Showing posts with label kennis. Show all posts
Showing posts with label kennis. Show all posts

Monday, April 18, 2016

Ken uzelf of ken uw zelf?

Ik mag doorgaans wel graag vragen stellen en vraagtekens gebruiken op dit blog. Als ik mij goed herinner begon dat vooral met de intrigerende vraag naar identiteit ofwel: wie ben ik?

Daar refereerde ik dan ook nog even aan het bekende adagium dat wij, in de Westerse wereld, aan het orakel van Delphi plegen toe te schrijven:

Saturday, December 6, 2014

Kenniseconomie en verloedering

Dat we een gulle en goede zorg in ons land, een van de allerwelvarendste landen ter wereld, 'te duur' vinden worden mag inmiddels toch wel als algemeen bekend verondersteld worden. Politici, bestuurders, rekenmeesters en andere welgestelden zijn al een poos doende en worden niet moe ons dat uit te leggen, en wel als betrof het een natuurverschijnsel dat nu eenmaal onderhevig is aan de wetten der natuur en waar derhalve geen lievemoeder iets aan kan verhelpen.
Wat zou de ouwe Dilthey daar nu van gevonden hebben?; vraag ik me weleens af. Dat 'leren nadenken' nu ook al 'te duur' aan het worden is voor onze kwakkelende en armlastige economie zal, neem ik, aan niet zo bekend zijn. Toch lijken de nazaten van Desiderius inmiddels zo diep gezonken in hun koopmanswijsheid.
En dan is het nota bene de Erasmus Universiteit die de faculteit filosofie gaat sluiten. Zou de spreekwoordelijke Rotterdamse mentaliteit van: niet lullen maar poetsen, zich hier doen gelden?

LeesverderCorrespondent Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, wil hier toch wel een paar zinnige kanttekeningen bij maken en een paar belangrijke vraagtekens bij zetten in De dag dat leren nadenken te duur werd bevonden. Zelf studeerde hij ooit filosofie na drie eerdere studies toch wat als een zeperd ervaren te hebben. Op grond van zijn eigen ervaring beveelt hij 'filosofie'zelfs als een 'droomstudie' aan. Maar dit beklag overstijgt natuurlijk alleszins de persoonlijke ervaringen en voorkeuren van Wijnberg en gaat over de aard en de kwaliteit van ons aller academisch onderwijs en met name de plek de rol van de geesteswetenschappen daarin.

Want academisch onderwijs, de geesteswetenschappen in het bijzonder, gaat niet over wat je ermee wordt, maar wie je ermee wordt. Studies als filosofie of geschiedenis leren je een manier van denken en zijn – geen manier van doen. Van filosofie bijvoorbeeld word je iemand die denkwijzen kan ontleden en doorgronden en zodoende bovengemiddeld veel empathie kan opbrengen voor hoe andere mensen de wereld zien.

Wát je daarmee wordt?

Tsja, wat hebben mensenrechtenactivist Martin Luther King Jr., paus Benedictus XVI, mega-investeerder George Soros en komiek Ricky Gervais nog meer gemeen dan dat ze allemaal filosofie hebben gestudeerd? En dat ze zodoende een net iets gevoeliger radar ontwikkelden voor wat rechtvaardigheid, universele menselijke behoeften, een gat in de markt of humor en ironie zouden kunnen zijn?
Ik onderschrijf de klacht en de bezwaren van Rob Wijnberg gaarne en van harte.

Wanneer we de kennisbestanden van de diverse wetenschappen en studievakken als zuivere databestanden gaan benaderen waar verder niet over nagedacht hoeft te worden, studeren tot datamining degraderen, de universiteit 'just another datawarehouse' tussen al die andere big data laten zijn, wordt de ultieme intellectuele nivellering en verloedering een feit, komt me zo voor.
Dan hoeven we in ieder geval niet meer bang te zijn voor de oprukkende robots omdat we dan zelf niet veel anders zijn.
En wie weet wat zoveel domheid ons zal gaan kosten mag het zeggen?
Ik heb begrepen dat onze huidige regeringsleiders niet zo van vergezichten houden en derhalve liever niet te ver vooruit willen kijken maar misschien schudt de vraag naar de kosten ze dan eerder enigszins wakker.

Sunday, December 1, 2013

Wetenschap; maakt het ook wijs of gelukkig? (8)

Het vorige blogje over wetenschap begon ik met te zeggen dat ik nog twee, naar mijn smaak toch wel intrigerende, kwesties of fenomenen in verband met wetenschap wilde aanroeren. De eerste van die twee kwam in dat zelfde stukje ook aan bod en dan die is andere nu hier aan de beurt. De vraag die ik hier als titel heb gekozen is of wetenschap ook 'wijs of gelukkig' maakt. Ik weet niet of Einstein een bijzonder gelukkig mens was maar ik beschouw hem behalve als een groot wetenschapper ook als een wijs mens; iets dat, dunkt me, toch niet voor iedere wetenschapper opgaat. Welbeschouwd zou de vraag die ik hier wil stellen moeten luiden wat het relatieve belang is van wetenschappelijke kennis voor het welbevinden of geluksgevoel en, naast de lastig te beoordelen kwestie van wijsheid, voor zoiets als het ervaren van zin in het persoonlijk leven.
Entoenwistenwealles
En da geleufde gij?

Neem nou bijvoorbeeld eens Dirk van Noort, een van de weinige echt leuke en authentieke BN-ers, en zijn wereldbeeld. Dirk maakte destijds furore en voor velen een onvergetelijke indruk op de Nederlandse TV in het NCRV-programma Showroom. Deze Dirk die zich liever door het dikke boek dan door het vigerende wetenschappelijke wereldbeeld liet informeren en leiden wekte toch bepaald niet de indruk dat hij zich zomaar iets op de mouw zou laten spelden en al helemaal niet dat hij geplaagd zou worden door gevoelens van morele armoe, leegte of zinloosheid. Wat dat aangaat treft van Noort ons toch eerder als een verfrissende contrast met wat we tegenwoordig verder zoals op de buis of om ons heen zien.
En zou het iets wezenlijks of belangwekkends aan het leven van Dirk van Noort toegevoegd hebben wanneer hij dat verhaal van mensen op de maan wel voor waar geaccepteerd zou hebben? Zou dat zijn bestaan dan anders in de zin van voller en completer gemaakt hebben? Is hij nu een beetje zielig gebleven of kan hij op één of andere manier van geestelijke armoe beticht worden?
Oordeel zelf, zou ik zeggen!
Book of Not Knowing Laten we eens een vergelijkbare kwestie wat nader beschouwen. Peter Ralston zegt in zijn ‘The Book of Not Knowing’ in het hoofdstuk ‘Moving Beyond Belief’ onder het kopje ‘Creating a New Perspective’:
We’re told that once upon a time people thought the earth was flat. Now we know better and so we look back at those people as ignorant, even silly. Pretty arrogant of us when you think about it. What makes us so certain that everything we know today is true?
Nu meen ik toch ook echt te weten dat de aarde rond is hoewel ik dat nooit uit eigen waarneming heb kunnen vaststellen. Ik heb dat van horen zeggen! Maar zoals Ralston zegt: als ik een bal boven vanuit een raam in mijn huis op de grond laat vallen of stuiteren en jij gooit een paar kilometer verder een bal vanuit het bovenraam in jouw huis naar de grond en Jan doet hetzelfde in een stad heel ver weg, dan hebben wij geen enkele reden of aanwijzing om niet te veronderstellen dat al die balletjes op hetzelfde horizontale en platte vlak terechtkomen dat we de grond noemen.
And consider this: although we all ‘know’ it’s true, who among us takes the time to even imagine that we are currently spinning around at roughly 25000 miles per hour? Or that in space ‘up’and ‘down’ don’t exist? Even though we believe it’s a fact that the world is round and spinning, we generally live every day as if the sun rises and sets, moving from one side of our flat piece of terrain to the other. Even in the face of our current beliefs on these matters, our daily view actually ignores them and functions instead within the same percerptual ‘reality’ that was so for people in times past. The idea of a flat, stationary world is not as far-fetched as we make it seem. It is only our cultural arrogance and fear of being seen as ignorant that compels us to place such notions in the category of foolish old misconceptions.
Ralston voert zijn argument dan verder om het wezen en de kracht van het niet-weten te illustreren. Tevens een illustratie van de rol van ‘het niets’ of ‘de leegte’ als scheppend beginsel; een thema waar wij in de Westerse wereld niet zo vertrouwd mee zijn maar dat in veel Oosterse filosofieën een belangrijke rol speelt.
At the root of every true inquiry from Zen Buddhism to the cutting edge of science is openness and not-knowing. Within these endeavors there is always a possibility that something true or profound can be discovered, but what frequently stands in the way of even the most sincere and honest investigation is our tendency to grab too quickly for answers and beliefs. Reaching the edge of our own understanding, we confuse not-knowing with ignorance and quickly grow uncomfortable. We desire a hasty departure from the state of ‘nonunderstanding’ that is our real experience. The usual way out is to retreat to out familiar beliefs or adopt some aspect of hearsay or common opinion, but of course this rules out discovering anything new.
Tja het kan verkeren, ben ik dan geneigd te zeggen; ook waar het de grond van onze al dan niet vermeende kennis en inzichten betreft.
De argumenten van Peter Ralston mogen dan soms ernstig naar oosterse wijsheden rieken, ze raken ook wel degelijk het hart en de grenzen van onze kennis en wetenschap. Maar de vraag hier was, wanneer je je niet al te veel aan wetenschappelijke kennis en het vigerende wetenschappelijke wereldbeeld gelegen wilt laat liggen of wanneer je dat beeld zelfs ronduit wenst te betwijfelen en te weerspreken, of je in dat geval iets belangwekkends mist in je persoonlijk bestaan of dat je even zo vrolijk een volwaardig en zinvol leven kunt leiden? wetenschap-vs-religie Nu zou ik toch zomaar denken dat het in die zin voor het gros van ons toch echt lood om oud ijzer zou zijn of we nu in een platte of een ronde aarde geloven. Want wij leiden ons leven in dit ondermaanse gewoonlijk toch simpelweg als was ie plat, wat bergen en dalen daargelaten.
Wanneer je je in de astronomie wilt verdiepen of iets bij de NASA wilt gaan doen gaat die vlieger uiteraard niet meer op, maar voor de meesten van ons … toch … of niet soms? Zelf heb ik nog nooit uit eigen waarneming kunnen vaststellen dat de aarde plat zou zijn en zelfs toen eens ik vanuit een vliegtuig naar beneden keek maakte die nog een redelijk platte indruk. En als ik nu eens bedenk wat ik nu anders gedaan zou hebben of hoeveel anders ik tegen de wereld aan zou kijken wanneer ik gemeend zou hebben dat die aarde waar wij op vertoeven gewoon plat is, dan valt het me toch erg moeilijk om wezenlijke of concrete mogelijke verschillen aan te geven.
Ja mogelijk zou ik mezelf onsterfelijk belachelijk gemaakt hebben en als een ‘laughing-stock’ oftewel een soort dorpsgek door het leven gegaan zijn. Ralston stipte die mogelijkheid, maar dan als een diepgewortelde angst, al aan. Er zijn nu eenmaal maar weinig andersdenkenden die de goedmoedige, maar iemand nauwelijks serieus nemende, sympathie en welwillendheid kunnen rekenen die Dirk van Noort dankzij de magie van het kijkkastje toch nog ten deel viel.
vraagtekens Enig kritisch nadenken in deze trant over de reikwijdte en de bronnen van onze zogenoemde wetenschappelijke kennis en ons wetenschappelijk wereldbeeld kan, dunkt me, bij tijd en wijle bijzonder verhelderend werken. Het lijkt me dat dergelijke overwegingen of gedachte-experimenten ook tot enige bescheidenheid dwingen waar het de aard en de oorsprong, en wat we nu werkelijk zeker menen te weten of te begrijpen, betreft.

Ja, wat weten we nu wis en waarachtig, wat nemen we maar aan op gezag van anderen en wat geloven we dan wel of niet; wat doen we daar dan mee en wat doet dat met ons?
Ik wil de lezers van dit blog toch ook nog even de wetenschap meegeven dat ik jullie alle wijsheid en geluk toewens!

<< vorige | volgende >>

Thursday, October 17, 2013

Wetenschap; anything goes? (3)

De vraag in kwestie luidde dus zomaar eens: wat is en wat mag al dan niet ‘wetenschap’ heten? Misschien moeten we hierover weer eens bij de filosofen te rade gaan. Filosofen plegen immers over van alles en daarnaast, tot verbazing van velen, ook nog eens over nog wat, vragen te stellen. En nadrukkelijk ook over wat we al of niet zouden kunnen weten en hoe we dan iets te weten zouden kunnen komen. Nu waren wetenschappers en filosofen ooit één pot nat maar tegenwoordig ligt die situatie toch wel iets anders. We hebben nog wel filosofen die hun gedachten en hersenkronkels specifiek op de wetenschap richten, de zogeheten wetenschapsfilosofen. Meer de denkers dan de doeners van het métier, zou je kunnen zeggen. Popper en Kuhn zullen waarschijnlijk de meest bekende namen zijn uit die kringen en bij de meeste mensen wel een belletje doen rinkelen. A mente mente 3 karl popper and thomas kuhn De vraag naar het hoe en wat en naar de oorsprong en de juistheid van onze menselijke kennis is een oude en de centrale vraag van de kennisleer of epistomologie. Die vraag speelt evenzeer in de wetenschapsfilosofie maar deze discipline richt zich daarbij ook nadrukkelijk en soms in hoofdzaak op de werkwijze van en op de manier waarop de hazen lopen in het wetenschappelijk bedrijf. popper-kuhn Karl Popper wist al aanmerkelijk wat op het naïeve vertrouwen in de alwetendheid van de wetenschap af te dingen door in de methodologische beschouwing ‘verificatie’ te vervangen door ‘falsificatie’. Als je tot dusver uitsluitend 100 of 1000 of zelfs 100.000 witte zwanen gezien en geteld hebt, wil dat nog niet zeggen dat er geen zwarte zwanen bestaan. Het begint er dan natuurlijk wel steeds sterker op te lijken en aldus aannemelijker te worden. Het zogeheten kritisch-rationalisme van Popper, dat ook behelst dat je de (doorgaans door jezelf) opgeworpen hypothese probeert onderuit te schoffelen (falsifiëren), heeft zich een eerbiedwaardige naam weten te verwerven in zowel wetenschappelijke als in bredere kring. (Dat is dus het omgekeerde van de methode Stapel die aan de binnenkant alles behalve kritisch en ook weinig rationeel bleek, hoezeer de buitenkant ook met statistiek en al opgetuigd en opgepoetst werd om het wel zo te doen lijken; over de mores in het wetenschappelijk bedrijf gesproken) Qu'est-ce que la science De andere bekende naam is die van Thomas Kuhn. Ik vermoed dat, in this day and age, zijn theorie omtrent de aard van wetenschappelijke omwentelingen meer bekendheid geniet en als populaire wijsheid is aangeslagen dan eing ander vertoog over het fenomeen wetenschap. Of hij moet in dat opzicht alweer ingehaald zijn door de geheel vrijblijvende notie die Feyerabend ons aan de hand wil doen. Kuhn introduceerde het begrip ‘paradigma’ in de wetenschapsfilosofie. In een eerder blogje begon ik al eens met:
Sinds Thomas Kuhn in 1962 zijn The Structure of Scientific Revolutions publiceerde is het gebruikelijk om van een paradigma te spreken als zijnde het samenhangende en moverende stelsel van vooronderstellingen, theorieën en modellen waarmee men binnen een bepaalde discipline of stroming de werkelijkheid pleegt te benaderen.
Lakatos wil deze twee invloedrijke visies dan met wat verfijning en de nodige nuancering enigzins verzoenen en bij elkaar brengen in één verhaal. Termen als 'paradigma' en 'paradigma-shift' zijn intussen tot het alledaagse taalgebruik gaan horen. wowparadigmshift Een volgend geruchtmakend figuur in de rijen der wetenschapsfilosofen is dan Paul Feyerabend. Met zijn ‘Against method’ gooide hij een nogal anarchistische knuppel in het hoenderhok van consiëntieuze lieden die zich toch vooral naar de gezaghebbende regels der wetenschappelijke methoden wilden plooien. ‘Anything goes!’ werd het motto van deze richting. En deze benadering lijkt, evenals het gedachtegoed van Kuhn, her en der toch zeker wortel geschoten te hebben gezien het feit dat je tegenwoordig zomaar in de krant kunt lezen en alom kunt horen dat ‘wetenschap ook maar een mening is’. Roept toch een beetje het beeld op van een brave wetenschapper waar we niets op aan te merken hebben en die met Karel Appel mag zeggen: ach wat doet het er allemaal toe, ik rotzooi maar wat aan. Daar zijn wij als leken dan mooi klaar mee en daar schiet je dan mooi wat mee op als je ook eens een keer iets wilt weten! Ik hoor Halbe Zijlstra al zeer tevreden weer grote nieuwe bezuinigingsronden op wetenschap en onderwijs afkondigen. Wetenschap is ook maar een mening Zelf heb ik, in principe althans, toch nog iets meer fiducie in wat de wetenschap vermag en in de waarde en de (objectieve?) geldigheid van de menselijke kennis. Het verhaal van Thomas Kuhn lijkt mij in grote lijnen een plausibel verhaal en een adequate beschrijving van een aantal mechanismen in het wetenschappelijk bedrijf opleveren. Maar als je, zoals tegenwoordig niet ongebruikelijk, dat al te letterlijk vertaalt naar dat de waarheid maar net afhangt van welk paradigma er dan toevallig heerst en het ene paradigma in principe niet beter zou zijn dan het andere, hetgeen natuurlijk op hetzelfde neerkomt als dat wetenschap ook maar een mening is, dan zou ik toch denken dat de wetenschappelijke schoen ernstig begint te wringen. Dat kan toch nooit lekker lopen. Wetenschapsfilosofen4x Zo zou deze, nu toch vaak gehoorde opvatting, betekenen dat de verklaring van de oude Batavieren of Noormannen dat donder, bliksemslag en weerlicht (samen ook wel onweer genoemd) het directe gevolg zou zijn van de toorn en het consequente misbaar van de god Donar of Thor die wild om zich heen slaat en zijn strijdhamer weer eens naar beneden gooit, evenveel waard en net zo geldig zou zijn als de alternatieve verklaring zoals wij die tegenwoordig toch liever van natuurkundig geschoolde meteorologen plegen aan te nemen! Donders nog an toe Ik zou zeggen: oordeel zelf of het hier slechts een mening betreft, danwel een paradigmatisch ge- of verschilpunt en of er, alle haken en ogen ten spijt, wel degelijk en soms heel evident toch vooruitgang in onze menselijke kennis mogelijk is?

<< vorige | vervolg >>

Wednesday, October 9, 2013

Wetenschap; zeker weten? (2)

‘Wetenschap’ en haar vruchten of resultaten ‘wetenschappelijk inzicht’ en ‘de concrete en praktische produkten van technologische ontwikkelingen’ doordringen zo’n beetje alle hoeken van het moderne leven en zijn daar nauwelijks meer weg te denken. Het label of de schijn van ‘wetenschappelijkheid’ lijkt als argument erg zwaar te wegen en bij beslissingen niet zelden de doorslag te moeten geven. Ik ben dan wel geen ‘wetenschapper’ of ‘wetenschapsfilosoof’ en mag derhalve geen deskundige of expert heten op het terrein van ‘de wetenschap’. Desondanks wil ik, als leek, toch ook maar eens mijn zegje over dit onderwerp doen. Plato_Aristotle Hetgeen mij dan vooral steeds weer frappeert wanneer er over ‘wetenschap’ gesproken wordt is het dubbele karakter van en het ietwat mythische aureooltje rond het algemeen gebruik van het begrip ‘wetenschap’. gekke_wetenschapper Dat dubbele en dat mythische schuilt hem dan in het gegeven dat wij enerzijds een mateloos vertrouwen aan de dag plegen te leggen dat ‘de wetenschap’ uiteindelijk al onze prangende vragen wel zal beantwoorden. Daarbij lijken wij als niet-wetenschappers, publiek, consument of vermeende opdrachtgevers dan ook nog eens te verwachten (en soms te eisen) dat die abstracte grootheid ‘de wetenschap’ ons die antwoorden in eenvoudig te begrijpen, hapklare brokken zal presenteren ook waar het om complexe kwesties gaat die we in de vraagstelling vaak al nauwelijks kunnen doorgronden. vraagtekens Dat vertrouwen(?) dat toch verdacht veel weg lijkt te hebben van, of de gedaante aanneemt van geloof of wensdenken lijkt vooral ingegeven door onze behoefte dingen zeker te willen weten en onze behoefte aan eenvoud, overzichtelijkheid en eenduidigheid. De weg naar de absolute waarheid. Die houding van mateloos vertouwen, dat de vormen van een geloof lijkt aan te nemen, wordt ook wel als 'sciëntisme' aangeduid. miracle_occurs Daar tegenover staat dan de gangbare theorie en praktijk van ‘de wetenschap’ en wat dan heet ‘de wetenschappelijke methode’ van waaruit een heel ander beeld opdoemt. Een beeld dat door veel wetenschappers aangehangen en uitgedragen wordt. Daar luidt het verhaal dat ‘wetenschap’ welbeschouwd niets anders dan ‘geïnstitutionaliseerde twijfel’ is. Hoewel haar doel dan misschien mag zijn om meer zekerheid te verkrijgen, kan ‘wetenschap’ toch slechts bij gratie van de twijfel bestaan en is ze werkzaam juist door heersende veronderstellingen en zekerheden in twijfel te trekken en kritisch te bevragen.

<< vorige | vervolg >>

Wednesday, February 20, 2013

Wat weten we van dat werk?

De derde aflevering van het gesprek van de Hollandse meesters heeft als onderwerp en titel: wetenschap. Welke rol speelt kennis of meer bepaald de wetenschap in ons werk; ons werk betreft hier dan de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en daarbij of daardoor soms probleemgedrag. In hoeverre is onze aanpak en (be)handelwijze op evidentie gestoeld? Wat weten we eigenlijk van ons werk?, vraag ik zomaar hierboven in de titel maar die vraag dient ondermeer uitgesplitst te worden naar vragen als: wat willen we dan weten en wat kunnen we dan weten en hoe kunnen we het weten? Sowieso boeiende kost voor iemand die beweert wel enige belangstelling te hebben voor en altijd de nodige vragen te hebben over de verhouding theorie en praktijk. De onderwerpen zoals die hier aangesneden worden sluiten ook zeker aan op een aantal van de vragen die mij ook bij tijd en wijle bezig plegen te houden. Misschien verrassend en heel aardig in de meest eenvoudige en praktische zin vond ik de oproep van Pieter Duker aan de Nederlandse orthopedagogen in het algemeen om eens wat vaker de werkvloer op te komen. Dat denk ik namelijk ook regelmatig op mijn werk: kom toch eens uit die kantoortjes en achter die vergadertafels vandaan en kom eens met ons op de werkvloer meekijken, meedoen of iets voordoen! Uit: Hollandse meesters