Showing posts with label weten. Show all posts
Showing posts with label weten. Show all posts

Saturday, November 12, 2016

Omwetend?

Nitwit .. omdenkenallesweter   .. of (om)gedachte allesweter?

Tuesday, August 4, 2015

Tussen "..." (19) Confucius

In een eerder blogje over Kommunikasie verwees ik al eens met dezelfde link naar een alleraardigst stukje in het Zuid-Afrikaans.
Inmiddels ben ik erachter dat de aldaar gedebiteerde wijsheid zo'n twee-en-een-half duizend jaar geleden ook al uit de mond van ene Confucius werd opgetekend:
Een mens heeft twee oren en één mond om twee keer zoveel te luisteren dan te praten
Maar die oude Confucius was dan ook, zo wordt wel beweerd, een hele wijze. Zo lijk je ze tegenwoordig wel niet meer tegen te komen. Of zouden wij de woorden van onze huidige wijzen misschien ook pas vele jaren later op waarde schatten en ter harte willen nemen?
Als dat zo is doet dat dan toch een beetje denken aan de veelgehoorde en veelal nutteloze zinsnede: met de kennis van nu ...

Over kennis zei deze Confucius:
Te weten wat men weet, en te weten wat men niet weet, dat is kennis
Maar die oude Chinese wijsgeer wist ook wel dat wijsheid veel verder reikt dan kennis:
Kennis is slechts de briljantheid in de organisatie van Ideeën. Het is geen ware wijsheid. De ware wijsheid gaat voorbij aan kennis.
Zouden we dan wellicht toch nog wat ware kennis kunnen opdoen en wat wijzer kunnen worden van deze leraar van weleer? Over waarheden zei hij overigens:
Elke waarheid heeft vier hoeken. Als leraar zal ik je een hoek geven, het is aan jou om de andere drie te vinden.
Confucius over weten, wijsheid en waarheden.

confucius-quotes

Er zijn, zoals bekend, vele boeken volgeschreven over deze eerbiedwaardige en invloedrijke wijsgeer en een recente uitgave is die van taoïstisch meester Kristofer Schipper: Confucius De gesprekken. Hier te gast in VPRO-Boeken.

Sunday, December 1, 2013

Wetenschap; maakt het ook wijs of gelukkig? (8)

Het vorige blogje over wetenschap begon ik met te zeggen dat ik nog twee, naar mijn smaak toch wel intrigerende, kwesties of fenomenen in verband met wetenschap wilde aanroeren. De eerste van die twee kwam in dat zelfde stukje ook aan bod en dan die is andere nu hier aan de beurt. De vraag die ik hier als titel heb gekozen is of wetenschap ook 'wijs of gelukkig' maakt. Ik weet niet of Einstein een bijzonder gelukkig mens was maar ik beschouw hem behalve als een groot wetenschapper ook als een wijs mens; iets dat, dunkt me, toch niet voor iedere wetenschapper opgaat. Welbeschouwd zou de vraag die ik hier wil stellen moeten luiden wat het relatieve belang is van wetenschappelijke kennis voor het welbevinden of geluksgevoel en, naast de lastig te beoordelen kwestie van wijsheid, voor zoiets als het ervaren van zin in het persoonlijk leven.
Entoenwistenwealles
En da geleufde gij?

Neem nou bijvoorbeeld eens Dirk van Noort, een van de weinige echt leuke en authentieke BN-ers, en zijn wereldbeeld. Dirk maakte destijds furore en voor velen een onvergetelijke indruk op de Nederlandse TV in het NCRV-programma Showroom. Deze Dirk die zich liever door het dikke boek dan door het vigerende wetenschappelijke wereldbeeld liet informeren en leiden wekte toch bepaald niet de indruk dat hij zich zomaar iets op de mouw zou laten spelden en al helemaal niet dat hij geplaagd zou worden door gevoelens van morele armoe, leegte of zinloosheid. Wat dat aangaat treft van Noort ons toch eerder als een verfrissende contrast met wat we tegenwoordig verder zoals op de buis of om ons heen zien.
En zou het iets wezenlijks of belangwekkends aan het leven van Dirk van Noort toegevoegd hebben wanneer hij dat verhaal van mensen op de maan wel voor waar geaccepteerd zou hebben? Zou dat zijn bestaan dan anders in de zin van voller en completer gemaakt hebben? Is hij nu een beetje zielig gebleven of kan hij op één of andere manier van geestelijke armoe beticht worden?
Oordeel zelf, zou ik zeggen!
Book of Not Knowing Laten we eens een vergelijkbare kwestie wat nader beschouwen. Peter Ralston zegt in zijn ‘The Book of Not Knowing’ in het hoofdstuk ‘Moving Beyond Belief’ onder het kopje ‘Creating a New Perspective’:
We’re told that once upon a time people thought the earth was flat. Now we know better and so we look back at those people as ignorant, even silly. Pretty arrogant of us when you think about it. What makes us so certain that everything we know today is true?
Nu meen ik toch ook echt te weten dat de aarde rond is hoewel ik dat nooit uit eigen waarneming heb kunnen vaststellen. Ik heb dat van horen zeggen! Maar zoals Ralston zegt: als ik een bal boven vanuit een raam in mijn huis op de grond laat vallen of stuiteren en jij gooit een paar kilometer verder een bal vanuit het bovenraam in jouw huis naar de grond en Jan doet hetzelfde in een stad heel ver weg, dan hebben wij geen enkele reden of aanwijzing om niet te veronderstellen dat al die balletjes op hetzelfde horizontale en platte vlak terechtkomen dat we de grond noemen.
And consider this: although we all ‘know’ it’s true, who among us takes the time to even imagine that we are currently spinning around at roughly 25000 miles per hour? Or that in space ‘up’and ‘down’ don’t exist? Even though we believe it’s a fact that the world is round and spinning, we generally live every day as if the sun rises and sets, moving from one side of our flat piece of terrain to the other. Even in the face of our current beliefs on these matters, our daily view actually ignores them and functions instead within the same percerptual ‘reality’ that was so for people in times past. The idea of a flat, stationary world is not as far-fetched as we make it seem. It is only our cultural arrogance and fear of being seen as ignorant that compels us to place such notions in the category of foolish old misconceptions.
Ralston voert zijn argument dan verder om het wezen en de kracht van het niet-weten te illustreren. Tevens een illustratie van de rol van ‘het niets’ of ‘de leegte’ als scheppend beginsel; een thema waar wij in de Westerse wereld niet zo vertrouwd mee zijn maar dat in veel Oosterse filosofieën een belangrijke rol speelt.
At the root of every true inquiry from Zen Buddhism to the cutting edge of science is openness and not-knowing. Within these endeavors there is always a possibility that something true or profound can be discovered, but what frequently stands in the way of even the most sincere and honest investigation is our tendency to grab too quickly for answers and beliefs. Reaching the edge of our own understanding, we confuse not-knowing with ignorance and quickly grow uncomfortable. We desire a hasty departure from the state of ‘nonunderstanding’ that is our real experience. The usual way out is to retreat to out familiar beliefs or adopt some aspect of hearsay or common opinion, but of course this rules out discovering anything new.
Tja het kan verkeren, ben ik dan geneigd te zeggen; ook waar het de grond van onze al dan niet vermeende kennis en inzichten betreft.
De argumenten van Peter Ralston mogen dan soms ernstig naar oosterse wijsheden rieken, ze raken ook wel degelijk het hart en de grenzen van onze kennis en wetenschap. Maar de vraag hier was, wanneer je je niet al te veel aan wetenschappelijke kennis en het vigerende wetenschappelijke wereldbeeld gelegen wilt laat liggen of wanneer je dat beeld zelfs ronduit wenst te betwijfelen en te weerspreken, of je in dat geval iets belangwekkends mist in je persoonlijk bestaan of dat je even zo vrolijk een volwaardig en zinvol leven kunt leiden? wetenschap-vs-religie Nu zou ik toch zomaar denken dat het in die zin voor het gros van ons toch echt lood om oud ijzer zou zijn of we nu in een platte of een ronde aarde geloven. Want wij leiden ons leven in dit ondermaanse gewoonlijk toch simpelweg als was ie plat, wat bergen en dalen daargelaten.
Wanneer je je in de astronomie wilt verdiepen of iets bij de NASA wilt gaan doen gaat die vlieger uiteraard niet meer op, maar voor de meesten van ons … toch … of niet soms? Zelf heb ik nog nooit uit eigen waarneming kunnen vaststellen dat de aarde plat zou zijn en zelfs toen eens ik vanuit een vliegtuig naar beneden keek maakte die nog een redelijk platte indruk. En als ik nu eens bedenk wat ik nu anders gedaan zou hebben of hoeveel anders ik tegen de wereld aan zou kijken wanneer ik gemeend zou hebben dat die aarde waar wij op vertoeven gewoon plat is, dan valt het me toch erg moeilijk om wezenlijke of concrete mogelijke verschillen aan te geven.
Ja mogelijk zou ik mezelf onsterfelijk belachelijk gemaakt hebben en als een ‘laughing-stock’ oftewel een soort dorpsgek door het leven gegaan zijn. Ralston stipte die mogelijkheid, maar dan als een diepgewortelde angst, al aan. Er zijn nu eenmaal maar weinig andersdenkenden die de goedmoedige, maar iemand nauwelijks serieus nemende, sympathie en welwillendheid kunnen rekenen die Dirk van Noort dankzij de magie van het kijkkastje toch nog ten deel viel.
vraagtekens Enig kritisch nadenken in deze trant over de reikwijdte en de bronnen van onze zogenoemde wetenschappelijke kennis en ons wetenschappelijk wereldbeeld kan, dunkt me, bij tijd en wijle bijzonder verhelderend werken. Het lijkt me dat dergelijke overwegingen of gedachte-experimenten ook tot enige bescheidenheid dwingen waar het de aard en de oorsprong, en wat we nu werkelijk zeker menen te weten of te begrijpen, betreft.

Ja, wat weten we nu wis en waarachtig, wat nemen we maar aan op gezag van anderen en wat geloven we dan wel of niet; wat doen we daar dan mee en wat doet dat met ons?
Ik wil de lezers van dit blog toch ook nog even de wetenschap meegeven dat ik jullie alle wijsheid en geluk toewens!

<< vorige | volgende >>

Tuesday, October 1, 2013

Wetenschap; wat is dan ...?

Wie weet waar Willem Wouters woont? Willem Wouters woont in Wognum (of wijd weg) aldus een bekend rijmpje. Ik toevallig ook. Wognum_wapen Maar waar Willem Wouters woont lijkt me nu voor de meeste mensen bepaald geen interessante vraag. Voor mij niet althans.
Wat ik me daarentegen bijvoorbeeld wel een interessante vraag lijkt is wat al dan niet wetenschap mag heten. Wie weet dat? Wie weet welke waarheden danwel waarden de wetenschap zoal weet te wrochten?
Wie de beschikbare literatuur daarover eens opslaat komt al gauw tot de conclusie dat de deskundigen het daar bepaald niet altijd helemaal over eens zijn.
Toch wordt er alom maar al te vaak en nogal gemakkelijk met het begrip wetenschap of het label van wetenschappelijkheid geschermd als men iets als vaststaand feit of onwrikbare zekerheid over het voetlicht en aan de man wil brengen. wetenschapWeet Je kunt tegenwoordig vaak en op nagenoeg alle mogelijke terreinen horen of lezen dat
Wetenschappers hebben ontdekt dat ….
Wetenschappers geloven dat ….
Volgens de moderne wetenschap ….
Dank zij de moderne wetenschap weten wij nu zo goed als zeker dat ….
Er is onweerlegbaar wetenschappelijk bewijs dat ….
Het is nu onomstotelijk wetenschappelijk vastgesteld dat ….
Wetenschappers zijn het erover eens dat ….
Soms zou je bijna gaan denken dat in onze cultuur de wetenschap de rol van God overgenomen heeft. En sommige lieden beoefenen en/of verdedigen de wetenschap ook wel met een haast religieuze overgave en toewijding. Dan kun je bijna over sciëntisme als een religie spreken. Ooit werden geloof en wetenschap toch als elkaars tegendeel voorgesteld of ervaren. wetenschap-vs-religie Als je ziet hoe vol vertrouwen we doorgaans op de notie of het idee van een alwetende wetenschap schijnen te leunen en hoe we ons daar niet zelden, met ziel en zaligheid en een nauwelijks kritische blik aan over lijken te geven, mag je je toch wel eens afvragen wat dan wetenschap mag heten en wat dat dan behelst.
Oktober schijnt uitgeroepen te zijn tot de maand van de geschiedenis; mag 'geschiedenis' ook 'wetenschap' of 'een wetenschap' heten, en hoe en waarom dan? vervolg >>

Saturday, September 8, 2012

Van genen- tot neuropraat



Malou van Hintum brengt in 'Doe eeens normaal' heel toepasselijk weer eens in herinnering hoe hooggespannen en veelbelovend onze verwachtingen ten aanzien van het genenonderzoek en het ontrafelen van het menselijk genoom tot voor betrekkelijk kort nog waren. En dat lijkt me niet geheel overbodig.
De mens zou dankzij zijn vernuft en zijn toenemende wetenschappelijke kennis (op met name biologisch en medisch vlak) op de drempel staan van een nieuw tijdperk. Een tijdperk van nieuwe wetenschappelijke inzichten en grootse doorbraken waarin we het geheim van het leven nagenoeg zouden ontsluieren en de mens zichzelf van een groot aantal ziekten, gebreken en beperkingen zou kunnen vrijwaren.
Zo wilden veel enthousiaste geluiden uit de populair-wetenschappelijke pers ons althans maar al te graag doen geloven.

Van wat daar dan van terecht gekomen is geeft van Hintum, in haar boek, een puntige samenvatting en geeft daarbij een heldere uiteenzetting van een aantal complicerende factoren die maken dat onze vaak rechtlijnige verwachtingen van simpele doorbraken op dit terrein achteraf op z'n zachtst gesproken toch wel weer wat naïef bleken.

Wat mij hieraan ook wel eens verbaasd is met welk een gemak we die opgeklopte verwachtingen en de misrekening daarin dan weer binnen de kortste keren volledig lijken te vergeten.
Laat er eens ergens in het maatschappelijk leven even iets mislopen en we roepen om onderzoeken of enquete-commissies maar dit soort misrekeningen talen we blijkbaar niet naar. We vergeten ze liever zo snel mogelijk om onze hoop (en geld) op een volgend wonderpaard te zetten.

Deze constatering sluit dan leuk en naadloos aan op mijn kijk op de zo in de belangstelling staande neuro- of hersenwetenschap. Onlangs begon ik op dit blog eens wat over neuropraat te leuteren met de bedoeling om naar mijn globale opvatting daarover in een notedop toe te werken. De tijd lijkt daar om die eens te spuien.

Ik denk namelijk dat het met onze verwachtingen ten aanzien van de zegeningen die de neurowetenschappen ons gaan brengen niet veel anders zal zijn gesteld dan met die schijnbaar plots vervlogen verwachtingen ten aanzien van het Human Genome Project.
Natuurlijk levert dat genoomonderzoek wel degelijk veel waardevolle nieuwe kennis op en dat doet de neurowetenschap natuurlijk ook. Over deze wetenschapsgebieden wordt ook wel gezegd dat onze totale kennis daarover voor ongeveer 90% in het laatse decennium werd opgedaan, om een idee van de exponentiële groei te geven.
Die nieuwe kennis zal ook ongetwijfeld tot nieuwe technieken en behandelmogelijkheden leiden en ons geleidelijk aan ook vast tot nieuwe inzichten brengen. Of die nieuwe inzichten heel erg zullen verschillen van wat sommige wijze lieden al eeuwen lijken te weten of daar steeds meer op beginnen te lijken, vraag ik me soms wel eens af.

Maar de kwintessens, dat lijkt me toch helder, is dat dergelijke nieuwe kennis de wereld, onze keuzemogelijkheden en verantwoordelijkheden daaromtrent bepaald niet eenvoudiger zullen maken. Integendeel, de wereld zal daardoor steeds ingewikkelder worden en die rijkdom aan kennis zal naast wellicht meer potentiële beheersbaarheid aan de andere kant betekenen dat we meer zullen moeten (be)sturen en beslissen op basis van subtielere onderscheidingen, meer detail en nuance. Kortom de werkelijkheid lijkt alleen maar in complexiteit toe te nemen.
En de vraag is maar of we daar op voorbereid en daar klaar voor zijn?



Onze hooggespannen verwachtingen ten aanzien van het genen- of het hersenonderzoek lijken namelijk toch vooral ook vaak ingegeven door de hoop op simpele en afdoende antwoorden op ongemakken, kwesties en verschijnselen die we doorgaans als mateloos irritant en hopeloos problematisch ervaren en waar we maar moeilijk geduld voor kunnen opbrengen.
Uit onmacht en/of gemakzucht lijken we onze hoop dan tegenwoordig vooral op de wetenschap te richten om ons van alle problemen en ongemak te verlossen. En het liefst zo snel, zo volledig en zo ongemerkt mogelijk; de quick-fix, het juiste pilletje en vaarwel depressie en zwaarmoedigheid.
Een pilletje voor dit en een pilletje voor dat graag of anders graag een andere simpele remedie die niet te veel van onze tijd en onze aandacht vraagt.

Die pilletjes en de vraag ernaar zijn een typisch fenomeen van het moderne leven maar bepaald niet van gisteren, getuige een hitje uit 1966 van de Stones:


Dit is wellicht een ietwat gechargeerde voorstelling van zaken maar als we onze gezamelijke wensen, verwachtingen en eisen zoals die zich in het publieke debat en de maatschappelijke werkelijkheid ontvouwen eens wat nader beschouwen, toch heus niet zo ver bezijden de waarheid.

Je hoort de laatste tijd wel eens over de neuromaffia spreken wanneer bepaalde lieden, als bijvoorbeeld Dick Swaab, het hersenonderzoek verdedigen of de resultaten ervan al roemend uiteenzetten. Ik zou dan gezien onze toch veelal hoopvolle verwachting en belangstelling liever van neuromania of neuromanie spreken. Als er al sprake zou zijn van een neuromaffia dan zou het toch niet uitsluitend op die onderzoekers slaan die hun bevindingen bekendmaken maar net zo zeer op ons allen als vragend consumentenpubliek en op de media die ons zo graag bedienen.

'Wij zijn ons brein' volgens Dick Swaab en daar heeft de goede man, neurologisch beschouwd, natuurlijk volkomen gelijk in. Hij laat alleen na om er bij te zeggen dat ... ons brein net zo zeer de weerspiegeling is van dat, wetenschappelijk ongrijpbare, zelf van ons.

De vraag in deze is uiteraard wat de wetenschap zoal vermag.
Bepaald niet alles, zou ik denken, en als we ooit al door de waarheid gered zouden kunnen worden, zal dat toch niet door de wetenschappelijke waarheid zijn. In dat opzicht volg ik graag de gedachtegang die Coen Simons in zijn boekje met de licht ironische titel 'En toen wisten we alles' zo alleraardigst uiteenzet.



Zoals in een vorig stukje vermeld, zijn wetenschappers erin geslaagd het genoom van de banaan te ontrafelen en in kaart te brengen. Dat levert onvoorstelbaar veel (vooralsnog abstracte) gegevens op die mogelijk zullen bij kunnen dragen aan bijvoorbeeld het resistent maken van deze voor de mens belangrijke voedselbron tegenschimmelziekten. Maar die, voor de meeste stervelingen, ondoorzichtige en onoverzichtelijke brij aan nieuwe data geeft ons nog altijd geen antwoord op de vraag waarom de bananen krom zijn.
Zo zal, dunkt me, ook de neurowetenschap ons tal van bevindingen en gegevens opleveren die eerst eens in een zinvol verband zullen moeten worden gebracht en ons dan tot mogelijk nieuwe of althans wat meer empirisch onderbouwde inzichten zal brengen. Dat dan in instrumentele zin als qua medische of psychische behandelwijzen, waarna zich ongetwijfeld weer nieuwe vragen en problemen zullen aandienen.
Maar ze zal ons heus niet als bij toverslag de antwoorden brengen op de meer wezenlijke vragen die de mens zich nu eenmaal van tijd tot tijd pleegt te stellen.
Dat voorrecht is geen enkele neurowetenschapper of andersoortige leuteraar gegeven, althans niet echt meer dan jij of ik.

Doe eens normaal, zeg >

Thursday, March 1, 2012

Theorie en praktijk

Zo heb je het, naar aanleiding van wat onheilsvoorspellingen, eens wat over orakels en zo verzeil je door het vaderlandse voetbal-orakel Cruijff en via zijn kennen en kunn(st)en in allerlei overwegingen en gedachtekronkels rond het thema theorie en praktijk.

En voor ik het weet, heb ik daar zomaar één, twee, drie, vier, vijf blogjes over vol geleuterd. Welbeschouwd gaan natuurlijk wel meer van mijn blogjes over die spanning tussen theorie en praktijk.
Een thema dus dat mij klaarblijkelijk wel bezig kan houden.



Kennen en kunnen, denken en doen, theorie en praktijk
of welke woorden je eraan wilt geven, lijken vooral nauw met elkaar verweven, zich op verschillende niveaus voor te doen en zich als tegenstelling voor te kunnen doen maar ook naadloos in elkaar over te kunnen gaan. Dat laatste geldt doorgaans als het ideaal.

Het onderwerp leent zich uitstekend voor wat luchtfietserij en weidse beschouwingen maar wordt in concretere gevallen ook wel als problematisch en dicht op de huid ervaren.
Je hoort dan wel spreken over: 'de weerbarstige praktijk' of we zeggen: 'het leven is sterker dan de leer'. In het Engels zegt men: 'practice what you preach', maar dat blijkt niet altijd even gemakkelijk en dat doen we ook bepaald niet altijd.



Bezie de politiek, de economie, de media, het openbare leven en het publieke debat. Voorbeelden ten over waar het één geroepen of beweerd wordt terwijl het ander wordt gedaan. We zeggen en vinden (bijna?) allemaal dat openheid en oprechtheid bevorderd en gestimuleerd zou moeten worden en zie hoe het zogenaamde klokkenluiders in ons landje vergaat! Toch een flagrant voorbeeld van het ene zeggen en het andere doen, nietwaar?
Één voorbeeld dat zich gemakkelijk tot een indrukwekkende reeks laat aanvullen.
Sommige politici spelen hier graag op in en willen ons wijsmaken dat daar onder hun bezielende leiding snel een eind aan zou komen. Tja .. en da geleufde gij ..?

Maar die scheurtjes en kloven tussen theorie en praktijk worden wellicht interessanter naarmate we ze dichter bij huis aantreffen en we zelf mogelijk nog een rol kunnen spelen in het verminderen van die ongerijmdheden.
Zoals in het dagelijks leven of bijvoorbeeld in je werk. Want welk vak kun je vandaag de dag nog uitoefenen of welk werk doen zonder een stevige theoretische op- of inleiding daartoe?



In mijn werk stuit ik in ieder geval met de regelmaat van de klok op een waaier van vragen en kwesties rond het thema theorie en praktijk.
Ik heb in de loop van zo'n slordige dertig jaar althans kennis mogen maken met een scala aan uiteenlopende min of meer omvattende theoriëen en allerlei deeltheorietjes die elkaar soms weerspraken en elkaar op andere momenten wel leken aan te vullen. Variërend van het quasi exacte strenge behaviorisme tot iets als het wat minder gemakkelijk te definiëren Gentle Teaching, dat overigens als een reactie op een rigide behavioristische benadering gezien kan worden. En dan natuurlijk de veelheid aan theoriëen daartussen en daar omheen; zoals theoriëen die zich richten op de dynamiek van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Op de werkvloer bestaat ook wel degelijk behoefte aan deugdelijke en dienstbare theorie in de zin dat er daar vaak gevraagd wordt naar handvatten en richtlijnen om een acceptabele en werkbare praktijk te realiseren.
Want on Lewin maar weer eens aan te halen: Er is nog altijd niets zo praktisch als een goede theorie!

En ook als wij op de werkvloer situaties met de cliënten in het geheel niet door de bril van Freud of Skinner, van Piaget of McGee of welke theoreutemeteut dan ook bezien, dan nog hebben we altijd wel gedachten en veronderstellingen m.b.t. waarom cliënten op enig moment doen wat ze doen, met welke intentie en uit welke beweegredenen. En dergelijke aannames werken samen met onze inschattingen over het karakter en temperament van de ander simpelweg als onze theorie over de werkelijkheid, zij het dat zulke particuliere theorieën geen mooie duren namen dragen en we ze eerder eufemistisch als theorietje zouden bestempelen.

Niet zelden meen ik dat wij onderling in teams dit soort particuliere theorietjes en gedachten veel te spaarzaam uitwisselen, bespreken en toetsen aan gangbare theoriëen. Sommige mensen houden blijkbaar niet zo van teveel praten, zoeken en aftasen of vinden dat niet zo'n professionele indruk maken. Ik meen dat het juist de basis van onze professionaliteit vormt en bovendien onmisbaar om je te kunnen verantwoorden voor en verantwoording te kunnen en durven nemen door je handelen.
Voor mij vormt het simpelweg het antwoord op de vraag of je echt wilt weten waar je mee bezig bent en waar je naar toe wilt werken!



Vaak zie je echter dat inzicht in het werk van begeleiders wordt verward of ingewisseld voor het kennen en nauwgezet volgen van de regels en protocollen. Je ziet dan ook steeds vaker dat verantwoording afleggen soms niets meer te maken heeft met de vraag of je begrijpt waar je mee bezig bent en in specifieke situaties handelt met het oog op de belangrijke hoofddoelen maar steeds meer synoniem wordt met de vraag of je wel netjes volgens de regeltjes gehandeld hebt. Dat onderscheid lijkt soms aardig onder te sneeuwen met de tendens om alles dusdanig te reguleren, in protocollen te vatten en te controleren dat er niets meer fout kan gaan.
Dan vergeten we voor het gemak even dat het woud aan regeltjes dat we in het leven hebben geroepen en waar we ons aan dienen te houden bijna altijd allerlei subdoelen dient en we zo het paard vaak weer achter de wagen spannen. We laten dan en passant ook maar een paar alom aanwezige menselijke eigenschappen en neigingen buiten beschouwing, zoals onze moeite met onzekerheid of iets niet weten, het graag buiten schot willen blijven als er iets niet goed gaat en hoe comfortabel het dan is om je te kunnen verschuilen achter iets als regeltjes.

Nu kan het volgens mij niet anders dan dat je een beetje dom en/of apatisch wordt van het kritiekloos en wezenloos volgen van regels en bevelen zonder je af te vragen welk doel ze dienen. En ik vind me zelf wel dom genoeg; ik wil niet nog dommer worden en heb dus wel eens wat vragen.

In zo'n cultuur kan het toch niet bevreemden dat zaken af en toe wat uit de klauwen lopen en zomaar weleens in hun tegendeel gaan verkeren. Brederoo waarschuwde er al voor.
En kijk om je heen op je werk, in de economie, de politiek en hoe wij het leven willen managen; je ziet er overal voorbeelden van. Een bijzonder illustratief en inzichtgevend voorbeeld hiervan is het ijs- en sneeuwdebâcle onlangs op de Nederlandse Spoorwegen, dat helder aantoont welke belachelijke en onnodige ontsporingen een stelletjes systeemautisten met wat monomaan mismanagement weten te bewerkstelligen en hoe dat in zijn werk gaat.



De uitspraak van Lewin zou je dus evengoed om kunnen draaien: er is niets zo dom en onpraktisch als een halfbakken, ondeugdelijke slabberdewatski theorie.

Ik vrees echter dat er in ons maatschappelijk en economisch bestel nogal wat van dat soort theorie in omloop is. Bovendien steekt onze werkelijkheid zodanig in elkaar dat we vast nog heel lang en heel vaak en heel veel zullen horen over die spanning tussen theorie en praktijk.

Sunday, February 26, 2012

Tussen “…” (4) Karl Popper

Wie in wetenschap en de menselijke rede gelooft, en dat doe ik soms weleens, loopt al gauw de kans op het zogeheten kritisch rationalisme stuiten. Karl Popper lanceerde deze term en in zijn algemeenheid kan gezegd worden dat het heden ten dage als de meest gangbare wetenschapsfilosofische stellingname geldt. In theorie althans. De praktijk laat wel eens iets anders zien. En veelal aangevuld met het gedachtegoed en commentaar van Kuhn en Lakatos.
Van Popper zijn de volgende wijze woorden:

Our theories are our inventions, but they maybe just ill-reasoned guesses, bold conjectures, hypotheses. Out of these we create a world, not the real world, but our own nets in which we try to catch the real world.


- Karl Popper

Saturday, February 18, 2012

Nogmaals dat kennen en kunnen

Kennen en kunnen .., denken en doen .., theorie en praktijk .. hebben natuurlijk van alles met elkaar te maken. Het lijkt wel wat op een dansje in twee maten. De volgende pasjes zouden zomaar .. lichaam en geest .., materialisme en idealisme .., kunnen heten. Maar die pasjes maak ik nog maar even niet; ik word zo al een beetje duizelig.



Dan maar liever even terug naar dat kennen en kunnen. En dan niet met het oog op taalkundige scherpslijperij over wat al dan niet correct Algemeen Beschaafd Nederlands mag heten maar meer in de lijn van het taalanalytische onderscheid tussen knowing-that en knowing-how.



Nu is het niet zo dat we met dat kennen of knowing-that en kunnen of knowing-how twee klip-en-klare, helder en eenduidig te omschrijven activiteiten uit het menselijk repertoire bij de kop (of de staart) hebben. Het leven is toch altijd weer veelvormiger dan de leer.

Neem nou dat kennen. Het maakt toch een enorm verschil of ik het antwoord op een som of een weetjesvraag weet op te dreunen omdat ik toevallig bij de oplossingen achter in het boekje gekeken heb en het juiste antwoord weet te memoreren of dat ik een redelijk comlex wiskundig of andersoortig probleem kan doorzien en daar middels een zinnige verklaring of oplossing blijk van kan geven. Het is het verschil tussen weten als één-op-één benoemen en weten als doorzien, doorvoelen, begrijpen of verklaren van meer ambigue situaties. Dat daar een wereld van verschil tussen kan schuilen is iets waar je je maar beter van bewust kunt zijn en anders wel gauw duidelijk zal worden wanneer je bijvoorbeeld als begeleider met zogeheten autisten van doen krijgt.



En dan dat kunnen. Dat heeft ook al niet zo'n eenduidige betekenis. In principe of onder specifieke omstandigheden iets kunnen doen is bepaald niet hetzelfde als dat onder alle of diverse omstandigheden te kunnen of juist als het er op aan komt je mannetje weten te staan. Het is het verschil tussen kunnen en áánkunnen. Het denken over en het inschatten van dat verschil is een specialitieit van Henk50.

Bovengenoemde voorbeelden van onderscheiden menselijke vaardigheden/activiteiten tonen overigens een sterke familie-overeenkomst met het onderscheid tussen ‘Verstehen und Erklären’.

Thursday, August 4, 2011

Zorgwekkend ... of wat ..?

Ach ... wat heet ..?
Op de voorpagina van de Volkskrant van afgelopen zaterdag prijkte de volgende kop:
Cijfers ouderenzorg zijn dubieus
met daarboven
systeem om kwaliteit te meten faalt, veel gegevens zijn onbetrouwbaar
Onder deze link vind je de begeleidende tekst waarna naar pagina 9 wordt verwezen waar het dan verder gaat met:
Ondeugdelijk, zeg maar fout
Een ranglijst 2000 zorginstellingen maken is ingewikkeld. Helemaal als evenzoveel medewerkers de meetgegevens moeten verzamelen.
Daaruit het volgende citaat:
'Het was vlek op vlek', zegt Ivette Heesbeen, senior-beleidsmedewerker van de organisatie. Kort na de vergadering stuurde Actiz een brandbrief naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die de supervisie heeft over de kwalitieitsverantwoording. Eis: de cijfers over 2010 mogen niet worden gebruikt.
Foute cijfers veroorzaken niet alleen onduidelijkheid en reputatieschade. Geen enkele ondernemer vindt het leuk om onderaan te eindigen op de Volkskrant-ranglijst, die op basis van de openbare cijfers wordt opgesteld. Verkeerde cijfers kosten de ondernemers ook veel geld. De concerns lopen volgens Heesbeen tientallen miljoenen euro's mis van de zorgkantoren die bij een slechtere kwaliteitsmeting minder geld geven.

Karrevracht
Sinds vijf jaar leveren instellingen de overheid jaarlijks een karrevracht aan meetgegevens. De peilingen onder bewoners en hun familie, uitgevoerd door onafhankelijke meetbureaus, staan buiten kijf. Maar bij de zorginhoudelijke metingen die de huizen zelf uitvoeren, naar bijvoorbeeld doorligwonden gaat veel mis.
Bureaucratische en technische hobbels spelen een rol. Instellingen moeten bijvoorbeeld binnen enkele dagen controleren of hun eerder aangeleverde cijfers in orde zijn, anders kunnen ze geen correcties meer aanbrengen. 'Dat liep vaak mis', zegt Heesbeen. 'Juridisch is er niets tegen te doen. Maar wij vinden het een beetje Oost-Europees'.
Een extern bureau ontdekte daarnaast dat bepaalde cijfers (zoals het risico op ondervoeding) niet konden kloppen. De meeste instellingen scoorden heel laag, enkelen heel hoog, maar niet een zat er tussenin. Het bleek een fout in de verwerking die niet meer kon worden hersteld.
Zeker 25 zorgorganisasties, met tientallen verpleeg- en verzorgingshuizen in beheer, zijn volgens Actiz de dupe van foute berekeningen. Kleine instellingen blijken om statistische redenen vaak niet hoog te kunnen scoren. Heesbeen: 'Als de steekproef voor de meting te klein is, worden de resultaten automatisch naar het gemiddelde getrokken.'
Daarnaast is een groot probleem vastgesteld met de betrouwbaarheid van de cijfers. Meten die daawerkelijk de kwaliteit en hoe solide is de registratie ervan? De uitslag van het onderzoek dat Actiz liet uitvoeren, is onthutsend: niet een van de 22 indicatoren deugt op zowel inhoud als registratie.


Onthutsend?
Ach wat noemen wij tegenwoordig nou helemaal nog onthutsend? Als je dit soort geluiden maar vaak genoeg hoort of leest dan wordt het toch ook weer gewoon, nietwaar? Of zoals Yvonne Kroonenberg, toevallig een generatie- en leeftijdgenote van me, ooit schreef: Alles went behalve een vent.

Zorgelijk of zorgwekkend?
Kom nou .. we hebben al zorgen genoeg aan het hoofd! Wie dan leeft die dan maar zorgt, toch. We horen al jaren dat er een ernstig tekort aan gekwalificeerd personeel in de zorg zit aan te komen en wat doen we daaraan?
Maandag lees ik in dezelfde krant:
Verpleegkundigen kampen nog steeds met onderbezetting
over onverantwoorde onderbezetting in de zorg in met name de vakantieperiode.

Lekkere sector waar jij in werkt, die zorg, zult u wellicht denken. Ja het is niet anders, vrees ik. Maar aangezien we allemaal op enig moment zorg- en hulpbehoevend kunnen worden, kunnen we ter enigertijd ook allemaal zomaar eens met de eisen danwel de gevolgen van dit technocratisch broddel- en dataverzamelwerk van doen krijgen. En reken maar dat de meeste van ons dan opeens door-de-wol-geverfde kritische kwaliteitsbeoordeelaars zullen blijken!

En moeten we dan maar niet meer meten? Meten is toch weten! En wij willen toch alles weten vooral als het over geld en/of kwaliteit gaat en moeten we dan niet daaruitvolgend ook zoveel mogelijk meten?
Zodat wij daar onze evidence-based-practice weer wat ondoorzichtig mee kunnen onderbouwen, zeker! Hoe dan ook binnen het nieuwe stelsel gaat het er toch zeker ook om centjes binnen te kunnen halen, als ik het goed begrijp.

Maar moeten we echt zoveel meten en eindeloos met cijfers blijven goochelen om enig zicht op de zorg en de aard en de kwaliteit daarvan te krijgen?
Ik ben er toch redelijk zeker van dat als je mij vijf dagen in een instelling rond laat lopen en kijken en snuffelen en vragen, ik aanzienlijk meer zicht zal hebben op wat daar gebeurt en de kwaliteit daarvan dan wanneer je mij bv. trakteert op 500. 000 stuks diverse meetgegevens uit diezelfde instelling en zegt: buig je daar maar eens vijf weken over om een je oordeel over de kwaliteit van het werk te vellen.
Wat zegt u daar? Dat laatste laten ze door heel intelligente mensen en slimme systemen doen? ... oh ... leest u de bovengenoemde artikeltjes nog eens goed!

Ik mag in kwesties van dit soort sinds enige tijd graag naar John Seddon verwijzen, trouwens ook geen domme man, dacht ik zo, die volgens mij goed doorheeft en ook nog kan duidelijk maken hoe werk meestal werkt:

[vimeo 4670102 w=400 h=321]

Cultural change is free from Mindfields College on Vimeo.

En ik wil hem hier weer even ten tonele voeren omdat Seddon ook wel wat interessante dingen over metingen of 'measures' heeft te melden.
In zijn boek: 'Freedom from command and control, a better way to make the work work', wijdt hij daar twee hoofdstukken aan.
In hoofdstuk 3, Purpose, measures and method betoogt hij ondermeer:
(en ik citeer hier gemakshalve even in het engels)

Measurement principles and practice

Instead of measures being used to command and control, the purpose of measures is to develop knowledge through action on the system.

Principle 1: The test of a good measure

The test of a good measure is: does this help in understanding and improving of performance?

Principle 2: Measures must relate to purpose

Purpose
|
Measures
|
Method

We should think about purpose of an organisation from the customers' point of view. Service organisations exist to serve customers, so we need to know how well they achieve that aim as seen through the eyes of the recipient. The 'nominal value' is what matters to customers; whatever it is – speed, reliability, technical accuracy – dictates what should be measured. Using such measures affords people the freedom to experiment with method – how they go about accomplishing their purpose. This gives greater control than is achieved through traditional 'controls', which are in truth, in control of little.

Principle 3: Measures must be integrated with work


In other words they must be in the hands of people who do the work. This is a prerequisite for the development of knowledge and, hence, improvement.

Misschien iets om te bedenken voor onze inspecteurs, managers en beleidsmakers voordat ze er middels zogenaamde nieuwe slimme sturingsmechanismen en oplossingsgerichte plannen nog wat meer van hetzelfde tegenaan gaan gooien?

Thursday, March 3, 2011

Help, een paradox!

Het leven, zo weten wij inmiddels wel, zit vol paradoxen.
En zo is dat dus ook in mijn werk.

En wat dat betreft vind ik één van de meest in het oog springende toch altijd die ene, die mij bekend is als 'de paradox van de hulpverlening'.
Nu is hulpverlenen op zichzelf al een wat merkwaardige, dubieuze danwel paradoxale bezigheid omdat een goede en professionele hulpverlener er op uit hoort en zegt te zijn om zichzelf overbodig te maken. Ik doel hier echter niet op die doelstelling maar op de manier waarop dat doel, naar verluidt, het beste benaderd en bewerkstelligd zou kunnen worden.



Het heet dan te zijn dat men in de hulpverlening een maximale nabijheid aan een maximale distantie moet trachten te paren. Ofwel combineer een zo groot mogelijke mate van betrokkenheid met een zo groot mogelijke mate van objectiviteit.
Ga daar maar eens aanstaan!
Mijn collega's en ik mogen dat elke dag weer proberen.

Dit raakt direct aan begrippen of noties als Expressed Emotion, een affectief bewuste benadering en affectief neutraal reageren.
Soms kan de indruk gewekt worden als zouden betrokkenheid en objectiviteit als communicerende vaten werken; des te hoger de één des te lager de ander. Dat zou in verscheidende instanties ook het geval kunnen zijn, maar het appel dat wel bekend staat als de paradox van de hulpverlening veronderstelt toch echt dat beiden (nabijheid en distantie) zich met de nodige kennis, ervaring en inzicht laten vergroten en verdiepen.

Ik denk ook dat dat wel degelijk mogelijk is. Voor mijn gevoel gaat het over iets dat zich niet altijd makkelijk in woorden laat vangen maar desondanks wel vaak heel tastbaar is voor werkers in de zorg en cruciaal voor de kwaliteit van die zorg. De grote vraag is echter hoe we op de werkvloer de kennis en de ervaring kunnen opdoen en uitlokken om zowel een maximale nabijheid als een maximale distantie gestalte te geven en de paradox te ontmantelen.
Volgens mij zijn een aantal huidige ontwikkelingen in de zorg als de protocollisering, vele vormen van standaardisering van verslaglegging en het verwarren van certificering met kwaliteitsverbetering e.d. daar veelal maar weinig behulpzaam bij of (paradoxaal genoeg?) soms zelfs ronduit contraproductief.



Even googelen op 'paradox van de hulpverlening' leert me dat ook de spagaat 'kracht en kwetsbaarheid' danwel 'controle of beheersbaarheid en kwetsbaarheid' als een paradox binnen de hulpverlening gevoeld en benoemd worden. Vind ik ook wel een paar hele mooie en die zullen ook de nodige stof tot nadenken bieden.
Beheersen en/of kracht tegenover laten zijn en laten zien.


Leve de paradox!

zou ik zeggen, zolang die ons tot nadenken en nuancering dwingt, ons verder doet kijken dan onze neuzen doorgaans lang zijn en ons ietsje voorbij de gangbare kretologie laat zoeken.

Zei één der vroegste dichters des Vaderland niet ooit al, lang voordat woorden als dialectiek en paradox in het woordenboek der Nederlandse taal werden bijgeschreven: 't kan verkeren!

Monday, December 13, 2010

Geloof en wetenschap

Geloof en wetenschap hebben altijd al het nodige met elkaar te stellen gehad en dat zal, vele new-age en aanverwante geluiden ten spijt, vooralsnog wel het geval blijven.

Enigszins parallel aan de scheiding tussen kerk en staat, ofwel de wijze waarop wij het onderscheid tussen geloof en politiek doorgaans wensen te markeren, kunnen we de onvermijdelijke paradoxen en schermutselingen tussen geloof en wetenschap terugvoeren naar het conceptuele onderscheid tussen geloof en rede.
Wat je weet kun je en hoef je niet te geloven sinds je het eenmaal weet en over wat je (nog) niet weet, stoelt elke aanname op geloof en dan zou je vooralsnog van alles kunnen geloven luidt dan een simpele en wat taalkundige benadering.

campanille di Bonufaciu

Er wordt i.v.m. wetenschap ook wel gezegd dat de wetenschap zich niets aan het geloof en de religie gelegen hoeft laat te liggen terwijl de religie niet om de bevindingen van de wetenschap heen kan (dat zien we ondermeer in de controverse tussen de evolutieleer en de intelligent-design gedachte weerspiegeld, waarbij het dan ook zeker opvalt hoe hardnekkig het geloof soms kan zijn).
Maar ik geloof niet dat die vlieger van de eenzijdige bewijslast altijd en onbeperkt opgaat, want als we het naar de sociale wetenschappen of de wetenschap van de menselijke psyche kijken begint het beeld toch wat te kantelen en kan de wetenschap, dunkt mij, toch even niet om het geloof heen.
(hier lijkt het onderscheid tussen 'Verstehen und Erklären' zich toch weer even op te dringen en meen ik ook ene Bredero in de verte nog wat te horen roepen)

Nu geloof ik toch dat, zoals weleens gezegd wordt, het geloof toch uiteindelijk meestal sterker blijkt dan de rede!

Tuesday, July 27, 2010

Evidence-based wat?

Wij vroegen ons vroeger nog weleens af of iets ooit onderzocht was en of de mogelijke veronderstellingen daarachter dan waar gebleken waren of het nut ervan bewezen kon worden. En dan konden we het een en ander vaak ook nog wel volgen en begrijpen; of en waarom iets zoals de engelsen plegen te zeggen 'tried and tested' mag heten.
Vandaag de dag lijkt alles wel evidence-based te heten in new-speak (een taal die nogal populair was onder yuppen en managers maar nu door bijna iedereen gesproken lijkt te worden).
Je wordt tegenwoordig met name in de gezondheidszorg nogal eens om de oren geslagen met de kreten: evidence-based practice of evidence-based management.



Als u die kreet weer eens hoort vallen moet u eens vragen welk bewijs er dan precies in welk verband geleverd of gevonden zou zijn en wat dat ons dan nu zou zeggen over wat te doen aan de vragen en problemen waar we op dit moment mee van doen hebben.
Ik moet u even waarschuwen dat de kans groot is dat het oorverdovend stil wordt of dat men wat onsamenhangend begint te mompelen.
De veel geringere kans bestaat echter ook dat u zomaar eens iemand treft die weet waar hij/zij het over heeft en bij de uitleg van de term evidence-based wellicht ook nog wat wijsheden over 'hard facts' te berde weet te brengen. Als u dan geleidelijk aan ietwat begint te sputteren dat evidence-based in de meeste gevallen dus eigenlijk wil zeggen consensus-based d.w.z. gebaseerd op de huidige of een recente grootste gemene gelijkgestemdheid tussen een aantal lieden die als de deskundigen op een bepaald terrein gelden dan hebt u het ws. goed begrepen.
John Seddon merkte ooit eens op dat wanneer je de zogeheten evidence-based policies eens nader onder de loep neemt ze vaak op policy-based evidence blijken te berusten.



Als u, net als ik, toch niet altijd heeft zitten slapen tijdens de engelse les dan zult u, net als ik, ook wel weten dat evidence iets heel anders betekent dan consensus en dan zal het u, net als mij, toch telkens weer wat vreemd blijven voorkomen dat men over wat op overeenstemming gebaseerd is, loopt te roepen dat het op bewijs gebaseerd zou zijn en de dingen niet gewoon bij de naam noemt. Deze kretologie wekt toch ontegenzeggelijk de suggestie als zou er iets wetenschappelijk bewezen zijn;vindt u ook niet? Als deze verbazing en verwondering u geheel vreemd is en het u allemaal volkomen logisch en vanzelfsprekend voorkomt bent u hoogtwaarschijnlijk manager of bestuurder of in ieder geval gedegen gehersenspoeld in de spreek- en denkwijze van dat volkje.

Een dergelijke bijziendheid is overigens een van de opvallendste symptomen van het NKK-syndroom.

Wednesday, May 5, 2010

Meten en/of weten?

Meten = weten

wordt er wel beweerd.
Maar als we maar meten en meten en we eigenlijk niet goed weten wat we meten omdat we welbeschouwd geen kaas hebben gegeten van hetgeen we menen te meten dan kunnen we dat weten natuurlijk gevoegelijk wel vergeten!

En dat kan tot rare dingen leiden, zeker waar er met mensen gewerkt wordt zoals in dat vak van mij.