Showing posts with label Ben Spiecker. Show all posts
Showing posts with label Ben Spiecker. Show all posts

Wednesday, May 14, 2014

Nog wat schemata à la de Ruyter

Nu ik het toevallig toch over een schemaatje van Piet de Ruyter had, wil ik er hier nog maar twee, die ik ook van hem heb, aan toevoegen. Wanneer ik aldus de indruk zou wekken dat de goede man uitsluitend schema's kon waarderen of alleen daar enige betekenis aan toe kende, moet ik dat dan toch eerst weer even rechtzetten.
Voor zover ik mij herinnner was de Ruyter vooral doende om al vragend en onderzoekend bepaalde begrippen helder te krijgen, daarbij gebruikmakend van de zogeheten ´conceptuele analyse´ uit de analytische filosofie en dan met name uit de ´gewone taal filosofie`. Een ander aspect waar hij de nadruk op legde was dat de theorie toch vooral verbinding met de praktijk moest hebbben en houden en dienstbaar aan de praktijk zou moeten zijn. Een visie en een benadering die hij met Ben Spiecker en anderen deelde. Hij deed zijn verhaal altijd met passie en enthousiasme.

Dan ´without further ado´, uit oude college-aantekeningen, nog twee schemaatjes (die overigens meer van tabellen weghebben) van de Ruijter waarvan ik maar weer veronderstel dat de goede verstaander weinig extra tekst behoeft.
Daaronder nogmaals het schema van het mensbeeld à la de Ruijter maar nu dan in z'n oorspronkelijke vorm een zonder dat rare poppetje dat ik er zelf zomaar bij had bedacht.
College notities Piet de Ruijter Zie maar of deze schema's je iets zeggen en mogelijk wat belletjes doen rinkelen in de grijze massa of als geheugensteuntjes dienst zouden kunnen doen. Speciale pedagogiek >> meer schema's à la de Ruyter >> << vorige | volgende >>

Thursday, November 15, 2012

Morele opvoeding?

Merkte ik eerder al eens op dat er weleens iets dubbelzinnigs schijnt te kleven aan het je theoretisch verdiepen in de aard van moraliteit, iets dergelijks gaat op voor de alledaagse praktijk van opvoeding en moraliteit. Want ook als je zo ongeveer alles gedaan zou hebben wat God verboden heeft en al moet je constateren dat je zelf in dit leven toch wel behoorlijk slecht en verdorven bent geworden of geweest, dan zul je als ouder en/of opvoeder doorgaans toch wensen en hopen te bewerkstelligen dat je kind niet diezelfde weg inslaat en hopelijk wat steviger in de schoenen zal staan wanneer geconfronteerd met keuzes van morele aard.
En daarmee belanden we dan bij het thema van de morele opvoeding. Een bepaald niet altijd even gemakkelijk of populair onderwerp dat wel al geruime tijd de speciale aandacht geniet van de pedagogische faculteit van de Amsterdamse VU.
Met name de faculteit theoretische- en historische pedagogiek hield (,en naar ik aanneem, houdt) zich daar mee bezig. B. Spiecker en J.W. Steutel hebben daar in pedagogenland enige naam en faam mee verworven. Ben Spiecker ontving voor zijn inspanningen op dat terrein nog de Kuhmerker Career Award, die als eerste ooit aan Lawrence Kohlberg werd uitgereikt. Een belangrijk thema dat met name door deze pedagogen werd uitgelicht en besproken betreft de rol van deugden en emoties in de morele opvoeding. Dat met de 'conceptuele analyse' uit de taalanalytische filosofie als hun methodisch hoofdgereedschap en vaak steunend op inhoudelijke argumenten zoals we die kunnen vinden in een filosofische traditie die van, laten we zeggen, Aristoteles tot Martha Nussbaum reikt.
Dat lijkt dan een tegenhanger of aanvulling te zijn van of overstijgt in ieder geval een al te cognivistische benadering van onze morele ontwikkeling. Enerzijds door de (her)waardering van een deugdenethiek waarmee het belang van karaktervorming benadrukt wordt. Anderzijds door ook en met name emoties een belangrijke en motiverende rol toe te kennen in onze moraliteit.
Zo beschreef Ben Spiecker bijvoorbeeld 'schuld' en 'schaamte' mede als morele emoties. En wel in de zin dat ze (naast de mogelijke irrationele aspecten en vormen ervan) ook als rationele emoties aangemerkt kunnen worden. Zie in dat verband bv. ook de visie van Nussbaum op emoties. Het kunnen ervaren van schuld- en/of schaamtegevoelens dwingt ons namelijk door de bank genomen om dergelijke gevoelens zo mogelijk te vermijden en indien we er wel aan onderhevig zijn om ons voor onze daden te verantwoorden, spijt te betonen en zaken wensen te herstellen, kortom onszelf in morele zin te verantwoordelijk te voelen voor ons doen en laten en aan een bepaalde morele standaard te willen voldoen. Het gegeven dat de zogenoemde psychopaat of ook wel 'morele imbeciel' niet of nauwelijks door dergelijke gevoelens geplaagd lijkt te worden, pleit eens temeer voor deze kijk op de aard van onze moraliteit. Morele opvoeding behelst dan wel iets meer dan het bijbrengen van bepaalde kennis. Niet slechts of in de eerste plaats het weten maar vooral ook het voelen en het willen zullen in belangrijke mate bepalen of we ons al dan niet moreel gedragen. Het gaat dan vooral om vragen als hoe en in hoeverre een karakter zich laat vormen tot deugdzaamheid, hoe in opvoeding en vorming altruïstische emoties als empathie en sympathie ofwel een zekere gevoeligheid voor en betrokkenheid bij het wel en wee van de ander te stimuleren en te bevorderen en op welke wijze zouden regelemoties als schuld of schaamte zich laten beïnvloeden of aanleren. Voor de liefhebbers en geïnteresseerden hier een rescensie en hier een proefschrift aangaande deze materie.
Prof. B. Spieker door Frederik de Vos

Niet de meest eenvoudige vragen waar je snel simpele rechtlijnige antwoorden op kunt verwachten. (Bezie in dat verband bv ook eens het verhaal van Fallon) Wel uiterst interessante vragen die raken aan de kern van we wat onze normen en waarden plegen noemen en bepalend zijn voor de aard en de vorm van het menselijk samenleven.

Hoewel vragen rond moraliteit altijd en overal doorheen spelen was dit toch maar even het laatste blogje over dat M-woord met soms een grote M en soms een wat kleinere m. Bovendien komt straks die bisschop uit Spanje weer langs om te kijken of we allemaal wel braaf geweest zijn en dan wordt het alweer kerstmis, ook al zo'n feest van bezinning, menselijke goedheid en commercie. Daar moest ik dan maar niet teveel doorheen kletsen. Als laatste opmerking: een waardevrije opvoeding bestaat volgens mij niet of je moet al aan iets als de wolfskinderen denken en je aan het verboden experiment willen wagen, een waarde(n)volle opvoeding lijkt dan toch het enige mogelijke alternatief.

Thursday, September 13, 2012

De morele imbeciel (1)

De laatste tijd lijkt er behalve vanuit de wetenschap ook in de media enige belangstelling te ontstaan voor het verschijnsel psychopathie. En dan niet uitsluitend voor de geweldadige criminele variant daarvan maar ook voor de gewiekste en succesvolle variant die nu ook wel 'snakes in suits' genoemd worden. Zij vallen aanzienlijk minder snel negatief op en naar het schijnt doen ze het erg goed in hogere posities in het bedrijfsleven en de politiek en met name in de financiële wereld en het bank- en beurswezen.

Mij was dit fenomeen bekend onder de noemer van de 'geslaagde psychopaat' en ik herinner me uit de 80tiger-jaren een artikeltje van theoretisch pedagoog Ben Spiecker waarin hij 'de morele imbeciel' schetste.
Een sprekende en adequate typering, zou ik denken, omdat het onderscheidende kenmerk van de psychopaat toch is dat hij, wat wij noemen, een geweten lijkt te ontberen en derhalve geen enkele boodschap heeft aan de 'morele conversatie' die wij mensen door, over en langs alle andere beslommeringen constant met elkaar plegen te voeren.
De sluwerikken onder hen weten dat echter knap te camoufleren, intellectueel gezien mankeert er niets aan maar aan de gevoelsmatige kant ontbreekt het vermogen tot welgemeende sympathie en doorvoeld medeleven.
Ik wil die die term wel in ere houden: de morele imbeciel.



In dat artikeltje van Spiecker kwam als ik mij wel herinner ook nog iemand aan het woord, laten we hem Mr. Smith noemen, die al die moraliserende praat en gepreek over de geslaagde psychopaat af wilde doen als het meelijwekkende gemekker van de verliezer. Want zo betoogde deze meneer (een Amerikaans filosoof als ik het wel heb) die zogenaamde geslaagde psychopaat heeft toch gewoon niets anders gedaan dan om met alle hem ten dienste staande middelen zoveel mogelijk comfort, geld, macht en eer te verkrijgen als hij kon. Dat willen we toch zeker allemaal en hij is daar dan in tegenstelling tot de meeste van ons in geslaagd. En als het hem gelukt is zal ie het heus wel volgens de regels gespeeld hebben dus waar zeuren we over? Niets dan kleinzielig kinnesinne, al dat geleuter over moraliteit!



Het hoeft, naar ik hoop, hier geen betoog dat ik de visie van Spiecker deel en niet veel op heb met het neo-liberale mensbeeld (á la Spencer of Rand) van Mr. Smith en zijn medestanders.

Waar je de morele imbeciel aan herkent?:



vervolg >

Tuesday, September 6, 2011

De essentie, de kern en de ui

Ga ik dan nu eindelijk eens aan de essentie der dingen raken en tot de kern komen?
Nee, zo ver en wijs ben ik nog lang niet maar ik wilde het eens over ons gebruik van metaforen of gelijkenissen hebben. En wel over een specifiek geval dat betrekking heeft op wat wij wel de essentie en de kern plegen te noemen. Verhalen, parabels, metaforen, gelijkenissen etc. lijken mij overigens één van de meest fundamentele bouwstenen van onze cognitieve uitrusting, maar vertonen in zichzelf ook wel eens wat rammeltjes en rafelrandjes.

De bewuste metafoor, waar ik op doel, lijkt soms stuk te lopen op wat dubbelzinnigheid en een hoog NKK-gehalte. Ik meen me te herinneren dat Ben Spiecker, ergens in een artikeltje, in dit verband ooit de artisjok als voorbeeld nam om het defect van deze metafoor te illustreren.


Ik hou het liever bij de gebruikelijke en bekende ui als voorbeeld om het manco van bedoelde metafoor te illustreren.

De ui wordt in de metafoor laag voor laag van zijn schillen ontdaan om zo tot de kern te komen. Maar deze metafoor lijkt hier toch echt wat mank te gaan. Want, o wee, als je dit in het echt doet zal blijken dat er onder het laatste en binnenste schilletje ui nog maar weinig of niets meer overblijft!
Dat is nou toch even zonde als je toevallig wel erg van ui houdt, die daarom nog had willen bakken, alle schillen echter al hebt weggegooid en nu met betraande ogen en lege handen staat.
De essentie van de ui zat natuurlijk in zijn schil!



Het wonderlijke in relatie tot ons menselijk ken- en voorstellingsvermogen is daarbij overigens dat wij deze metafoor ondanks de materiële onjuistheid en onmogelijkheid ervan schijnbaar vrolijk en bij herhaling kunnen blijven gebruiken om de boodschap van het belang van de essentie, de kern, het ware en/of het wezenlijke kracht bij te zetten.
Ziehier dan even en passant, het opvallendste symptoom van het NKK-syndroom.

Fritz Perls gebruikte de metafoor van het schillen van de ui bijvoorbeeld om zoals hij zei: door de neurotische lagen van de persoonlijkheid heen te werken. In dit geval zou je nog kunnen betogen dat hij de schillen niet of niet allemaal weg wilde doen maar ze wilde schonen. Hoe dan ook boet de metafoor na bovenstaande beschouwing toch aan kracht in.

Dan blijkt er ook een cultuurmodel op deze metafoor geschoeid en Anja Meulenbelt schreef een boek over gendersocialisatie met de titel: De schillen van de ui.



Ik vertel mezelf ook wel eens dat ik graag tot de kern van de zaak door wil dringen en me niet met oppervlakkigheden maar met de essentie der dingen bezig zou willen houden; enige prudentie lijkt daar bij dan toch geboden. Coen Simon houdt in 'En toen wisten we alles' een mooi en doorwrocht pleidooi voor een soort oppervlakkigheid waar ik me wel in kan vinden.

Laten we zeggen die oppervlakkigheid van de schil die behalve bij gelegenheid verpakking of smaakmaker van iets ook nog eens de essentie daarvan blijkt te zijn.
En zoals dat in het echte leven ook nogal eens het geval blijkt te zijn.

Friday, August 27, 2010

Wie, zei u ....., heeft er altijd gelijk?

Sinds men in onze vaderlandse politieke kringen erg druk is met een lastige en ingewikkelde formatie hoor ik in ieder geval die afgrijselijke oneliner of domzin niet meer die voor de verkiezingen leek uit te groeien tot een veel gebruikt en nauwelijks uit te roeien politiek stopwoord en commentaar:
De kiezer heeft altijd gelijk!

Dat klinkt misschien even leuk als een spitvondige opmerking, maar na een keer of drie wordt zo'n uitspraak toch wel eens rijp voor de oncyclopedia. Maar blijkbaar niet voor onze politici en politieke commentatoren, die bleven het maar te hooi en te gras roepen. O wee het land waar politici dergelijke onzin ongestraft en onuitgedaagd kunnen blijven spuien.

Wat een baarlijke nonsense, wat een quatsch en een lariekoek!
In een democratie is het weliswaar in principe zo dat de kiezer beslist (hoewel daar je daar in concreto ook nog wel de nodige vraagtekens bij kunt zetten), maar dat die kiezer beslist wil toch nog niet zeggen dat hij altijd of überhaupt ook maar gelijk zou hebben.
Dan zouden wij hier in ons deel van de wereld toch inmiddels in het paradijs moeten leven.



Socrates besefte het maar al te goed als je excellentie nastreeft moet je natuurlijk niet de (ge)middel(de) maat aan het roer zetten en was op die grond geen voorstander van de democratie.

Ben Spiecker schreef ooit ergens de mooie en rake zin: een heel volk kan dwalen.
Daarmee doelde hij uiteraard op de heldere en evidente waarheid dat Hitler weliswaar ooit langs democratische weg aan de macht kwam maar dat dat feit geen enkele, maar dan ook geen enkele morele legitimatie kan verlenen aan de wandaden die dat nazi-regime daarna beging.

Democratie is blijkbaar niet het allerhoogste goed en zeker geen garantie dat in een democratisch bestel alles goed of beter gaat. Kijk maar eens goed om je heen.
Bovendien lijkt de invloed van de huidige media- en mediocratie, door de bank genomen, heel wat bepalender en richtingevender voor ons doen en denken dan de uitvoering van het democratisch proces.

Sunday, August 22, 2010

Die wetenschap(?) die orthopedagogiek heet

In het vorige stukje heb ik me de vrijheid veroorloofd om onder de vlag van de orthopedagogiek wat losjes en geheel naar eigen believen een aantal thema's aan te stippen die, naar mijn mening, zowel voor de theorie als in de praktijk van mijn vak van groot belang zijn.

De orthopedagogiek is een relatief jonge wetenschappelijke discipline.
Ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van het 'Tijdschrift voor Orthopedagogiek' kwam in 1986 een boekje uit onder de titel: 'Van gister over morgen' als een overzichtstudie van het vakgebied. Daarin beschrijft Herman Baartman in het, zeer aan te bevelen, artikel: 'De orthopedagogiek en haar geboorterecht' de ontwikkeling van de theoretische orthopedagogiek van pakweg na de oorlog tot halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw. Het is het meest beknopte en tegelijkertijd het meest omvattende verhaal, mij bekend, over de geschiedenis van deze discipline in ons land. De drift, de toon en de behandeling van de aangeroerde kwesties en thema's zijn van dien aard dat het zijn actualiteit m.i. nog niet verloren heeft en ook nu zeer lezenswaardig blijft.

Het zou mij heel aardig lijken om naast en parallel aan de ontwikkeling van de theorie zoals Baartman die beschrijft, eens de verhalen te lezen of te horen van de mensen die in de praktijk werkzaam waren en hoe die individueel en als groep hun plek veroverd hebben.
Uit schaarse overlevering heb ik ooit begrepen dat ondanks het gegeven dat menig geneesheer-directeur het aanvankelijk maar overbodig vond om naast de arts, psychiater en die andere goog nog zo'n nieuwlichter een stem in het kapittel te geven, de opmars van de orthopedagoog op een bepaald moment toch een duidelijk succes bleek. Dit zou verklaard worden uit het feit dat die orthopedagoog allerlei losse gegevens in samenhang nam en keek naar de uitwerking van het totaal in de leefsituatie en het dagelijks leven.
Dat komt mij als uitermate voorstelbaar en plausibel voor. Zoiets als een daadwerkelijk effectieve inter- of multidisciplinaire aanpak. Maar waar blijven de concrete verhalen daarover?; want die generatie is aan het afzwaaien of al lang en breed met pensioen.



Een ieder die uit nieuwsgierigheid en belangstelling de behoefte voelt zich eens wat diepgravender met de theoretische kant van pedagogiek en haar kindje de orthopedagogiek bezig te houden zal ongetwijfeld de weg weten te vinden naar de inleidingen in en de literatuur over de 'theoretische (ortho)pedagogiek'.
Daaronder zul je dan wat vrij technisch aandoende werkjes vinden, zoals misschien het genoemde boek van Kok, maar ook veel, voor niet of minder ingewijden, uiterst leesbaar werk, zoals dat van ter Horst dat veelal begint met en doorborduurt op wat wijsgerig antropologische gezichtspunten en verkenningen.

Anderen waaronder veel van mijn collega's op de werkvloer zullen, schat ik zo in, de theorie bij voorkeur vanuit een wat meer praktisch georiënteerde invalshoek willen benaderen. Hen kan ik het Blog van Henk50 aanbevelen waar Henk bij tijd en wijle doch met gestage regelmaat (en als hij niet op de fiets zit) onder de kopjes opvoeding of psychologie allerlei theorie-praktijk aspecten van het 'orthopedagogisch begeleiden' nader onder de loep neemt.

Elders gaf ik al blijk van mijn enthousiaste instemming met de uitspraak van Kurt Lewin: Er is niets zo praktisch als een goede theorie.
Dat geldt zeker voor dit werk waar theorie en praktijk echt niet buiten elkaar kunnen om van enige kwaliteit te kunnen spreken.

Als het om of over het verwerven van kennis gaat zal ik niet gauw vragen: wat heb je daaraan? Of wat kun je daarmee?; omdat ik leergierigheid en kennis belangrijke waarden op zich vind. Ik acht, wat wel heet, fundamentele kennis, fundamenteel onderzoek of kennis omwille van kennis een belangrijk menselijk goed.
Daarbij ben ik het ook volledig eens met die theoretici die benadrukken dat, zoals ik het Ben Spiecker ooit hoorde verwoorden, de theorievorming in de pedagogiek er ten alle tijden op gericht dient te zijn om zich dienstbaar te maken aan de praktijk.

Dan voor toekomstige studenten en beroepzoekers nog even twee links naar youtube-filmpjes om de studie 'pedagogiek' aan de HAN en de VU aan te bevelen.
.

Sunday, April 18, 2010

Filosofie; angelsaksisch versus continentaal? (6)

Bijna traditioneel maakt men, zoals eerder vermeld, vaak een onderscheid tussen de angelsaksische en de continentale filosofie. De angelsaksische traditie wordt dan veelal vereenzelvigd met de analytische- of taalfilosofie en de continentale traditie kan dan bv. de fenomenologie, de hermeneutiek, het existentialisme of de kritische theorie vertegenwoordigen.
Nu worden deze twee tradities daarbij vaak als onverenigbare en tegengestelde benaderingen voorgesteld. Ik wil aan de hand van twee voorbeelden illustreren dat de soep, volgens mij, ook hier niet zo heet als hij opgediend wordt gegeten hoeft te worden.

De twee voorbeelden zijn de fenomenologie en de conceptuele analyse uit de gewone-taal-filosofie.
Beiden zijn van bepalende invloed geweest op de ontwikkeling van de (theoretische) pedagogiek in Nederland.

De fenomenologie geldt als een invloedrijke loot aan de continentale stam van de filosofie. Belangrijke namen zijn o.a. Brentano, Husserl, Heidegger en Merleau-Ponty (en dat is geen druivensoort!). De fenomenologie heeft grote invloed gehad op de sociale wetenschappen. Zo is in ons land de naam van de utrechtse school bekend in kringen van pedagogen en in de ontwikkeling van de zwakzinnigenzorg. Termen of begrippen als leefwereld, structuur en pedagogische relatie stammen uit deze school. Langeveld die misschien een beetje als de godfather van de Nederlandse pedagogiek mag gelden is hier de bekendste naam.

De kern van de fenomenologie komt er steeds op neer dat zuiver objectieve kennis van de werkelijkheid illusoir of op zijn minst problematisch is omdat zoals Kant reeds opmerkte het ding-an-sich niet rechtstreeks voor ons kenbaar is. De aandacht in de subject-object-relatie wordt verlegd naar de gerichtheid van het bewustzijn ofwel de intentionaliteit.



De fenomenologie wordt wel gezien als een kritiek op de vervreemding van de mens. Alle rationalisering en onttovering van de wereld zouden de mens een voor de hand liggende bron van informatie hebben ontnomen: de wereld zoals deze voor ons ligt, de directe ervaring ervan. De fenomenologie wordt binnen de wetenschapsfilosofie geclassificeerd als het domein van de beleving.


Citaat uit Wikipedia



Uit de koker van de analytische filosofie komt een stroming onder de naam Ordinary-Language Philosophy ofwel de gewone-taal-filosofie. Austin en Ryle zijn hier bekende namen ern als grote inspiratiebron geldt de onvermijdelijke en latere Wittgenstein.
Hier hanteert men de zogenaamde conceptuele analyse om helderheid te krijgen in welke begrippen er onder ons alledaagse vaak vage, slordige en dubbelzinnige taalgebruik schuilgaan; en hoe de begrippen zich tot elkaar verhouden en of ze al dan niet onderling enige logische consistentie vertonen.

In de Nederlandse pedagogiek werd deze op Ludwig georiënteerde benadering in het bijzonder gepropageerd en gepraktiseerd door Spiecker en Steutel aan de pedagogische faculteit van de V.U. te Amsterdam.
De conceptuele analyse als wetenschappelijk instrument vond hier de nodige erkenning en navolging.
Aan het artikel: 'Conceptuele Analyse als Empirische Methode' van Bas Levering te oordelen is deze benadering nog immer actueel.

De aandacht van Spiecker en Steutel betrof in het bijzonder de 'morele opvoeding'; iets dat in de laatste decennia van de vorige eeuw bepaald niet van het inspelen op trends of van een 'sexy uitstraling' beticht kon worden.
Thema's en begrippen die zij aldus onder de loep namen waren ondermeer pedagogische grondbegrippen als de pedagogische relatie, de rol van emoties in de morele ontwikkeling zoals de rationele emoties schuldgevoel en schaamte en onderwerpen die verband houden met seksualiteit en opvoeding.

Om eens even een compact voorbeeld bij de kop te nemen:
Ben Spiecker constateert dat we vaak het woord/begrip ontwikkeling in twee onderscheiden betekenissen door elkaar gebruiken zonder dat onderscheid te maken en/of duidelijk te maken over welke variant we spreken.
Zo is er een soort ontwikkeling die teweeggebracht moet worden en vrij strak geregisseerd, gestuurd en geleid dient te worden om geslaagd te mogen heten. Hier is de metafoor van de boetserende beeldhouwer van toepassing.

Maar er is ook een soort ontwikkeling dat vrij autonoom plaatsgrijpt maar waarvan de wasdom wel kan variëren met de omstandigheden en de mate waarin het gefaciliteerd wordt. Hier is de metafoor van de tuinman die zijn plantjes op de juiste plek zet en water geeft van toepassing.
Een helder onderscheid tussen beiden kan veel spraakverwarring voorkomen en onze blik en onze kennis in de juiste richting sturen.

De fenomenologie en de conceptuele analyse dus.
Ze kunnen zonder al teveel moeite als tegenpolen gepresenteerd en afgeschilderd worden.
En in Laagland's pedagogenland zijn ook de nodige diepgravende discussies gevoerd over de voors en de tegens van beiden. Toch lijken ze elkaar daar net zo goed te kunnen vinden als te kunnen bijten.
Wat mijzelf betreft vind ik een bepaalde overeenkomst het meest in het oog springende.
Die overeenkomst is dan dat ze in hun pretentie de werkelijkheid of de sociale werkelijkheid te doorgronden en te beschrijven beiden expliciet een bepaalde bescheidenheid in acht nemen
Beiden erkennen niet rechtstreeks zicht en vat op die werkelijkheid te hebben en beiden richten de aandacht in eerste instantie op iets dat medieert tussen onze beeldvorming en de werkelijkheid zoals onze zintuigen, ons bewustzijn, de taal en ons begripsvorming.
Zo worden ze in mijn boekie van tegenstanders tot medestanders.

Zoals Brederoo heeeeel lang geleden al opmerkte: 't kan verkeren.
Bedoelen ze dat nou met dialectiek?