Showing posts with label genen. Show all posts
Showing posts with label genen. Show all posts

Sunday, March 16, 2014

Europa praat neuro?

Voor ik de VPRO-gids van de afgelopen week wegleg bij het het oud-papier, blader ik hem nog eens door en lees dat 2014 het 'Europees jaar van het brein' is. Dat was mij toch zomaar even geheel ontgaan evenals dat de afgelopen week door de Hersenstichting tot Brain Awareness Week werd uitgeroepen. Dat is aldus Bouwe van Straten, auteur van het artikeltje 'Europese Jaar van het Brein', niet zo heel vreemd en het komt waarschijnlijk omdat onze grijze massa, als nieuws-item de afgelopen jaren toch al niet uit de media was weg te slaan. En daar kon hij wel eens gelijk in hebben.
Is het niet omdat hersenonderzoek de belofte in zich draagt om inzicht te verschaffen in wat ons tot mens maakt, dan wel omdat de behandeling van aandoeningen als autisme, depressie en schizofrenie aan de horizon lijkt te gloren.
Slordig van mij dat ik dat vorige week allemaal niet opgemerkt heb. Zo heb ik dus ook de radio-interviews gemist met een aantal ontvangers van de Vici-beurs, een beurs voor senioronderzoekers om een eigen onderzoeksprogramma op te zetten.
De waarheid is zelden zuiver en nooit eenvoudig
Zo opent het artikel met een citaat van Oscar Wilde, waar ik graag mee instem.

(Neuro-)Wetenschappers weten dat maar al te goed want ondanks al hun successen en schijnsuccessen moeten ze regelmating de horizon waarachter het grote inzicht en vele oplossingen zouden gloren verleggen en hun ideeën en verwachtingen bijstellen.
'In 2006 verwachtten we nog een enkel gen voor depressie te ontdekken. One gene, one disorder', aldus hoogleraar psychiatrische genetica Danielle Posthuma. 'Daar zijn we grondig van teruggekomen. We weten nu dat er bij aandoeningen als autisme, ADHD en depressie duizenden gene betrokken zijn. Bij schizofrenie gaat het waarschijnlijk om meer dan 8000 genen.'
Tja, zo gaat dat in de wetenschap en zeker in die van onze genen en ons brein.
Cognitief psycholoog Chris Olivers biedt ook enig zinnig tegenwicht aan een te eenzijdijge aandacht op al die stofjes en neuronen.
Een korte rondgang langs de Vici-winnaars leert dus dat er therapieën aan de horizon gloren voor de meest uiteenlopende hersenaandoeningen. Al die sucessen en beloften kunnen wel leiden tot het idee dat alles wat ons mensleijk maakt zich in ons brein afspeelt. Schuilt daar ook niet een gevaar in?
Chris Olivers denkt van wel: 'Ik was laatst bij een lezing waar ze lieten zien dat bepaalde hersengebieden bij kinderen groeiden als ze iets leerden. Een hersenwetenschapper zei toen: "Kijk, hiermee tonen we aan dat wat leraren doen ook echt werkt." Als ik leraar was zou ik me daardoor beledigd voelen. Alsof we niet al jaren aan de leerlingen zien dat het werkt, en zo'n hersenkwabje opeens het bewijs is. Je kunt natuurlijk het brein beschrijven op het niveau van stofjes en neuronen die elkaar beïnvloeden, maar er moet ook ruimte blijven om het te beschouwen op het niveau van concepten als aandacht, geheugen en bewustzijn'.
Die laatste opmerking lijkt me quintessentieel wanneer we in of over neuropraat spreken. Die stofjes en neuronen mogen de wetenschappers de nodige nieuwe inzichten verschaffen en allerlei beloften aan de horizon doen gloren; waar het om betekenisvol inzicht gaat en om de dingen die er voor ons mensen echt toe doen, hebben ze ons, vrees ik, niets of niet zoveel te zeggen en kunnen we echt niet zonder bijvoorbeeld aandacht, geheugen en bewustzijn. VPROlogo
Het stukje in de VPRO-gids besluit met met de opmerking van neurofysioloog Huub Mansvelder:
'Aan het begin van mijn carrière dacht ik nog aan te kunnen tonen hoe de subjectieve wereld van gedachten en ervaring voortkomt uit de fysieke activiteit van het brein. Maar zo langzamerhand vraag ik me af of dat überhaupt wel mogelijk is.'
Lijkt mij inderdaad niet of nauwelijks denkbaar!

Tuesday, September 18, 2012

De morele imbeciel? (3)

Labyrinth behandelde het onderwerp van de geslaagde morele imbeciel in de aflevering: Zonder geweten en BBC Horizon maakte een documentaire over dit onderwerp onder de titel: What makes us good or evil met daarin het intrigerende verhaal van Jim of James Fallon.
Fallon kwam nietsvermoedend als neurowetenschapper in aanraking met de hersenscans van geweldadige psychopaten die hij als een onderscheiden groep wist te duiden. Om later tot de ontstellende ontdekking te komen dat zijn eigen hersenen een zelfde beeld lieten zien.
Hier een deel uit die laatste documentaire waarin Fallon zijn verhaal doet:



En zijn TEDtalk hierover:
met desgewenst een Nederlandse transcriptie. Zoiets vind ik toch wel bijzonder, Jim Fallon blijkt iemand met het brein en het genenpakket van een psychopaat te zijn maar niet met het ontspoorde en ontregelende gedrag waar we deze lieden doorgaans aan zouden kunnen herkennen. Zowel hijzelf als zijn naasten herkennen toch wel allerlei kenmerken en trekjes die gewoonlijk aan psychopaten worden toegeschreven. Wat in zijn geval wellicht afwijkend is, maar dan toch niet alleen ten opzichte van de morele imbeciel, is dat hij vooralsnog goudeerlijk blijft. Zijn veklaring voor de ontwikkeling van destructief psychopaat gedrag is dat daar minstens drie ingrediënten voor nodig zijn. Te weten een bepaalde genetische opmaak, een zeker afwijkend beeld van de hersenen en het ondergaan van traumatiserende ervaringen als die van misbruik, mishandeling en geweldsdelicten: Ondanks of juist vanwege zijn credentials lijkt Fallon me toch een bij uitstek betrouwbare onderzoeker en wetenschapper waar het deze materie betreft! Bepaald geen imbeciel, moreel of anderzins! Maar wel iemand met een bijzondere identiteit die iets behartenswaardigs te melden heeft. < vorige | volgende >

Saturday, September 8, 2012

Van genen- tot neuropraat



Malou van Hintum brengt in 'Doe eeens normaal' heel toepasselijk weer eens in herinnering hoe hooggespannen en veelbelovend onze verwachtingen ten aanzien van het genenonderzoek en het ontrafelen van het menselijk genoom tot voor betrekkelijk kort nog waren. En dat lijkt me niet geheel overbodig.
De mens zou dankzij zijn vernuft en zijn toenemende wetenschappelijke kennis (op met name biologisch en medisch vlak) op de drempel staan van een nieuw tijdperk. Een tijdperk van nieuwe wetenschappelijke inzichten en grootse doorbraken waarin we het geheim van het leven nagenoeg zouden ontsluieren en de mens zichzelf van een groot aantal ziekten, gebreken en beperkingen zou kunnen vrijwaren.
Zo wilden veel enthousiaste geluiden uit de populair-wetenschappelijke pers ons althans maar al te graag doen geloven.

Van wat daar dan van terecht gekomen is geeft van Hintum, in haar boek, een puntige samenvatting en geeft daarbij een heldere uiteenzetting van een aantal complicerende factoren die maken dat onze vaak rechtlijnige verwachtingen van simpele doorbraken op dit terrein achteraf op z'n zachtst gesproken toch wel weer wat naïef bleken.

Wat mij hieraan ook wel eens verbaasd is met welk een gemak we die opgeklopte verwachtingen en de misrekening daarin dan weer binnen de kortste keren volledig lijken te vergeten.
Laat er eens ergens in het maatschappelijk leven even iets mislopen en we roepen om onderzoeken of enquete-commissies maar dit soort misrekeningen talen we blijkbaar niet naar. We vergeten ze liever zo snel mogelijk om onze hoop (en geld) op een volgend wonderpaard te zetten.

Deze constatering sluit dan leuk en naadloos aan op mijn kijk op de zo in de belangstelling staande neuro- of hersenwetenschap. Onlangs begon ik op dit blog eens wat over neuropraat te leuteren met de bedoeling om naar mijn globale opvatting daarover in een notedop toe te werken. De tijd lijkt daar om die eens te spuien.

Ik denk namelijk dat het met onze verwachtingen ten aanzien van de zegeningen die de neurowetenschappen ons gaan brengen niet veel anders zal zijn gesteld dan met die schijnbaar plots vervlogen verwachtingen ten aanzien van het Human Genome Project.
Natuurlijk levert dat genoomonderzoek wel degelijk veel waardevolle nieuwe kennis op en dat doet de neurowetenschap natuurlijk ook. Over deze wetenschapsgebieden wordt ook wel gezegd dat onze totale kennis daarover voor ongeveer 90% in het laatse decennium werd opgedaan, om een idee van de exponentiële groei te geven.
Die nieuwe kennis zal ook ongetwijfeld tot nieuwe technieken en behandelmogelijkheden leiden en ons geleidelijk aan ook vast tot nieuwe inzichten brengen. Of die nieuwe inzichten heel erg zullen verschillen van wat sommige wijze lieden al eeuwen lijken te weten of daar steeds meer op beginnen te lijken, vraag ik me soms wel eens af.

Maar de kwintessens, dat lijkt me toch helder, is dat dergelijke nieuwe kennis de wereld, onze keuzemogelijkheden en verantwoordelijkheden daaromtrent bepaald niet eenvoudiger zullen maken. Integendeel, de wereld zal daardoor steeds ingewikkelder worden en die rijkdom aan kennis zal naast wellicht meer potentiële beheersbaarheid aan de andere kant betekenen dat we meer zullen moeten (be)sturen en beslissen op basis van subtielere onderscheidingen, meer detail en nuance. Kortom de werkelijkheid lijkt alleen maar in complexiteit toe te nemen.
En de vraag is maar of we daar op voorbereid en daar klaar voor zijn?



Onze hooggespannen verwachtingen ten aanzien van het genen- of het hersenonderzoek lijken namelijk toch vooral ook vaak ingegeven door de hoop op simpele en afdoende antwoorden op ongemakken, kwesties en verschijnselen die we doorgaans als mateloos irritant en hopeloos problematisch ervaren en waar we maar moeilijk geduld voor kunnen opbrengen.
Uit onmacht en/of gemakzucht lijken we onze hoop dan tegenwoordig vooral op de wetenschap te richten om ons van alle problemen en ongemak te verlossen. En het liefst zo snel, zo volledig en zo ongemerkt mogelijk; de quick-fix, het juiste pilletje en vaarwel depressie en zwaarmoedigheid.
Een pilletje voor dit en een pilletje voor dat graag of anders graag een andere simpele remedie die niet te veel van onze tijd en onze aandacht vraagt.

Die pilletjes en de vraag ernaar zijn een typisch fenomeen van het moderne leven maar bepaald niet van gisteren, getuige een hitje uit 1966 van de Stones:


Dit is wellicht een ietwat gechargeerde voorstelling van zaken maar als we onze gezamelijke wensen, verwachtingen en eisen zoals die zich in het publieke debat en de maatschappelijke werkelijkheid ontvouwen eens wat nader beschouwen, toch heus niet zo ver bezijden de waarheid.

Je hoort de laatste tijd wel eens over de neuromaffia spreken wanneer bepaalde lieden, als bijvoorbeeld Dick Swaab, het hersenonderzoek verdedigen of de resultaten ervan al roemend uiteenzetten. Ik zou dan gezien onze toch veelal hoopvolle verwachting en belangstelling liever van neuromania of neuromanie spreken. Als er al sprake zou zijn van een neuromaffia dan zou het toch niet uitsluitend op die onderzoekers slaan die hun bevindingen bekendmaken maar net zo zeer op ons allen als vragend consumentenpubliek en op de media die ons zo graag bedienen.

'Wij zijn ons brein' volgens Dick Swaab en daar heeft de goede man, neurologisch beschouwd, natuurlijk volkomen gelijk in. Hij laat alleen na om er bij te zeggen dat ... ons brein net zo zeer de weerspiegeling is van dat, wetenschappelijk ongrijpbare, zelf van ons.

De vraag in deze is uiteraard wat de wetenschap zoal vermag.
Bepaald niet alles, zou ik denken, en als we ooit al door de waarheid gered zouden kunnen worden, zal dat toch niet door de wetenschappelijke waarheid zijn. In dat opzicht volg ik graag de gedachtegang die Coen Simons in zijn boekje met de licht ironische titel 'En toen wisten we alles' zo alleraardigst uiteenzet.



Zoals in een vorig stukje vermeld, zijn wetenschappers erin geslaagd het genoom van de banaan te ontrafelen en in kaart te brengen. Dat levert onvoorstelbaar veel (vooralsnog abstracte) gegevens op die mogelijk zullen bij kunnen dragen aan bijvoorbeeld het resistent maken van deze voor de mens belangrijke voedselbron tegenschimmelziekten. Maar die, voor de meeste stervelingen, ondoorzichtige en onoverzichtelijke brij aan nieuwe data geeft ons nog altijd geen antwoord op de vraag waarom de bananen krom zijn.
Zo zal, dunkt me, ook de neurowetenschap ons tal van bevindingen en gegevens opleveren die eerst eens in een zinvol verband zullen moeten worden gebracht en ons dan tot mogelijk nieuwe of althans wat meer empirisch onderbouwde inzichten zal brengen. Dat dan in instrumentele zin als qua medische of psychische behandelwijzen, waarna zich ongetwijfeld weer nieuwe vragen en problemen zullen aandienen.
Maar ze zal ons heus niet als bij toverslag de antwoorden brengen op de meer wezenlijke vragen die de mens zich nu eenmaal van tijd tot tijd pleegt te stellen.
Dat voorrecht is geen enkele neurowetenschapper of andersoortige leuteraar gegeven, althans niet echt meer dan jij of ik.

Doe eens normaal, zeg >

Wednesday, September 5, 2012

Doe eens normaal (2) Genen

Het zogeheten nature-nurture debat is een discussie die altijd en overal weer op diverse niveau's de kop opsteekt en dat ongetwijfeld in verschillende gedaantes altijd zal blijven doen. In ondermeer de psychologie, de filosofie, mijn werk en het publieke en politieke debat, om maar eens een paar dwarsstraten te noemen.
Enkele decennia geleden leek de maakbare mens de onbetwiste winnaar te worden, terwijl we tegenwoordig graag zo veel mogelijk lijken toe te schrijven aan of menen af te kunnen doen als de genetische aanleg; als ware het een simpel spelletje van 'welles of nietes'.



Malou van Hintum wijdt het eerste hoofdstuk van haar boek Doe eens normaal aan deze doorlopende kwestie onder de titel Biologie of boze buitenwereld?
Hierin betoogt ze overtuigend en onderbouwd dat daar geen eenvoudig antwoord op bestaat en de zaak altijd weer wat ingewikkelder en verwevener blijkt te liggen dan we dachten of hoopten; iets dat wijze mensen natuurlijk al sinds mensenheugnis bevroedden.

Hier enkele citaten uit de paragraaf:
Genen belangrijk, maar niet beslissend


De meeste ziekten zijn multifactorieel, wat betekent dat een combinatie van vaak onbekende genvarianten samen met bepaalde omgevingsfactoren ervoor zorgen dat je een verhoogd risico loopt op een aandoening.

De euforie wa dan ook groot toen duizenden wetenschappers die sinds 1990 samenwerkten en het Human Genome Project er in 2000 in slaagden de volledige genetische code – alle 30.000 genen – van de mens te ontrafelen.

Het is nog maar een paar jaar geleden dat wetenschappers optimistisch waren over het vinden van de 'genetische sleutels' voor allerhande ziekten en aandoeningen. Ze veronderstelden dat voor elke eigenschap of stoornis maar een paar belangrijke genen verantoordelijk zijn. Maar hoe meer genetisch onderzoek wordt gedaan, des te duidelijker het wordt dat vrijwel alle eigenschappen en aandoeningen worden beïnvloed door een heel groot aantal genen.

Hoogleraar humane genetica Gert-Jan van Ommen (Universiteit Leiden) bevestigt dat het effect beperkt is van de risicogenen die inmiddels wel zijn gevonden: ieder afzonderlijk geven ze 1 of 2 procent risicoverhoging op een ziekte. 'Mensen in de wereld van het genoomonderzoek kunnen er niet omheen dat dit nu niet bepaald een fantastische score is, zegt hij. Risicogenen verklaren evenveel als of zelfs minder dan omgevingsfactoren als sociaaleconomische klasse of gezinsinvloeden. Dat bepaalde genvariaties vaker samen met een bepaalde aandoening voorkomen, wil bovendien niet zeggen dat ze die aandoening ook veroorzaken. Achter de meeste ziekten gaan tientallen genen of genvarianten schuil, en de manier waarop een gen zich 'gedraagt' kan ook het gevolg in plaats van de orzaak van een ziekte zijn.



In de volgende paragraaf over Epigenetica: de invloed van de omgeving
komen nog wat complicaties ter sprake die zich voordoen vanwege het feit dat een gen, mede onder invloed van omgevingsfactoren, 'aan' danwel 'uit' kunnen staan.



Dit verschijnsel dat genen onder invloed van omgevingsfactoren 'aan' en 'uit' kunnen staan, wordt veroorzaaakt door een biologisch proces waarbij de werking van het DNA verandert.

Naast de genetica is dus ook de epigenetica een factor om rekening mee te houden. En dat maakt het onderzoek er niet eenvoudiger op. Bedenk daarbij dat alle 30.000 genen afzonderlijk de mogelijkheid hebben om wel of niet tot 'expressie' te komen, om 'aan' of 'uit' te staan, en het is duidelijk dat dit een bijna onoverzienbare hoeveelheid variaties creëert.
En daarmee zijn we er nog niet. Want een gen kan niet alleen 'aan' of 'uit' staan, het kan afhankelijk van omgevingsfactoren ook een 'positief' of 'negatief' effect hebben. Anders gezegd: omgevingsfactoren beïnvloeden niet alleen of een gen 'aanstaat', maar ook hoe.

Een bepaalde aanlaeg heeft dus altijd specifieke omgevingsfactoren nodig om in de vorm van gedrag zichtbaar te worden.

Ons genenpakket zit dus bomvol mogelijkheden, zowel positieve als negatieve, en het hangt in belangrijke mate van onze omgeving af of en hoe die tot uiting komen.



Zoals we uit het genoom van die kromme gele nog niet kunnen lezen waarom ie krom is, zo heeft ook het in kaart brengen van het menselijk genoom ons vooralsnog maar bitter weinig nieuw inzicht gebracht in het hoe en waarom van psychische stoornissen.
En dan te bedenken dat wij als mensen niet eens het hoogste aantal genen tellen; die malle piepers bijvoorbeeld hebben er al meer.



< vorige | volgende >

Genen- en neuropraat >

Thursday, July 12, 2012

Dat kromme genoom

In het kader van de soms ontzagwekkende en vaak niet-bij-te-benen wetenschappelijke vooruitgang in combinatie met wat goed-nieuws-show-gevoel meldde de Volkskrant vanmorgen dat het genoom van 'die kromme' nu dan toch ook in kaart gebracht is.



Die kromme is in dit geval niet ene Willem van Hanegem maar gewoon de banaan, in grote delen van de wereld volksvoedsel nummer één; zoals de pieper of de aardappel dat bij ons is.
Of de DNA-kaart van van Hanegem nog verrassingen op zou leveren weet ik echt niet; die van ons belangrijkste volksvoedsel, te weten, de aardappel bracht in ieder geval aan het licht dat die pieper heel wat meer genen heeft dan de mens.

In het betreffende krantenartikel over de banaan wordt helaas geen gewag gemaakt van verbazingwekkende, tenen of andere lichaamsdelen krommende vondsten of conclusies. Ook niet ten aanzien van het waarom van het befaamde kromzijn van dit o zo populaire stuk fruit.
Wel verwacht men met deze nieuwe kennis beter uitgerust te zijn in de pogingen om resistentere variëteiten te ontwikkelen in de strijd tegen agressieve schimmelziekten.



Zo zijn we dan met z'n allen toch weer wat wijzer geworden en heeft het nieuws ons weer eens een positief bericht gebracht, al weten we nu nog steeds niet waarom de bananen krom zijn!

Ik ben niet zo bekend met of thuis in de wereld van de genen en het DNA.
Ene Sam Kean Lijkt dat bij uitstek wel te zijn en blogt daar zelfs over. Verder blijkt hij de auteur van het boek 'The Violinist's Thumb' te zijn.
Wetenschappelijke bevindingen kunnen in samenhang met historische en actuele wetenswaardigheden hele spannende en intrigerende inzichten opleveren en met het oog op een dergelijke verwachting zou dit boek weleens zomaar op mijn verlanglijstje kunnen belanden.

Monday, July 11, 2011

Wie heeft er nu meer?

Over die piepertjes had ik het al eens eerder gehad.
In Opperdoes staat ook nog een grote schuur met het opschrift:


Power to the Pieper



en daarbij soms een bedrijfsauto met diezelfde kreet erop.

Maar wie zouden er nu meer hebben; the people of de piepers?


De krant lezend valt mijn oog vanmorgen op het volgende kopje:


De aardappel heeft meer genen dan de mens


Je hebt ook altijd baas boven baas!

For the record:


De onderzoekers ontrafelden het complexe aardappelgenoom door het dna van twee klonen te vergelijken: een wilde en een cultuuraardappel. Het 844 miljoen basenparen grote genoom (waarvan 86 procent in kaart is gebracht) blijkt verrassend veel genen te tellen, zo'n 39 duizend.
Het aantal genen van de mens wordt op 21- tot 25 duizend geschat.

Dacht u ook altijd dat wij toch al vrij ingewikkeld in elkaar staken?
Dan moet je deze jongens eens zien!

Sunday, January 17, 2010

Zelfzuchtige en/of onbaatzuchtige genen?

Het bestaan van het Nederlands Dagblad was mij tot vandaag onbekend en dat zou nog zo zijn als ik zojuist niet even naar prof. Jacob Klapwijk (zie vorig stukje) gegoogled zou hebben.
Zo kwam ik dus op de site van het Nederlands (Christelijk betrokken) Dagblad terecht en daar trok het volgende artikel mijn aandacht: Menslievende mensen doen het beter.
Wat een prachtig medium kan dit internet of wereldwijde web toch soms zijn.

De vraag of onze genen onbaatzuchtig dan wel zelfzuchtig zouden zijn wordt de laatste tijd in allerlei kringen en op velerlei niveaus gehoord en bediscussiëerd en zo hoort het natuurlijk ook in het Darwinjaar.
Een mooier eerbetoon kon Darwin toch nauwelijks ten deel vallen.
De kwestie raakt ook alle aspecten van ons bestaan variërend van onze intieme relaties, familiebanden, de omgang met elkaar in de buurt, op straat en op het werk tot hoe we onze samenleving en organisaties vormgeven, onze politieke ideeën, het ongebreidelde vrije marktdenken en bv. de actuele ophef over excessieve bonussen.

En dan wil ik alsof het nog niet ingewikkeld genoeg is in de heersende discussies ook nog eens enkele opmerkingen kwijt en naar wat relevante links verwijzen.

Mijn kanttekeningen:

- De evolutietheorie beoogt natuurlijk een veklaringsmodel te zijn, descriptief ofwel een beschrijving van wat we menen te zien en te weten.
Bij nagenoeg elk mensbeeld hebben we echter sterk de neiging er een normatieve draai aan te geven en er een descriptief model van te maken; dan laten wij het (verklarings)model dus ons de wet voorschrijven.
Dat mag in discussies van deze aard toch op zijn minst enige verbazing wekken als je ziet hoe wij ons gewoonlijk laten voorstaan op onze moraliteit en vrije wil.

- Een andere veel voorkomende valkuil in discussies van deze aard is de vraag of het glas half vol danwel half leeg zou zijn.
Een dergelijke voorstelling van zaken is natuurlijk een uitermate drollige drogreden, want een glas dat halfvol is uiteraard ook half leeg (pas als de onderste helft leeg lijkt en de bovenste vol ga ik er gek van opkijken).
Of het glas nu voor 25% of voor 75% zou natuurlijk wel een zinnige vraag kunnen zijn.
En in de vraag naar onze genen zou ik denken dat ze ons tot zowel zelfzuchtig als onbaatzuchtig gedrag kunnen aanzetten maar de vraag moet zijn: wanneer wat in welke mate en onder welke omstandigheden ons tot bepaald gedrag predispositoneert en hoe we deze kennis vervolgens kunnen aanwenden om een wenselijke samenleving te creëren of te bevorderen.
En deze vragen lijken mij op een juiste wijze gesteld en behandeld in het boek Loneliness van John T. Cacioppo en William Patrick.

- Op de vraag naar hoe we in elkaar zitten en wat ons te doen staat in deze wereld zal nooit een sluitend antwoord komen (het onderscheid tussen convergente en divergente vragen), maar we moeten wel blijven zoeken en blijven vragen.
Alleen dwazen menen de antwoorden op alle vragen te weten en dat zal voorlopig helaas wel zo blijven.

Een paar relevante links:

- Een lezing van Jan Van Hooff over Goedzak en het overleven van de sterkste
Met de stelling dat onze moraliteit een evolutionaire grondslag heeft en dat altruïsme, onbaatzuchtigheid en dienstbaarheid mede ons succes als soort bepalen.

- Als het er om gaat om wat inzicht te krijgen in de 'condition humaine' en de wat diepere aard van ons wezen, onze mogelijkheden, onze behoeften en drijfveren zijn er voor mij twee boeken die eruit springen en ik en ieder aan zou willen raden:
het door mij reeds eerder genoemde boek over de Human Givens

en uiteraard het prachtige boek Loneliness van John T. Cacioppo en William Patrick met de ondertitel: Human Nature and the Need for Social Connection.
Hoewel dit boek ook duidelijk een evolutionaire onderbouwing geeft is het toch vanuit een omvattender perspectief geschreven en behandelt het ook uitgebreid neurologische en psychologische bevindingen en aspecten.

Dick.