdala ook daarbij zullen behandelen.
Dit gezien het gewicht ervan als basale invloed op en sturing van het menselijk gedrag en functioneren.

Naar het schijnt duurt het gemiddeld zo'n 25 jaar alvorens nieuwe ontdekkingen doorsijpelen en hun weg vinden naar de geeigende school- en handboeken.
Het lijkt mij dat dat in onze tijd van flitsende informatietechnologie toch wel iets sneller zou mogen. Zeker als je bedenkt dat neurowetenschappers al enige tijd roepen dat 95% van hun kennis uit het laatse decennium stamt.
Ook hier dient zorgvuldigheid boven snelheid te gaan, zullen we maar denken en zorgvuldigheid betekent hier dan vooral zinvol verband en relevantie.

De term fight or flight stamt uit 1915 en komt van Walter Cannon.
De vecht/vlucht of fight- or flight response is vooral en al langere tijd bekend als oortzaak/verklaring voor het alom gevreesde en ons allen bekende en veel voorkomende verschijnsel stress.
Dit vooral door het baanbrekende werk van Hans Selye.
De notie dat veel stress veroorzaakt wordt door een veelal niet (meer) functionele vecht- of vluchtrespons is inmiddels gemeengoed.

Nu doet de term vecht- of vluchtrespons vermoeden dat het organisme, het beestje of de mens bij activering van dit fenomeen slechts twee mogelijke te actualiseren reacties ter beschikking staan. Het is je als de wiedeweerga uit de voeten maken of erop los slaan. Deze karikatuur is niet geheel juist.
Het heet ook wel de vecht-, vlucht- of vriesrespons, hetgeen al een derde gedragsoptie in beeld brengt.

Missy Vineyard stelt in haar boek 'How you stand, how you move, how you live' dat alle gewervelde diersoorten waar het gaat om zelfbeschermend of zelfverdedigingsgedrag vier stereotype vormen van gedrag vertonen:

- de vijand aanvallen of bedreigen

- bevriezen om aan de aandacht te ontsnappen

- terugtrekken of vluchten; weg van vijand of gevaar

- zich onderwerpen; onderdanig zijn en toegeven aan de wil van de sterkere

Een en ander kan zich in verschilende gradatie, combinatie en/of volgorde manifesteren.
Dit geeft toch al een wat rijker en genuanceerder beeld dan de gangbare term wellicht zou doen vermoeden.

De fight- or flightresponse brengt op verschillende niveaus en in variërende mate nogal wat fysiologische reacties teweeg maar ze wordt steeds geactiveerd door de amygdala.
Die amygdala vormen ons altijd op de achtergrond meedraaiende waak- en alarmsysteem dat we niet even uit kunnen zetten. Zoek maar eens op 'amygdala' of 'amandelkernen' in google of welke andere zoekmachine en zie een keur aan lezenswaardige tot onbegrijpelijk ingewikkelde artikelen voorbijkomen.
Deze faam en belangstelling hebben deze kleine amandelvormige orgaantjes ter grootte van twee bonen met name te danken aan de volgende baanbreker in dit verhaal, te weten Joseph LeDoux.
Over LeDoux en de amygdala een volgende keer meer.


Dick
.