Showing posts with label zingeving. Show all posts
Showing posts with label zingeving. Show all posts
Sunday, August 16, 2015
What if ...
What if money was no object?
De belangrijkste vraag in je leven!
by Alan Watts
Labels:
(on)wijsheden,
Alan Watts,
De grote vraag,
geld,
schone schijn,
vragen,
zingeving
Tuesday, May 27, 2014
De mens als zingever (9)
… of als zinzoeker?
Dat is mij om het even.
Zo in die tijd dat ik kennis maakte met dat mensbeeld zoals met die vier pijltjes en een lijn loodrecht daarop door Piet de Ruyter in schema gezet (en waar ik nogal gecharmeerd van was), stuitte ik ook ergens op de boektitel: De zingever; met als ondertitel: Een inleiding tot de studie van de mens als betekenend, waarderend en agerend wezen.
Naast dat de naam van auteur te weten Jaap Kruithof mij nogal opviel, wisten ook die titel en ondertitel mijn nieuwsgierigheid wel te wekken. Die titel deed mij ook vermoeden dat de Ruyter hier weleens enige inspiratie uit opgedaan zou kunnen hebben.
Ik heb dat boek (voornamelijk uit en als curiositeit) later ook eens bij een antiquariaat op de kop getikt.
Ik ga hier maar niet echt op de inhoud van dat boek in omdat daar zoveel instaat dat ik dat niet allemaal bevatten en/of onthouden kan. Het staat in ieder geval vol met schema’s; zo’n 86 om precies te zijn. Te beginnen met schema’s van het bekende type S -> R. Het derde en laatste deel van deze vrij omvattende behandeling van het onderwerp draagt dan weer de titel ‘De mens als zingevend wezen’.
Twee fragmenten uit het voorwoord:
Vandaar de titel van dit bijna sluitstukje in de reeks over mens- en wereldbeelden!
<< vorige | volgende >>
Dat is mij om het even.
Zo in die tijd dat ik kennis maakte met dat mensbeeld zoals met die vier pijltjes en een lijn loodrecht daarop door Piet de Ruyter in schema gezet (en waar ik nogal gecharmeerd van was), stuitte ik ook ergens op de boektitel: De zingever; met als ondertitel: Een inleiding tot de studie van de mens als betekenend, waarderend en agerend wezen.
Ik heb dat boek (voornamelijk uit en als curiositeit) later ook eens bij een antiquariaat op de kop getikt.
Ik ga hier maar niet echt op de inhoud van dat boek in omdat daar zoveel instaat dat ik dat niet allemaal bevatten en/of onthouden kan. Het staat in ieder geval vol met schema’s; zo’n 86 om precies te zijn. Te beginnen met schema’s van het bekende type S -> R. Het derde en laatste deel van deze vrij omvattende behandeling van het onderwerp draagt dan weer de titel ‘De mens als zingevend wezen’.
Twee fragmenten uit het voorwoord:
Wie elk jaar aan studenten lesgeeft over wijsbegeerte, wordt ertoe gedwongen na te denken over fundamentele problemen. Dit boek is het resultaat van zo’n reflectie; aan de redactie ervan heb ik twee jaar gewerkt.We kunnen nogal wat opvattingen over en kenmerkende typeringen van de mens vinden in diverse wijsgerig of andersoortige antropologische verhandelingen, zoals die uit diverse wetenschappen, en we komen ze uiteraard ook tegen in de gangbare common-sense opvattingen over de mens. Afgezien van dat die mens rechtop pleegt te lopen, met één been in de natuur geworteld lijkt te zijn en met het andere in de cultuur, wel een redelijk en een zedelijk wezen genoemd wordt dat zonder zijn gebruik van taal en gereedschappen hulpeloos verloren zou zijn en zomeer lijkt mij toch onze meest kenmerkende menselijke eigenschap dat we zingevende en zinzoekende wezens zijn.
Nu de tekst gepubliceerd wordt, blijft er bij mij een gevoel van onbehagen achter. De reële mens is complexer dan wat er over hem gezegd wordt in deze studie. In een geschrift de rijkdom van de werkelijkheid adequaat weergeven, is een onmogelijke opgave. Men moet noodgedwongen schematiseren en simplificeren.
….
Door de gedachtegang in een bepaalde ordening te structureren heb ik misschien een impliciete antropologische theorie naar voren geschoven. Wie er een vindt, beschouwe haar als hypothetisch. Het is immers nog te vroeg om een steekhoudende wetenschappelijke leer betreffende de mens op te stellen.
Vandaar de titel van dit bijna sluitstukje in de reeks over mens- en wereldbeelden!
<< vorige | volgende >>
Sunday, December 15, 2013
Geloof en twijfel
Op een zondag als deze voel ik zomaar weer eens de behoefte aan een stichtelijk woord.
Vroeger, heel lang geleden in mijn jeugd gingen wij zondags als gelovigen naar de kerk om dat stichtelijke woord, gekruid met wat hoop en zegen en/of hel en verdoemenis, uit de mond van de dominee te horen.
Maar die kerkgang, daar is ook al heel lang geleden de klad in gekomen.
Dus moet ik mijn behoefte aan antwoorden op zingevingsvragen op andere wijze zien te bevredigen. Dat val heus nog niet mee, hoor, voor een aartstwijfelaar als ik.
Bovendien vind ik dat veel lieden die iets over geloofszaken menen te moeten melden nogal over de top zijn en veel te snel de bocht uitvliegen. Die lieden vliegen en ratelen dan meestal door in een solovlucht van rotsvast vertrouwen en absolute zekerheid. Of nog erger, je voelt je te gast bij Procrustes die je maant dat het nu toch echt bedtijd wordt.
Vroeger, heel lang geleden in mijn jeugd gingen wij zondags als gelovigen naar de kerk om dat stichtelijke woord, gekruid met wat hoop en zegen en/of hel en verdoemenis, uit de mond van de dominee te horen.
Maar die kerkgang, daar is ook al heel lang geleden de klad in gekomen.
Dus moet ik mijn behoefte aan antwoorden op zingevingsvragen op andere wijze zien te bevredigen. Dat val heus nog niet mee, hoor, voor een aartstwijfelaar als ik.
Bovendien vind ik dat veel lieden die iets over geloofszaken menen te moeten melden nogal over de top zijn en veel te snel de bocht uitvliegen. Die lieden vliegen en ratelen dan meestal door in een solovlucht van rotsvast vertrouwen en absolute zekerheid. Of nog erger, je voelt je te gast bij Procrustes die je maant dat het nu toch echt bedtijd wordt.
Het gebeurt wel niet zo vreselijk vaak maar toch hoor ik zo bij tijd en wijle sommige lieden ook ontstellend verstandige en wijze dingen zeggen over geloofs- en zingevingskwesties.
Denk bijvoorbeeld aan de valse doch o zo goedmoedige profeet Vikram Gandhi alias Sri Kumaré.
Nu stuitte ik onlangs op een TEDTalk van Lesley Hazleton die iets te vertellen had waar ik me helemaal mee vertrouwd en bij thuis kan voelen. Hoor haar want dit kan ik je toch zeker niet onthouden:
Twijfel is dus niet alleen een noodzakelijk ingrediënt van ware wetenschap maar ook van een waarachtig geloof!
Sunday, May 12, 2013
Redelijk, zedelijk en ...?
Nu de huidige, moderne mens in de Westerse wereld maar ook elders, voornamelijk gericht en ingesteld lijkt te zijn op efficiëntie, consumeren en winstmaximalisatie hoor of lees ik het niet zo vaak meer, maar vroeger (hoor hem) werd de mens nogal eens omschreven en getypeerd als een redelijk en een zedelijk wezen.
In de zin dat nu juist dat ons onderscheidt van de andere leden van het dierenrijk. En dat echt niet uitsluitend in moeilijke wijsgerig-antropologische verhandelingen; ik hoorde dat ooit ook meer dan eens uit de mond van mijn leraren voor de klas.
Ik vond dat wel erg mooi klinken en het leek me ook een heel aardige typering van de wezens die we zijn of misschien wel zouden willen zijn.
Je kunt een typering als deze met recht een mensbeeld (of aanzet tot) noemen. Maar dan ontbreekt er in mijn boekie toch wel een wezenlijke dimensie.
Als er toch een bepaald soort vragen is waarvan mensen niet moe lijken worden om ze te blijven stellen en ze te herformuleren dan zijn het toch wel zingevingsvragen.
Ik zou dus zeggen dat de mens een redelijk, een zedelijk en vooral ook een zinzoekend wezen is.
En hoe en waar je die zin dan kunt vinden?; tja ... dat is de hamvraag ... en wie het weet mag het weer zeggen.
Er zijn overigens ook al websites zoals deze en deze die daar wel behulpzaam bij willen zijn.
Tja Loesje ... kun je weer mooi overnieuw beginnen ...
De mens is een redelijk en een zedelijk wezenDie al dan niet vermeende redelijkheid, en dat lijkt voor zich te spreken, verwijst naar onze ratio, ‘common sense’ of boerenverstand, maar evenzeer naar billikheid en rechtvaardigheid. De zedelijkheid verwijst enerzijds naar het gegeven dat we sociale wezens, om niet te zeggen kuddedieren, zijn die als leden van een gemeenschap bepaalde zeden, gewoonten, usances, tradities met elkaar delen; en anderzijds naar het gegeven dat we zogeheten ‘moral agents' zijn, die veelal onverwacht en ongevraagd voor ethische dillemma’s komen te staan en zich derhalve weleens vragen over en rond ethiek willen stellen.
Labels:
mensbeelden,
redelijk,
zedelijk,
zingeving,
zinzoekend
Thursday, May 9, 2013
Wat ik geloof?
Vandaag is het Sies klimop; een religieuze feestdag in het Christelijk geloof.
Geloof of religie komen op dit blog zo incidenteel weleens ter sprake.
Maar wat geloof ik zelf dan?
Dat vind ik een maar moeilijke vraag en ik weet het eigenlijk niet zo goed.
Ik roep altijd maar:
Ik ben dus zoals dat dan wel heet een agnost.
Wel ben ik een fervent voorstander van de vrijheid van godsdienst.
Je hebt ook atheïsten en met veel van die lieden deel ik vaak een aantal opvattingen.
Maar ik vind nogal wat atheïsten heden ten dage in onze cultuur ook wat al te fanatiek en fundamentalistisch en daar ben ik niet zo van gecharmeerd van die ‘fundamentalisten’. Of het nu fundamentalistische christenen of moslims betreft, sciëntisten die menen dat ons enige heil van de wetenschap kan en moet komen of lieden die de ultieme waarheid en uiteindelijke richtlijnen voor het menselijk handelen in een of andere politieke of economische theorie, zoals bv. die van de vrije markt, menen te kunnen funderen. Niet mijn geestverwanten of mijn voorbeelden of mijn helden.
Natuurlijk moet je soms weleens radicaal kunnen zijn en zeker in je denken, maar .. fundamentalistisch toch maar liever niet. Ik zou bijna zeggen: mijd dat soort lieden liever, maar dat zal waarschijnlijk niemand lukken.
Maar als agnost, aartstwijfelaar en nieuwsgierig mens ben ik toch ook altijd wel nieuwsgierig gebleven naar wat verschillende religies zoal te zeggen en te bieden hebben. Misschien heb ik gewoon een wat te grote reli-kwab en ben ik wellicht behept met ‘de drang tot godsdienst’; om eens een aardige term uit de ondertitel van een leuk boekje van vader en zoon Henk en Pieter van Os te lenen.
Maar om de (scheppings-en voorspellende)verhalen uit de divers religies nu naar de letter als weergaven van de ultieme werkelijkheid en waarheid op te vatten, nee dat gaat het toch ook niet worden voor mij.
Ik moet het antwoord op de vraag in de aanhef van dit stukje vooralsnog schuldig blijven.
Wel heb ik al geruime tijd een vrij consistente sympathie voor het boeddhisme, of wat ik daarvan meen te mogen begrijpen, opgevat. Een religie zonder god (of godsbeeld); dat heeft me altijd wel iets geleken.
Zie hier een rescensie over: Henk & Pieter van Os, Vader & zoon krijgen de geest. Brieven over de drang tot godsdienst, Uitgeverij Balans, 176 p., € 16,95, isbn 9789460034046
Ik ben Rooms-katholiek gedoopt, gereformeerd opgevoed en sinds mijn 13de jaar weet ik het allemaal niet zo goed meer.
Friday, March 15, 2013
Tussen “…” (8) Paulo Coelho
Ditmaal een citaat in beeldvorm van een schrijver over zingeving en aanverwante zaken: Paulo Coelho
Meer van zijn citaten in beeld in de vorm van e-Cards van zijn blog.
Er zijn slechts drie dingen waarmee we het leven een echte wending kunnen geven: dromen, lijden en liefde Paulo Coelho
Labels:
(on)wijsheden,
geloof,
Paulo Coelho,
tussen aanhalingstekens,
wijsheid,
zingeving
Thursday, May 3, 2012
Over de ziel gesproken (9)
Als de firma Dick Swaab en co de ziel al niet kan vinden, zal ik toch zeker niet in staat zijn om hem even aan te wijzen. Evenmin als Cornelis Vreeswijk is het mij bekend of ie kleurig, zwart-wit, dun, dik of smal is. Ik kan in deze kwestie dus maar weinig gewicht in de schaal leggen.
Met al dat gesteggel en gekwebbel over de ziel zou je bijna vergeten op te merken dat deze ziel met taal (groot?)gegroeid is, in de taal gedoopt is, door taal gevormd is en zich hier middels taal uit. De Nederlandse taal dus vooral, die waar de van Dale zijn bestaanstrecht aan ontleent.

Als dagelijks gebruiker van die taal heb ik geleerd hoe bezielend en hartverwarmend het kan zijn wanneer mensen zich met hart en ziel ergens voor inzetten, maar dat het ook heel gevaarlijk kan zijn om je onbezonnen met ziel en zaligheid zomaar overal in te storten. En weet ik uit ervaring hoe pijnlijk het kan zijn om op je ziel getrapt te worden, hoe echt ie dan opeens voelt en dat je daar eelt van op je ziel kan krijgen, hetgeen bepaald niet altijd onverdeeld genoegen zal zijn omdat je van een al te gepantserde ziel al gauw zielloos dreigt te raken. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd werd mij vroeger verteld maar dat bleek niet altijd op te gaan. Toch zijn we meestentijds op zoek naar zielsverwanten. Verkoop je ziel liever niet en wees op je hoede voor lieden die proberen tegen elke prijs zieltjes te winnen. En met je ziel onder de arm lopen wil meestal snel vervelen.
En zo kun je deze lijst vast zelf nog wel even aanvullen.
Nee, het gaat voorlopig toch echt nog niet lukken om dit leven fatsoenlijk zonder ziel te leiden. Niet zonder dat we tot heuse marionetten of robots zouden worden, iets waar ik persoonlijk niet zo gek veel voor voel.

Wat jou?
Met al dat gesteggel en gekwebbel over de ziel zou je bijna vergeten op te merken dat deze ziel met taal (groot?)gegroeid is, in de taal gedoopt is, door taal gevormd is en zich hier middels taal uit. De Nederlandse taal dus vooral, die waar de van Dale zijn bestaanstrecht aan ontleent.
Als dagelijks gebruiker van die taal heb ik geleerd hoe bezielend en hartverwarmend het kan zijn wanneer mensen zich met hart en ziel ergens voor inzetten, maar dat het ook heel gevaarlijk kan zijn om je onbezonnen met ziel en zaligheid zomaar overal in te storten. En weet ik uit ervaring hoe pijnlijk het kan zijn om op je ziel getrapt te worden, hoe echt ie dan opeens voelt en dat je daar eelt van op je ziel kan krijgen, hetgeen bepaald niet altijd onverdeeld genoegen zal zijn omdat je van een al te gepantserde ziel al gauw zielloos dreigt te raken. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd werd mij vroeger verteld maar dat bleek niet altijd op te gaan. Toch zijn we meestentijds op zoek naar zielsverwanten. Verkoop je ziel liever niet en wees op je hoede voor lieden die proberen tegen elke prijs zieltjes te winnen. En met je ziel onder de arm lopen wil meestal snel vervelen.
En zo kun je deze lijst vast zelf nog wel even aanvullen.
Nee, het gaat voorlopig toch echt nog niet lukken om dit leven fatsoenlijk zonder ziel te leiden. Niet zonder dat we tot heuse marionetten of robots zouden worden, iets waar ik persoonlijk niet zo gek veel voor voel.
Wat jou?
Labels:
(on)echt,
(on)wijsheden,
psychobabbel,
schone schijn,
taal,
zelf,
ziel,
zingeving
Tuesday, April 24, 2012
Zieletaal (6)
Wie verstaan en wie spreken er nu nog de taal van de ziel?
Moeten we daarvoor bij de beoefenaars van de exacte wetenschappen aankloppen of eerder bij de hooggeleerde dames en heren van de mens- of geesteswetenschappen? Bij de filosofen wellicht? Als van oudsher bij de dominee, de pastoor, de rabbi, de imam of hun zielzorgende equivalenten uit het hindoeïsme of boeddhisme dan? Of kunnen we ons, zoals je steeds vaker hoort zeggen, hiervoor beter tot de kunsten en de muze wenden.
Laat de ziel of de taal van de ziel zich wel in woorden vatten of vangen?
Begreep of verstond iemand als Simone Weil wellicht iets meer van de taal van de ziel dan de meeste van ons?
Lukt het Alva Noë of Bert Keizer soms om er met een beroep op Wittgenstein iets zinnigs over te zeggen?
Anders Gerard Visser wellicht?
Of zullen we het woord in deze liever aan de dichters als bijvoorbeeld Toon Tellegen laten?
Want van Komrij zullen we schijnbaar over de ziel ook niet zoveel wijzer worden:
De lichte muze van Vreeswijk roept ook alleen maar vragen op: wie heeft hem gezien en wie weet waar ie tenslotte naartoe gaat?
Afgaand op de teneur van het debat tussen Keizer en Swaab zou je zeggen dat de ziel haar heil in ieder geval niet hoeft te zoeken bij de exacte wetenschappers!
Maar wacht eens ... wordt ene Albert Einstein niet altijd door exacte wetenschappers als de kampioen, godfather, de held en het lichtende voorbeeld van hun metier geroemd?
Deze knappe kop zei behalve E = mc2 toch ook dingen als:
Er spreekt, wat mij betreft, toch bepaald geen zielloze, gortdroge statistische, saai wetenschappelijke, puur zakelijke of onbezielde taal uit deze mooie uitspraken.
P.S. Vergat ik toch even deze Poolse dame aan te melden bij de poëten van de zieleroerselen.
Moeten we daarvoor bij de beoefenaars van de exacte wetenschappen aankloppen of eerder bij de hooggeleerde dames en heren van de mens- of geesteswetenschappen? Bij de filosofen wellicht? Als van oudsher bij de dominee, de pastoor, de rabbi, de imam of hun zielzorgende equivalenten uit het hindoeïsme of boeddhisme dan? Of kunnen we ons, zoals je steeds vaker hoort zeggen, hiervoor beter tot de kunsten en de muze wenden.
Laat de ziel of de taal van de ziel zich wel in woorden vatten of vangen?
Begreep of verstond iemand als Simone Weil wellicht iets meer van de taal van de ziel dan de meeste van ons?
Lukt het Alva Noë of Bert Keizer soms om er met een beroep op Wittgenstein iets zinnigs over te zeggen?
Anders Gerard Visser wellicht?
Of zullen we het woord in deze liever aan de dichters als bijvoorbeeld Toon Tellegen laten?
Want van Komrij zullen we schijnbaar over de ziel ook niet zoveel wijzer worden:
Eer plant men bomen op de weg,
Eer zal men kakken in zijn hoed,
Dan dat ik u mijn ziel blootleg
En zeg wat ik thans lijden moet.
De lichte muze van Vreeswijk roept ook alleen maar vragen op: wie heeft hem gezien en wie weet waar ie tenslotte naartoe gaat?
Afgaand op de teneur van het debat tussen Keizer en Swaab zou je zeggen dat de ziel haar heil in ieder geval niet hoeft te zoeken bij de exacte wetenschappers!
Maar wacht eens ... wordt ene Albert Einstein niet altijd door exacte wetenschappers als de kampioen, godfather, de held en het lichtende voorbeeld van hun metier geroemd?
Deze knappe kop zei behalve E = mc2 toch ook dingen als:
Twee dingen zijn oneindig, het universum, en menselijke domheid. Maar van het universum weet ik het nog niet helemaal zeker...
Tracht niet een mens van succes te zijn, maar probeer liever een mens van waarde te zijn.
Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal.
Ons eigen geluk hangt af van de glimlach van de anderen.
Soms betaal je het meest voor dingen die gratis zijn.
Het probleem vandaag de dag is niet de atoomenergie, maar het hart van de mens.
Ik weet niet welke wapens in de Derde Wereldoorlog zullen worden gebruikt, maar ik weet wel dat in de Vierde Wereldoorlog gevochten zal worden met stokken en stenen.
Er zijn slechts twee manieren om je leven te leven: doen alsof niets een wonder is, en doen alsof alles een wonder is. Ik geloof in de laatste manier.
God dobbelt niet.
Het mooiste dat we kunnen ervaren is het mysterie.
De werkelijke waarde van een mens kan worden gevonden in de mate waarin hij bevrijding van zijn eigenbelang heeft bereikt.
Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom.
Bidden verandert de wereld niet, maar bidden verandert de mens en de mens verandert de wereld.
Alles dat werkelijk groots en inspirerend is, is gecreëerd door een individu dat kon werken in vrijheid.
Alles moet zo simpel mogelijk gemaakt worden, maar niet simpeler.
De enige verstandige manier van opvoeden bestaat eruit een voorbeeld te zijn, desnoods een waarschuwend voorbeeld.
Als we wisten wat we deden, heette het geen onderzoek.
No, this trick won't work...How on earth are you ever going to explain in terms of chemistry and physics so important a biological phenomenon as first love?
The most beautiful thing we can experience is the mysterious. It is the source of all true art and all science. He to whom this emotion is a stranger, who can no longer pause to wonder and stand rapt in awe, is as good as dead: his eyes are closed.
A human being is a part of a whole, called by us universe, a part limited in time and space. He experiences himself, his thoughts and feelings as something separated from the rest... a kind of optical delusion of his consciousness. This delusion is a kind of prison for us, restricting us to our personal desires and to affection for a few persons nearest to us. Our task must be to free ourselves from this prison by widening our circle of compassion to embrace all living creatures and the whole of nature in its beauty.
The devil has put a penalty on all things we enjoy in life. Either we suffer in health or we suffer in soul or we get fat.
Nothing truly valuable arises from ambition or from a mere sense of duty; it stems rather from love and devotion toward men and toward objective things.
It is only to the individual that a soul is given.
All religions, arts and sciences are branches of the same tree. All these aspirations are directed toward ennobling man's life, lifting it from the sphere of mere physical existence and leading the individual towards freedom.
Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts.
Er spreekt, wat mij betreft, toch bepaald geen zielloze, gortdroge statistische, saai wetenschappelijke, puur zakelijke of onbezielde taal uit deze mooie uitspraken.
P.S. Vergat ik toch even deze Poolse dame aan te melden bij de poëten van de zieleroerselen.
Labels:
(on)echt,
Albert Einstein,
filosofie,
kunst,
schone schijn,
taal,
tussen aanhalingstekens,
vragen,
wetenschap,
ziel,
zingeving
Tuesday, April 10, 2012
Zielespraak (1)
Sinds zo'n jaar of twee is ondergetekende ziel op de hoogte van het feit dat in ons taalgebied ooit de maand van de filosofie uitgeroepen werd. Sindsdien schaf ik mij in de maand april een exemplaar van Filosofiemagazine aan. De derde op rij dus alweer; na 'De vrijheid' en 'Het echte leven' mag 'De ziel' zich er nu in verheugen tot het thema van de maand van filosofie uitgeroepen te zijn.
En de nacht van de filosofie zal dan ook naar verwachting volgepraat worden met zielespraak. Deze arme ziel zal dat gesprokene daar en dan niet aanhoren maar zich hoogstwaarschijnlijk als gewoonlijk te ruste leggen voor het laatste woord daar gezegd is.
Ik zal het moeten doen met het aprilnummer van Filosofiemagazine en het Vervolg-katern van de Volkskrant getiteld: Lang leve de ziel.

De ziel, zo maak ik uit het een en ander op, schijnt nogal aan inflatie onderhevig, om niet te zeggen zo goed als zieltogend, te zijn. We hebben het er gewoon niet meer over en dat komt mede of vooral door de overdaad aan neuropraat.
Met name neurowetenschappers met als blijmoedige kop van jut (altijd prijs) de 'bestselling' onderzoeker Dick Swaab lijkt deze teloorgang te worden aangerekend. Swaab noemt zichzelf heel toepasselijk 'neurocalvinist'. Hij zegt namelijk altijd heel welwillend tegen iedereen: als iemand me iets van een ziel kan laten zien als neurofysiologisch fenomeen, graag; maar zolang dat niet het geval is, zie ik het als een hersenspinsel, een troostrijk of in andere zin functioneel hersenspinsel wellicht maar niettemin niet meer dan een prettige illusie.
Een deel van de goegemeente roept dan: ja, wij zijn dus ons brein; zie maar wat de professor erover zegt. Een ander deel van de goegemeente maakt enig tot ernstig bezwaar tegen de stelling van deze verder zo bescheiden, innemende en vriendelijke man.
Namens hen doet Bert Keizer (ja die) het woord en verdedigt de ziel en de stelling dat wij toch echt wel iets meer dan ons brein zijn. Hij vergelijkt de ziel met de stemming op het feestje.
Deze discussie vormt dan het uitgangspunt en de achtergrond bij de vraag naar de ziel.

Waar Swaab aan het woord is, komt ook altijd al snel het gewicht en het bereik van de zogeheten 'vrije wil' ter sprake. In de VKVervolg inleiding maakt Pieter Klok gewag van een merkwaardige, opvallende en al geruime tijd in de maak zijnde tegenstelling tussen (neuro-)wetenschappelijke en politiek-maatschappelijke ontwikkelingen inzake hoe we die 'vrije wil' en de 'eigen verantwoordelijkheid' bezien en waarderen. De wetenschap kent of dicht ons steeds minder 'vrije wil' toe terwijl de politiek druk doende is ons steeds meer 'eigen verantwoordelijkheid' toe te kennen en op te dringen.
Is wetenschap dan toch ook gewoon maar een mening waar de politiek zich derhalve niets aan gelegen hoeft laten liggen?
Dan lijkt de ziel nog een bijzondere betekenis te hebben en een specifieke rol in menige religieuze context te spelen. Hier krijgt de ziel het eeuwige leven toegedicht en wordt het construct/vehikel om het leven na de dood te verklaren en plausibel te maken.

In Filosofie Magazine mag Alain de Botton onder de titel 'Troost voor de ziel' een pleidooi houden voor religieuze zielzorg, ook of met name voor atheisten. De tekst van het artikel is een selectie uit zijn boek: Religie voor atheïsten, Een heidense gebruikersgids.
De Botton put hierbij vooral uit de christelijke traditie omdat zij als geen ander zich bekommert heeft over de ziel en altijd gericht is geweest op het koesteren van onze ziel, haar gerust te stellen, te troosten en de weg te wijzen.
Een dergelijke gedachte spreekt mij wel aan en daar kan ik wel sympathie voor opbrengen.
Het interessantste een meest doorwrochte artikel in FM over de ziel vond ik toch zondermeer het interview met de Leidse filosoof Gerard Visser. Volgens hem zijn wij toch wel iets meer dan ons brein. En hij zegt daar ondermeer:
Wie iets zinnigs over de ziel wil vernemen kan ik dit interview beslist aanraden. Ik ga niet proberen het samen te vatten maar ben zo vrij hier de laatse vraag met antwoord weer te geven:
En de nacht van de filosofie zal dan ook naar verwachting volgepraat worden met zielespraak. Deze arme ziel zal dat gesprokene daar en dan niet aanhoren maar zich hoogstwaarschijnlijk als gewoonlijk te ruste leggen voor het laatste woord daar gezegd is.
Ik zal het moeten doen met het aprilnummer van Filosofiemagazine en het Vervolg-katern van de Volkskrant getiteld: Lang leve de ziel.
De ziel, zo maak ik uit het een en ander op, schijnt nogal aan inflatie onderhevig, om niet te zeggen zo goed als zieltogend, te zijn. We hebben het er gewoon niet meer over en dat komt mede of vooral door de overdaad aan neuropraat.
Met name neurowetenschappers met als blijmoedige kop van jut (altijd prijs) de 'bestselling' onderzoeker Dick Swaab lijkt deze teloorgang te worden aangerekend. Swaab noemt zichzelf heel toepasselijk 'neurocalvinist'. Hij zegt namelijk altijd heel welwillend tegen iedereen: als iemand me iets van een ziel kan laten zien als neurofysiologisch fenomeen, graag; maar zolang dat niet het geval is, zie ik het als een hersenspinsel, een troostrijk of in andere zin functioneel hersenspinsel wellicht maar niettemin niet meer dan een prettige illusie.
Een deel van de goegemeente roept dan: ja, wij zijn dus ons brein; zie maar wat de professor erover zegt. Een ander deel van de goegemeente maakt enig tot ernstig bezwaar tegen de stelling van deze verder zo bescheiden, innemende en vriendelijke man.
Namens hen doet Bert Keizer (ja die) het woord en verdedigt de ziel en de stelling dat wij toch echt wel iets meer dan ons brein zijn. Hij vergelijkt de ziel met de stemming op het feestje.
Deze discussie vormt dan het uitgangspunt en de achtergrond bij de vraag naar de ziel.
Waar Swaab aan het woord is, komt ook altijd al snel het gewicht en het bereik van de zogeheten 'vrije wil' ter sprake. In de VKVervolg inleiding maakt Pieter Klok gewag van een merkwaardige, opvallende en al geruime tijd in de maak zijnde tegenstelling tussen (neuro-)wetenschappelijke en politiek-maatschappelijke ontwikkelingen inzake hoe we die 'vrije wil' en de 'eigen verantwoordelijkheid' bezien en waarderen. De wetenschap kent of dicht ons steeds minder 'vrije wil' toe terwijl de politiek druk doende is ons steeds meer 'eigen verantwoordelijkheid' toe te kennen en op te dringen.
Is wetenschap dan toch ook gewoon maar een mening waar de politiek zich derhalve niets aan gelegen hoeft laten liggen?
Dan lijkt de ziel nog een bijzondere betekenis te hebben en een specifieke rol in menige religieuze context te spelen. Hier krijgt de ziel het eeuwige leven toegedicht en wordt het construct/vehikel om het leven na de dood te verklaren en plausibel te maken.
In Filosofie Magazine mag Alain de Botton onder de titel 'Troost voor de ziel' een pleidooi houden voor religieuze zielzorg, ook of met name voor atheisten. De tekst van het artikel is een selectie uit zijn boek: Religie voor atheïsten, Een heidense gebruikersgids.
De Botton put hierbij vooral uit de christelijke traditie omdat zij als geen ander zich bekommert heeft over de ziel en altijd gericht is geweest op het koesteren van onze ziel, haar gerust te stellen, te troosten en de weg te wijzen.
Een dergelijke gedachte spreekt mij wel aan en daar kan ik wel sympathie voor opbrengen.
Het interessantste een meest doorwrochte artikel in FM over de ziel vond ik toch zondermeer het interview met de Leidse filosoof Gerard Visser. Volgens hem zijn wij toch wel iets meer dan ons brein. En hij zegt daar ondermeer:
De ziel is in het westerse denken ten onder gegaan aan de illusie van haar kenbaarheid
Wie iets zinnigs over de ziel wil vernemen kan ik dit interview beslist aanraden. Ik ga niet proberen het samen te vatten maar ben zo vrij hier de laatse vraag met antwoord weer te geven:
De geest zit volgens u niet in het brein?
Ik zou het willen omdraaien. Is het brein niet een intermediair van de geest, net zoals het feestje van de stemming?
Neem een neuropsycholoog die schrikreacties onderzoekt. Heeft hij vrees of angst te pakken als deze reacties op zijn beeldscherm ziet oplichten? Nee, het eerste en het laatste blijft de vrees of de angst zoals wij die daadwerkelijk voelen. Het bang of angstig zijn.
Het woord 'ziel' staat voor het hele ondoorgrondelijke veld van iemands herkomst en bestemming. Huist dat in ons, of huizen wij in dat veld? Zoals Carlos Drummond de Andrade dichtte: “O, mijn ziel, verlaten zuster, troost je mij bewoond te hebben,/ zo niet ik het was die jou bewoonde.”
Labels:
Alain de Botton,
Bert Keizer,
Dick Swaab,
filosofie,
geloof,
Gerard Visser,
lichaam/geest,
religie,
vragen,
vrije wil,
ziel,
zingeving
Thursday, December 1, 2011
En zo is het ook nog!
Het kan verkeren zei Brederode reeds en zo is het toevallig ook nog eens een keer!
De dingen blijken nu eenmaal niet altijd te zijn wat ze aanvankelijk leken te zijn.
Voor degenen die, evenals ik, dusdanig onder de indruk zijn van hoe Iain McGilchrist de spijker op de kop lijkt te slaan met zijn lezing, over zowel de specialisatie als de samenwerking van onze beide hersenhelften en het schijnbare effect daarvan op onze cultuur, dat ze, evenals ik, nog wel iets langer dan 12 of 32 minuten naar hem zouden kunnen en willen luisteren hier nogmaals McGilchrist met: Things are not what they seem, in het Schumacher College.
Hier sprak dan zo'n anderhalf uur een psychiater zonder computer op zijn bureau en één die, als ik zijn verhaal een beetje begrepen heb, zich ook wel weinig gelegen zal laten liggen aan iets als de DSM, nog wel altijd het spoorboekje van veel van zijn vakgenoten.
Neuropraat naar mijn hart, grondige analyse gerelateerd aan ervaring en doorspekt van wijsheid.
Iets dat we veelal en, naar het zich nu laat aanzien, steeds vaker in de politiek en de media, het bestuur en management, in de wereld van het grote geld en de economie en op allerlei werkvloeren node moeten ontberen.
Meer rechts- >>
en links- >>
en meer neuropraat >>
De dingen blijken nu eenmaal niet altijd te zijn wat ze aanvankelijk leken te zijn.
Voor degenen die, evenals ik, dusdanig onder de indruk zijn van hoe Iain McGilchrist de spijker op de kop lijkt te slaan met zijn lezing, over zowel de specialisatie als de samenwerking van onze beide hersenhelften en het schijnbare effect daarvan op onze cultuur, dat ze, evenals ik, nog wel iets langer dan 12 of 32 minuten naar hem zouden kunnen en willen luisteren hier nogmaals McGilchrist met: Things are not what they seem, in het Schumacher College.
Hier sprak dan zo'n anderhalf uur een psychiater zonder computer op zijn bureau en één die, als ik zijn verhaal een beetje begrepen heb, zich ook wel weinig gelegen zal laten liggen aan iets als de DSM, nog wel altijd het spoorboekje van veel van zijn vakgenoten.
Neuropraat naar mijn hart, grondige analyse gerelateerd aan ervaring en doorspekt van wijsheid.
Iets dat we veelal en, naar het zich nu laat aanzien, steeds vaker in de politiek en de media, het bestuur en management, in de wereld van het grote geld en de economie en op allerlei werkvloeren node moeten ontberen.
Meer rechts- >>
en links- >>
en meer neuropraat >>
Wednesday, July 6, 2011
Talkin' bout my generation
Worden we dan toch nog eens wijzer?
Ik denk wel eens bij mezelf dat ondanks het vaak aangehaalde idealisme van de jaren zestig er nog geen generatie geweest is die zo'n geweldige puinhoop achterlaat voor volgende generaties dan de mijne; die van de zogenaamde babyboomers.

Gisteren las ik een aardig stukje in de krant van ene Lisette Thooft, een publiciste die zich tevens mythosoof noemt. Al is ze een stuk jonger dan ik (wel 2 jaar), toch behoren we beiden met nog een legertje anderen tot die vermaledijde generatie van de babyboomers die volgens sommigen ooit in een gespreid bedje terechtkwamen en aan wie je het potverteren wel kunt overlaten.
Dat kunnen ze namelijk als de beste. Verder zijn ze erg goed in rekenen, graaien en het eigenbelang vooropstellen. (lees als je dat vindt ook de reacties op deze eenvandaag eens)
In ieder geval gaan ze in de westerse wereld vanaf 2011 massaal van hun pensioen genieten en een stevige wissel trekken op de algemene middelen. De gezondheidszorg, sociale uitkeringsinstanties en de hele maatschappij zal weten en merken dat we er zijn!

Ook op het wereldwijdewebje kom je ze overal tegen; voor en tegengeluiden, resourceguide, een webring, een startpagina, blogs etc., het is een global issue aan het worden.
Maar even terug naar het artikelje van genoemde Lisette Thooft.
Zij is de auteur van het binnenkort te verschijnen boek: Spiritueel door de overgang. Over welke overgang dat dan gaat weten we natuurlijk nog even niet want het boek is nog niet uit.
Het VK artikel draagt in ieder geval de hoopvolle titel:
Laten we het hopen en werd eens tijd denk ik dan maar dat is misschien een beetje flauw of wat al te cynisch van mij.
Het stukje is een alleraardigste en relativerende reactie op een ander, mij onbekend, stukje over die babyboomers, maar laat zich uitstekend lezen zonder die voorkennis.
Ze haalt ondermeer een bekend gezegde aan, vooral geliefd onder mijn neo-liberale generatiegenoten die hun vroegere idealen vergeten zijn danwel vaarwel gezegd hebben maar vinden dat zoiets en het consequent najagen en laten prevaleren van het eigenbelang heus niets met harteloosheid te maken heeft:
luidde het dan. Ik heb dat altijd een nogal kromme en maffe bewering gevonden. Bovendien zou ik volgens die stelling geen hersens hebben. Maar zoals onze neo-liberale vrienden overduidelijk schromen en schroomden om hun nieuwe, ogenschijnlijk 180 graden bijgedraaide, kijk op het leven als harteloos te bestempelen, zo zal ik natuurlijk niet zomaar gaan roepen dat ik geen hersens heb. En al zeker niet tegenover zo'n stelletje pseudo-intellectuelen; in hoeverre ik mijn vermeende hersens al dan niet gebruik is verder een privé-aangelegenheid die ik hier onaageroerd wil laten.
Hoe dan ook plaatst Thooft hier de veel zinniger en realistischer stelling van Goethe tegenover:
Kijk daar lijkt tenminste wat mensenkennis uit te spreken. Dat is even iets anders dan dat nikserige neo-liberale geneuzel en gekrakeel. Daar kunnen we misschien iets mee!
Gaan wij babyboomers dan wellicht nog eens wijs worden? Volgens Thooft valt in ieder geval te verwachten dat onze generatie behalve pensioengerechtigd ook spiritueler zal worden en/of meer aandacht zal krijgen voor vragen van existentiële aard. Ze wijst daarbij als voorbeeld op de enorme belangstelling voor iets als mindfulness.
Terugblikkend op een (afge)leef(de)wereld waarin oude idealen vooral tot een vrijgevochten hitserig hedonisme en een materialistische Ik-cultuur verworden lijken te zijn gaan onze biologie en grijze haren het tij wellicht nog wat keren. Volgens Goethe en Thooft zou er nog hoop zijn voor ons babyboomers.

Zei onze Bredero niet reeds: 't kan verkeren?
Idealen, de geldende moraal en de heersende mentaliteit kunnen veranderen en zullen dat vast en zeker ook doen; maar ja welke kant op? ... dat ligt toch echt aan onszelf.
Nou, ik ben benieuwd en wacht het maar weer even af.
Waar had ik het nu ook al weer over ... o ja ... I was talking 'bout
my generation
text in english >>
Ik denk wel eens bij mezelf dat ondanks het vaak aangehaalde idealisme van de jaren zestig er nog geen generatie geweest is die zo'n geweldige puinhoop achterlaat voor volgende generaties dan de mijne; die van de zogenaamde babyboomers.
Gisteren las ik een aardig stukje in de krant van ene Lisette Thooft, een publiciste die zich tevens mythosoof noemt. Al is ze een stuk jonger dan ik (wel 2 jaar), toch behoren we beiden met nog een legertje anderen tot die vermaledijde generatie van de babyboomers die volgens sommigen ooit in een gespreid bedje terechtkwamen en aan wie je het potverteren wel kunt overlaten.
Dat kunnen ze namelijk als de beste. Verder zijn ze erg goed in rekenen, graaien en het eigenbelang vooropstellen. (lees als je dat vindt ook de reacties op deze eenvandaag eens)
In ieder geval gaan ze in de westerse wereld vanaf 2011 massaal van hun pensioen genieten en een stevige wissel trekken op de algemene middelen. De gezondheidszorg, sociale uitkeringsinstanties en de hele maatschappij zal weten en merken dat we er zijn!
Ook op het wereldwijdewebje kom je ze overal tegen; voor en tegengeluiden, resourceguide, een webring, een startpagina, blogs etc., het is een global issue aan het worden.
Maar even terug naar het artikelje van genoemde Lisette Thooft.
Zij is de auteur van het binnenkort te verschijnen boek: Spiritueel door de overgang. Over welke overgang dat dan gaat weten we natuurlijk nog even niet want het boek is nog niet uit.
Het VK artikel draagt in ieder geval de hoopvolle titel:
Babyboomer wordt wijzer
Laten we het hopen en werd eens tijd denk ik dan maar dat is misschien een beetje flauw of wat al te cynisch van mij.
Het stukje is een alleraardigste en relativerende reactie op een ander, mij onbekend, stukje over die babyboomers, maar laat zich uitstekend lezen zonder die voorkennis.
Ze haalt ondermeer een bekend gezegde aan, vooral geliefd onder mijn neo-liberale generatiegenoten die hun vroegere idealen vergeten zijn danwel vaarwel gezegd hebben maar vinden dat zoiets en het consequent najagen en laten prevaleren van het eigenbelang heus niets met harteloosheid te maken heeft:
Als je op je twintigste niet links bent, heb je geen hart maar als je het op je veertigste nog bent, dan heb je geen hersens.
luidde het dan. Ik heb dat altijd een nogal kromme en maffe bewering gevonden. Bovendien zou ik volgens die stelling geen hersens hebben. Maar zoals onze neo-liberale vrienden overduidelijk schromen en schroomden om hun nieuwe, ogenschijnlijk 180 graden bijgedraaide, kijk op het leven als harteloos te bestempelen, zo zal ik natuurlijk niet zomaar gaan roepen dat ik geen hersens heb. En al zeker niet tegenover zo'n stelletje pseudo-intellectuelen; in hoeverre ik mijn vermeende hersens al dan niet gebruik is verder een privé-aangelegenheid die ik hier onaageroerd wil laten.
Hoe dan ook plaatst Thooft hier de veel zinniger en realistischer stelling van Goethe tegenover:
Het kind is realist, de jongeling idealist, de volwassene cynicus en de grijsaard mysticus.
Kijk daar lijkt tenminste wat mensenkennis uit te spreken. Dat is even iets anders dan dat nikserige neo-liberale geneuzel en gekrakeel. Daar kunnen we misschien iets mee!
Gaan wij babyboomers dan wellicht nog eens wijs worden? Volgens Thooft valt in ieder geval te verwachten dat onze generatie behalve pensioengerechtigd ook spiritueler zal worden en/of meer aandacht zal krijgen voor vragen van existentiële aard. Ze wijst daarbij als voorbeeld op de enorme belangstelling voor iets als mindfulness.
Terugblikkend op een (afge)leef(de)wereld waarin oude idealen vooral tot een vrijgevochten hitserig hedonisme en een materialistische Ik-cultuur verworden lijken te zijn gaan onze biologie en grijze haren het tij wellicht nog wat keren. Volgens Goethe en Thooft zou er nog hoop zijn voor ons babyboomers.
Zijn we op weg om mystici te worden, volgens Goethes ontwikkelingsleer? Wat betekent dat dan precies? Voor zover ik kan zien (maar ik ben pas 58) gaat spiritualiteit om het relativeren van het 'ik'. Het doorzien van de vergissing dat je van een ik-project gelukkig wordt. Mystici zeggen zelfs dat het hele zelf een illusie is, dat er inwerkelijkheid alleen maar één stromende, vloeiende, veranderende eenheid van alles en allen is. Voor ons ik-gerichte babyboomers, een enorme ommezwaai. Maar als het lukt, en dat besef de tijdgeest gaat bepalen, kunnen we nog mooie tijden beleven.
Zei onze Bredero niet reeds: 't kan verkeren?
Idealen, de geldende moraal en de heersende mentaliteit kunnen veranderen en zullen dat vast en zeker ook doen; maar ja welke kant op? ... dat ligt toch echt aan onszelf.
Nou, ik ben benieuwd en wacht het maar weer even af.
Waar had ik het nu ook al weer over ... o ja ... I was talking 'bout
my generation
text in english >>
Labels:
(on)wijsheden,
babyboomers,
Brederoo,
generatie,
Goethe,
spiritualiteit,
vergrijzing,
wijsheid,
zingeving
Wednesday, January 5, 2011
Geloof of ongeloof?
In zoverre we van geloof kunnen spreken is dat bij gratie van het ongeloof of de (mogelijkheid tot) twijfel. Het een kan niet goed zonder het ander.
Aangezien er maar bitter weinig echt zeker lijkt in dit leven, zullen we er (bij gebrek aan overtuigend of doorslaggevend bewijs) dus meestal gewoon maar aan moeten geloven. Begrippen als geloof en vertrouwen gaan dan al gauw wat op pseudo-zekerheden lijken. We moeten om een beetje goed te kunnen leven en geestelijk gezond en overeind te blijven heel veel dingen blijkbaar maar beter als gegeven en voorlopige zekerheden accepteren. Misschien zou geloof dan beter vaak hoop kunnen heten want het geloof zou toch vrij zinloos en betekenisloos zijn als het niet met hoop verbonden zou zijn of daartoe zou leiden.
(doe er nog wat liefde bij en je kunt een show beginnen)
De volgende citaten kunnen het begrip 'geloof' misschien wat diepgang en af en toe een knipoog geven.
Analoog aan en naadloos aansluitend op de stelling dat we er allemaal theorietjes over de werkelijkheid op na houden geloven we dus ook van alles en nog wat. Al was het maar dat:
(Een Newfie, niet te verwarren met die hond, is overigens iemand die geboren en getogen is (zeg maar een aboriginal van) in Newfoundland, Canada)
Wat is dan het tegengestelde van geloof?; ongeloof, zou je zo denken, maar is wel altijd zo?
Want als je de zendingsdrang van sommige atheïsten eens goed op de keper beschouwt, kun je toch bijna eerder van een geloof (dan van ongeloof) spreken.

Zo was ik ooit lid van het Humanistisch Verbond en heb dat lidmaatschap eens opgezegd omdat ik vond dat men op enig moment nagenoeg uitsluitend bezig leek zich af te zetten tegen 'het geloof'.
Is de andere kant van geloof dan soms bijgeloof? Maar wat noem je bijgeloof? De paus en Richard Dawkins, om zomaar eens twee mensen te noemen, konden daar weleens heel verschillende antwoorden op geven.
Rekenen wij animisme of voodoo tot bijgeloof of zien we het als religie? En wat te denken over uitingen van volksdevotie die misschien wat dichter bij huis komen?

Beluister wat die laatste vraag betreft eens deze ongelooflijk prachtige songtekst 'Guadalupe' van Tom Russel over de kracht van volksdevotie tegenover de armetierigheid van een wat al te eenzijdig rationalisme (of calvinisme?).
Ja, wat valt er dan nog voor zinnigs over geloof, ongeloof of bijgeloof te zeggen? Ik weet het allemaal niet meer; ik geloof het voorlopig allemaal wel weer even en onthoud me voor het moment maar van verder commentaar!
(doe er nog wat liefde bij en je kunt een show beginnen)
De volgende citaten kunnen het begrip 'geloof' misschien wat diepgang en af en toe een knipoog geven.
Analoog aan en naadloos aansluitend op de stelling dat we er allemaal theorietjes over de werkelijkheid op na houden geloven we dus ook van alles en nog wat. Al was het maar dat:
(Een Newfie, niet te verwarren met die hond, is overigens iemand die geboren en getogen is (zeg maar een aboriginal van) in Newfoundland, Canada)
Wat is dan het tegengestelde van geloof?; ongeloof, zou je zo denken, maar is wel altijd zo?
Want als je de zendingsdrang van sommige atheïsten eens goed op de keper beschouwt, kun je toch bijna eerder van een geloof (dan van ongeloof) spreken.
Zo was ik ooit lid van het Humanistisch Verbond en heb dat lidmaatschap eens opgezegd omdat ik vond dat men op enig moment nagenoeg uitsluitend bezig leek zich af te zetten tegen 'het geloof'.
Is de andere kant van geloof dan soms bijgeloof? Maar wat noem je bijgeloof? De paus en Richard Dawkins, om zomaar eens twee mensen te noemen, konden daar weleens heel verschillende antwoorden op geven.
Rekenen wij animisme of voodoo tot bijgeloof of zien we het als religie? En wat te denken over uitingen van volksdevotie die misschien wat dichter bij huis komen?
Beluister wat die laatste vraag betreft eens deze ongelooflijk prachtige songtekst 'Guadalupe' van Tom Russel over de kracht van volksdevotie tegenover de armetierigheid van een wat al te eenzijdig rationalisme (of calvinisme?).
Ja, wat valt er dan nog voor zinnigs over geloof, ongeloof of bijgeloof te zeggen? Ik weet het allemaal niet meer; ik geloof het voorlopig allemaal wel weer even en onthoud me voor het moment maar van verder commentaar!
Labels:
(on)wijsheden,
geloof,
Gretchen Peters,
religie,
Stompin Tom Connors,
Tom Russel,
twijfel,
volksdevotie,
vragen,
zingeving
Subscribe to:
Posts (Atom)