Het is alweer een poosje geleden dat ik een neuropraatje op dit blog plaatste. Nu ga ik toch ook hier zelf zo'n praatje weer niet houden. Ik wil dat namelijk eens laten doen en wel door iemand die dat onwaarschijnlijk veel beter doet dan ik dat ooit zou kunnen. De spreker is Daniel Goleman die het navolgende verhaal een paar jaar geleden hield voor Google University. (duurt wel een klein uurtje!)
Deze video vind ik met name interessant omdat Goleman hierin heel veel zaken aanstipt en/of verheldert die én uit particuliere én uit beroepsmatige overwegingen mijn belangstelling genieten. Daarnaast lijkt het me wel handig om bv. collega's desgewenst te kunnen verwijzen naar een heldere uitleg over, om maar iets te noemen, de werking en het belang van de amygdala. (vanaf 16.16)
Aandacht voor de man die emotionele-, sociale- en groene intelligentie onder ons aller aandacht tracht te brengen:
Op Dima's place gaf ik al eens eerder een you-tube-link naar deze video.
P.S. Vorige week was ik bij een boekbespreking in de Hoornse Boekhandel. Daar besprak filosoof Jan Flameling het boek The feeling of What Happens (Ik voel dus ik ben) van Antonio R. Damasio vanuit filosofisch perspectief. Goleman haalt in de video ook Damasio aan en plaatst diens bevindingen in een psychologisch kader. Zoiets mag ik graag zien en horen: de filosoof, de neuro-wetenschapper en de psycholoog met elkaar in gesprek. Daar kan ik, merk ik, wel enige geestdrift voor opbrengen omdat het dan meestal ook ergens over gaat.
Dus over ons bewustzijn!
Maar ook zou ik wel graag zien dat er bij gelegenheid nog eens een aanvullend trio tot dit gezelschap toetrad om de discussie nog wat verder te dragen. Laten we zeggen iemand die in de maatschappelijke, juridische, economische en wat dies meer zij -aspecten van allerlei kwesties thuis is, plus iemand vragen op een doorwrochte wijze vanuit diverse religieuze of spirituele tradities weet te benaderen en tenslotte een pedagoog want die invalshoek lijkt me toch ook wel van belang en ik heb het idee dat ik die de laatste tijd nog maar zelden hoor in kwesties van belang.
Welke discipline in mijn boekie dan vaak het eerste en het laatste woord zal blijken te hebben laat zich raden.
Showing posts with label Antonio Damasio. Show all posts
Showing posts with label Antonio Damasio. Show all posts
Wednesday, November 9, 2011
Thursday, March 11, 2010
Het behaviorisme als paradigma (3)
Sinds Thomas Kuhn in 1962 zijn The Structure of Scientific Revolutions publiceerde is het gebruikelijk om van een paradigma te spreken als zijnde het samenhangende en moverende stelsel van vooronderstellingen, theorieën en modellen waarmee men binnen een bepaalde discipline of stroming de werkelijkheid pleegt te benaderen.
Een halve eeuw daarvoor was het het project van het behaviorisme om avant la lettre het nieuwe paradigma van de psychologie of misschien hier wel juister gezegd de gedragswetenschap te formuleren.
De pretenties en ambities van het behaviorisme waren groot en zo ook de opmars als dominante stroming binnen de psychologie.
Doel en methode laten zich kernachtig samenvatten als de zoektocht naar de functionele en causale verbanden tussen S en R, waarbij S staat voor stimuli of omgevingsinvloeden en R staat voor respons, reactie ofwel gedrag.
En de paradigmatische kern of de onderliggende en alom aanwezige basisstelling luidt dat: alle gedrag is aangeleerd.
Tot in zijn uiterste consequenties doorgedacht kan een dergelijke radicale stelling al gauw problematisch of grotesk worden. Is bv. onze ademhaling dan ook aangeleerd gedrag en middels leren te beïnvloeden? Het lijkt er toch eerder op dat moeder natuur en onze aangeboren aanleg deze functie in principe prima geregeld heeft en we de omgeving echt niet hoeven te manipuleren om dit vlot te laten verlopen.
En hoe verwerven wij taal?
In 1957 verscheen Syntactic Structures van de hand van Noam Chomsky.
In datzelfde jaar verscheen Verbal Behavior van de hand van B.F. Skinner en in 1959 verscheen daar een kritiek op van Noam Chomsky. Hierin betoogde deze aanstichter van de transformationele taalkunde op overtuigende wijze dat de taal een diepte- en een oppervlaktestructuur kent; en dat die dieptestructuur wijst op of in feite een vorm is van aangeboren kennis waardoor wij allen begiftigd zijn met het vermogen of de aanleg om ongeacht welke taal dan ook te verwerven.
Volgens velen werd in en door deze discussie het lot van een behavioristische theorie over taalverwerving beslist en kon deze voorgoed naar de vergetelheid worden verwezen. Daarbij luidde het tevens de cognitieve wending in en daarmee het einde van de behavioristische theorie als leidend paradigma binnen de psychologie.
Daarmee leek het erop dat bovengenoemde discussie over taalverwerving beslist en teneinde was.
Dat is hij dus allerminst al zul je er weinig meer over in de krant lezen; inmiddels komt uit behavioristische hoek, als variatie en voortzetting van Skinners ideeën, de Relational Frame Theory.
Ook in allerlei andere vraagstukken komen argumenten van behavioristen overigens regelmatig terug; voor een gedegen doch leesbare verhandeling over wat voors en tegens met de nodige nuance op een rijtje gezet zie: Behaviorism
Hoe dan ook binnen de psychologie was de dominantie van het behaviorisme ten einde en werd die plaats ingenomen door het cognitivisme.
In de filosofie zien we vergelijkbare tendenzen en bewegingen (zie bv. Emoties en rationaliteit revisited van Heleen Pott in Wijsgerig perspectief 2003, nr 2). In dit artikel wordt, zoals overigens van vele kanten te vernemen valt, ook opgemerkt dat het nu geldende paradigma wankelt:
Op een geheel ander niveau hoor je her en der nogal eens bezorgde geluiden over de overmaat aan oplaaiende irrationele emoties, korte lontjes e.d.; voor een wat andere en optimistischere kijk op dergelijke cultureel-maatschappelijke bewegingen zie: culturele omslag
Dat het behaviorisme in wetenschapfilosofische zin veel aan geloofwaardigheid heeft in moeten boeten mede door haar radicale positie in het nature-nurture-debat zal niemand vandaag-de-dag verbazen. Zie hoe het evolutie-denken in navolging van Darwin en medestanders alom ingeburgerd is geraakt en zie de aard van de belangstelling voor de ontrafeling van het menselijk genoom en andere algemene opvattingen waarin het belang van aanleg en erfelijkheid onderstreept worden.
Het paradigma dat alle gedrag aangeleerd is met de stilzwijgende implicatie dat elk gewenst gedrag ook aan te leren zou zijn lijkt te hebben afgedaan.
Zelf vind ik ook dat het behavioristische paradigma niet de juiste of omvattende basis voor de psychologie kan zijn omdat ik meen dat de meest fundamentele vraag van de psychologie de vraag naar de aard en het wezen van het menselijk bewustzijn is of hoort te zijn. Een vraag waar we mijns inziens nooit een klip-en-klaar antwoord op zullen krijgen, maar waar wel alle andere vragen uit de psychologie op de een of andere manier verband mee moeten houden.
En de orthodoxe behavioristen lijken vragen over het bewustzijn nu juist als irrelevante ruis bewust uit te bannen. (hetgeen opzichzelf een leuke paradox kan opleveren)
Dat ik het niet als bevredigend paradigma onderschrijf betekent overigens niet dat ik de vragen en bevindingen die het behaviorisme opgeleverd hebben als onzin zou afdoen of niet als waardevolle kennis beschouw.
Wat op zijn minst opvallend en merkwaardig mag heten wanneer we kijken naar de meer uitgesproken aannamen en uitgangspunten van het behaviorisme, is hoe totaal verschillend die in verschillende tijden en situaties gewaardeerd kan worden.
Als ik zo op mijn eigen herinnering afga dan is het toch zo dat de meeste mensen, mijzelve incluis, ofwel ronduit negatief waren over of toch minstens wat bedenkingen hadden tegen het mechanistische of reductionistische karakter van die uitgangspunten. En ook als men in de praktijk operante conditionering toepaste en onderschreef vanwege het gewenste effect werd er toch veelal ook enige afkeer van de theorie erachter geuit. We spreken dan over de heersende mentaliteit van zo'n tien, twintig en dertig jaar geleden in Nederland.
Vreemd genoeg werden diezelfde uitgangspunten een aantal decennia daarvoor zeker niet altijd als mechanistisch en beperkend ervaren; juist de maakbaarheidsgedachte werd als uitermate positief ervaren. Men zag er ook nieuwe mogelijkheden voor een beter toekomst in.
Zo komt Skinner in 1948 met de utopische roman Walden Two , waarin hij een experimentele gemeenschap beschrijft waar menige socialistische, progressieve of groene politieke partij heden ten dage nog nauwelijks van durft te dromen. Deze roman is zelfs de inspiratie geweest voor de daadwerkelijk gestichte en bestaande communiteit Twin Oaks.
'T kan verkeren wist Brederoo reeds.
<vorige - volgende>
.
Een halve eeuw daarvoor was het het project van het behaviorisme om avant la lettre het nieuwe paradigma van de psychologie of misschien hier wel juister gezegd de gedragswetenschap te formuleren.
De pretenties en ambities van het behaviorisme waren groot en zo ook de opmars als dominante stroming binnen de psychologie.
Doel en methode laten zich kernachtig samenvatten als de zoektocht naar de functionele en causale verbanden tussen S en R, waarbij S staat voor stimuli of omgevingsinvloeden en R staat voor respons, reactie ofwel gedrag.
En de paradigmatische kern of de onderliggende en alom aanwezige basisstelling luidt dat: alle gedrag is aangeleerd.
Tot in zijn uiterste consequenties doorgedacht kan een dergelijke radicale stelling al gauw problematisch of grotesk worden. Is bv. onze ademhaling dan ook aangeleerd gedrag en middels leren te beïnvloeden? Het lijkt er toch eerder op dat moeder natuur en onze aangeboren aanleg deze functie in principe prima geregeld heeft en we de omgeving echt niet hoeven te manipuleren om dit vlot te laten verlopen.
En hoe verwerven wij taal?
In 1957 verscheen Syntactic Structures van de hand van Noam Chomsky.
In datzelfde jaar verscheen Verbal Behavior van de hand van B.F. Skinner en in 1959 verscheen daar een kritiek op van Noam Chomsky. Hierin betoogde deze aanstichter van de transformationele taalkunde op overtuigende wijze dat de taal een diepte- en een oppervlaktestructuur kent; en dat die dieptestructuur wijst op of in feite een vorm is van aangeboren kennis waardoor wij allen begiftigd zijn met het vermogen of de aanleg om ongeacht welke taal dan ook te verwerven.
Volgens velen werd in en door deze discussie het lot van een behavioristische theorie over taalverwerving beslist en kon deze voorgoed naar de vergetelheid worden verwezen. Daarbij luidde het tevens de cognitieve wending in en daarmee het einde van de behavioristische theorie als leidend paradigma binnen de psychologie.
Daarmee leek het erop dat bovengenoemde discussie over taalverwerving beslist en teneinde was.
Dat is hij dus allerminst al zul je er weinig meer over in de krant lezen; inmiddels komt uit behavioristische hoek, als variatie en voortzetting van Skinners ideeën, de Relational Frame Theory.
Ook in allerlei andere vraagstukken komen argumenten van behavioristen overigens regelmatig terug; voor een gedegen doch leesbare verhandeling over wat voors en tegens met de nodige nuance op een rijtje gezet zie: Behaviorism
Hoe dan ook binnen de psychologie was de dominantie van het behaviorisme ten einde en werd die plaats ingenomen door het cognitivisme.
In de filosofie zien we vergelijkbare tendenzen en bewegingen (zie bv. Emoties en rationaliteit revisited van Heleen Pott in Wijsgerig perspectief 2003, nr 2). In dit artikel wordt, zoals overigens van vele kanten te vernemen valt, ook opgemerkt dat het nu geldende paradigma wankelt:
Hier en daar zijn zelfs de eerste tekenen waar te nemen van een revival van de aloude 'feeling-theorie'. Binnen de psychologie is sprake van een opmerkelijke terugkeer van William James, die als eerste de feeling-theorie van de emoties wetenschappelijk articuleerde. Ook de neurofysiologische bewustzijnstheorie van Antonio Damasio die de laatste jaren furore maakt binnen de psychologie, vat zichzelf op als een kritische voortzetting van de feeling-theorie van James.
Op een geheel ander niveau hoor je her en der nogal eens bezorgde geluiden over de overmaat aan oplaaiende irrationele emoties, korte lontjes e.d.; voor een wat andere en optimistischere kijk op dergelijke cultureel-maatschappelijke bewegingen zie: culturele omslag
Dat het behaviorisme in wetenschapfilosofische zin veel aan geloofwaardigheid heeft in moeten boeten mede door haar radicale positie in het nature-nurture-debat zal niemand vandaag-de-dag verbazen. Zie hoe het evolutie-denken in navolging van Darwin en medestanders alom ingeburgerd is geraakt en zie de aard van de belangstelling voor de ontrafeling van het menselijk genoom en andere algemene opvattingen waarin het belang van aanleg en erfelijkheid onderstreept worden.
Het paradigma dat alle gedrag aangeleerd is met de stilzwijgende implicatie dat elk gewenst gedrag ook aan te leren zou zijn lijkt te hebben afgedaan.
Zelf vind ik ook dat het behavioristische paradigma niet de juiste of omvattende basis voor de psychologie kan zijn omdat ik meen dat de meest fundamentele vraag van de psychologie de vraag naar de aard en het wezen van het menselijk bewustzijn is of hoort te zijn. Een vraag waar we mijns inziens nooit een klip-en-klaar antwoord op zullen krijgen, maar waar wel alle andere vragen uit de psychologie op de een of andere manier verband mee moeten houden.
En de orthodoxe behavioristen lijken vragen over het bewustzijn nu juist als irrelevante ruis bewust uit te bannen. (hetgeen opzichzelf een leuke paradox kan opleveren)
Dat ik het niet als bevredigend paradigma onderschrijf betekent overigens niet dat ik de vragen en bevindingen die het behaviorisme opgeleverd hebben als onzin zou afdoen of niet als waardevolle kennis beschouw.
Wat op zijn minst opvallend en merkwaardig mag heten wanneer we kijken naar de meer uitgesproken aannamen en uitgangspunten van het behaviorisme, is hoe totaal verschillend die in verschillende tijden en situaties gewaardeerd kan worden.
Als ik zo op mijn eigen herinnering afga dan is het toch zo dat de meeste mensen, mijzelve incluis, ofwel ronduit negatief waren over of toch minstens wat bedenkingen hadden tegen het mechanistische of reductionistische karakter van die uitgangspunten. En ook als men in de praktijk operante conditionering toepaste en onderschreef vanwege het gewenste effect werd er toch veelal ook enige afkeer van de theorie erachter geuit. We spreken dan over de heersende mentaliteit van zo'n tien, twintig en dertig jaar geleden in Nederland.
Vreemd genoeg werden diezelfde uitgangspunten een aantal decennia daarvoor zeker niet altijd als mechanistisch en beperkend ervaren; juist de maakbaarheidsgedachte werd als uitermate positief ervaren. Men zag er ook nieuwe mogelijkheden voor een beter toekomst in.
Zo komt Skinner in 1948 met de utopische roman Walden Two , waarin hij een experimentele gemeenschap beschrijft waar menige socialistische, progressieve of groene politieke partij heden ten dage nog nauwelijks van durft te dromen. Deze roman is zelfs de inspiratie geweest voor de daadwerkelijk gestichte en bestaande communiteit Twin Oaks.
'T kan verkeren wist Brederoo reeds.
<vorige - volgende>
.
Subscribe to:
Posts (Atom)