Showing posts with label neuropraat. Show all posts
Showing posts with label neuropraat. Show all posts

Saturday, February 28, 2015

McGilChrist, Kahneman en Bolte Taylor revisited

Vandaag in De Correspondent een mooie samenvatting van wat opvattingen over en inzichten in het menselijk brein en psyche door drie vorsers van de menselijke ziel die, naar mijn smaak, ook iets zinnigs en interessants te melden hebben.
Wat dit blog betreft McGilChrist, Kahneman en Bolte Taylor in de herhaling en hieronder mooi samengevat door Thalia Verkade:
Dit is wat er dagelijks misgaat in je hoofd
Over wat er zoal niet altijd even gladjes verloopt en correspondeert in die bovenkamer van ons.

Monday, April 7, 2014

Het gretige brein tegen het licht

Gisteravond zag ik in VPRO's 'Tegenlicht' de aflevering 'het gretige brein'. Voor wie dat eigenlijk niet wil missen maar het toch gemist heeft is er nog altijd 'Uitzending gemist'.

Hier wat aantekeningen van maker Rob van Hattum over zijn passie en betrokkenheid bij 'het brein':

Sunday, March 16, 2014

Europa praat neuro?

Voor ik de VPRO-gids van de afgelopen week wegleg bij het het oud-papier, blader ik hem nog eens door en lees dat 2014 het 'Europees jaar van het brein' is. Dat was mij toch zomaar even geheel ontgaan evenals dat de afgelopen week door de Hersenstichting tot Brain Awareness Week werd uitgeroepen. Dat is aldus Bouwe van Straten, auteur van het artikeltje 'Europese Jaar van het Brein', niet zo heel vreemd en het komt waarschijnlijk omdat onze grijze massa, als nieuws-item de afgelopen jaren toch al niet uit de media was weg te slaan. En daar kon hij wel eens gelijk in hebben.
Is het niet omdat hersenonderzoek de belofte in zich draagt om inzicht te verschaffen in wat ons tot mens maakt, dan wel omdat de behandeling van aandoeningen als autisme, depressie en schizofrenie aan de horizon lijkt te gloren.
Slordig van mij dat ik dat vorige week allemaal niet opgemerkt heb. Zo heb ik dus ook de radio-interviews gemist met een aantal ontvangers van de Vici-beurs, een beurs voor senioronderzoekers om een eigen onderzoeksprogramma op te zetten.
De waarheid is zelden zuiver en nooit eenvoudig
Zo opent het artikel met een citaat van Oscar Wilde, waar ik graag mee instem.

(Neuro-)Wetenschappers weten dat maar al te goed want ondanks al hun successen en schijnsuccessen moeten ze regelmating de horizon waarachter het grote inzicht en vele oplossingen zouden gloren verleggen en hun ideeën en verwachtingen bijstellen.
'In 2006 verwachtten we nog een enkel gen voor depressie te ontdekken. One gene, one disorder', aldus hoogleraar psychiatrische genetica Danielle Posthuma. 'Daar zijn we grondig van teruggekomen. We weten nu dat er bij aandoeningen als autisme, ADHD en depressie duizenden gene betrokken zijn. Bij schizofrenie gaat het waarschijnlijk om meer dan 8000 genen.'
Tja, zo gaat dat in de wetenschap en zeker in die van onze genen en ons brein.
Cognitief psycholoog Chris Olivers biedt ook enig zinnig tegenwicht aan een te eenzijdijge aandacht op al die stofjes en neuronen.
Een korte rondgang langs de Vici-winnaars leert dus dat er therapieën aan de horizon gloren voor de meest uiteenlopende hersenaandoeningen. Al die sucessen en beloften kunnen wel leiden tot het idee dat alles wat ons mensleijk maakt zich in ons brein afspeelt. Schuilt daar ook niet een gevaar in?
Chris Olivers denkt van wel: 'Ik was laatst bij een lezing waar ze lieten zien dat bepaalde hersengebieden bij kinderen groeiden als ze iets leerden. Een hersenwetenschapper zei toen: "Kijk, hiermee tonen we aan dat wat leraren doen ook echt werkt." Als ik leraar was zou ik me daardoor beledigd voelen. Alsof we niet al jaren aan de leerlingen zien dat het werkt, en zo'n hersenkwabje opeens het bewijs is. Je kunt natuurlijk het brein beschrijven op het niveau van stofjes en neuronen die elkaar beïnvloeden, maar er moet ook ruimte blijven om het te beschouwen op het niveau van concepten als aandacht, geheugen en bewustzijn'.
Die laatste opmerking lijkt me quintessentieel wanneer we in of over neuropraat spreken. Die stofjes en neuronen mogen de wetenschappers de nodige nieuwe inzichten verschaffen en allerlei beloften aan de horizon doen gloren; waar het om betekenisvol inzicht gaat en om de dingen die er voor ons mensen echt toe doen, hebben ze ons, vrees ik, niets of niet zoveel te zeggen en kunnen we echt niet zonder bijvoorbeeld aandacht, geheugen en bewustzijn. VPROlogo
Het stukje in de VPRO-gids besluit met met de opmerking van neurofysioloog Huub Mansvelder:
'Aan het begin van mijn carrière dacht ik nog aan te kunnen tonen hoe de subjectieve wereld van gedachten en ervaring voortkomt uit de fysieke activiteit van het brein. Maar zo langzamerhand vraag ik me af of dat überhaupt wel mogelijk is.'
Lijkt mij inderdaad niet of nauwelijks denkbaar!

Wednesday, December 18, 2013

Scherder’s ware wetenschap

Boven de rubriek ware wetenschap van de Volkskrant prijkten vandaag woorden als: Negatieve bevindingen, Blij met inconsistenties en waarom onverwachte resultaten de beste resultaten zijn

Professor Erik Scherder schijnt op zijn afdeling kilinische neuropsychologie van de VU de bijnaam ‘Professor negatieve bevindingen’ te hebben. Hij draagt die naam niet zonder trots.

Als de bevindingen uit de onderzoeken van zijn promovendi negatief uitpakken, ervaren die dat, zoals te verwachten, vaak als bijzonder ontmoedigend. Zo ziet professor Scherder dat toch helemaal niet, integendeel:
Vervolgens schiet zo’n promovendus vaak in de stress. Want waarom vinden al die onderzoekers elders op de wereld wel een positief verband tussen bewegen en denkkracht, en zit hij of zij nou met een studie waar de resultaten inconstistent zijn? Het is ook zo’n rotboodschap om mee thuis te komen: jarenlang experimenteren met honderden proefpersonen met als eindconclusie ‘ik snap niet wat hier aan de hand is’.
Scherder daarentegen wordt juist enthousiast van zo’n negatieve bevinding. ‘Stel we hadden gevonden dat beweging de hersenen van iedere patient met dementie actiever maakt. Dan was het direct einde onderzoek, want hup, allemaal uit die leunstoel en lopen maar. Maar nu ontdekken we dus dat bwegen geen haarlemmerolie is; het helpt niet in alle gevallen. Machtig interessant, dit roept allemaal nieuwe vragen op’
.
Ik mag die benadering van Scherder wel. Helemaal mee eens, verder kijken, de juiste vragen leren stellen en nuanceren; that’s the way to go!

Tuesday, March 12, 2013

Neuro- en andere blahblah

De Volkskrant maakte op 4 maart onder de titel ‘Dieet vervangt medicijn’ weer eens melding van een van de grootste wetenschappelijke doorbraken aller tijden. En dat nieuws(?) wist wel weer wat tongen en pennen los te maken. Niet iedereen was evenzeer onder de indruk blijkens dit commentaar uit ThePostOnline dat zegt dat de Volkskrant nieuws door gebabbel vervangt. Voor de ware vorser wordt ook maar een link naar het oorspronkelijke artikel gegeven.
Vandaag reageerde molecuair bioloog Bas Delfze in de Volkskrant onder de titel: Van ‘doorbraken’ krijgen we ooit genoeg, op vergelijkbare terughoudende wijze.
Met hun lichtvaardige aankondiging van een nieuwe ‘doorbraak’ beschadigen onderzoekers de wetenschap en belasten ze bescheidener vakgenoten.
zegt hij, en bestempelt de woorden en argumentatie waarmee deze overtrokken claims gemaakt worden als pure kretologie.
Ja, dat dacht ik ook maar het stond echt niet in de krant omdat er opeens nieuws onder de zon was maar gewoon omdat de krant nu eenmaal ook volgeschreven moet, toch of niet dan? Volgens mij kunnen we op het terrein van voedingswetenschap en/of medicatie in afzienbare tijd ook nog veel ‘nieuwe ontdekkingen en doorbraken’ tegemoet zien.
Evenals op het op het terrein van de hersenwetenschappen of neuroscience trouwens. Ook zo’n gebied van waaruit we met de regelmaat van klok op spectaculair nieuws over allerlei onsamenhangende, nietszeggende elkaar soms tegensprekende ontdekkingen, die ons leven drastisch zullen veranderen, getrakteerd worden.
Neurowetenschapper Molly Crockett legt in een praatje voor TED Talk helder en onderhoudend uit hoe die transformatie van wetenschappelijke bevinding en neuropraat naar neuroblahblah, in een vorm zoals de media en de marketeers van het bedrijfsleven het liever zien, gewoonlijk tot stand pleegt te komen: Zou deze wetenschap op zijn beurt nu ook een doorbraak in de aard van die flapdoodle-berichtgeving teweeg kunnen brengen?

Wednesday, January 9, 2013

De breinbreker van de bankier

Wanneer ik, zoals dat zomaar wel eens het geval kan zijn, weer eens roep dat ik geen verstand economie heb doel ik gewoonlijk op met name die financiële constructies, transacties, regelingen en goocheltrucs die de zogeheten ‘werkelijke economie’ zouden moeten stimuleren, de goede richting insturen en schragen. Kortom het conglomeraat van banken, beurzen, rating agencies and what have you, dat we kennen als de financiële wereld of de financiële markten. Ook wel als de haute finance bestempeld. Persoonlijk vind ik de term econoblahblah toch meer de spijker op de kop slaan. Dat gaat dus over en om het grote geld en over de geldigheid ervan in de zin van welke regels er uiteindelijk in de grote wereld gelden en wie die regels bepalen; kortom om de macht.
Het verbaasde de journalist en antropoloog Joris Luyendijk nogal dat wanneer je iets over een onderwerp als ‘gender’ in Gaza wilt weten, je zo tien artikelen daarover kunt vinden terwijl er over dat ‘volkje’ dat op duistere en welhaast onnavolgbare wijze en geheel naar eigen inzichten en motieven onze financiële organisatie bestiert er nauwelijks of geen etnografische kennis beschikbaar of aanwezig lijkt te zijn. Toch wel hoogst merkwaardig! Reden voor Luyendijk om zich eens onder en tussen dit 'volkje' te begeven en eens wat veldonderzoek te verrichten. De neerslag daarvan is ondermeer terug te vinden in 'Voices of finance' en zijn ‘bankingblog’ voor de Guardian. In het verlengde daarvan werd ook een beroep op zijn kennis en inzichten gedaan door een Britse parlementaire enquetecommissie. Daar zag Tegenlicht dan ook weer een aanleiding in om de bevindingen van Joris Luyendijk nog eens tegen het licht te houden.
Heb je je ook ooit wel eens afgevraagd:
wie zijn dat toch die lieden die wij zomaar zonder daar al te moeilijk over te doen de langste, de belangrijkste en de machtigste touwtjes van onze gemeenschappelijke wereld in handen geven? Wat doen ze, waar sturen ze op aan en wat drijft ze?
Deze documentaire geeft daar in, pakweg, drie kwartier aardig wat inside-information over. Daarna zullen wij dan, vrees ik, wel weer overgaan tot de orde van de dag en ons weer gaan bezighouden met de dagelijkse centenkwesties van onze echte wereld en in het kader van onvermijdelijke (hoor je het Rutte en de zijne nog zeggen?) bezuinigingen. Het mag inmiddels toch niet echt meer verbazen maar wij lijken ons geheel vrijwillig en zonder tegensputteren uit en over te leveren aan een groep mensen met een zorgwekkende overdaad aan psychopathologische trekjes, voorzover we al niet ronduit van morele imbecielen kunnen spreken en met een al even opvallende overdaad aan autistische kenmerken die daarbij veelal in een soort narcotische roes verkeren waarbij hun sterkste drijfveer is om die roes te continueren en zo mogelijk nog op te voeren. We ontkomen er natuurlijk weer niet aan om het een en ander vanuit (processen in) het brein te verklaren. Zo wil het huidige evidence-beest het nu eenmaal hebben. Het lijkt me dat het brein-beest in dit stadium van de evolutionaire ontwikkeling van ons denken een beetje monomaan en overdadig alle aandacht krijgt terwijl het uiteindelijk niet zo gek veel verklaart. Wat dat betreft lijken we misschien wel wat op die ééndimensionaal gerichte jongens en meisjes uit de documentaire. Ik vermoed dat waar het zogeheten ‘evidence’ betreft er mettertijd ook wel weer andere beestjes in de dierentuin van ons denken op zullen duiken. Ons denken vraagt wellicht eigenlijk nog om een beetje 'leverage'. Maar dat geheel terzijde; voorlopig lijkt het me in termen van evidence-based, causale verbanden, verantwoordelijkheid en zomeer dringender om te weten hoe economische crises ontstaan, hoe we er weer uit komen en hoe ze met enige common sense te vermijden.
Maar de hamvraag in verband met deze docu luidt voor mij toch:
zijn deze 25-jarige jongens en meisjes nu gek omdat ze zich zo laten gaan en de beesten uithangen of zijn wij met z’n allen als collectief nu gek dat we ze de gelegenheid hiertoe bieden, het bijna van ze verlangen en het meestentijds nog eens aanmoedigen ook? En als het misloopt kijkt iedereen weg. Wie durft echt verantwoordelijkheid te nemen?
Wie het weet mag het weer zeggen! Zijn er nog grote en heldere geesten van het kaliber Marx of Keynes die ons wat verder zouden kunnen helpen?
En laten wij Europeanen het zover komen dat ons continent uit zogenaamde 'efficiency'-overwegingen zo'n beetje als een zakenbank of een multinational gerund gaat worden? Volgens Luyendijk schiet het al lekker op en ik vrees dat hij dat helaas goed ziet.

Tuesday, September 18, 2012

De morele imbeciel? (3)

Labyrinth behandelde het onderwerp van de geslaagde morele imbeciel in de aflevering: Zonder geweten en BBC Horizon maakte een documentaire over dit onderwerp onder de titel: What makes us good or evil met daarin het intrigerende verhaal van Jim of James Fallon.
Fallon kwam nietsvermoedend als neurowetenschapper in aanraking met de hersenscans van geweldadige psychopaten die hij als een onderscheiden groep wist te duiden. Om later tot de ontstellende ontdekking te komen dat zijn eigen hersenen een zelfde beeld lieten zien.
Hier een deel uit die laatste documentaire waarin Fallon zijn verhaal doet:



En zijn TEDtalk hierover:
met desgewenst een Nederlandse transcriptie. Zoiets vind ik toch wel bijzonder, Jim Fallon blijkt iemand met het brein en het genenpakket van een psychopaat te zijn maar niet met het ontspoorde en ontregelende gedrag waar we deze lieden doorgaans aan zouden kunnen herkennen. Zowel hijzelf als zijn naasten herkennen toch wel allerlei kenmerken en trekjes die gewoonlijk aan psychopaten worden toegeschreven. Wat in zijn geval wellicht afwijkend is, maar dan toch niet alleen ten opzichte van de morele imbeciel, is dat hij vooralsnog goudeerlijk blijft. Zijn veklaring voor de ontwikkeling van destructief psychopaat gedrag is dat daar minstens drie ingrediënten voor nodig zijn. Te weten een bepaalde genetische opmaak, een zeker afwijkend beeld van de hersenen en het ondergaan van traumatiserende ervaringen als die van misbruik, mishandeling en geweldsdelicten: Ondanks of juist vanwege zijn credentials lijkt Fallon me toch een bij uitstek betrouwbare onderzoeker en wetenschapper waar het deze materie betreft! Bepaald geen imbeciel, moreel of anderzins! Maar wel iemand met een bijzondere identiteit die iets behartenswaardigs te melden heeft. < vorige | volgende >

Monday, September 10, 2012

Doe eens normaal (3) Brein en stress

Na het genenverhaal vervolgt van Hintum met:



Genetische onderzoeksresultaten kunnen nog altijd op warme belangstelling rekenen van journalisten en het grote publiek, maar het hersenonderzoek is de laatste vijf tot tien jaar echt een hype geworden. Gedrag lijkt pas 'echt' te zijn als de ermee corresponderende hersenactiviteit met behulp van fMRI, een beeldvormende techniek, in de hersenen zichtbaar is gemaakt.


Zo luidde de eerste twee zinnen van het tweede item uit het eerste hoofdstuk: 1.2 Hersenen: een complex en kwetsbaar verkeersnetwerk



Hierin komen, zoals te verwachten, dan de wetenswaardigheden over ons brein aan bod of dat wat ik zomaar eens neuropraat ben gaan noemen.
Onder die wetenswaardigheden ook wat van de welhaast obligate specificaties van dit wonderbaarlijke stukje hardware. Specificaties die altijd imponeren (mij althans) door de veelheid, de snelheid en de onvoorstelbaar grote getallen.
De drift of de teneur van dit onderdeel, waar ik mij wel senang bij voel, laat zich goed samenvatten met de volgende citaten:



De 'hardware' in ons hoofd kent net zo veel individuele variaties als er mensen zijn.

De hersenen zijn een orgaan waarin je gevoel, handelen en denken als het ware worden 'ingeprint'; ze veranderen met en door alles wat je doet, denkt, voelt en meemaakt. Wetenschappers zeggen dan ook dat het brein plastisch is. Hoe het zich ontwikkelt, hangt af van allerlei verschillende maatschappelijke, biologische, gedrags- en leeftijdsfactoren, en verschit van individu tot individu. Er zijn geen twee paar hersenen hetzelfde – zelfs niet die van een eeneiige tweeling.

Bij 'ongelukken' die in de hersenen kunnen plaatsvinden, denken we meestal in de eerste plaats aan een hersenbloeding of -infarct, of aan hersenletsel als gevolg van een val of harde botsing met een vuist of voorwerp. Maar 'ongelukken' ziijn ook traumatische gebeurtenissen zoals het overlijden van een ouder, misbruik en verwaarlozing. De angst en depressie die zulke ervaringen kunnen veroorzaken, hebben net zo goed invloed op het functioneren van de hersenen, en zijn vaak ook terug te zien in de vorming van de 'hardware' in het brein. Daarbij speelt een foute afstelling van het biologische stresssysteem een cruciale rol.



Dat komt me voor als een belangwekkende constatering. Naast de zeer evenwichtige en genuanceerde benadering van het onderwerp laat mijn enthousiasme over dit boek van van Hintum zich vooral verklaren door hoe ze hierin aandacht vraagt voor het belang van dit biologische stresssysteem en het in samenhang en perspectief plaatst. Hetzelfde geldt overigens voor de maatschappelijke oorzaken en inbedding van psychiatrische ziektebeelden.



Dat cruciale biologische stresssysteem staat doorgaans wel bekend als de vecht- of vluchtrespons. Heel toevallig(?) het onderwerp van het eerste schrijfseltje op Dima's Blog zo'n 30 maanden geleden.
Van Hintum:


Onderzoekers veronderstellen dat een niet goed afgesteld en daardoor niet goed functionerend stresssysteembeïnvloedt hoe we ons voelen en gedragen. Dat kont doordat een disfuntionerend stresssysteem structurele veranderingen in de hersenen kan veroorzaken die aan de basis liggen van allerlei psychische stoornissen. Stress lijkt daarmee een belangrijke onderliggende factor voor psychische aandoeningen, en is dat trouwens ook voor chronische lichamelijke ziekten, hart- en vaatziekten en kanker. Precies om die reden wordt er veel onderzoek naar gedaan.


Onze Lieve Heer of de evolutie heeft niet alleen de mens met zo'n alarmsysteem van vecht-, vlucht- of vriesreacties uitgerust. We delen deze uitrusting met andere leden in het dierenrijk. Naarmate het beestje zich wat hoger op de evolutionaire ladder bevindt, wordt het hele systeem wel complexer.
In de dierenwereld schijnen we vooral met een uitermate functioneel overlevingsmechanisme van doen te hebben. Op de vraag welke implicaties dat voor ons mensen als zelfbewuste, cultureelbepaalde en talige wezens heeft, is niet een simpel antwoord mogelijk. Mede omdat er dan naast technische of biologische verklaringen ook altijd morele aspecten meespelen.



Er doet zich ook nogal wat variatie voor in de drempelwaarde en de mate waarin bij verschillende mensen het systeem geactiveerd wordt, hoe het van zich laat spreken en of en hoe het weer tot rust komt. Ik meen van mezelf te weten dat mijn alarmbelletjes betrekkelijk gemakkelijk aan het rinkelen zijn te krijgen.
Sommige mensen ervaren bij het minste geringste of bijna altijd stress terwijl sommige anderen onder geen enkele omstandigheid aangedaan lijken te worden.

Een veel voorkomend gevolg van veel stress en zogeheten korte lontjes of een overspannen of al te rap te triggeren vecht- of vluchtrespons is (misplaatste) agressie en agressief gedrag.
Iets dat, zo we allen weten, niet zelden paniek en/of agressie als reactie oproept en zo gauw in een negatieve spiraal kan uitmonden en veel mensen de nodige last en problemen bezorgt.
Agressief gedrag in de zogeheten openbare ruimte en de zorg daarover lijkt in de loop van mijn leven aanmerkelijk toegenomen. Ik moet er in mijn werk soms wel op beducht zijn en rekening houden met de mogelijkheid of de dreiging van agressie.



< vorige |

Saturday, September 8, 2012

Van genen- tot neuropraat



Malou van Hintum brengt in 'Doe eeens normaal' heel toepasselijk weer eens in herinnering hoe hooggespannen en veelbelovend onze verwachtingen ten aanzien van het genenonderzoek en het ontrafelen van het menselijk genoom tot voor betrekkelijk kort nog waren. En dat lijkt me niet geheel overbodig.
De mens zou dankzij zijn vernuft en zijn toenemende wetenschappelijke kennis (op met name biologisch en medisch vlak) op de drempel staan van een nieuw tijdperk. Een tijdperk van nieuwe wetenschappelijke inzichten en grootse doorbraken waarin we het geheim van het leven nagenoeg zouden ontsluieren en de mens zichzelf van een groot aantal ziekten, gebreken en beperkingen zou kunnen vrijwaren.
Zo wilden veel enthousiaste geluiden uit de populair-wetenschappelijke pers ons althans maar al te graag doen geloven.

Van wat daar dan van terecht gekomen is geeft van Hintum, in haar boek, een puntige samenvatting en geeft daarbij een heldere uiteenzetting van een aantal complicerende factoren die maken dat onze vaak rechtlijnige verwachtingen van simpele doorbraken op dit terrein achteraf op z'n zachtst gesproken toch wel weer wat naïef bleken.

Wat mij hieraan ook wel eens verbaasd is met welk een gemak we die opgeklopte verwachtingen en de misrekening daarin dan weer binnen de kortste keren volledig lijken te vergeten.
Laat er eens ergens in het maatschappelijk leven even iets mislopen en we roepen om onderzoeken of enquete-commissies maar dit soort misrekeningen talen we blijkbaar niet naar. We vergeten ze liever zo snel mogelijk om onze hoop (en geld) op een volgend wonderpaard te zetten.

Deze constatering sluit dan leuk en naadloos aan op mijn kijk op de zo in de belangstelling staande neuro- of hersenwetenschap. Onlangs begon ik op dit blog eens wat over neuropraat te leuteren met de bedoeling om naar mijn globale opvatting daarover in een notedop toe te werken. De tijd lijkt daar om die eens te spuien.

Ik denk namelijk dat het met onze verwachtingen ten aanzien van de zegeningen die de neurowetenschappen ons gaan brengen niet veel anders zal zijn gesteld dan met die schijnbaar plots vervlogen verwachtingen ten aanzien van het Human Genome Project.
Natuurlijk levert dat genoomonderzoek wel degelijk veel waardevolle nieuwe kennis op en dat doet de neurowetenschap natuurlijk ook. Over deze wetenschapsgebieden wordt ook wel gezegd dat onze totale kennis daarover voor ongeveer 90% in het laatse decennium werd opgedaan, om een idee van de exponentiële groei te geven.
Die nieuwe kennis zal ook ongetwijfeld tot nieuwe technieken en behandelmogelijkheden leiden en ons geleidelijk aan ook vast tot nieuwe inzichten brengen. Of die nieuwe inzichten heel erg zullen verschillen van wat sommige wijze lieden al eeuwen lijken te weten of daar steeds meer op beginnen te lijken, vraag ik me soms wel eens af.

Maar de kwintessens, dat lijkt me toch helder, is dat dergelijke nieuwe kennis de wereld, onze keuzemogelijkheden en verantwoordelijkheden daaromtrent bepaald niet eenvoudiger zullen maken. Integendeel, de wereld zal daardoor steeds ingewikkelder worden en die rijkdom aan kennis zal naast wellicht meer potentiële beheersbaarheid aan de andere kant betekenen dat we meer zullen moeten (be)sturen en beslissen op basis van subtielere onderscheidingen, meer detail en nuance. Kortom de werkelijkheid lijkt alleen maar in complexiteit toe te nemen.
En de vraag is maar of we daar op voorbereid en daar klaar voor zijn?



Onze hooggespannen verwachtingen ten aanzien van het genen- of het hersenonderzoek lijken namelijk toch vooral ook vaak ingegeven door de hoop op simpele en afdoende antwoorden op ongemakken, kwesties en verschijnselen die we doorgaans als mateloos irritant en hopeloos problematisch ervaren en waar we maar moeilijk geduld voor kunnen opbrengen.
Uit onmacht en/of gemakzucht lijken we onze hoop dan tegenwoordig vooral op de wetenschap te richten om ons van alle problemen en ongemak te verlossen. En het liefst zo snel, zo volledig en zo ongemerkt mogelijk; de quick-fix, het juiste pilletje en vaarwel depressie en zwaarmoedigheid.
Een pilletje voor dit en een pilletje voor dat graag of anders graag een andere simpele remedie die niet te veel van onze tijd en onze aandacht vraagt.

Die pilletjes en de vraag ernaar zijn een typisch fenomeen van het moderne leven maar bepaald niet van gisteren, getuige een hitje uit 1966 van de Stones:


Dit is wellicht een ietwat gechargeerde voorstelling van zaken maar als we onze gezamelijke wensen, verwachtingen en eisen zoals die zich in het publieke debat en de maatschappelijke werkelijkheid ontvouwen eens wat nader beschouwen, toch heus niet zo ver bezijden de waarheid.

Je hoort de laatste tijd wel eens over de neuromaffia spreken wanneer bepaalde lieden, als bijvoorbeeld Dick Swaab, het hersenonderzoek verdedigen of de resultaten ervan al roemend uiteenzetten. Ik zou dan gezien onze toch veelal hoopvolle verwachting en belangstelling liever van neuromania of neuromanie spreken. Als er al sprake zou zijn van een neuromaffia dan zou het toch niet uitsluitend op die onderzoekers slaan die hun bevindingen bekendmaken maar net zo zeer op ons allen als vragend consumentenpubliek en op de media die ons zo graag bedienen.

'Wij zijn ons brein' volgens Dick Swaab en daar heeft de goede man, neurologisch beschouwd, natuurlijk volkomen gelijk in. Hij laat alleen na om er bij te zeggen dat ... ons brein net zo zeer de weerspiegeling is van dat, wetenschappelijk ongrijpbare, zelf van ons.

De vraag in deze is uiteraard wat de wetenschap zoal vermag.
Bepaald niet alles, zou ik denken, en als we ooit al door de waarheid gered zouden kunnen worden, zal dat toch niet door de wetenschappelijke waarheid zijn. In dat opzicht volg ik graag de gedachtegang die Coen Simons in zijn boekje met de licht ironische titel 'En toen wisten we alles' zo alleraardigst uiteenzet.



Zoals in een vorig stukje vermeld, zijn wetenschappers erin geslaagd het genoom van de banaan te ontrafelen en in kaart te brengen. Dat levert onvoorstelbaar veel (vooralsnog abstracte) gegevens op die mogelijk zullen bij kunnen dragen aan bijvoorbeeld het resistent maken van deze voor de mens belangrijke voedselbron tegenschimmelziekten. Maar die, voor de meeste stervelingen, ondoorzichtige en onoverzichtelijke brij aan nieuwe data geeft ons nog altijd geen antwoord op de vraag waarom de bananen krom zijn.
Zo zal, dunkt me, ook de neurowetenschap ons tal van bevindingen en gegevens opleveren die eerst eens in een zinvol verband zullen moeten worden gebracht en ons dan tot mogelijk nieuwe of althans wat meer empirisch onderbouwde inzichten zal brengen. Dat dan in instrumentele zin als qua medische of psychische behandelwijzen, waarna zich ongetwijfeld weer nieuwe vragen en problemen zullen aandienen.
Maar ze zal ons heus niet als bij toverslag de antwoorden brengen op de meer wezenlijke vragen die de mens zich nu eenmaal van tijd tot tijd pleegt te stellen.
Dat voorrecht is geen enkele neurowetenschapper of andersoortige leuteraar gegeven, althans niet echt meer dan jij of ik.

Doe eens normaal, zeg >

Thursday, April 26, 2012

Zielepraat (7)

Naast het gebabbel over onze psyche, dat in de loop der tijd tot een bijzonder populair tijdverdrijf is geworden, hoor je steeds vaker palaveren over onze neuro-circuits en de uiterst gecompliceerde schakelingen en bedrading daarvan. Laten we dat maar neuropraat noemen. Het lijkt soms wel uitsluitend neuropraat wat de klok slaat. Nagenoeg overal hoor je tegenwoordig die neuropraat, soms gelardeerd of gecombineerd met wat psychobabbel. De wereld staat er bol van en de zielepraat komt er intussen maar bekaaid af; dat lijkt wel een aflopende zaak met deze maand in ons taalgebied nog een kleine (laatste?) oprisping.

Nu laat die ziel van ons zich ook wel erg lastig beschrijven en woorden lijken vaak tekort te schieten om er enigszins vat op te krijgen. Het lukt onze geavanceerde en immer voortschrijdende wetenschap in ieder geval niet om iets van een ziel aan te tonen of in natuurwetenschappelijke termen te vangen.
Onze alledaagse spreektaal kent hoe dan ook nog wel een aantal woorden die naar de togende ziel verwijzen.



In onze niet al te recente (nog in guldens betaalde) en niet al te dikke (slechts 1247 bladzijden) van Dale (Handwoordenboek Hedendaags Nederlands) lees ik zo even:



ziel

zieleheil
zieleleed
zieleleven
zielenherder
zielenood
zielepiet
zielepijn
zielepoot
zieleroerselen
zielerust
zielestrijd
zielig
zieleknijper
zielkunde
zielloos
zielsbedroefd
zielsblij
zielsgelukkig
zielsrust
zielsveel
zielsverhuizing
zielsziek
zieltogen
zielzorg
zielzorger



Daar zou ik dan zelf nog


zielesmart
zielsverwant
zielsverwantschap


aan toe willen voegen

Als ik dat lijstje zo eens bezie en ik laat daarbij nog eens even wat uitdrukkingen de revue passeren waarin de ziel schittert, dan lijkt het me dat we toch nog niet zo makkelijk van die ziel af zullen komen!



En dan laten we mogelijke synoniemen nog maar even buiten beschouwing.

Thursday, December 1, 2011

En zo is het ook nog!

Het kan verkeren zei Brederode reeds en zo is het toevallig ook nog eens een keer!
De dingen blijken nu eenmaal niet altijd te zijn wat ze aanvankelijk leken te zijn.

Voor degenen die, evenals ik, dusdanig onder de indruk zijn van hoe Iain McGilchrist de spijker op de kop lijkt te slaan met zijn lezing, over zowel de specialisatie als de samenwerking van onze beide hersenhelften en het schijnbare effect daarvan op onze cultuur, dat ze, evenals ik, nog wel iets langer dan 12 of 32 minuten naar hem zouden kunnen en willen luisteren hier nogmaals McGilchrist met: Things are not what they seem, in het Schumacher College.



Hier sprak dan zo'n anderhalf uur een psychiater zonder computer op zijn bureau en één die, als ik zijn verhaal een beetje begrepen heb, zich ook wel weinig gelegen zal laten liggen aan iets als de DSM, nog wel altijd het spoorboekje van veel van zijn vakgenoten.
Neuropraat naar mijn hart, grondige analyse gerelateerd aan ervaring en doorspekt van wijsheid.
Iets dat we veelal en, naar het zich nu laat aanzien, steeds vaker in de politiek en de media, het bestuur en management, in de wereld van het grote geld en de economie en op allerlei werkvloeren node moeten ontberen.

Meer rechts- >>
en links- >>
en meer neuropraat >>

Tuesday, November 29, 2011

Outsourcing neurotalk

Het uitbesteden van een neuropraatje onlangs is me uitstekend bevallen, moet ik zeggen. Daniel Goleman deed het, zoals uiteraard viel te verwachten, veel beter dan ik zou kunnen en op deze manier is in het ieder geval een stuk relaxter voor mijn brein; en daar mag ik, op mijn leeftijd, toch ook wel een beetje zuinig op zijn.

Ik beschouw dergelijke youtube filmpjes een beetje als een moderne variant van wat wel heet 'citeren' ofwel een ander voor je laten spreken als diegeen dat zonneklaar beter, helderder, vollediger en tevens beknopter doet dan jezelf zou kunnen. Daarbij is het klip en klaar wie of wat je bron is en is het, wat mij betreft, een onovertroffen manier om informatie, ideeën en kennis te verspreiden.
Het zou een probleempje voor een aantal wel zeker geïnteresseerde collega's en anderen kunnen zijn dat dit veelal in het engels gepresenteerd wordt maar dat is nu eenmaal niet anders.

Wellicht was Goleman's praatje van bijna een uur wat lang te langdurig voor de doorsnee flitsende moderne mens.
De hoogst informatieve lezing 'The Divided Brain and the Making of the Western World' (zoals hier te zien) voor de 'Royal Society of the Arts' door de bekende Britse psychiater en schrijver Iain McGilchrist duurt maar een half uur. Dat scheelt toch alweer gauw de helft voor de hedendaagse snelle mens.

Nu gaat de eerbiedwaardige RSA zondermeer met de tijd mee en bedient de naar informatie hongerende maar o zo ongedurige huidige mens op z'n wenken met een prachtige serie door tekenaars geanimeerde lezingen. RSA Animate weet aldus in stukjes van rond de tien minuten op indringende wijze een schat aan informatie over te brengen; learn and enjoy. En hoewel ik nu bepaald niet de meest flitsende figuur ben die je je voor kunt stellen, vind ik dat toch wel heel erg leuk.

Neem nou bv de eerdergenoemde lezing van Iain McGilchrist dat in zijn RSA Animate vorm hier teruggebracht wordt tot nog geen twaalf minuten. Daar moet de moderne mens zo tussendoor toch even tijd voor kunnen vinden. Kort, snel en 'to the point', maar rijk aan inhoud en alles behalve oppervlakkig. Neuropraat zoals ik die graag mag horen en lateralisatie van diverse kanten bekeken, doorwrocht en in context en perspectief geplaatst:



Outsourcing is zo gek nog niet als het om kennis en ideeën gaat.
Op deze manier besteed ik neuropraat gaarne uit. (of kan ik beter zeggen: laat het liever aan een ander over?)
Het boek van Iain McGilchrist heet The Master and his Emissary

Wednesday, November 9, 2011

Goleman's neuropraatje

Het is alweer een poosje geleden dat ik een neuropraatje op dit blog plaatste. Nu ga ik toch ook hier zelf zo'n praatje weer niet houden. Ik wil dat namelijk eens laten doen en wel door iemand die dat onwaarschijnlijk veel beter doet dan ik dat ooit zou kunnen. De spreker is Daniel Goleman die het navolgende verhaal een paar jaar geleden hield voor Google University. (duurt wel een klein uurtje!)

Deze video vind ik met name interessant omdat Goleman hierin heel veel zaken aanstipt en/of verheldert die én uit particuliere én uit beroepsmatige overwegingen mijn belangstelling genieten. Daarnaast lijkt het me wel handig om bv. collega's desgewenst te kunnen verwijzen naar een heldere uitleg over, om maar iets te noemen, de werking en het belang van de amygdala. (vanaf 16.16)
Aandacht voor de man die emotionele-, sociale- en groene intelligentie onder ons aller aandacht tracht te brengen:



Op Dima's place gaf ik al eens eerder een you-tube-link naar deze video.

P.S. Vorige week was ik bij een boekbespreking in de Hoornse Boekhandel. Daar besprak filosoof Jan Flameling het boek The feeling of What Happens (Ik voel dus ik ben) van Antonio R. Damasio vanuit filosofisch perspectief. Goleman haalt in de video ook Damasio aan en plaatst diens bevindingen in een psychologisch kader. Zoiets mag ik graag zien en horen: de filosoof, de neuro-wetenschapper en de psycholoog met elkaar in gesprek. Daar kan ik, merk ik, wel enige geestdrift voor opbrengen omdat het dan meestal ook ergens over gaat.
Dus over ons bewustzijn!
Maar ook zou ik wel graag zien dat er bij gelegenheid nog eens een aanvullend trio tot dit gezelschap toetrad om de discussie nog wat verder te dragen. Laten we zeggen iemand die in de maatschappelijke, juridische, economische en wat dies meer zij -aspecten van allerlei kwesties thuis is, plus iemand vragen op een doorwrochte wijze vanuit diverse religieuze of spirituele tradities weet te benaderen en tenslotte een pedagoog want die invalshoek lijkt me toch ook wel van belang en ik heb het idee dat ik die de laatste tijd nog maar zelden hoor in kwesties van belang.

Welke discipline in mijn boekie dan vaak het eerste en het laatste woord zal blijken te hebben laat zich raden.

Tuesday, May 31, 2011

.. en .. van rechts naar links!

Wat is wijsheid?
Is een veelgehoorde vraag zoals we die allemaal wel eens (horen) verzuchten.
Het antwoord kan ook ik u helaas niet geven maar die vraag heeft mij altijd wel enigermate geïntrigeerd.
Bovendien mag ik bij gelegenheid graag ene Brederode citeren, die een belangrijk deel van onze menselijke ervaring zo mooi wist te vatten in de puntige uitspraak: 't kan verkeren!

Dat houdt dan weer verband met een lichte fascinatie van mijn kant met wat wel een paradox genoemd wordt. Volgens mij is het in dit ondermaanse namelijk zo dat oude wijn nogal eens in nieuwe zakken geschonken wordt (dat heet tegenwoordig ook wel marketing) terwijl er in wezen toch niet zo gek veel nieuws onder de zon te bekennen is; en het meeste nieuws bij nadere beschouwing vaak een kwestie van nieuwe inzichten in en een andere kijk op wederom de oude bekende materie blijkt te zijn; en nieuwe inzichten laten zich nu eenmaal bij uitstek graag uitlokken door paradoxen ofwel door het bevroeden, het doorzien en het te boven komen van schijnbare tegenstellingen.
(Ik had mij onlangs, op aanraden van iemand, voorgenomen niet meer van die lange zinnen neer te schrijven, maar dat vraagt zo te zien toch nog enige oefening)

Als je, dat alles zo zijnde, dan in de boekwinkel stuit op een mooie en intigerende titel als: 'De wijsheidparadox', dan kun je zo'n boek natuurlijk niet zomaar voorbij lopen en ongeopend links en dan ook nog eens afgeprijsd laten liggen, zult u wel begrijpen. Dat heb ik dan ook niet gedaan.

En zo kan ik een ieder dit fraaie boekwerkje met de ondertitel 'Hoe het verstand groeit terwijl de hersenen ouder worden' van harte aanbevelen. De auteur is Elkhonon Goldberg, een gerenomeerd neuroloog die zich nog leerling van Luria, en aldus indirect van Vygotsky, mag noemen.



Goldberg propageert de zgn. 'novelty-routinization' theorie m.b.t. de hemisferische specialisatie of lateraliteit.

Sinds Bogen, Sperry en Ornstein hun eerste verkenningen in de hemisferische specialisatie deden, en publiceerden over hun bevindingen en hypothesen over de indeling van onze bovenkamer en de sterke kanten van links en rechts daarin, lijkt, zoals uit het vorige stukje mag blijken, welhaast het beeld te zijn ontstaan van twee helften of kwabben waarvan de een de saaie en vervelende klussen en de ander de leuke en opwindende dingen voor zijn rekening neemt. Alsof links van alles en nog wat vertegenwoordigd dat we vaak zijn en doen maar liever niet mee vereenzelvigd worden terwijl rechts dan vooral lijkt te staan voor die dingen die we meestal niet doen of zijn maar waar we wel graag goede sier mee zouden maken.
Dergelijke beeldvorming en verbeelding kan natuurlijk niet los gezien worden van wat wij erin (willen) projecteren en doet mij in dat verband wel wat denken aan het onzinverhaal dat wij maar 10% van onze hersenen zouden gebruiken.

Met de 'novelty-routinization' theorie geeft Goldberg een verrassende draai aan dit (in betrekkelijk korte tijd ontstane en overheersende) beeld en komt met een meer functionele verklaring aangaande verschillende tussen de hersenhelften. Hij schrijft:


Tweeledigheid is een van de hoofdkenmerken van het ontwerp van de hersenen en een blijvend mysterie. Waarom zijn de hersenen in twee hemisferen verdeeld? Talrijke theorieën en speculaties zijn geopperd om dit fundamentele kenmerk van het ontwerp van de hersenen te verklaren, maar geen ervan kon het mysterie ontrafelen. Wij zullen een radicaal nieuw idee over de tweeledigheid van de hersenen onderzoeken: de rechterhersenhelft is de hemisfeer van het 'nieuwe' en de linkerhersenhelft is de bewaarplaats van goed ontwikklede patronen. Dit betekent dat er, naarmate we ouder worden en meer patronen verzamelen, een geleidelijke verandering in het 'machtsevenwicht' van de hemisferen plaatsvindt: de rol van de rechterhemisfeer wordt kleiner en die van de linkerhemisfeer wordt groter. Naarmat we ouder worden verlaten we ons steeds meer op de linkerhemisfeer; we gebruiken haar intensiever.



In zijn relaas over 'onze cognitie' en zijn argumentatie voor bovengenoemde stelling ten aanzien van de ontwikkeling, rijping en veroudering van onze hersenen en het lot van onze cognitieve vermogens en vaardigheden daarbij, kent Goldberg een centraal belang toe aan patronen, patroonkracht en patroonherkenning.
Ook taal en geheugen worden hier een cruciale rol toegedicht.
Taal is dan zowel een instrument ten dienste van patroonherkenning als een constituerende bouwsteen ervan.
Daar waar het geheugen ter sprake komt stelt de auteur een nieuwe taxonomie voor waarin het belangrijkste onderscheid dan dat tussen het generieke en het specifieke geheugen is.
(in de Nederlandse vertaling waarin ik dit boek las wordt steeds gesproken over 'generisch' geheugen en 'generische' herinneringen; dit klinkt mij nogal vreemd in de oren en doet me telkens weer denken aan geslachtsziekten en daarom verkies ik in dit verband het woord 'generiek')



Ik vond dit boek van Goldberg bijzonder prettig leesbaar en zeer informatief op een terrein waar de nieuwe ontdekkingen en voortschrijdend inzicht veelal in de vorm van geïsoleerde feitjes, data en cijfertjes en vage of ronduit uitzinnge beloften voor de toekomst tot ons komen.
Goldberg schetst, bespreekt en beargumenteert hier vooral ook ruimere en zinvolle verbanden.
En het licht van de titel ook geen gebrek aan 'wijze woorden' of, zo je wilt, 'zinnige opmerkingen' over zaken als wijsheid en genialiteit en over wat al dan niet wetenschap zou mogen heten. Ik ben dus wellicht toch iets verder gekomen met de vraag: wat is wijsheid?, maar dat ga ik hier nu niet verder uit de doeken doen.

Ziehier nog een blogbespreking van dit boek; of hier ... of hier

En wat betreft het ... van links naar rechts ... en dan weer ... van rechts naar links ... het klinkt welhaast als een kinderliedje ... maar het doet mij toch vooral ook weer even aan een bekende uitspraak van ons aller Bredero denken!

Monday, February 28, 2011

Dr. Sigmund zegt het ook!

Zie je wel, dr. Sigmund zegt het ook al!



En hij slaat de spijker op z'n kop.
Korter en treffender dan dit kan ik het niet bedenken!

Want zonder hart en ziel lijkt er van dat wonderlijke brein toch weinig meer over te blijven dan de computer van een biologische machine.

Sunday, February 20, 2011

Brein en (bewust)zijn

Afgelopen woensdag zag ik het programma 'Profiel' waarin Dick Swaab zijn visie op de bebreinde mens ten beste mocht geven. Die visie laat zich kernachtig aanstippen als en geniet in toenemende mate bekendheid door de gevleugelde uitspraak van Swaab: 'Wij zijn ons brein', wat dan ook de titel van het (verrassend?) populaire boek van deze neurowetenschapper is.



Zelf roep ik nog al eens: 'je bent je lijf' en aangezien het brein gewoon een stukje lijf is, klinkt zo'n uitspraak mij niet echt vreemd of schokkend in de oren. Daarbij vind ik de verhouding en de wisselwerking lichaam/geest altijd een hoogst interessante en mysterieuze kwestie.
De vraag die Dick Swaab steeds oproept is: sturen wij ons brein of stuurt ons brein ons?

En in het kielzog daarvan zitten we dan voor we het weten met de vraag en in soms verhitte discussies of wij wel verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor ons gedrag en of er wel zoiets bestaat als de vrije wil. En daarmee heeft de goedmoedige Swaab tegen wil en dank nogal wat controverse en boosaardige vijandigheid losgemaakt.
Wat mij in dergelijke discussies nogal eens frappeert zijn de overeenkomsten daarin met theologische disputen zoals de vraag naar de voorbeschikking en de vrije wil die in de geschiedenis van ons landje zelfs tot enige kerkscheuringen kon leiden.

Onze verantwoordelijkheid en de bewuste vrije wil enigszins te relativeren en in perspectief te plaatsen lijkt me heel zinnig. Deze begrippen zomaar uit ons vocabulair schrappen, ze te ontkennen of negeren danwel ze in de omgang en het samenleven tot nul te reduceren lijkt me volslagen onzinnig zoniet onmogelijk.
De discussie over het wel en wee en het bereik van de zg vrije wil is natuurlijk al eeuwen gaande.
Nieuw is misschien dat men zich hier vanuit vakwetenschappelijke opvattingen en bevindingen mee bezig begint te houden en vanuit die gezichtspunten puntige commentaren levert.
Vrij onlang nog wist Ap Dijksterhuis in diverse talkshows en andere tv programma's de aandacht te trekken met zijn verhaal en boek over het 'Slimme onbewuste' waarin de vrije wil het ook nogal moest ontgelden. We hebben dus blijkbaar steeds minder te willen.



De Profiel uitzending met Dick Swaab was de eerste in een serie van drie waarin gerenommeerde vaderlandse wetenschappers aan het woord komen over hun kijk op de verhouding tussen wat in de volksmond onze grijze massa heet en dat ongrijpbare verschijnsel dat wij bewustzijn noemen.
Komende woensdag is de beurt aan Henk Barendregt, een wiskundige en logicus die vast en zeker de nodige interessante dingen over 'meditatie' zal gaan zeggen.
De week daarna mag primatoloog en etholoog Frans de Waal de serie besluiten en zal het ongetwijfeld ondermeer over 'empathie en moraliteit' gaan

Aanbevolen voor een ieder met enige belangstelling voor de diersoort 'mens', die soort met dat grote complexe brein en een, naar het zich laat aanzien, toch ook een schier onbedwingbare neiging tot spiritualiteit en vrijdenken. Mijn kijk op de breinologie >>

Thursday, January 20, 2011

Ons besturingssysteem?

We hebben vast ooit allemaal eens op school geleerd dat ons brein ons besturingssysteem is. De hersenen sturen ons denken, doen en laten volgens onze gangbare (medische en biologische) kennis.
De computermetafoor valt dus doorgaans wel in vruchtbare aarde.
En de metafoor werkt overigens naar beide kanten want van het besturingssysteem (Operating System) van de computer wordt ook wel het brein van dat apparaat genoemd en als zodanig beschouwd.

Nu heerst er onder computerfans en fanaten altijd al veel discussie en de nodige onenigheid over wat het beste danwel het slechste besturingssysteem (OS) zou zijn. Er zijn ook nogal wat voorbij gekomen in betrekkelijk korte tijd en we zien telkens nieuwe ontwikkelingen op dat gebied. Om wat oude bekenden te noemen: CPM, MS-DOS, DOS+, Unix, Mac OS, MS-Windows, Linux en, niet natuurlijk te vergeten, het onvolprezen Acorn_MOS waar mijn Electron en Master en nog wat andere leden van de BBC Micro family destijds naar volle tevredenheid op draaiden. Het spreekt niet zomaar vanzelf hoe en wat het ideale besturingssysteem voor de computer zou zijn.

In geval van het besturingssysteem van ons mensen wordt de zaak er bepaald niet eenvoudiger of eenduidiger op. Één stel hersenen als besturingsysteem zou wellicht anders doen vermoeden edoch: reeds in 1844 publiceerde de Britse arts Arthur Wigan zijn 'Duality of the Mind' waarin hij de opzienbarende stelling poneerde dat wij niet over één maar twee breinen blijken te beschikken.
Maar zowel Wigan, als het boek, als het idee van het gespleten brein danwel twee breinen raakte al snel in de vergetelheid. Dat gordijn van de vergetelheid zou er nog voorhangen als niet in 1969 Joseph Bogen, een leerling van Roger Sperry, het boek in handen kreeg en even meende hier het begin van de theorie van de hemisferische specialisatie te herkennen.
(Wie wil weten in welke richting het boek en de theorie van Wigan dan wel wees, leze het hoofdstuk 'De Galilei van de neurologie' in het 'Vergeetboek' van Douwe Draaisma.)
Genoemde Roger Sperry is de hersenonderzoeker die in 1981 de Nobelprijs mocht ontvangen voor zijn baanbrekende 'split-brain' onderzoek. Hiermee werd de notie dat de onderscheiden hersenhelften ook verschillende functies herbergen (lateralisatie) hard gemaakt en voor onderzoek toegankelijk.



Inmiddels lijkt het denken en spreken in termen van linker- en rechterhersenhelftfuncties en kenmerken al evenzeer gemeengoed als het hanteren van de computermetafoor. Op talloze websites en blogs kun je ook middels het bekende danseresje zelf even checken welke hersenhelft dominant zou zijn. En zo schijn ik andere hersenen te hebben dan de meeste mensen. Wanneer je ons (of sommigen onder ons) vandaag de dag zo over de onderscheiden hersenhelftfuncties hoort spreken en leuteren zou je bijna gaan denken het hier vanzelfsprekendheden betrof die we als niet meer dan logisch beschouwen en die we altijd van nature aangevoeld en/of vermoed hadden. Dat blijkt dus niet zo te zijn en het is eerder weer zo'n gevalletje waar enig commentaar van onze Bredero toch wel weer op zijn plek lijkt.



Kunnen wij onze beide hersenhelften dan als twee verschillende besturingssystemen zien? De linkerkant voor zus taken of funties en de rechterkant voor zo taken en functies?
In het licht van onze computermetafoor lijkt het toepasselijker om in geval van de hersenhelften ze als twee verschillende processoren te beschouwen. Links een voornamelijk seriëel en rechts een voornamelijk parallel geschakelde.

Naast deze horizontale of laterale differentiatie zien we in ons brein ook een verticale differentiatie die die zich in de loop van vele miljoenen jaren heeft ontwikkeld. We hebben het dan over de differentiatie naar het zogenaamde reptielenbrein, het limbisch systeem en de neocortex.

Paul MacLean was de man die in de 60-er jaren met dit drieledige model op de proppen kwam en in zijn boek 'The Triune Brain in Evolution' (1990) verder uitwerkt.
'The Dragons of Eden' van Carl Sagan (Pulitzer prize 1977) gaf ook de nodige voeding aan dit idee van de 'triune brain'.
In ons land was het Piet Vroon, ook wel bekend als de professor die alles beter wist, die deze stelling als uitgangspunt nam van zijn boek 'Tranen van de krokodil'.
Hier hebben we dan schijnbaar van doen met drie verschillende besturingssystemen die soms goed of redelijk met elkaar samenwerken maar soms ook niet. Dan kan het ene besturingssyseem zomaar het andere dwarszitten of blokkeren. In 'Loneliness' van Cacioppo & Patrick wordt over ons drieledige brein ook gesproken als:

having multiple operating systems.



Je kunt die laterale en verticale differentiatie natuurlijk ook nog eens schematisch combineren. Dan kom je bv. op iets als het 'whole brain model' van Ned Herrmann uit, dat het, als ik zo het wereldwijde web eens rondsnuffel, wel goed lijkt te doen onder m.n. zelfontplooiende managers en organisatiedeskundigen.



Maar wie bestuurt en bedient deze wonderbaarlijke en onovertroffen biologische computer dan uiteindelijk? Wie o wie zit er aan de knoppen, de muis of het toetsenbord en vertelt het besturingssysteem welke programma's we nu eens zullen gaan draaien en met welk oogmerk?

Maar dan verschuift de vraag zomaar van: hoe gaat het een ander bij ons in zijn werk? naar de vraag: wie zijn wij?

Dan komen we als vanzelfsprekend op de vraag naar onze identiteit, naar de verhouding lichaam/geest en uiteindelijk op de moeilijke vraag naar het zelf.



P.S. Je weet wel datzelfde zelf waar we het over hebben als we woorden gebruiken als: zelfstandig, zelfbewustzijn, zelfspot, zelfvertrouwen, zelfhaat, zelfredzaamheid, zelfbedrog, zelfkennis, zelfkant, zelfverdediging, zelfverloochening, zelfvoldaan, zelfontplooing, zelfzuchtig, zelfbeheersing, zelfbevrediging, zelfkastijding, zelfmoord, zelfingenomenheid, zelfbediening, zelfverzekerd, zelfbeeld en zo meer. We hebben blijkbaar nogal eens wat te stellen met ons zelf!

<< ons werkgeheugen
meer lateraliteit >>

Friday, January 14, 2011

Ons werkgeheugen

De computer heeft dus een werkgeheugen en wij herkennen bij onszelf ook zoiets.
Dat werkgeheugen van de computer (RAM) laat zich wel vergelijken met ons korte termijngeheugen en actieve aandacht, waarbij die actieve of momentane aandacht of bewustzijnsfocus zich wellicht goed met de processor van de computer laat vergelijken.
(met onmetelijke dank aan ene John von Neumann)



Als de gegevens zoals die zich op enig moment in het werkgeheugen en/of de processor bevinden niet opgeslagen worden, zijn ze bij een volgende sessie op de computer niet meer terug te vinden of te halen. Dat lijkt globaal gesproken voor ons korte termijngeheugen, onze aandacht en onze harde schijf net zo op te gaan.
(Alhoewel? Ik heb wel eens verhalen gehoord dat mensen zich onder hypnose allerlei details uit het verleden zouden kunnen herinneren die ze zich nomaliter niet wisten te herinneren. Van een computer die onder hypnose een beter geheugen bleek te krijgen of zomaar nieuwe, daarvoor onbekende, output produceert heb ik nog niet gehoord.)

Bij de computer is het werkgeheugen aan een bepaalde capaciteit gebonden, zoals bv. de 2Gb die mijn laptop volgens de specificaties zou moeten kunnen verhapstukken, maar in principe niet aan een tijdlimiet gebonden zolang de accu niet leeg raakt of de stekker nog in het stopcontact zit. Bij dat werkgeheugen in onze hersenpan gaat dat iets anders en wordt de informatie maar zo'n 10 tot 20 seconden vast gehouden. En ook de capaciteit heeft bij ons zijn beperkingen en je kunt er i.t.t. zoals bij de computer niet zo maar een extra chippie bijzetten.



Dat ons werkgeheugen (=kortetermijngeheugen) ook zijn beperking qua capaciteit kent werd in 1956 al door George A. Miller uit de doeken gedaan. Dus al enige tijd voor dat de gemiddelde gewone sterveling nog veel benul had van wat een computer is, wat je er mee zou kunnen of hoe hij werkt en dus nog voor hij/zij het brein met die computer vergeleek.
Toen namelijk verscheen in The Psychological Review het artikel: The Magical Number Seven, Plus or Minus Two: Some Limits on Our Capacity for Processing Information van de hand van Miller (die overigens ook aan de wieg stond van het theoretische begrip TOTE).
Volgens dat verhaal van Miller, dat nog alom als gezaghebbend geldt, kunnen wij zo'n 7 items (+2/-2) in ons korte termijngeheugen herbergen die dan vervolgens naar de harde schijf (ja, de onze dus) weggeschreven moeten worden om te kunnen worden vastgehouden/teruggehaald ofwel in de vergetelheid zullen belanden. Niet alleen psychologen maar bv. ook mensen uit de wereld van de reclame en de marketing tonen serieuze belangstelling voor dit soort wetenswaardigheden.



En dat laatste doe ik op dit moment natuurlijk ook even aangezien het toch de belangrijkste conclusie van dit stukje over ons werkgeheugen lijkt te zijn. Maar daarbij moet ik me toch af en toe wel even op het achterhoofd krabben want je van 7 of zelfs 9 of ook maar 5 dingen tegelijk bewust te zijn komt mij toch voor als rijkelijk veel. Met 2 heb ik, eerlijk gezegd, al moeite. Maar ja, ik ben dan ook een echte man wat dat betref; ik kan namelijk niet praten en breien tegelijk. Wat zeg ik?; ik kan niet eens breien!



Maar daarom geen malheur; ook daar lijkt de computer weer uitkomst te bieden want het schijnt dat je tegenwoordig het breien ook al aan de computer over kunt laten.



<< onze harde schijf - ons besturingssysteem? >>

Thursday, January 13, 2011

Onze harde schijf

De computermetafoor voor het menselijk brein en het menselijk functioneren heeft zich in relatief korte tijd behoorlijk stevig genesteld in ons collectieve bewustzijn en het dagelijks spraakgebruik. Je kunt tegenwoordig nagenoeg iedereen weleens naar zijn of haar geheugen of andere mentale vermogens horen verwijzen als diens harde schijf.
Niemand kijkt meer vreemd op van uitspraken in de trant van: mijn harde schijf raakt nu een beetje vol ...; iedereen lijkt dan zondermeer te begrijpen wat daarmee bedoeld wordt.



Nu wordt die metafoor van de harde schijf ook nog al eens wat slordig gebruikt.
De harde schijf wordt er dan te hooi en te gras bijgesleept en lijkt zo'n beetje voor alle mentale activiteit gebruikt te worden. In ieder geval worden aandacht of bewustzijnsinhoud van het moment, korte termijngeheugen en lange termijngeheugen dan vaak achteloos en terloops op een hoop gegooid. (We moeten toch een beetje doorgaan en opschieten, nietwaar?, en tijd is geld zegt men.)

Maar zoals de meesten van ons wel eens vernomen zullen hebben kent de computer minstens twee onderscheiden soorten geheugen en wel ROM en RAM.
(Vooral niet te verwarren met Romulus en Remus, het verhaal over twee wolfskinderen [waar ook weer het nodige over valt te verhalen] opgetekend door Vergilius)



ROM staat voor Read Only Memory en RAM staat voor Random Acces Memory. Dat lijkt dan vooral een conceptueel onderscheid en als zodanig figureert het uiteraard ook in een metafoor.
Aan de computerkant van de vergelijking komt ROM in strikte zin, feitelijk als ingebakken en onveranderlijke geheugeninhoud, maar nauwelijks voor. Voor de computermetafoor voor het geheugen lijkt het dan ook zinniger om eerder naar het onderscheid tussen vluchtig (volatile) en niet-vluchtig (non-volatile) geheugen te kijken.

Die harde schijf waar wij tegenwoordig zo vaak naar verwijzen valt evenals het nieuwere flashgeheugen onder de categorie niet-vluchtig geheugen. Zo zien we telkens nieuwere vormen van geheugenopslag.
Die harde schijf in of bij de computer haalt via een bepaalde index/inhoudsopgave een bestand of file op in de exact dezelfde vorm zoals het de laatste keer weggeschreven werd. En in die zin lijkt het toch op wat wij ons geheugen plegen te noemen. Dit zogenaamde niet-vluchtige geheugen van de harde schijf correspondeert dan met wat in geval van de menselijke psyche het lange termijn geheugen heet.
Douwe Draaisma heeft daar vast nog de nodige belangwekkende kanttekeningen bij te maken in bv. het vergeetboek.
Nu heeft die computer ook nog iets dat werkgeheugen heet ... en ja hoor, zowaar ... wij dus ook.



Ons werkgeheugen >>

Sunday, January 2, 2011

Neuropraat

Het leek me dus zomaar eens tijd voor de nieuwe categorie: 'neuropraat'
Dit als maatje en tegenspeler van 'psychobabbel'.
Maar ze blijken natuurlijk een ééneiïge tweeling te zijn en het ei dan, wel dat zijn wij dan.
Dat zal dan ook onvermijdelijk met enige regelmaat vragen van het type kip-of-ei oproepen.



Op dit Blog kwamen al eerder de amygdala ter sprake; een onderwerp dat bij uitstek onder het kopje 'neuropraat' geschaard kan worden (bij deze dan).
'Neuroscience' is 'booming' mede dankzij de scantechniek fMRI ofwel functionele MRI (downloadable ppt tutorials) en de bevindingen daarvan worden ook al in lesstof verwerkt en inzichtelijk gemaakt voor 'kids'. Aldus en ook door het algemeen gangbare gebruik van de computermetafoor voor het brein worden bepaalde noties en inzichten over het functioneren van 'onze hardware' al gauw gemeengoed.

Uiteindelijk draait het toch telkens weer om de alomaanwezige, immer intrigerende en interessante verhouding tussen lichaam en geest.

Ook werd eerder op dit Blog (met dank aan Henk50) melding gemaakt van het Charles Bonnet-syndroom, ook al zo'n neuropraat-fenomeen. Nu heeft Oliver Sacks, op de hem bekende en eigen wijze, ook het een en ander te melden over dat syndroom, de menselijke geest en het brein en zijn verhaal lijkt mij een zeer toepasselijke opening voor een rubriek die 'neuropraat' wil heten:

N.B. Nederlandse ondertiteling in te stellen door op 'View subtitles' te klikken.