Showing posts with label geesteswetenschap. Show all posts
Showing posts with label geesteswetenschap. Show all posts

Saturday, December 6, 2014

Kenniseconomie en verloedering

Dat we een gulle en goede zorg in ons land, een van de allerwelvarendste landen ter wereld, 'te duur' vinden worden mag inmiddels toch wel als algemeen bekend verondersteld worden. Politici, bestuurders, rekenmeesters en andere welgestelden zijn al een poos doende en worden niet moe ons dat uit te leggen, en wel als betrof het een natuurverschijnsel dat nu eenmaal onderhevig is aan de wetten der natuur en waar derhalve geen lievemoeder iets aan kan verhelpen.
Wat zou de ouwe Dilthey daar nu van gevonden hebben?; vraag ik me weleens af. Dat 'leren nadenken' nu ook al 'te duur' aan het worden is voor onze kwakkelende en armlastige economie zal, neem ik, aan niet zo bekend zijn. Toch lijken de nazaten van Desiderius inmiddels zo diep gezonken in hun koopmanswijsheid.
En dan is het nota bene de Erasmus Universiteit die de faculteit filosofie gaat sluiten. Zou de spreekwoordelijke Rotterdamse mentaliteit van: niet lullen maar poetsen, zich hier doen gelden?

LeesverderCorrespondent Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondent, wil hier toch wel een paar zinnige kanttekeningen bij maken en een paar belangrijke vraagtekens bij zetten in De dag dat leren nadenken te duur werd bevonden. Zelf studeerde hij ooit filosofie na drie eerdere studies toch wat als een zeperd ervaren te hebben. Op grond van zijn eigen ervaring beveelt hij 'filosofie'zelfs als een 'droomstudie' aan. Maar dit beklag overstijgt natuurlijk alleszins de persoonlijke ervaringen en voorkeuren van Wijnberg en gaat over de aard en de kwaliteit van ons aller academisch onderwijs en met name de plek de rol van de geesteswetenschappen daarin.

Want academisch onderwijs, de geesteswetenschappen in het bijzonder, gaat niet over wat je ermee wordt, maar wie je ermee wordt. Studies als filosofie of geschiedenis leren je een manier van denken en zijn – geen manier van doen. Van filosofie bijvoorbeeld word je iemand die denkwijzen kan ontleden en doorgronden en zodoende bovengemiddeld veel empathie kan opbrengen voor hoe andere mensen de wereld zien.

Wát je daarmee wordt?

Tsja, wat hebben mensenrechtenactivist Martin Luther King Jr., paus Benedictus XVI, mega-investeerder George Soros en komiek Ricky Gervais nog meer gemeen dan dat ze allemaal filosofie hebben gestudeerd? En dat ze zodoende een net iets gevoeliger radar ontwikkelden voor wat rechtvaardigheid, universele menselijke behoeften, een gat in de markt of humor en ironie zouden kunnen zijn?
Ik onderschrijf de klacht en de bezwaren van Rob Wijnberg gaarne en van harte.

Wanneer we de kennisbestanden van de diverse wetenschappen en studievakken als zuivere databestanden gaan benaderen waar verder niet over nagedacht hoeft te worden, studeren tot datamining degraderen, de universiteit 'just another datawarehouse' tussen al die andere big data laten zijn, wordt de ultieme intellectuele nivellering en verloedering een feit, komt me zo voor.
Dan hoeven we in ieder geval niet meer bang te zijn voor de oprukkende robots omdat we dan zelf niet veel anders zijn.
En wie weet wat zoveel domheid ons zal gaan kosten mag het zeggen?
Ik heb begrepen dat onze huidige regeringsleiders niet zo van vergezichten houden en derhalve liever niet te ver vooruit willen kijken maar misschien schudt de vraag naar de kosten ze dan eerder enigszins wakker.

Saturday, September 11, 2010

De ouwe Dilthey en dat vak van mij

Onlangs kwam ik in een boekwerkje over moderne filosofie de naam Wilhelm Dilthey weer eens tegen. Toen dacht ik, over die ouwe Dilthey en dat vak van mij wil ik het toch ook nog eens hebben; want die twee zijn in mijn boekie toch onlosmakelijk met elkaar verbonden.

En dan wil ik het niet hebben over zijn filosofische achtergrond of uitgangspunten als kantiaan of historist, maar over de wending die hij aan de zogenoemde hermeneuse of hermeneutiek gaf.
Aanvankelijk verstond men onder hermeneutiek een wijze van tekstuitleg met het doel om verschillende lagen in en verschillende aspecten aan een tekst te ontwaren om zo de essentie ervan te kunnen vatten.
Onze Wilhelm vond dat deze benadering van betekenis zoeken en ontwaren niet uitsluitend geknipt was voor teksten maar nu juist ook bij uitstek geëigend was voor alle uitingen en produkten van menselijke oorsprong, hand of geest.

En daarmee maakte hij een onderscheid tussen geesteswetenschappen en natuurwetenschappen met elk hun eigen manier om tot de kern van de zaak of de waarheid te komen danwel die zo dicht mogelijk te benaderen.
'Verstehen und Erklären'
Voor de geesteswetenschappen is dat het 'verstehen' ofwel het verstaan, begrijpen of invoelend betekenissen ontwaren en voor de natuurwetenschappen is dat het 'erklären' of theoretiserend verklaringen zoeken en hypothesen testen voor verschijnselen en processen die niet des mensen zijn; zeg maar, dat wat ons wezensvreemd is.

Deze beschouwingswijze is van grote invloed geweest op de sociale wetenschappen en bijvoorbeeld de pedagogiek die zichzelf lange tijd als een geesteswetenschap bestempelde. Vanaf de 60-er jaren voltrok zich ook hier vrij rap een empirisch-analytische wending gepropageerd door ondermeer Brezinka en in Nederland aangevoerd door Rien Van IJzendoorn (als ik me niet vergis ooit nog eens de jongste hoogleraar in Nederland). Deze benaderingswijze geldt inmiddels als het meest gangbare wetenschapsmodel, ook in de pedagogiek, waarbij vaak een beroep gedaan wordt op het zgn. D-N model. Nu wil ik me hier niet verliezen in wetenschapsfilosofische bespiegelingen over dit onderwerp. (liefhebbers in deze, zouden bv. Pedagogiek in meervoud van Siebren Miedema e.a. kunnen raadplegen) Wel wil ik daarover nog opmerken dat in de sociale wetenschappen en zeker ook in de pedagogiek dat 'verstehende' aspect of element nooit helemaal weg te poetsen is en het in de methodologie toch altijd ergens aandacht en een plek moet krijgen.



Waar ik het dan wel over wil hebben is wat dat 'Verstehen und Erklären' van Dilthey ofwel dat verstaan danwel begrijpen in tegenstelling tot dat verklaren dan in alledaagse gewone mensentaal betekent:

De natuurlijke wereld is ons, zoals gezegd, eigenlijk wezensvreemd d.w.z. we kunnen die wereld niet van binnenuit kennen of begrijpen. Wij begrijpen of conceptualiseren de wereld om te beginnen toch altijd vanuit onze eigen primaire wensen, praktische bedoelingen, neigingen, angsten, strevingen, overlevingsdrang en noem maar op. Onze kennis van de natuurlijke en stoffelijke wereld en onze verwachtingen daaromtrent zijn aanvankelijk gestoeld op onze ervaringen van de omgang met die wereld. De aldus verkregen praktische kennis maakt deel uit van het zogenaamde voorwetenschappelijk wereldbeeld. Deze gaat in onze ongebreidelde nieuwsgierigheid en verklaringsdrang op zeker moment nagenoeg naadloos over in wat we wetenschappelijke verklaringen noemen. Toch zijn wetenschappelijke verklaringen van bv. fysische en chemische processen tot op moleculair of zelfs subatomair niveau van een geheel andere orde dan die kennis die uit onze alledaagse ervaring voortvloeit en met onze concrete belevingswereld vergroeid is.

Je kunt de stoel waarop je zit beschrijven op grond van zijn materiele eigenschappen en er een paar formules tegenaangooien m.b.t. de chemische samenstelling en de mechanische constuctie en draagkracht. Dat kan allemaal zeer wetenschappelijk juist, interessant en verantwoord zijn; maar zo bezien wij een stoel gewoonlijk niet. Wij zien hem eerst in zijn (gebruiks-)betekenis als een ding om op te zitten. Dan proberen we meteen even te beoordelen of ie niet te hoog of te laag zit, of ie hard of zacht zou zitten, of ie comfortabel zit en geschikt is om op uit te rusten of om op achter de computer te werken enzovoort ... enzovoort. Zo bekijken gewone mensen een stoel en niet alleen een stoel maar welbeschouwd (bijna?) alles.



(De stoel(?) waar ik momenteel op zit is overigens knalrood, lijkt meer op een ei

en heet ook wel een tumbly!)


Ook de schilderijen die her en der op dit blog te zien zijn uiteindelijk gewoon niet meer dan felgekleurde chemicaliën die in lijnolie danwel een acrylaathars opgelost zijn of met krijtpoeder zijn vermengd en vervolgens op zogenaamde dragers, van verschillende samenstelling en met verschillende fysische eigenschappen, zijn gesmeerd of aangebracht. Nagenoeg, niemand lijkt er echter zo naar te kijken. Mensen zoeken naar een (soms vermeende) betekenis van de afbeelding en vragen: waar is dat?; wat moet dat voorstellen?; wat bedoel je daarmee?; was je toen soms een beetje depri?; en vragen van dien aard.

Wij mensen gaan echter niet alleen met de dingen en met de natuur om maar vooral ook met elkaar. En die omgang met elkaar bepaalt in hoge mate wie en wat we zijn. In die omgang, die ons dermate bepaalt en vormt, zijn we constant bezig elkaars bedoelingen en motieven te peilen om onze eigen reactie daarop te kunnen afwegen en te bepalen. Daartoe willen we weten welke betekenissen de ander toekent aan de dingen en de situatie en proberen we de wereld ook uit het perspectief van de ander te zien; bij wijze van spreken in diens schoenen te staan. Dat is de kern van het verstaan en dat is iets anders dan het aanwijzen van externe oorzaken zoals we dat bij het verklaren doen.
Tot zover een wat filosofisch getint uitstapje dat misschien eerder op de aprilstukjes aansluit; dus maar weer eens terug naar dat vak van begeleider.


Kort gezegd is verklaren het op mechanistische (of objectieve) wijze zoeken naar en benoemen van concrete oorzaken terwijl verstaan wil zeggen op aan- of invoelende (of subjectieve) wijze proberen te (her)kennen van iemands beweegredenen en betekenisgeving.



In dat vak van ons zijn wij, als begeleiders, nu eigenlijk de hele dag bezig om de ander zoveel mogelijk te verstaan. Dat lukt bepaald niet altijd en soms worden we met gedrag geconfronteerd dat dusdanig onbegrijpelijk, bedreigend of bizar scijnt en overkomt dat we naar verklaringen gaan zoeken. We hanteren ook steeds allerhande theorietjes die naar hun aard al een overwegend verklarend karakter hebben. We fietsen zo steeds maar heen en weer tussen dat 'Verstehen und Erklären' en als het goed is proberen we altijd of zoveel mogelijk dat gebied van de verstaanbaarheid open en begaanbaar te houden.

En daar zie ik dan tevens weer een leuk bruggetje naar Gentle teaching. Want het komt me toch voor dat de quintessens van het gedachtegoed van John McGee is om vooreerst en vooral, zoveel mogelijk en dusdanig een gedeelde wereld te creëren dat een wederzijds elkaar verstaan weer mogelijk wordt.