Showing posts with label Henk50. Show all posts
Showing posts with label Henk50. Show all posts

Tuesday, August 27, 2013

Eigen afwijking eerst

Gisteren las ik op het blog van Henk50 een kritisch stukje over psychodiagnostiek onder het kopje 'Een plaatselijke diagnose'. Die titel suggereert een beetje dat er in het land van psycho-sociaal leed en ongemak nogal eens sprake kan zijn van 'plaatselijke buien en depressies'; en dat blijkt bij nadere beschouwing ook wel heel vaak het geval te zijn. Henk schrijft:
Daarbij is het opmerkelijk dat de symptomen correleren met het land waar de publicaties verschijnen. De meervoudige persoonlijkheidsstoornis werd vrijwel alleen in Nederland en de USA beschreven en zelden in Duitsland en België. Hyperventilatie wordt in Nederland veel beschreven, maar is in Spanje vrijwel onbekend. Zelfs binnen landen bestaan er grote verschillen. ADHD wordt in het oosten van de USA vijf maal zoveel gediagnosticeerd als in het midden en westen.
Zoiets moet al te denken geven. Kennelijk zijn er veel diagnoses die alleen in een bepaald taalgebied of zelfs in een bepaalde regio veel aandacht krijgen.
Dat zou ik nou toch ook denken, dat zoiets toch ernstig te denken moet geven. Misschien zijn wat kritische gedachten over de aard of de mate van wetenschappelijkheid, de algemene geldigheid en de reikwijdte van onze psycho-diagnostische categorieën en criteria hier wel op zijn plaats? En welke invloed en effecten mogen we daarbij toeschrijven aan de onvermijdelijke culturele inbedding van psycho-sociale fenomenen?
Psychische kwalen lijken dus ook al niet gevrijwaard van enige chauvinistische trekjes. Een bekende uitspraak over het 'eigen volk' parafraserend zouden we kunnen spreken van 'eigen afwijking eerst'; het hemd is nu eenmaal nader dan de rok, nietwaar?
En soms stuit je zomaar nietsvermoedend op dergelijke nationale voorkeuren. Toen ik, iets van een jaar of drie geleden, zomaar een zekere belangstelling voor het hoe en wat van de DSM begon te vertonen en en mede in verband daarmee weleens googelde op termen direct verband houdend met het fenomeen autisme viel het me in het bijzonder op dat daar op Nederlandse sites bijna altijd PDD-NOS uit kwam rollen terwijl de sites van onze Britse westerburen voor het leeuwendeel naar Asperger's syndroom verwezen. Alsof ......, ja maar dat kan toch niet waar zijn?
Nu was het toevallig ook een Brit, te weten de Engelse filosoof Bertrand Russel die dit fenomeen bijna een eeuw geleden (1927) al eens helder en pregnant aan de kaak stelde:
De manier waarop dieren leren, werd de laatste jaren vaak en met grote nauwgezetheid onderzocht. Over het algemeen kan men zeggen dat alle dieren, die zo zorgvuldig werden geobserveerd, zich zo gedroegen, dat ze de filosofie bevestigden waarin de onderzoeker al voor het begin van het experiment geloofde. Sterker nog: de dieren toonde zelfs het nationale karakter van hun onderzoekers. Dieren in Amerikaanse laboratoria rennen opgewonden rond, met ongelooflijke drukte en elan, om tenslotte door toeval de oplossing te vinden. Dieren die door Duitse geleerden worden geobserveerd, zitten stil te denken, totdat de oplossing tenslotte uit hun innerlijk bewustzijn wordt geboren.
Een bepaald interessant aspect, gelieerd aan dit verschijnsel is het zogeheten 'Rosenthal-effect'. Robert Rosenthal richtte zich op 'de psychologie van het psychologisch experiment' een keek welke invloed de zogeheten 'proefleider' op het gedrag van zijn 'proefpersonen' of 'proefdieren' kan en pleegt uit te oefenen. Een boeiend en belangwekkend verschijnsel dat in mijn boekie en in mijn terminologie (met het Hawthorne-effect, self-fulfilling prophecies en het placebo- en nocebo-effect) onderdeel van dat wonderlijke NKK-syndroom uitmaakt en ook nog eens in mijn dagelijks werk onmiskenbaar een belangrijke rol speelt. Wellicht te zijner tijd nog eens iets meer over dat 'Rosenthal-effect', of ook wel 'Pygmalion-effect'.

Tuesday, November 20, 2012

Au REPOS

REPOS staat hier niet voor eens lekker uitrusten of voor een plek om eens heel genoeglijk en ontspannen te vertoeven, maar voor de Rotterdam Elderly Pain Observation Scale. En dat betreft dan een poging om een uitermate subjectief gegeven als 'pijn' zoveel en zo goed als mogelijk te objectiveren in de zin van op de juiste signalen letten en die signalen op een juiste wijze te wegen.
Gistermiddag mocht ik op mijn werk een cursus/bijeenkomst bijwonen waar mevrouw drs. Anneke Boerlage verslag deed en uitleg gaf over haar specifieke bemoeienis met die REPOS. Dat betreft dan het gebruik ervan bij mensen met een ‘uitingsbeperking’ of mensen die ‘wilsonbekwaam’ heten te zijn. We konden ook even zelf oefenen door 10 maal aan de hand van twee minuten video-opnamen op de lijst van 10 items te scoren om vervolgens met behulp van een beslisboom een interpretatieslag te maken om in te schatten of je echt met uitingen van pijn of van eventueel ander emotioneel ongemak van doen hebt, waarna de mate van pijn op een schaal van 0 tot 10 gescoord kan worden.
Henk deed in twee blogjes onder het kopje ‘Pijn als onderschat thema’ al eerder verslag van eenzelfde middag veertien dagen geleden. Dan moest ik maar niet teveel in herhalingen vervallen en en liever daar naar verwijzen.
Over de prevalentie; als ik me niet vergis gaf mevrouw Boerlage voor de bejaardenzorg een schatting van ruim 160.000 gevallen onder dementerende bejaarden en voor de zorg aan verstandelijk gehandicapten een eigen schatting van zo’n 16.000 gevallen. Dan lijkt mij dat daar een wereld te winnen is en er een taak en een plicht ligt voor de zorg.
Mijn conclusie van deze middag luidt dan ook dat dit een bijzonder interessant onderwerp is en ook een belangwekkend onderwerp in de zin dat we op dit terrein een geweldige kwaliteitslag in de zorg zouden kunnen maken wanneer meer instellingen zich deze expertise eigen zouden maken en dan vooral een goed vervolg aan de uitslag van dergelijke metingen zouden geven. Nogmaals, het lijkt me evident dat een brede implementatie en een goed gebruik van deze schaal een enorme kwaliteitslag in de zorg zou kunnen betekenen. En dan doel ik niet op het soort kwaliteitslag dat vooral administratief van aard is, dat veelal gepaard gaat met nieuwe regeltjes, registratie- en controleprocedures, kortom het soort waar managers nogal eens goede sier mee plegen te maken maar op een zeer basale en voorwaardelijke verbetering van de levenskwaliteit van veel patiënten of cliënten.

Tuesday, August 28, 2012

Doe eens normaal

Op het blog van Henk50 werd ik enige tijd geleden opmerkzaam gemaakt op het boekje 'Doe eens normaal' van Malou van Hintum. Direct langs de boekhandel gegaan en zo kon ik dit boekje met de ondertitel 'over zin en onzin van psychiatrische diagnoses' nog tussen het badderen en het bellenblazen door lezen.



Malou van Hintum is zelfstandig journalist en publicist en interviewde ondermeer voor de Volkskrant Allen Frances. Ze schrijft over psychologie, psychiatrie, sociologie, sociale demografie en politiek & bestuur.

Om maar eens met mijn conclusie te beginnen: ik vind dit een uitermate zinnige en evenwichtige uiteenzetting over een onderwerp dat je zelden in een dergelijk bestek zo duidelijk en samenhangend beschreven en beargumenteerd ziet.
Ik zou het helemaal nog niet zo'n gek idee vinden om dit boek tot verplichte kost te verklaren voor een ieder die iets met de GGZ of aanpalende disciplines van doen heeft.


In haar inleiding stelt van Hintum dat de media-aandacht voor psychiatrische stoornissen fors is toegenomen hetgeen globaal in twee soorten verhalen resulteert. Enerzijds verhalen over het leed, de klachten, de symptomen en de beperkingen en anderzijds verhalen van critici die bezwaar maken tegen de 'medicalisering' van allerhande gedrag.

Daarbij is de DSM en vooral de versie die er aan zit te komen vaak het mikpunt van kritiek en onbehagen.
De observatie van van Himtum in dit verband:


Voor het ingewikkelde samenspel van biologische en omgevingsfactoren is nauwelijks aandacht, iets wat leidt tot karikaturale opvattingen over mensen met psychische aandoeningen.


Verder plaatst ze de diverse stoornissen weer in hun maatschappelijke context. Dat vind ik bijzonder sterk omdat dat in het huidige politieke en sociaal-culturele klimaat niet 'cool of sexy' lijkt te zijn en nogal veronachtzaamd wordt. Stoornissen zijn dan een individuele zaak geworden waar steeds vaker de zo populaire eigen verantwoordelijkheid en het 'eigen schuld, dikke bult' zich laten gelden en ben jij toevallig niet verantwoordelijk dan zijn het wel je 'foute genen' of 'verkeerde hersenen'; dan heb je gewoon domme pech, daar kunnen we niets aan doen.

Ook valt haar op dat de kritiek op de DSM doorgaans een nogal oppervlakkig karakter draagt en verbaast zich erover dat je nauwelijks fundamentelere kritiek op het classificatiesysteem zelf hoort.
Aan de hand van een aantal ideeën van clinici en onderzoekers schetst ze wat mogelijke aanzetten tot een ander empirisch onderbouwder systeem.



Over afzonderlijke stoornissen zijn boekenplanken vol geschreven. Dit boek probeert te beschrijven waar psychische aandoeningen vandaan komen, wat de zin en onzin is van psychiatrische diagnoses, en hoe we op een niet-stigmatiserende manier ruimte kunnen maken voor mensen die zich afwijkend gedragen. Omdat zo'n boek er mijn beste weten nog niet is, heb ik het geschreven.



En het lijkt mij toch dat de schrijfster daar, als aanzet tot een zinnige discussie, uitstekend in geslaagd is, iets waar wetenschap, werkveld, publiek en politiek haar m.i. wel even dankbaar voor mogen zijn!



wordt vervolgd >>

Friday, August 3, 2012

Nomenclatuur en denominatie

Ofwel hoe zullen we iets dan eens noemen?
Wij hadden in dit land ooit een zangeres en daarna ook nog een band zonder ..., maar meestal is het toch wel makkelijk als het beestje een naam heeft. Als het een hondje is zou je het bijvoorbeeld Fikkie kunnen noemen.


zie-> a)

Maar als het niet om eigennamen gaat wordt het al gauw wat ingewikkelder en kunnen en zullen we over betekenissen en definities gaan stoeien en steggelen. Enige consensus, die door de aard van de levende taal bijna altijd weeer rap op losse schroeven komt te staan, is dan wel eens gewenst.

Mijn oude Van Dale zegt hierover:

nomenclatuur –
0.1 geheel van vaste regels waarnaar de namen in een tak van wetenschap worden gegeven
0.2 naamregister
denominatie -
0.1 onderscheiding door naamgeving
0.2 religieuze groepering > sekte

Vraag je je toch even af waar die religieuze sekte opeens vandaan komt; maar als je ziet hoeveel fanatisme en geloofsijver discussies rond naamgeving soms kunnen oproepen, verklaart dat wellicht iets.

De tendens om te herdefiniëren en dingen anders te noemen kom je in ieder geval overal tegen.
Dat is natuurlijk ook logisch als de vlag de lading niet meer dekt, maar meestal zie je dat men zoiets doet om de zaken leuker, sexyer, cooler, interessanter, gewichtiger of minder afschrikwekkend voor te stellen dan ze werkelijk of ogenschijnlijk zijn. Beeldvorming is immers alles vandaag de dag.
Politici en beleidsmakers maken er hun dagelijks werk van en hebben er blijkbaar belang bij de beeldvorming aldus te sturen. Of het is gewoon om de aandacht te trekken en geld te verdienen zoals in de billion-dollar-business van marketing and advertising.

zie-> b)

Hoe dan ook we lopen er constant tegenaan, die nieuwe namen en andere betekenissen en vaak merken we die verschuivingen nauwelijks op.

Ook in mijn werk kom ik dit verschijnsel nogal eens tegen.
Elders vertelde ik al eens ooit in de zwakzinnigenzorg te zijn gaan werken om er op enig moment achter te komen dat ik in de zorg voor resp. geestelijk gehandicapten, verstandelijk gehandicapten en mensen met een beperking werkte. Daarbij spreekt men tegenwoordig ook graag over mensen met mogelijkheden, maar ik schat toch niet in dat die als officiële overkoepelende naam echt opgeld zal gaan doen.
Maar zoals Brederode reeds zei: 't kan verkeeren
zie-> c)

Toen ik laatst eens een orthopedagoog wilde bellen werd ik er middels de telefoonlijst weer even op geattendeerd dat (ortho)pedagogen en psychologen in ons werk sinds jaar en dag ook wel gedragswetenschappers heten te zijn. Een term die in de praktijk dan met hetzelfde gemak weer inwisselbaar blijkt met de kreet gedragsdeskundige of ook gedragskundige. Voorzover ik het kan overzien lijken de diverse termen nogal hapsnap door elkaar gebruikt te worden.
zie-> d)
Daarbij heb ik wel de indruk dat de naam gedragswetenschapper na vele jaren nu toch wel definitief ingeburgerd begint te raken. Dat verbaast mij dan weer enigszins omdat die denominatie niet alleen maar in en als naam overeenkomst vertoont met een bekende gedragsgerichte benadering maar ook iets meer onder die talige oppervlakte verbonden lijkt met de theoretische (en zo je wilt ideologische of sektarische) grondslagen van het behaviourisme.

Het lijkt me niet toevallig dat de term gedragswetenschapper zijn intrede in ons werkveld deed toen de invloed van het behavioristische gedachtengoed op zijn hoogtepunt was. Maar volgens mij is die invloed in zijn extreme vorm inmiddels danig getemperd en heeft die zienswijze wel wat corrigerende concurrentie gekregen van andere benaderingen. Zoals bijvoorbeeld die van Gentle Teaching van John McGee, een verklaard en uitgesproken tegenstander van een gedragsgerichte benadering.
Het is me nog niet opgevallen dat die nieuwe wind al ergens in de naamgeving terug te vinden zou zijn.

Zelf kan ik bepaald niet laaiend enthousiast worden over dit soort verbale nieuwlichterij maar dat komt wellicht omdat ik een beetje behoudend ben in deze en daarbij mezelf een redelijke voorstelling meen te kunnen maken van hoe een pedagogische of een psychologische benadering cq zienswijze eruit kan zien maar wat de insteek van de wetenschap van het gedrag behelst ...???; ik weet het niet!
Zal mogelijk iets van doen hebben met gedragsmodificerende technieken, gedragstechnologie en dergelijke.



Laten we nu bij wijze van spreken eens een gedragsdeskundige of -wetenschapper consulteren, en stel dat je na vele mislukte pogingen en de nodige frustraties daarover nu toch echt eens van je tabaks- en nicotineverslaving af wilt komen; zou de gedragsdeskundige je daar dan met zekerheid bij kunnen helpen?
zie-> e)
Mocht dat niet zo zijn vraag ik me toch af van welk gedrag de betreffende deskundige dan wel verstand heeft of meer mee kan dan de gemiddelde leek als u of ik?

Dan vraag ik me in verband hiermee zo maar af wat de bloggende goog Henk50 hier zoal van denkt; hoe hij zijn werk zou omschrijven en welk etiketje hij daar bij voorkeur op zou plakken?

___________________________

Wat dat laatste betreft werd ik op mijn wenken bediend en ontving de volgende reactie van Henk:

(te lezen achter zie-> ..))

a)
Onze Poes heet gewoon Poes. De cavia’s die hier logeren heten Kiwi en Mango. Geen idee waarom. Ik heet Henk. Dat betekent o.a.: “Hij die veel grond bezit…”.

b)
Volgens mij hebben uitgevers van studieboeken er ook veel baat bij, want als de naam verandert schrijven scholen een nieuwe druk voor. Zou het kunnen zijn dat een syndicaat van uitgevers achter al die naamsveranderingen zit?

Het is trouwens te gek voor woorden dat juist in de gehandicaptenzorg de namen het vaakst veranderen. Nog altijd noemen alle cliënten van mijn vroegere werk de instelling Noorderhaven. Dat is het dorp waar ze wonen. En terecht dat ze dat doen. Ik woon toch ook niet opeens in Bingamoza terwijl ik nog steeds in hetzelfde huis woon, maar de burgemeester heeft besloten dat ik nu opeens in Bingamoza woon? Dat deden ze alleen in dictatoriale regimes en in de gehandicaptenzorg.

c)
Over al die veranderende namen is ook een boek geschreven, maar ik ben de naam van de schrijfster en de titel van het boek vergeten. Dat heeft met mijn leeftijd te maken. Nee, niet met mijn ouderdom. Ik ben geen ouderwordend iemand, ik ben een man met aanzienlijke levenservaring.

d)
Toen ik vorig jaar meewerkte aan een boek leverde deze naam veel discussie op. Ik vind dat gedragswetenschapper helemaal niet klopt met het werk dat ik doe. Orthopedagoog wel. Dus het liefste zou ik dat zo houden. Is alleen een probleem dat orthopedagogen en psychologen op onze instelling hetzelfde werk doen, waarom zou je ze dan verschillend benoemen?

e)
Er zijn twee partijen nodig, iemand die verstand heeft van achtergronden van verslavingen en iemand die van zijn verslaving af wil komen. Ik heb onvoldoende kennis van achtergronden van verslavingen, dus wat dat betreft moet je niet bij mij zijn als je wilt stoppen met roken. Als de verslaving geworteld is in de vroegkinderlijke ontwikkeling zou ik wat meer mee kunnen denken…

Merci, Henk!

Misschien kan dit dan meteen de aftrap zijn van een soort van gast-column onder de noemer Speaker's Corner voor een ieder die werkzaam is in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en daar eens iets over kwijt wil.



Bij deze dus de uitnodiging aan alle, al dan niet bloggende, collega's die, uiteraard geheel op eigen titel, iets gezegd willen hebben over hun werk of een aspect daarvan.

Thursday, March 22, 2012

Aanhangsel (of attachment) bij hechtingstheorie (8)

In 'Het behaviorisme als paradigma' kwam het behaviourisme, met een exclusieve nadruk op waarneembaar gedrag, als ooit het gedroomde paradigmatisch referentiepunt van de psychologie ter sprake. De volgende kandidaat voor die positie leek de cognitivistische benadering te worden en nu zijn we dan volop getuige van een toenemende aandacht voor het belang en de invloed van sociaal-emotionele aspecten op onze psyche en gedrag.
Zo zien we de aandacht, mede als reactie op de dieptepsychologische onbewuste drijfveren van Adler, Jung en met name Freud, verschuiven van waarneembaar (meetbaar?) gedrag, naar cognitieve processen, weer naar de vaak duistere en niet zelden onbeheersbare dynamiek van onze emoties. Wekt bij mij toch een beetje de indruk van een cirkelgang.



Die groeiende belangstelling voor onze emoties en sociaal-emotionele ontwikkeling is op allerlei terreinen merkbaar. In de filosofie (Flameling), de psychologie (Goleman), de psychotherapie (Stroecken en Verdult) en de neurofysiologie (Ledoux en Damasio) om maar eens een paar dwarsstraten te noemen. Ook de James-Langetheorie (die nooit echt helemaal weggeweest lijkt) mag zich hierbij regelmatig in hernieuwde belangstelling verheugen.
Wellicht dat dit ook weer een 'paradigmatische wending' gaat heten. Time will tell.
Ik hou het met mijn vriend Brederoo maar weer op: 't kan verkeren!



Ook in mijn werk meen ik, de laatste jaren, een wending in die richting te bespeuren. Zij het dat ik vind dat de theoretische en methodische grondslag en verankering daarvan nog al eens te wensen overlaten. Maar ook daar is schoorvoetend enige ontwikkeling ten goede te bespeuren; zo hoor ik al zo'n twee jaar dat ik eens in de methodiek van Gentle Teaching geschoold zal gaan worden.
En vorige week mocht ik een cursus-deel ontvangen van heel toevallig Henk50 over het onderwerp: Hechting!

Onze instinctieve aandrang tot hechting of attachment ligt in onze biologie verankerd. Het is een proces van tweerichtingsverkeer waarin aanvankelijk de zintuigelijke ervaring (zoals ook tast, reuk en smaak) een cruciale rol speelt.

Drie stellingen waar Henk zijn verhaal mee begon, wil ik hier ook maar even aanhalen omdat ze zo kernachtig en in een notedop de essentie van het gegeven hechting vangen:

1. veilige hechting vormt de basis voor alle emotionele ontwikkeling
2. er is geen kind dat zich niet hecht
3. niemand is helemaal veilig gehecht


Wij mensen zijn nu eenmaal nogal kwetsbare en brekebenige wezens en niemand komt helemaal zonder schrammen of kleerscheuren het leven door. Maar sommige mensen zijn weer iets of heel veel kwetsbaarder dan anderen en sommige mensen lopen wel ontzettend veel schrammen en builen op. We krijgen hoe dan ook allemaal op enig moment met afscheid, verlies en rouw te maken.
Daarbij geldt een veilige hechting dan als een protectieve factor of een leuk emotioneel startkapitaal en een onveilige hechting dan als een risicofactor en een verhoogde kwetsbaarheid.
Het draait er uiteindelijk om, hoe je op grond van en in zekere zin voorgeprogrammeerd door vroege(ere) ervaringen omgaat met tegenslag, met gevoelens van angst, schrik, boosheid, eenzaamheid en dergelijke en hoe je de daaruit voortvloeiende stress al dan niet verwerkt.
Deze bagage nemen we dan weer mee naar en zal zijn invloed doen gelden in volgende relaties, scheidingen en verlies.




<< verbredingshypothese | losse flarden >>

Monday, March 5, 2012

Attachment- of hechtingstheorie

Ruim een half jaartje geleden besteedde ik eens een paar blogjes aan het verboden experiment en aan zogeheten wolfskinderen of kinderen die geheel of in sterke mate verstoken van menselijk contact opgroeien, zoals in bijvoorbeeld de historische gevallen van Kaspar Hauser of Victor van Aveyron.

Het lag voor de hand, en ook in de bedoeling, om dat te vervolgen met wat wetenswaardigheden over hoe dat opgroeien met en door menslijk contact dan doorgaans verloopt. En dan kom je al snel op de zogenaamde attachment- of hechtingstheorie.



Nu wilde het geval dat Henk50 (orthopedagoog op twee wielen) in zijn blog Onderweg regelmatig in heldere en begrijpelijke bewoordingen uitleg gaf over het fenomeen hechting en gehechtheid. Het onderwerp was ook een terugkerend thema en liep als een rode draad door zijn stukjes over Opvoeding en Psychologie.
Ik dacht toen dus mooi en volop naar dat blog te kunnen verwijzen in mijn zoektocht door het onderwerp. Helaas liep dat blog onderweg onverhoopt schipbreuk op een dom streepje dat deskundige cybertechneuten even weg wilde werken; maar dat bleek iets meer voeten in de aarde te hebben dan gedacht. Zo ging een wat dit onderwerp betreft rijk gevuld blog verloren. Henk50 blogt inmiddels alweer geruime tijd vrolijk verder op Wordpress.

En wachtend op een mogelijke terugkeer van dat eerdere blog, schoof ik het onderwerp maar wat voor me uit om het vervolgens bijna te vergeten. Maar zoals hier maar weer eens blijkt is bijna nog niet helemaal en moest ik me maar alsnog eens van die zelfopgelegde achterstallige taak proberen te kwijten.

Attachment >>

Saturday, February 18, 2012

Nogmaals dat kennen en kunnen

Kennen en kunnen .., denken en doen .., theorie en praktijk .. hebben natuurlijk van alles met elkaar te maken. Het lijkt wel wat op een dansje in twee maten. De volgende pasjes zouden zomaar .. lichaam en geest .., materialisme en idealisme .., kunnen heten. Maar die pasjes maak ik nog maar even niet; ik word zo al een beetje duizelig.



Dan maar liever even terug naar dat kennen en kunnen. En dan niet met het oog op taalkundige scherpslijperij over wat al dan niet correct Algemeen Beschaafd Nederlands mag heten maar meer in de lijn van het taalanalytische onderscheid tussen knowing-that en knowing-how.



Nu is het niet zo dat we met dat kennen of knowing-that en kunnen of knowing-how twee klip-en-klare, helder en eenduidig te omschrijven activiteiten uit het menselijk repertoire bij de kop (of de staart) hebben. Het leven is toch altijd weer veelvormiger dan de leer.

Neem nou dat kennen. Het maakt toch een enorm verschil of ik het antwoord op een som of een weetjesvraag weet op te dreunen omdat ik toevallig bij de oplossingen achter in het boekje gekeken heb en het juiste antwoord weet te memoreren of dat ik een redelijk comlex wiskundig of andersoortig probleem kan doorzien en daar middels een zinnige verklaring of oplossing blijk van kan geven. Het is het verschil tussen weten als één-op-één benoemen en weten als doorzien, doorvoelen, begrijpen of verklaren van meer ambigue situaties. Dat daar een wereld van verschil tussen kan schuilen is iets waar je je maar beter van bewust kunt zijn en anders wel gauw duidelijk zal worden wanneer je bijvoorbeeld als begeleider met zogeheten autisten van doen krijgt.



En dan dat kunnen. Dat heeft ook al niet zo'n eenduidige betekenis. In principe of onder specifieke omstandigheden iets kunnen doen is bepaald niet hetzelfde als dat onder alle of diverse omstandigheden te kunnen of juist als het er op aan komt je mannetje weten te staan. Het is het verschil tussen kunnen en áánkunnen. Het denken over en het inschatten van dat verschil is een specialitieit van Henk50.

Bovengenoemde voorbeelden van onderscheiden menselijke vaardigheden/activiteiten tonen overigens een sterke familie-overeenkomst met het onderscheid tussen ‘Verstehen und Erklären’.

Saturday, April 30, 2011

Syndromatisch?

Op mijn Firenze-verslagje reageerde Henk 50 (mocht ie willen die 50) met een verwijzing naar een fascinerend en intrigerend fenomeen dat, sinds de late jaren tachtig, wel bekend staat als 'Het Stendhal-syndroom'.



De Florentijnse psychiater Graziella Magherini benoemde dit verschijnsel aldus naar de franse schrijver Stendhal die in 1817 bij het verlaten van de Santa Croce zijn gevoel beschreef van op een welhaast verpletterende wijze overweldigd, verdoofd danwel uit de alledaagse werkelijkheid getild te zijn. Een bezoek aan de Santa Croce lijkt wel een verhoogd risico tot het oplopen van dit syndroom op te leveren. Misschien hadden wij geluk dat het vorige week net een puinhoop voor de kerk was i.v.m. de MTV-awards en is dat onze redding geweest; we zullen het, vrees ik, nooit zeker weten!

Klik hier voor een interview (ned.) met Graziella Magherini en hier, voor de die-hards, voor een artikel (it.) van haar hand over psychoanalyse en esthetische ervaring.



Het syndroom mag dan mede door de rol van Magheneri en Stendhal onlosmakelijk verbonden schijnen te zijn met de stad Florence, het verschijnsel als zodanig zou zich natuurlijk ook elders kunnen manifesteren. Bijvoorbeeld in de Hermitage zoals hier wordt verhaald. Ik weet nog wel dat ik destijds onder de indruk was van de Hermitage maar hoezeer en wat ik daarbij voelde kan ik me toch echt niet meer in detail herinneren; dus zal ik ook daar ws. niet door Stendhal's syndroom getroffen zijn.



En of het GoogleArtProject een degelijk voorbehoedmiddel tegen genoemd syndroom zou zijn? Daar ga ik zonder twijfel vanuit, maar het onthoudt u dan denkelijk even zo zeker van het ware genot.

Een vergelijkbaar syndroom heet het 'Jeruzalem-syndroom'. Hier worden de sterke emotionele en mentale reacties niet door de indrukwekkende schoonheid van kunstuitingen maar door de lijfelijke aanwezigheid op gewijde plaatsen of plekken van bijzondere religieuze importantie en betekenis teweeggebracht.
In wezen dus ook niet per se aan Jeruzalem gebonden.
Het zou me overigens niets verbazen als ik ook wat gevoelig voor dit syndroom zou blijken. Toen ik ooit bepaalde plekken in Jeruzalem en de geboortekerk in Bethlehem bezocht, meende ik religiositeit alom te voelen, te ruiken, te horen en te ontwaren. Maar misschien heb ik ook gewoon een grote, een makkelijk prikkelbare of een sterk ontwikkelde relikwab.

Nog weer een andere aanverwante variatie is het zogenaamde 'Paris syndrome'. Het bijzondere van deze specifieke aandoening is dat hij het vooral op Japanners in Paris gemunt lijkt te hebben.
Als ik dan eens op Paris Afbeeldingen google en zie wat dat voor overweldigends oplevert kan ik me, hoewel ik geen japanner ben, daar wel iets bij voorstellen; dit overweldigt mij toch ook wel enigermate.



Dan heb je, ook in de plaatsgerelateerde sfeer maar toch van geheel andere orde, ook nog het 'Stockholmsyndroom'. Natascha Kampusch, die vanaf haar tiende tot haar achttiende jaar 3069 dagen opgesloten zat en zich moest onderwerpen aan de grillen van een niet al te frisse en fruitige figuur, beschrijft dit fenomeen in haar boek 'De diefstal van mijn jeugd' op voortreffelijke wijze van binnen uit. Ze vecht en verzet zich hierin dapper en, dunkt me, terecht tegen het stigma annex publieke veroordeling dat een dergelijk label, etiket, diagnose in de openbaarheid en onze mediacultuur onverbiddelijk met zich mee lijkt te brengen. Dat lijkt soms op vechten tegen de bierkaai zeker als de deskundigen in hun ongekende wijsheid en hoogmoed over het hoofd schijnen te zien dat Natascha in deze ook bij uitstek een (ervarings)deskundige is.

Zo dreigen we inmiddels midden in syndroomland te belanden en zoals deze categorale wiki-pagina laat zien valt daar nog wel het een en ander te beleven. Mocht u ooit nog eens naam willen maken en lijken de kansen daarop nu niet al te rooskleurig, ontdek, bedenk of verzin dan ook eens een syndroom. Volgens mij zijn er nog wel vele te bedenken en als je de mogelijke variaties in menselijk gedrag eens afzet tegen de huidige wereldbevolking van 7 miljard moet hier toch een gigantisch gat in de markt aan te boren zijn.

Zelf doe ik al met enige regelmaat een gooi met het 'NKK-syndroom'; maar ja dat is zo'n wijd en zijd verspreid en alom aanwezig fenomeen dat het nog nauwelijks (h)erkend wordt en dan heb je qua claim-to-fame natuurlijk geen sterke troef in handen.
Tot zover maar de syndromatiek.



Om nog even terug te komen op onze ervaringen in Firenze of Florence of de stad van het syndroom van Stendhal; ruim tien jaar geleden streken wij hier ook al eens een dagje hier neer. Dat bezoekje toen bracht ons wat meer uit balans en zogezegd uit ons goede doen dan het verblijf van vorige week. Maar destijds kwamen we door files en verkeerschaos uiterst moeizaam met de auto de stad in, kwamen vanwege een wachtrij de Uffizi niet in, troffen in Pitti een ad hoc gesloten Galleria d'arte moderna, waren we moe en was Marian herstellende van een knieblessure die haar parten speelde. Geen ideale omstandigheden en niet het meest geslaagde uitstapje; wel een aanleiding om dat ooit nog eens beter over te willen doen. Dat is ons vorige week dan uitstekend gelukt.
Die eerdere ervaringen mogen dan wellicht als symptomatisch gelden voor de vermoeidheid en de frustratie van het moment, we kunnen ze toch moeilijk duiden als syndromatisch vanwege overweldigende en nauwelijks te bevatten esthetische ervaringen á la Stendhal.

Omdat het vandaag 30 april is en in het kader van het 'oranje-syndroom' dan nog even: hieperdepiep, een driewerf hoera en leve de konegin!

Sunday, April 3, 2011

(Onbe)grens(d)geval?

Henk50 schrijft in zijn blog Onderweg onder de kopjes Psychologie en Opvoeding nogal eens iets over en ter verheldering van het moeilijke begrip 'Borderline' en over denkbeeldige personen die deze diagnose opgespeld krijgen, de zgn. borderliners.
En ook over 'de diagnose' zoals onlangs in het stukje: De gekleurde bril van de diagnose, waarin een aantal zeer behartenswaardige en verhelderende opmerkingen over de diagnose. Het woord diagnose suggereeert een zekere mate van wetenschappelijkheid en derhalve aanspraak op de enige waarheid waar hier op goede gronden en m.i. volslagen terecht de nodige vraagtekens bij geplaatst worden.



De ingrediënten uit het heldere recept van Henk50 naar Lorna Smith Benjamin voor een goede diagnose lijken mij onmisbaar als we er iets van willen bakken en de onmisbaarheid ervan lijkt me onweerlegbaar en niet te ontkennen:


Een goede diagnose


a) houdt rekening met de ontstaansgeschiedenis van het gedrag (in een relationeel kader: deze persoon in zijn omgeving, waar binnen geleidelijk die gedrag zo gegroeid is),
b) brengt de huidige situatie in kaart in relatie tot de omgeving
c) en geeft ook aan wat er moet gebeuren om nieuw en ander gedrag te ontwikkelen.



Dat raakt dan tevens aan de achilleshiel van het nogal pretentieuze en ietwat uit zijn krachten gegroeide DSM dat hier al eens eerder ter sprake kwam.

In dit zelfde stukje werd ik opmerkzaam gemaakt op een nog een heel goed en verhelderend artikel over 'De bordeline persoonlijkheid' van de hand van Sonja Bouwkamp in Kintakt 25.
Een bijzonder aan te bevelen en lezenswaardig artikel voor een ieder met enige interesse in deze materie en niet in het minst voor mijzelf en al mijn collega's in de zorg. (ziehier het artikel in pdf-formaat)

Zonder de inhoud van dit artikel ook maar enigszins uitputtend of systematisch te willen bespreken (lees het liever zelf) wil ik er toch een paar opmerkingen bij plaatsen. Behalve dat er zinnige dingen over diagnoses worden gezegd, geeft het in begrijpelijke taal niet alleen een helder beeld van wat een 'borderliner' kenmerkt, maar ook van wat hem/haar beweegt. Als Bouwkamp aspecten als zwart-wit denken, gehechtheid, aantrekken en afstoten, verbondenheid en autonomie, veiligheid, euforie en wanhoop, manipulatief gedrag e.d. opvoert in haar schets van de 'borderliner', denk ik dat zijn toch universele thema's waar we allemaal mee te 'dealen' hebben evenals met bv. de zwaartekracht. Dat moet toch (Dilthey's Verstehen und Erklären indachtig) in belangrijke mate de ingang zijn om het gevoelsleven en soms onbegrijpelijke gedrag van de 'borderline persoonlijkheid' toch enigzins begrijpelijk en herkenbaar te laten zijn ook al doet een en ander zich bij zo'n persoon zich in een specifieke dynamische relatie voor en in vaak extreme intensiteit.



Sonja Bouwkamp beveelt tot slot een aantal stappen in het werken met de borderlinepersoonlijkheid aan, te weten:

1. Normaliseer
2. Werk samen
3. Leg patronen bloot
4. Stop destructieve patronen
5. Versterk de eigenheid
6. Help nieuwe patronen aan te leren

Een mooi lijstje, nietwaar?
Volgens mij zou menige hulpverlener zich al terecht op de borst mogen kloppen als hij/zij dit lijstje in de praktijk ook zo mooi weet af te werken en dan bepaald niet uitsluitend in het contact met de borderlinepersoonlijkheid!

Wednesday, February 16, 2011

ADHDieet?

Jemineetje wat een leuk ideetje, zo'n ADHDieetje!



Strikt dieet helpt kinderen met adhd

kopte de Volkskrant begin deze maand. Niet lang daarna in de zelfde krant de ervaringen van een gezin en de kritische reserves van voedingsdeskundige Martijn Katan. Dit als opmaat voor een door 'The Lancet' te publiceren onderzoek naar de effecten van een restrictief dieet op gedrag.



Het blijkt te gaan over de vakergehoorde claim en controverse over het verband tussen voeding en gedrag zoals kenmerkend voor de diagnose ADHD.
Nu gaat het hier om het PVG-dieet (Pelsser Voeding- en Gedrag) dat voor de gelegenheid omgedoopt is tot het REDieet (Restricted Elimination Diet).
Aan dit onderzoek en de presentatie ervan in het nieuws kleven een aantal nogal ingewikkelde aspecten. Zoals ondermeer de diagnose die steeds verder opgerekt lijkt te worden. Wat mag nog ADHD heten?

De commentaren op dit artikel in de trouw bieden een aardig zicht op en illustratie van hoe dit item de gemoederen kan beroeren en ook van een aantal aspecten en controversen die doorgaans aan de discussie over dit onderwerp schijnen te kleven.
Hier nog even Katan over de dubbelblind-eis.

Één aspect vind ik daarbij in de meeste commentaren nogal onderbelicht en wel dat ook als het enthousiasme bij vervolgcijfers getemperd zou moeten worden en het niet 2/3 maar 1/3 succespercentage oplevert, of maar de helft daarvan het nogal altijd heel zinnig zou kunnen zijn voor een grote groep kinderen.
Maar bovenal het lijkt me een mooi voorbeeld van een op directe en persoonlijke ervaring gestoelde doe-het-zelf-behandeling.
Als ik me niet vergis heet zoiets tegenwoordig

'empowerment'

.
Dat is toch mooi, dat willen we toch allemaal!; zelf het heft in handen nemen en zelf de vinger aan de pols houden?



Hooguit een beetje sneu voor 'Big Pharma' en/of de deskundigen, maar die hebben vast nog genoeg te doen of vinden wel iets nieuws. En als de deskundigen echte hulpverleners zijn, willen die toch ook niets liever dan mensen zo snel en zoveel mogelijk zelf de regie weer in handen geven, toch of niet soms?

Dan wel weer jammer dat, zoals Henk50 en ook de onderzoekers zelf opmerken, het veelal als een saai, moeilijk en/of belastend dieet ervaren zal worden.
Daarbij kan het in onze geïndustrialiseerde wereld soms al een hele toer worden om aan onbewerkte voedingsmiddelen te komen.

Sunday, January 2, 2011

Neuropraat

Het leek me dus zomaar eens tijd voor de nieuwe categorie: 'neuropraat'
Dit als maatje en tegenspeler van 'psychobabbel'.
Maar ze blijken natuurlijk een ééneiïge tweeling te zijn en het ei dan, wel dat zijn wij dan.
Dat zal dan ook onvermijdelijk met enige regelmaat vragen van het type kip-of-ei oproepen.



Op dit Blog kwamen al eerder de amygdala ter sprake; een onderwerp dat bij uitstek onder het kopje 'neuropraat' geschaard kan worden (bij deze dan).
'Neuroscience' is 'booming' mede dankzij de scantechniek fMRI ofwel functionele MRI (downloadable ppt tutorials) en de bevindingen daarvan worden ook al in lesstof verwerkt en inzichtelijk gemaakt voor 'kids'. Aldus en ook door het algemeen gangbare gebruik van de computermetafoor voor het brein worden bepaalde noties en inzichten over het functioneren van 'onze hardware' al gauw gemeengoed.

Uiteindelijk draait het toch telkens weer om de alomaanwezige, immer intrigerende en interessante verhouding tussen lichaam en geest.

Ook werd eerder op dit Blog (met dank aan Henk50) melding gemaakt van het Charles Bonnet-syndroom, ook al zo'n neuropraat-fenomeen. Nu heeft Oliver Sacks, op de hem bekende en eigen wijze, ook het een en ander te melden over dat syndroom, de menselijke geest en het brein en zijn verhaal lijkt mij een zeer toepasselijke opening voor een rubriek die 'neuropraat' wil heten:

N.B. Nederlandse ondertiteling in te stellen door op 'View subtitles' te klikken.

Thursday, November 11, 2010

John McGee (4); losse eindjes

Inmiddels staan er zo'n tiental stukjes over gentle teaching op dit Blog. Dat mag behalve als een poging er iets meer van te begrijpen ook gezien mag worden als een blijk van sympathie voor deze benadering. En zoals ik me eerder liet ontvallen vind ik dat de GT-filosofie ook buiten de zorg de nodige aandacht en aanhang zou verdienen. Wat John McGee naar mijn mening namelijk op sublieme wijze doet is het opkomen voor en stem geven aan de zwakkeren en meest kwetsbaren onder ons en handen en voeten geeft aan uitspraken als: 'wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet' of 'verbeter de wereld en begin bij jezelf'; zonder al te veel in gemeenplaatsen of oppervlakkigheden te blijven steken.



Dat laat echter onverlet dat de vragen en kanttekeningen die ik eerder in de stukjes 4 en 5 en 6 over Gentle Teaching naar voren bracht voor mij nog altijd gelden. Die zal ik hier niet nog eens letterlijk herhalen maar ik wil tot slot toch nog een paar kanttekeningen aanstippen.

Het schijnt mij nog altijd meer een prijzenwaardige grondhouding dan een methodische werkwijze.

Het lijkt mij vooral gericht op de basale ontwikkeling van iets dat als fundamenteel vertrouwen of hechting bestempeld zou kunnen worden. De vraag rijst dan of dat altijd het enige of het belangrijkste is waar je aan wilt werken. Als er op dat vlak een redelijke basis ontstaat of aanwezig is zul je toch vast ook wel eens aan andere dingen kunnen en willen werken. En daarbij zul je dan ook wel eens bewust wat minder meegaand en toegeeflijk zijn dan McGee laat zien en ook wat directiever. Hiermee samen hangt ook de vraag of een massieve GT benadering zoals we die in de video's van en door McGee toegepast zien voor iedereen of voor een specifieke groep geïndiceerd zou zijn.

Daarbij kunnen we op merken dat McGee veel tijd en ruimte neemt of krijgt en al zijn aandacht en energie op een persoon kan richten hetgeen, zoals ik bekend mag veronderstellen, mij en het gros van mijn collega's niet gegeven is. McGee merkte in verband met al te nijpende personele onderbezetting op dat als we daardoor niet aan een bepaalde norm en standaard kunnen voldoen, we de tent maar beter konden sluiten; maar ik weet niet hoe serieus hij dat bedoelde en of de zaken er daardoor beter op zouden worden. (In Italië hebben ze op andere gronden ooit de deuren van de psychiatrische ziekenhuizen opengezet en zie wat ze daar nu voor een premier hebben en hoe die er een gekkenhuis van lijkt te maken)

De soms wat verregaande en lieflijk getoonzette toegeeflijkheid die McGee naar de mensen waar hij mee werkt betoont, heeft hem nogal eens kritiek opgeleverd waarvan hij zegt: 'they say I'm spoiling them and I'm babying them' en nog iets (dat ik vergeten ben) en dat ik allemaal maar even als 'verwennen en pamperen' wil samenvatten. De reactie van McGee op die kritiek is: 'but that is what we do with our little children the first three years of their lifes', we verwennen en pamperen ze en dan gaan we ze geleidelijk aan dingen leren over onze onderlinge verhouding, de sociale werkelijkheid en de grote wereld en dat lijkt allemaal onder de noemer 'stretching' of 'oprekken' te gaan. Maar hoe gaat dat stretchen dan in zijn werk? Daar werd helaas niet over uitgeweid op de woensdagmiddag. (zie GT-website methodiek voor meer info hierover)
Nu doe ik in mijn werk vaak bewust iets dat je stretching zou kunnen noemen maar dat ik in veel van die gevallen echter ook 'systematische desensitisatie' zou willen noemen. Juist!; een term uit de taal van het behaviorisme. Zo zit dat nu eenmaal in mijn hoofd en in mijn bescheiden gereedschapskoffertje waar McGee naar ik begrijp dan het labeltje 'psychological arithmetic' op zou willen plakken.

Een andere vraag waar groepsleiding bij de omarming van GT in de praktijk weleens tegenaan kan en zal lopen lijkt mij die van: laat ik mij of in hoeverre laat ik mij uitingen van agressie als bv. spugen, schelden en slaan welgevallen? Dat is dan een vraag waar niet even simpel antwoord op past en die tot de nodige discussie aanleiding kan geven.

Tot zover mijn reactie op wat ik tot dusver wat GT begrepen en meegekregen heb.
Op het Blog van Henk50 valt ook met enige regelmaat de naam van John McGee naast overigens die van Jesper Juul en die van Jacques Heijkoop.

Wat ik verder ook van John McGee en zijn ideeën moge vinden, ik kan moeilijk beweren dat het niet tot nadenken stemt of niet hier en daar tot een aantal zinnige (her)overwegingen kan leiden.

<< vorige

Sunday, October 31, 2010

Zin en/of behoefte?

Vanwege het ingaan van de wintertijd duurde dit weekend een uurtje langer dan anders en dat vond ik wel leuk.
Daar had ik nu wel eens zin in en behoefte aan, zo'n extra uurtje. Maar hoe zit dat nou met die zin en behoefte?





Kinderen weten over het algemeen waarin ze op een bepaald moment zin of geen zin hebben, maar ze hebben geen idee wat hun belangrijkste behoeften zijn.


schrijft Jesper Juul in Gezinsleven op blz. 125..

Zowel op zijn Blog als in de reader 'Werken met kunnen en aankunnen' besteedt Henk50 in navolging van Juul ook de nodige aandacht aan deze onderscheiding van 'zin' en 'behoefte' dat hij in de reader als 'een intrigerend onderscheid' aanduidt. Ik denk dat 'intrigerend' hier een rake kwalificatie is in de zin dat het voor de meeste mensen, voor zover ze zich dat al af zouden vragen, toch een moeilijke zaak zal blijken om uit te maken waar het één begint en het ander ophoudt of vice versa.

In deze tijd waarin de tijd die ouders en kinderen samen doorbrengen 'quaility time' is gaan heten en dan alles natuurlijk wel leuk en een beetje 'fun' moet zijn zal dat onderscheid ook niet altijd helder zijn. (Je kunt je ook afvragen hoe leuk verplicht en soms haast dwangmatig leuk nog kan zijn?; maar dat is hoewel een aanverwante toch weer een andere vraag)
Ook in mijn werk waar steeds vaker in zgn. 'mission statements' de wens van de cliënt centraal gesteld wordt lijkt het mij onze professionele verantwoordelijkheid om in de gaten te houden waar de wensen en de behoeften van de cliënt op onwenselijke wijze uit de pas zouden kunnen gaan lopen.



Mij komt het als een zinnig en bv. in de opvoeding en begeleiding als een uiterst relevant onderscheid voor dat van tijd tot tijd enige aandacht en overdenking waard is.

Het doet me sterk denken aan een onderscheid waar Henri van Praag het boekje 'Dialoog der generaties' (1970) mee begint. Hij hanteert dit onderscheid als een manier van kijken naar onze huidige cultuur. Hier vraagt van Praag (met dank aan de russische reflexpsychologen en de amerikaanse behavioristen) de aandacht voor het onderscheid tussen twee soorten prikkels te weten 'drives en reinforcements'. Daarbij merkt hij op dat in geval van drives zoals bv. honger, dorst en vermoeidheid de economische wet van Gossen en Jevons opgaat, nl. dat de behoefte afneeemt met de bevrediging ervan. Dat verhaal gaat echter niet op bij reinforcements als bv. lekkere trek, alcoholdorst en lekker luieren. Daarbij citeert hij Tsjachotien: 'Beloningen en straffen moeten steeds versterkt worden, totdat ze niet meer functioneren' of in behavouristische termen: reinforcements bereiken eens een verzadigingspunt en verliezen dan hun werking. Het stukje wordt besloten met de woorden: 'Het hier gegeven betoog is geen filippica tegen de reinforcements, maar een waarschuwing tegen reinforcements die de drives niet versterken, maar verdringen, die de creativiteit verminderen en de eenzaamheid vergroten'.

Vertonen deze argumenten geen frappante parallel met de noties die spelen in het onderscheid tussen zin en behoefte?

Als je nog eens aan de hondjes van Pavlov denkt kun je je daarbij ook nog afvragen hoe stevig de reinforcement moet zijn om een natuurlijke reactie op een dwaalspoor te krijgen en of alleen associatieve processen niet al voldoende zijn?

In het vervolg van deze tegenstelling tussen drives en reinforcements trekt van Praag overigens een parallel met de tegenstelling tussen zelfverwerkelijking en zelfbevrediging.

Professor Henri van Praag was een bijzonder man en als wetenschapper een zeldzame en self-made huomo universalis; hij was ondermeer pedagoog, filosoof, godsdiensthistoricus en parapsycholoog.

Wednesday, October 27, 2010

Gezinsleven volgens Juul

Het gezinsleven van Marian en mijzelf en de opvoeding van onze 15-jarige poes Shailish zijn nu niet zo onstuimig of van dien aard dat ik het nodig vond om daar nu eens speciaal een boekje over open te slaan.



Toch las ik onlangs het boekje 'Gezinsleven' van Jesper Juul.
Aanleiding daartoe was meer de herhaalde aanbeveling van dit boekje op het Blog van Henk50.

In de inleiding beschrijft Jesper Juul kort hoe het landschap van het gezinsleven en de opvoeding vooral sinds de 60er jaren drastisch veranderd is. Daarbij wat maatschappij-kritische noten over hoe het marktdenken tot in alle nerven en de psyche van het hedendaagse leven lijkt doorgedrongen. Men is vaak onzeker over de opvoeding. De ooit zo onwrikbare of nauwelijkse betwiste en bevraagde gemeenschappelijke normen en waarden van groep of klasse ontbreken of voldoen niet meer. Men verhult die onzekerheid ook niet altijd meer en gaat hardopvragend op zoek naar hulp of raad. Ziedaar de aanleiding voor dit boekje van Juul. Juul is wijselijk niet iemand die terug wil naar hoe het vroeger was maar iemand die wil kijken hoe we verder vooruit kunnen vanuit de huidige verwarring die hij als een tussenfase beschouwt.

Het marktdenken heeft ook wat Juul noemt 'de markt van de deskundigen' (en wat ik ken als 'de markt van welzijn en geluk') voortgebracht. En daar propageert en verkoopt men natuurlijk veelal allerhande methoden, concepten en kant-en-klare modellen. Juul ziet geen heil in dergelijke algemene trucs en foefjes.
Hij wil werken vanuit een viertal universele of transculturele menselijke waarden waar de meesten van ons zich wel in zullen kunnen vinden, te weten: gelijkwaardigheid, integriteit, authenticiteit en verantwoordelijkheid. Die zijn dan tevens respectievelijk het onderwerp en de titel van de eerste vier hoofdstukken en daarmee is de schematische opbouw van het boekje gegeven. Door dat alles heen loopt dan de rode draad dat de ouders en volwassenen, met alle respect voor de eigenheid van het kind, het initiatief, de leiding en de verantwoordelijkheid dienen te nemen in de begeleiding naar volwassenheid.



Buiten het bovengenoemde zie ik weinig of geen methodiek of schematisering in hoe Juul zijn onderwerp benadert. Wel staat het hele boekje vol met legio concrete praktijkvorbeelden om de intentie van het boek te illustreren en te verhelderen. De voorbeelden die Juul aandraagt zijn alledaags en herkenbaar en zijn observaties en opmerkingen getuigen m.i. van de nodige praktische wijsheid. En ze hebben niet uitsluitend betrekking op de opvoeding als zodanig maar ook op allerlei kwesties in de relationele sfeer en op thema's als communicatie en volwassenheid in het licht van de eerdergenoemde waarden. Wat valt er ook anders te verwachten van een door de wol geverfde gezins- en relatietherapeut!
Daardoor is dit boekje niet alleen voor ouders interessant, maar in feite voor iedereen die bereid is er iets van op te steken en zeker ook voor mij en mijn collega's als werkers in de zorg.

Warm aanbevolen dus, ook namens mijn persoon! Ik vermoed zo dat veel relaties nog wel wat juligheid zouden kunnen gebruiken.

De naam Jesper Juul was mij onbekend tot ik hem op het Blog van Henk50 tegenkwam.
Jesper Juul blijkt een relatietherapeut uit de school van Walter Kempler.
Kempler die zijn relatietherapie wisselend experiëntiële- of gestalttherapie noemde was een 'associate' en geestverwant van Fritz Perls (die ooit weer eens tevergeefs bij Freud in London aanbelde om .... maar zover wil ik niet gaan ... wie dat weten wil .... slaat daar de biografie van Perls maar eens op na!).
Jesper Juul runt al enige tijd het Kempler-instituut.
De ideeën van Juul over opvoeding hebben inmiddels zoveel weerklank gevonden dat er internationaal een soort school of beweging (aan het) ontstaan is die zich verenigt onder de naam Family-Lab. Deze beweging opereert inmiddels in 11 landen, waaronder zich overigens niet Nederland bevindt.
Hier wat beelden met intro's over, uitspraken van en interviews met Jesper Juul op youtube.

Thursday, July 22, 2010

DSM5 of DomSM5?

Had u wel eens gehoord van Allen Frances? Ik tot zo'n anderhalve week geleden niet! Ik kan helaas geen Wiki-entry over hem vinden maar in 1994 noemde de New York Times hem nog de machtigste psychiater van Amerika op dat moment. Dat omdat hij de taskforce leidde die resulteerde in DSM4.

Over de DSM en de toepassing daarvan heb ik al eens wat twijfels geuit en vergelijkbare opmerkingen lees ik ook wel eens op het blog van Henk50. Daar las ik gisteren het volgende stukje m.b.t. De diagnose: autisme.



In een editorial van het Human Givens Journal lees ik vorige week dat genoemde Allen Frances, emeritus hoogleraar psychiatrie aan de Duke University School of Medicine en voorzitter van de blauwdrukcommissie van de vorige DSM-versie zich ernstige zorgen maakt over de richting die DSM5 dreigt te nemen. Frances zegt door schade en schande wijs geworden te zijn en zich goed te realiseren hoe kleine veranderingen in de definities van geestesziekten grote onvoorziene en onbedoelde gevolgen kunnen hebben. Hij uitte al eerder regelmatig zijn bezorgdheid hierover maar n.a.v. de eerste op het internet gepubliceerde blauwdruk gooit hij de knuppel in het hoenderhok en reageert in 'Psychiatric Times' met een vernietigend artikel getiteld: Opening Pandora’s Box: The 19 Worst Suggestions For DSM5; waarin hij de 19 slechtste suggesties voor de op stapelstaande nieuwe versie eens op een rijtje zet.
(Het betreffende artikeltje kon ik gisteravond nog zo tevoorschijn googelen, maar nu moet ik opeens inloggen dus ik weet niet of de lezer daar zomaar bij kan komen; zoniet vind je hier iets van inhoudelijk vergelijkbare strekking: DSM5 in Distress)

Houdt u zich vast hier; volgt een kleine bloemlezing:

Wat te denken van de voorgestelde diagnose 'psychosis risk syndrome'?

Volgens de meest voorzichtige studies zou de onterechte diagnosestelling hier op een schrikbarende 70-75% uitkomen maar wordt hoogstwaarschijnlijk veel hoger als de diagnose eenmaal aanvaard en gebruikelijk zou worden en het zou zo goed als zeker een interessante target voor de farmaceutische industrie worden.

Of wat dacht u anders van de 'mixed anxiety depressive disorder'?

Zoiets bedenk je toch ook niet op elke vrije namiddag! Hiervoor moet u een aantal non-specifieke symptomen vertonen die gewoonlijk wijdverbreid over de algehele populatie voorkomen en daarmee zou het al gauw een van de meest voorkomende stoornissen worden; in die zin vergelijkbaar met ADHD of erger.

Dan hebben we ook nog de 'minor neurocognitive disorder'.

Ook omschreven door non-specifieke symptomen van in dit geval een verminderd cognitief functioneren of prestatievermogen; wederom iets dat zeer algemeen voorkomt en misschien wel een onvermijdelijkheid bij mensen boven de 50.

Als toetje dan nog even de 'Temper dysfunctional disorder with dysphoria'.

Volgens Frances een van de gevaarlijkste en slechtstdoordachte suggesties voor DSM5. Een volslagen misplaatste medicalisering van woedeuitbarstingen die een ongehoorde hausse in het gebruik van anti-psychotische medicatie teweeg zou brengen met alle gevaren van dien.

Frances hekelt verder de slechte schrijfstijl die gehanteerd wordt en zichtbaar inconsistentie en incoherentie in de hand werkt. Ook heeft hij geen goed woord over voor de voorgestelde drempelverlaging voor vele bestaande diagnoses.


Bredero indachtig lijkt de vorige chairman in een van de grootste en een formidabele tegenstander veranderd. Dat is toch niet helemaal het juiste beeld. De definitieve versie van DSM5 moet over een jaar of drie het licht gaan zien en Frances probeert te redden wat er te redden valt en of dat nog zin heeft, 'only time will tell'. Frances weet heel goed dat het bestaande DSM-safetynet al heel wat onbedoelde bijvangst heeft met alle gevolgen vandien voor de betrokkenen. Er zijn lieden en bewegingen die de DSM heel wat resoluter afwijzen en in de beklaagdenbank zetten dan Allen Frances. (misschien daarover later nog eens iets meer)



We gaan er de komende jaren vast meer over horen en er liggen weer gouden tijden voor psychiaters en pillendraaiers in het verschiet. Het ziet er helaas voor lieden in de omgeving van Oss niet naar uit dat ze van deze opleving mee gaan profiteren. En of de onfortuinlijke, gediagnosticeerde, mentaal zieken of ontregelden nog ergens van gaan profiteren?
Wie het weet mag het weer zeggen.

Saturday, July 17, 2010

Gentle Teaching; mijn voorlopige kijk op (6)

De stand van zaken: Ik heb twee eerdergenoemde werkjes van John McGhee gelezen, wat GT web-sites afgesnuffeld, een gesprekje op mijn werk over GT gehad en daar een boekje van de Prinsenstichting met DVD-verslag van John McGee in actie ter inzage gekregen.

En ik kom vooralsnog tot de conclusie dat ik het onverminderd als een sympathieke en zinnge benadering zie en mijn argumenten en redenen daarvoor vind ik grotendeels uitstekend verwoord in dit korte en heldere pro-GT artikeltje in Zetnet.nl.

Het hele idee sluit, wat mij betreft, ook prima aan op mijn pragmatische werkmodel van beheersmodus versus ontwikkelingsmodus (zie ook gelijknamig stukje; maar soms wil ik ook wel aan iets meer of aan iets anders werken dan datgene waar GT exclusief zijn pijlen op lijkt te richten.


Een bijzonder doortastende en evenwichtige samenvatting waar ik mij volledig in kan vinden kwam ik tegen in Behavioural distress; concepts and strategies by Bob Gates, Jane Gear and Jane Wray.
Daarin wordt gesteld:


The debate regarding whether Gentle Teaching is 'behavioural' or not has been misleading. In fact it can be easily demonstrated that it does use behavioural techniques and consequently there must be a demonstrated therapeutic effect. Gentle teaching evolved out of behaviourism and adopted those techniques considered useful, therapeutic and positive and abandoned the elements of the approach that were seen to be focused on behaviour and aversive. Although the advocates of gentle teaching have been reluctant to associate themselves with their behavioural history, there is an inherent strength in this association. For Gentle Teaching, this association actually offers hard empirical evidence to support its claims to effectiveness.



In hun conclusie stellen de auteurs dat GT begrepen kan worden als een reactie en een antwoord op het behaviorisme, dat zich overigens de laatse 40 jaar voortdurend ontwikkelde, veranderde en aanpaste. GT kan gezien worden als één therapie onder velen die die veranderingen weerspiegelen. Het verschil in gerichtheid en doelstelling tussen GT en behaviorisme wordt nog wat nader benoemd. Er wordt daarbij geopperd dat GT niet alleen uit het behaviorisme voortgekomen is, maar ook invloed heeft gehad op de richting die het behaviorisme de laatste 15 jaar heeft genomen met toenemende nadruk op en aandacht voor relaties, zelf-expressie en emotionele behoeften. (En voorzichtig wordt de wens/mogelijkheid geopperd dat er in de toekomst geleidelijk aan naar een samengaan zou kunnen worden toegewerkt??)



De verschillen tussen beide benaderingen worden in bovengenoemde conclusie in een notedop getypeerd als GT richt zich met name op de hele persoon en relaties terwijl het behaviorisme zich met name richt op specifiek gedrag. Dat lijkt me een juiste typering, maar het lijkt me ook helder dat er dan tussen die uitersten een vooralsnog braak of verwaarloosd terrein blijft liggen dat ook bezien, bewerkt en bewandeld hoort te worden. Naar mijn smaak dient deze witte vlek vooral ingevuld te worden met kennis zoals bv. (ortho-)pedagogische of (ontwikkelings-)psychologische kennis over relevante zaken als bv. motivatie, temperament, hechting, angst, agressie e.d..

In dat verband zou ik geïnteresseerden in dergelijke materie het Blog onderweg van Henk50 willen aanraden; als je daar bv. op zoektermen als: temperament, hechting, kinderangsten, persoonlijkheidsstoornis of zelfbeeld zoekt krijg je gedegen en heldere uitleg over het betreffende onderwerp, op korte, verhalende wijze en in voor een ieder te begrijpen bewoordingen.

Zoals ik elders al opmerkte, ervaar ik het zelf als een manco dat ik in de uiteenzettingen en argumentaties tussen en over GT en bv. het behaviorisme het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke beloning en dito motivatie nauwelijks of niet lijk tegen te komen. Terwijl dat naar mijn smaak toch vaak van doorslaggevend belang is, zowel in verklarende zin als in zijn uitwerking in de praktijk.



Al googelend zie ik overigens her en der de controverse GT – behaviorisme nog in volle scherpte en her en der zie ik ook tekenen van verzoening en van de combinatie van beide.
Een ander heet hangijzer is het onderzoek naar de effectiviteit van GT dat, voor zover te vinden, nogal diverse en tegenstrijdige resultaten laat zien.
Het Gentle Teaching Evaluation Network of G-TEN en andere GT-adepten beroepen zich veelal op kwalitatief onderzoek en een paradigmashift om hun zaak te bepleiten. (zie powerpointpresentatie)
Onderzoekers die de meer wetenschappelijk gebruikelijke en aanvaarde experimentele onderzoeksopzet hanteren komen veelal met resultaten die een beduidend minder zonnig beeld van de effectiviteit van GT laten zien. (google zelf maar even; u zult een paar onderzoeken met bijbehorende namen heel vaak terugzien)
Zo staat mij bij een onderzoek over 9 proefpersonen waarbij verschillende vormen van agressie, zelfverwonding en frequentie van afzondering als graadmeters werden genomen en 2 van de 9 een verbetering lieten zien bij toepassing van GT, terwijl 2 een verslechtering lieten zien en bij 5 geen meetbaar effect optrad.
Het lijkt mij dat dergelijk onderzoek replicatie verdient omdat bij dergelijke uitkomsten de vraag gerechtvaardigd is of zelfs obligaat wordt of het wel wijs is zo'n benadering instellingsbreed in te voeren en of het niet beter zou zijn om te zien voor welke personen in welke omstandigheden deze benadering het meest geëigend is.

Mijn redenering luidt dat als GT ons begeleiders leert om beter naar onszelf en de effecten van onze houding en ons handelen te kijken en onze menselijkheid en morele integriteit ten goede komt (en daar wil en kan ik het verhaal van John McGee een heel eind in volgen), dan moet dat ook zijn weerslag krijgen op het welzijn en welbevinden van onze cliënten en dat moet dan op enig moment ook weer simpelweg zichtbaar en meetbaar worden in gedrag.
In het algemeen en zachtjes gezegd vind ik de houding van GT inzake openheid over en medewerking aan gangbaar onderzoek bepaald geen sterke indruk maken.

Als ik het goed begrepen heb zal de Gentle Teaching zoals hij op mijn werk geïnstrueerd en toegepast gaat worden er ook niet een van de streng orthodoxe richting zijn, maar meer een aan cultuur en omstandigheden behoedzaam in- en aangepaste vorm betreffen.
Met inachtneming van enige kanttekeningen zie ik daar wel enig heil in.
Maar de proof of the pudding blijft natuurlijk altijd in the eating en dat kan, als ik het wel heb, nog een klein jaartje duren. Misschien is het wel zoals mijn collega Aly reeds opmerkte, dat wij dit voor een belangrijk deel al trachten toe te passen.

De 11de internationale gentle teaching conferentie zal op 3, 4 en 5 november in
ons land gehouden worden en wel in Haarlem; John McGee zal daar acte de prescence geven.

<< vorige - naar John McGee >>