Showing posts with label paradigma. Show all posts
Showing posts with label paradigma. Show all posts

Wednesday, February 21, 2018

Daar komt een dominee voorbij ...

... dus laten we maar even wat stilte betrachten. Misschien heeft ze zelf wel iets vertellen.

De dominee is de reverend Deborah Johnson die hier, geheel in de geest van Martin Luther King, een tamelijk concreet en 'down-to-earth' verhaal afsteekt over het doorgaans nogal vage en zweverige begrip 'non-dualiteit' of 'oneness':


Dit ging dus niet over worst, maar wel over mensbeelden en eenheid.

Thursday, October 17, 2013

Wetenschap; anything goes? (3)

De vraag in kwestie luidde dus zomaar eens: wat is en wat mag al dan niet ‘wetenschap’ heten? Misschien moeten we hierover weer eens bij de filosofen te rade gaan. Filosofen plegen immers over van alles en daarnaast, tot verbazing van velen, ook nog eens over nog wat, vragen te stellen. En nadrukkelijk ook over wat we al of niet zouden kunnen weten en hoe we dan iets te weten zouden kunnen komen. Nu waren wetenschappers en filosofen ooit één pot nat maar tegenwoordig ligt die situatie toch wel iets anders. We hebben nog wel filosofen die hun gedachten en hersenkronkels specifiek op de wetenschap richten, de zogeheten wetenschapsfilosofen. Meer de denkers dan de doeners van het métier, zou je kunnen zeggen. Popper en Kuhn zullen waarschijnlijk de meest bekende namen zijn uit die kringen en bij de meeste mensen wel een belletje doen rinkelen. A mente mente 3 karl popper and thomas kuhn De vraag naar het hoe en wat en naar de oorsprong en de juistheid van onze menselijke kennis is een oude en de centrale vraag van de kennisleer of epistomologie. Die vraag speelt evenzeer in de wetenschapsfilosofie maar deze discipline richt zich daarbij ook nadrukkelijk en soms in hoofdzaak op de werkwijze van en op de manier waarop de hazen lopen in het wetenschappelijk bedrijf. popper-kuhn Karl Popper wist al aanmerkelijk wat op het naïeve vertrouwen in de alwetendheid van de wetenschap af te dingen door in de methodologische beschouwing ‘verificatie’ te vervangen door ‘falsificatie’. Als je tot dusver uitsluitend 100 of 1000 of zelfs 100.000 witte zwanen gezien en geteld hebt, wil dat nog niet zeggen dat er geen zwarte zwanen bestaan. Het begint er dan natuurlijk wel steeds sterker op te lijken en aldus aannemelijker te worden. Het zogeheten kritisch-rationalisme van Popper, dat ook behelst dat je de (doorgaans door jezelf) opgeworpen hypothese probeert onderuit te schoffelen (falsifiëren), heeft zich een eerbiedwaardige naam weten te verwerven in zowel wetenschappelijke als in bredere kring. (Dat is dus het omgekeerde van de methode Stapel die aan de binnenkant alles behalve kritisch en ook weinig rationeel bleek, hoezeer de buitenkant ook met statistiek en al opgetuigd en opgepoetst werd om het wel zo te doen lijken; over de mores in het wetenschappelijk bedrijf gesproken) Qu'est-ce que la science De andere bekende naam is die van Thomas Kuhn. Ik vermoed dat, in this day and age, zijn theorie omtrent de aard van wetenschappelijke omwentelingen meer bekendheid geniet en als populaire wijsheid is aangeslagen dan eing ander vertoog over het fenomeen wetenschap. Of hij moet in dat opzicht alweer ingehaald zijn door de geheel vrijblijvende notie die Feyerabend ons aan de hand wil doen. Kuhn introduceerde het begrip ‘paradigma’ in de wetenschapsfilosofie. In een eerder blogje begon ik al eens met:
Sinds Thomas Kuhn in 1962 zijn The Structure of Scientific Revolutions publiceerde is het gebruikelijk om van een paradigma te spreken als zijnde het samenhangende en moverende stelsel van vooronderstellingen, theorieën en modellen waarmee men binnen een bepaalde discipline of stroming de werkelijkheid pleegt te benaderen.
Lakatos wil deze twee invloedrijke visies dan met wat verfijning en de nodige nuancering enigzins verzoenen en bij elkaar brengen in één verhaal. Termen als 'paradigma' en 'paradigma-shift' zijn intussen tot het alledaagse taalgebruik gaan horen. wowparadigmshift Een volgend geruchtmakend figuur in de rijen der wetenschapsfilosofen is dan Paul Feyerabend. Met zijn ‘Against method’ gooide hij een nogal anarchistische knuppel in het hoenderhok van consiëntieuze lieden die zich toch vooral naar de gezaghebbende regels der wetenschappelijke methoden wilden plooien. ‘Anything goes!’ werd het motto van deze richting. En deze benadering lijkt, evenals het gedachtegoed van Kuhn, her en der toch zeker wortel geschoten te hebben gezien het feit dat je tegenwoordig zomaar in de krant kunt lezen en alom kunt horen dat ‘wetenschap ook maar een mening is’. Roept toch een beetje het beeld op van een brave wetenschapper waar we niets op aan te merken hebben en die met Karel Appel mag zeggen: ach wat doet het er allemaal toe, ik rotzooi maar wat aan. Daar zijn wij als leken dan mooi klaar mee en daar schiet je dan mooi wat mee op als je ook eens een keer iets wilt weten! Ik hoor Halbe Zijlstra al zeer tevreden weer grote nieuwe bezuinigingsronden op wetenschap en onderwijs afkondigen. Wetenschap is ook maar een mening Zelf heb ik, in principe althans, toch nog iets meer fiducie in wat de wetenschap vermag en in de waarde en de (objectieve?) geldigheid van de menselijke kennis. Het verhaal van Thomas Kuhn lijkt mij in grote lijnen een plausibel verhaal en een adequate beschrijving van een aantal mechanismen in het wetenschappelijk bedrijf opleveren. Maar als je, zoals tegenwoordig niet ongebruikelijk, dat al te letterlijk vertaalt naar dat de waarheid maar net afhangt van welk paradigma er dan toevallig heerst en het ene paradigma in principe niet beter zou zijn dan het andere, hetgeen natuurlijk op hetzelfde neerkomt als dat wetenschap ook maar een mening is, dan zou ik toch denken dat de wetenschappelijke schoen ernstig begint te wringen. Dat kan toch nooit lekker lopen. Wetenschapsfilosofen4x Zo zou deze, nu toch vaak gehoorde opvatting, betekenen dat de verklaring van de oude Batavieren of Noormannen dat donder, bliksemslag en weerlicht (samen ook wel onweer genoemd) het directe gevolg zou zijn van de toorn en het consequente misbaar van de god Donar of Thor die wild om zich heen slaat en zijn strijdhamer weer eens naar beneden gooit, evenveel waard en net zo geldig zou zijn als de alternatieve verklaring zoals wij die tegenwoordig toch liever van natuurkundig geschoolde meteorologen plegen aan te nemen! Donders nog an toe Ik zou zeggen: oordeel zelf of het hier slechts een mening betreft, danwel een paradigmatisch ge- of verschilpunt en of er, alle haken en ogen ten spijt, wel degelijk en soms heel evident toch vooruitgang in onze menselijke kennis mogelijk is?

<< vorige | vervolg >>

Thursday, March 11, 2010

Het behaviorisme als paradigma (3)

Sinds Thomas Kuhn in 1962 zijn The Structure of Scientific Revolutions publiceerde is het gebruikelijk om van een paradigma te spreken als zijnde het samenhangende en moverende stelsel van vooronderstellingen, theorieën en modellen waarmee men binnen een bepaalde discipline of stroming de werkelijkheid pleegt te benaderen.

Een halve eeuw daarvoor was het het project van het behaviorisme om avant la lettre het nieuwe paradigma van de psychologie of misschien hier wel juister gezegd de gedragswetenschap te formuleren.
De pretenties en ambities van het behaviorisme waren groot en zo ook de opmars als dominante stroming binnen de psychologie.
Doel en methode laten zich kernachtig samenvatten als de zoektocht naar de functionele en causale verbanden tussen S en R, waarbij S staat voor stimuli of omgevingsinvloeden en R staat voor respons, reactie ofwel gedrag.
En de paradigmatische kern of de onderliggende en alom aanwezige basisstelling luidt dat: alle gedrag is aangeleerd.

Tot in zijn uiterste consequenties doorgedacht kan een dergelijke radicale stelling al gauw problematisch of grotesk worden. Is bv. onze ademhaling dan ook aangeleerd gedrag en middels leren te beïnvloeden? Het lijkt er toch eerder op dat moeder natuur en onze aangeboren aanleg deze functie in principe prima geregeld heeft en we de omgeving echt niet hoeven te manipuleren om dit vlot te laten verlopen.
En hoe verwerven wij taal?
In 1957 verscheen Syntactic Structures van de hand van Noam Chomsky.
In datzelfde jaar verscheen Verbal Behavior van de hand van B.F. Skinner en in 1959 verscheen daar een kritiek op van Noam Chomsky. Hierin betoogde deze aanstichter van de transformationele taalkunde op overtuigende wijze dat de taal een diepte- en een oppervlaktestructuur kent; en dat die dieptestructuur wijst op of in feite een vorm is van aangeboren kennis waardoor wij allen begiftigd zijn met het vermogen of de aanleg om ongeacht welke taal dan ook te verwerven.
Volgens velen werd in en door deze discussie het lot van een behavioristische theorie over taalverwerving beslist en kon deze voorgoed naar de vergetelheid worden verwezen. Daarbij luidde het tevens de cognitieve wending in en daarmee het einde van de behavioristische theorie als leidend paradigma binnen de psychologie.

Daarmee leek het erop dat bovengenoemde discussie over taalverwerving beslist en teneinde was.
Dat is hij dus allerminst al zul je er weinig meer over in de krant lezen; inmiddels komt uit behavioristische hoek, als variatie en voortzetting van Skinners ideeën, de Relational Frame Theory.
Ook in allerlei andere vraagstukken komen argumenten van behavioristen overigens regelmatig terug; voor een gedegen doch leesbare verhandeling over wat voors en tegens met de nodige nuance op een rijtje gezet zie: Behaviorism

Hoe dan ook binnen de psychologie was de dominantie van het behaviorisme ten einde en werd die plaats ingenomen door het cognitivisme.
In de filosofie zien we vergelijkbare tendenzen en bewegingen (zie bv. Emoties en rationaliteit revisited van Heleen Pott in Wijsgerig perspectief 2003, nr 2). In dit artikel wordt, zoals overigens van vele kanten te vernemen valt, ook opgemerkt dat het nu geldende paradigma wankelt:


Hier en daar zijn zelfs de eerste tekenen waar te nemen van een revival van de aloude 'feeling-theorie'. Binnen de psychologie is sprake van een opmerkelijke terugkeer van William James, die als eerste de feeling-theorie van de emoties wetenschappelijk articuleerde. Ook de neurofysiologische bewustzijnstheorie van Antonio Damasio die de laatste jaren furore maakt binnen de psychologie, vat zichzelf op als een kritische voortzetting van de feeling-theorie van James.

Op een geheel ander niveau hoor je her en der nogal eens bezorgde geluiden over de overmaat aan oplaaiende irrationele emoties, korte lontjes e.d.; voor een wat andere en optimistischere kijk op dergelijke cultureel-maatschappelijke bewegingen zie: culturele omslag

Dat het behaviorisme in wetenschapfilosofische zin veel aan geloofwaardigheid heeft in moeten boeten mede door haar radicale positie in het nature-nurture-debat zal niemand vandaag-de-dag verbazen. Zie hoe het evolutie-denken in navolging van Darwin en medestanders alom ingeburgerd is geraakt en zie de aard van de belangstelling voor de ontrafeling van het menselijk genoom en andere algemene opvattingen waarin het belang van aanleg en erfelijkheid onderstreept worden.
Het paradigma dat alle gedrag aangeleerd is met de stilzwijgende implicatie dat elk gewenst gedrag ook aan te leren zou zijn lijkt te hebben afgedaan.

Zelf vind ik ook dat het behavioristische paradigma niet de juiste of omvattende basis voor de psychologie kan zijn omdat ik meen dat de meest fundamentele vraag van de psychologie de vraag naar de aard en het wezen van het menselijk bewustzijn is of hoort te zijn. Een vraag waar we mijns inziens nooit een klip-en-klaar antwoord op zullen krijgen, maar waar wel alle andere vragen uit de psychologie op de een of andere manier verband mee moeten houden.
En de orthodoxe behavioristen lijken vragen over het bewustzijn nu juist als irrelevante ruis bewust uit te bannen. (hetgeen opzichzelf een leuke paradox kan opleveren)
Dat ik het niet als bevredigend paradigma onderschrijf betekent overigens niet dat ik de vragen en bevindingen die het behaviorisme opgeleverd hebben als onzin zou afdoen of niet als waardevolle kennis beschouw.

Wat op zijn minst opvallend en merkwaardig mag heten wanneer we kijken naar de meer uitgesproken aannamen en uitgangspunten van het behaviorisme, is hoe totaal verschillend die in verschillende tijden en situaties gewaardeerd kan worden.

Als ik zo op mijn eigen herinnering afga dan is het toch zo dat de meeste mensen, mijzelve incluis, ofwel ronduit negatief waren over of toch minstens wat bedenkingen hadden tegen het mechanistische of reductionistische karakter van die uitgangspunten. En ook als men in de praktijk operante conditionering toepaste en onderschreef vanwege het gewenste effect werd er toch veelal ook enige afkeer van de theorie erachter geuit. We spreken dan over de heersende mentaliteit van zo'n tien, twintig en dertig jaar geleden in Nederland.
Vreemd genoeg werden diezelfde uitgangspunten een aantal decennia daarvoor zeker niet altijd als mechanistisch en beperkend ervaren; juist de maakbaarheidsgedachte werd als uitermate positief ervaren. Men zag er ook nieuwe mogelijkheden voor een beter toekomst in.
Zo komt Skinner in 1948 met de utopische roman Walden Two , waarin hij een experimentele gemeenschap beschrijft waar menige socialistische, progressieve of groene politieke partij heden ten dage nog nauwelijks van durft te dromen. Deze roman is zelfs de inspiratie geweest voor de daadwerkelijk gestichte en bestaande communiteit Twin Oaks.


'T kan verkeren wist Brederoo reeds.

<vorige - volgende>

.