Showing posts with label Kurt Lewin. Show all posts
Showing posts with label Kurt Lewin. Show all posts

Tuesday, January 17, 2012

Cycli en wat zoal te doen


Het leven wordt veelal gekenmerkt en getekend door cycli. Van sommige cycli moeten we nog maar afwachten wat ze ons gaan brengen. Orakels, zieners, wetenschappers en economen en een ieder die zich daartoe geroepen voelt kan en mag zich aan voorspellingen in die zin wagen. Daar is, zoals dat heet, wel een markt voor. En bepaalde cycli geven blijkbaar aanleiding tot de nodige onzekerheid.



Met andere cycli zijn weer we redelijk tot bijzonder goed vertrouwd zoals bv. de getijden van het jaar, het verstrijken van de dag en de nacht en een voor de meeste van ons vertrouwde en terugkerende indeling van de week. Deze cycli bieden structuur in de tijd. Daaraan kunnen we ons overgeven en door mee laten nemen in vertrouwd en terugkerend ritme en regelmaat. Als we tenminste niet al teveel moeite hebben met dat ritme en het tempo.



Ook in de sociale wetenschappen kennen we twee cycli die zich tussen de polen van onzekerheid en zekerheid begeven en daarmee enige naam verworven hebben.

Hier doel ik op de empirische cyclus van A. d. de Groot en de regulatieve cyclus van van Strien.
Daarmee belanden we dan weer midden in de vraagstukken rond de verhouding, danwel het onderscheid tussen theorie en praktijk.
De empirische cyclus beoogt richtlijnen en criteria te leveren voor theorievorming en het verkrijgen van theoretische kennis.

De regulatieve cyclus daarentegen is bedoeld om ons handelen in de praktijk op rationele wijze te ondersteunen en richting te geven.


Daar ik een ietwat theoretisch ingestelde dromer ben en het nagenoeg altijd wel tijd is dat ik ook eens in actie kom en ook eens wat doe, ben ik nu vooral even geïnteresseerd in die tweede cyclus, die pretendeert ons in de dagelijkse praktijk van dienst te kunnen zijn.
De regulatieve cyclus dus die ook in de orthopedagogiek nogal eens genoemd wordt of werd en waar ik en mijn collega's in het werk wellicht nog iets van op kunnen steken en ons voordeel mee kunnen doen.

Even googelen levert wel iets op maar niet zo gek veel. Het blijkt dan met enig kunst- en vliegwerk ook nog tot een hulpverlenings-, een diagnostische- en een therapeutische cyclus omgebouwd te kunnen worden. Wat me bij dit gegoogel het meest opvalt is dat het bij die regulatieve cyclus toch vooral om een Nederlands onderonsje lijkt te gaan. Het zal toch niet zo zijn dat over de grens alles van een leien dakkie gaat, ze daar nooit problemen ondervinden, geen vragen hebben en geen beslissingen hoeven te nemen?
Op welke gronden en volgens welke criteria neemt men buiten ons land dan beslissingen en kiest men zijn route? Ze zullen daar toch in zo'n geval niet weer orakels zijn gaan raadplegen?



Nog wat gegoogel en wat hersengekraak doet me vermoeden dat ik het in de richting van Action research of Participatory action research en Experiential learning moet zoeken. Daar kom ik dan namen van mensen als Kurt Lewin, Paolo Freire en David Kolb tegen.

Kurt Lewin was de eerste die veranderingsprocessen beschreef als een proces of cyclus van unfreeze-change-freeze; terminologie die nu vooral onder managers en coaches gebezigd lijkt te worden.

David A. Kolb, niet te verwarren met die andere David Kolb, is voortbordurend op en geïnspireerd door o.a. John Dewey, Jean Piaget, William James en Kurt Lewin verantwoordelijk voor het ogenschijnlijk drukst besproken en meest aangehaalde cyclisch model van ervaringsleren en de Kolb Learning Style Inventory.
De diensten en de tools van Kolb's EBLS Inc. lijken populair en aftrek te vinden in zowel het onderwijs als in het bedrijfsleven. Het komt me ook wel voor als een zinnige benadering om diverse aspecten te belichten en mee te nemen bij het vormgeven van training, onderwijs en instructie.


Wat het ook altijd goed doet in mangementkringen is de kwaliteitscirkel c.q. -cyclus van W. Edwards Deming ofwel de PDCA-cyclus. Die is dan ook volop te vinden op het web der wetenswaardigheden.


Vanguard bij monde van John Seddon maakt daar, omdat men het in kringen van system's thinkers wel handig acht dat je ook weet waar je als organisatie en als systeem mee bezig bent, de kortere variatie check-plan-do van.


Ja, zo heb je wat van die handelingstheorietjes en -richtlijnen met allemaal hun cyclische modelletjes. Hier zomaar een greep uit het assortiment en ik heb geen idee hoeveel anderen er nog de ronde zouden kunnen doen. Het begint me inmiddels al wel bijna te draaien voor de ogen. Het lijkt wel een mallemolen met al die ronddraaiende cycli.

Toch wil ik nog één zo'n ding naar boven googelen namelijk de verpleegkundige cyclus. Grofweg zo'n 30 jaar geleden volgde ik een opleiding Z-verpleegkunde waarin een enthousiaste verpleegkunde-docent haar best deed om dat verhaal over die cyclus er bij ons in te stampen en het tot onze verpleegkundige catechismus en tweede natuur te maken.
Nu ben ik die toch helemaal vergeten hoe die ook al weer ging en ook even googelen levert helaas nauwelijks iets op. Zou nou net de cyclus die mijn beroep moet ondersteunen in de vergetelheid geraakt zijn? Is dat nou even pech hebben!
Ik vermoed toch dat het gewoon weer een variatie op de regulatieve cyclus geweest moet zijn.

Een mens heeft af en toe wat richtlijnen en wat sturing nodig, nietwaar? Een warhoofd als ik in ieder geval wel. Gelukkig heb ik mijn eigen variatie op de regulatieve cyclus altijd nog en immer paraat, als ik niet vergeet er op het juiste moment aan te denken tenminste. Bij een vorige gelegenheid doopte ik deze heel hoogmoedig en zelfingenomen de criteria van Kruithof en bij een volgende gelegenheid zal ik ze nog eens uit de kast halen en oppoetsen. meer cycli >>

Saturday, January 14, 2012

Tussen “…” (3) Lewin

Er is niets zo praktisch als een goede theorie

zei Kurt Lewin, volgens velen de vader van de sociale psychologie.



Een uiterst heldere en puntige uitspraak die ik bijzonder waardeer en waarvan ik vind dat hij een gouden lijstje verdient en in mijn werk weleens wat meer aandacht en gevolg mag krijgen!

Sunday, August 22, 2010

Die wetenschap(?) die orthopedagogiek heet

In het vorige stukje heb ik me de vrijheid veroorloofd om onder de vlag van de orthopedagogiek wat losjes en geheel naar eigen believen een aantal thema's aan te stippen die, naar mijn mening, zowel voor de theorie als in de praktijk van mijn vak van groot belang zijn.

De orthopedagogiek is een relatief jonge wetenschappelijke discipline.
Ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan van het 'Tijdschrift voor Orthopedagogiek' kwam in 1986 een boekje uit onder de titel: 'Van gister over morgen' als een overzichtstudie van het vakgebied. Daarin beschrijft Herman Baartman in het, zeer aan te bevelen, artikel: 'De orthopedagogiek en haar geboorterecht' de ontwikkeling van de theoretische orthopedagogiek van pakweg na de oorlog tot halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw. Het is het meest beknopte en tegelijkertijd het meest omvattende verhaal, mij bekend, over de geschiedenis van deze discipline in ons land. De drift, de toon en de behandeling van de aangeroerde kwesties en thema's zijn van dien aard dat het zijn actualiteit m.i. nog niet verloren heeft en ook nu zeer lezenswaardig blijft.

Het zou mij heel aardig lijken om naast en parallel aan de ontwikkeling van de theorie zoals Baartman die beschrijft, eens de verhalen te lezen of te horen van de mensen die in de praktijk werkzaam waren en hoe die individueel en als groep hun plek veroverd hebben.
Uit schaarse overlevering heb ik ooit begrepen dat ondanks het gegeven dat menig geneesheer-directeur het aanvankelijk maar overbodig vond om naast de arts, psychiater en die andere goog nog zo'n nieuwlichter een stem in het kapittel te geven, de opmars van de orthopedagoog op een bepaald moment toch een duidelijk succes bleek. Dit zou verklaard worden uit het feit dat die orthopedagoog allerlei losse gegevens in samenhang nam en keek naar de uitwerking van het totaal in de leefsituatie en het dagelijks leven.
Dat komt mij als uitermate voorstelbaar en plausibel voor. Zoiets als een daadwerkelijk effectieve inter- of multidisciplinaire aanpak. Maar waar blijven de concrete verhalen daarover?; want die generatie is aan het afzwaaien of al lang en breed met pensioen.



Een ieder die uit nieuwsgierigheid en belangstelling de behoefte voelt zich eens wat diepgravender met de theoretische kant van pedagogiek en haar kindje de orthopedagogiek bezig te houden zal ongetwijfeld de weg weten te vinden naar de inleidingen in en de literatuur over de 'theoretische (ortho)pedagogiek'.
Daaronder zul je dan wat vrij technisch aandoende werkjes vinden, zoals misschien het genoemde boek van Kok, maar ook veel, voor niet of minder ingewijden, uiterst leesbaar werk, zoals dat van ter Horst dat veelal begint met en doorborduurt op wat wijsgerig antropologische gezichtspunten en verkenningen.

Anderen waaronder veel van mijn collega's op de werkvloer zullen, schat ik zo in, de theorie bij voorkeur vanuit een wat meer praktisch georiënteerde invalshoek willen benaderen. Hen kan ik het Blog van Henk50 aanbevelen waar Henk bij tijd en wijle doch met gestage regelmaat (en als hij niet op de fiets zit) onder de kopjes opvoeding of psychologie allerlei theorie-praktijk aspecten van het 'orthopedagogisch begeleiden' nader onder de loep neemt.

Elders gaf ik al blijk van mijn enthousiaste instemming met de uitspraak van Kurt Lewin: Er is niets zo praktisch als een goede theorie.
Dat geldt zeker voor dit werk waar theorie en praktijk echt niet buiten elkaar kunnen om van enige kwaliteit te kunnen spreken.

Als het om of over het verwerven van kennis gaat zal ik niet gauw vragen: wat heb je daaraan? Of wat kun je daarmee?; omdat ik leergierigheid en kennis belangrijke waarden op zich vind. Ik acht, wat wel heet, fundamentele kennis, fundamenteel onderzoek of kennis omwille van kennis een belangrijk menselijk goed.
Daarbij ben ik het ook volledig eens met die theoretici die benadrukken dat, zoals ik het Ben Spiecker ooit hoorde verwoorden, de theorievorming in de pedagogiek er ten alle tijden op gericht dient te zijn om zich dienstbaar te maken aan de praktijk.

Dan voor toekomstige studenten en beroepzoekers nog even twee links naar youtube-filmpjes om de studie 'pedagogiek' aan de HAN en de VU aan te bevelen.
.

Sunday, November 8, 2009

Theorie en praktijk - Er is niets zo praktisch als .....

Ga ik dan nu eens vertellen wat ik zelf zo pleeg te zeggen? Nee dat moest ik maar niet doen!
Ik wil wel weer iemand citeren en nu eens geen familie maar een van de grondleggers van de sociale psychologie, te weten Kurt Lewin.
Van hem is de onovertroffen uitspraak: Er is niets zo praktisch als een goede theorie.
Nu heb ik doorgaans een broertje-dood aan one-liners maar dit is wat mij betreft toch een waarheid als een koe en een uitspraak die getuigt van praktische wijsheid en een verstandige pragmatische instelling. Kortom één om in te lijsten (in een gouden lijstje, uiteraard) en zo nu en dan de gedachten eens over te laten gaan.

Over de verhouding theorie-praktijk valt het nodige te zeggen en er zijn inmiddels vast wel een paar bibliotheken over volgeschreven.
De belangstelling en het belang vanuit wetenschapsfilosofisch perspectief zal duidelijk zijn.
Maar tegenwoordig wordt nagenoeg iedereen op enig moment en in enigerlei mate geconfrontreerd met kwesties rond de verhouding theorie-praktijk en de vermeende of gevoelde kloof tussen beiden. De huidige praktijk van onderwijs en scholing leunt zozeer op de theoretische leerweg en het toetsen op de theorie dat als daar geen nog grotere kloof mee gecreëerd wordt, hij in ieder geval vet onderstreept wordt.
In de meeste werksoorten en arbeidssituaties zien we vernieuwingen en veranderingen doorgevoerd worden in organisatie- en/of communicatiemodellen, werkmethoden, automatiseringsprojecten e.d. die dan, zoals dat dan heet, geïmplementeerd moeten worden en dan zomaar kan blijken dat de theorie van het management niet altijd strookt met de praktijk van de werkvloer. We hebben er allemaal mee te maken en vinden er allemaal wel iets van.

Een veelgehoorde maar weinig vruchtbare opvatting over theorie en praktijk is dat we de theorie beter maar zoveel mogelijk kunnen vermijden en links laten liggen als zijnde filosofisch geneuzel dat de praktijk alleen maar in de weg kan staan. Een tijdverdrijf voor witte boorden en luie mensen, maar niet voor ons pragmatici die van wanten weten.
Dit is uiteraard een niet serieus te nemen notie veelal gebezigd door cynische, domme of verbitterde lieden die vergeten dat hun particuliere opvattingen en verwachtingen ook maar theorietjes over de praktijk zijn en die allang niet meer van zins lijken om die theorietjes ooit nog eens aan de werkelijkheid te toetsen.

De meest gangbare en uitermate vruchtbare opvatting over genoemde verhouding sluit direct aan op de uitspraak van Lewin en getuigt van veel common sense.
Hierbij is de gedachte dat onze theorie(tjes), hoe omvangrijk of hoe miniem dan ook, hoe ingewikkeld en geconstrueerd of hoe simpel dan ook, hoe bewust of hoe onbewust dan ook, een weerspiegeling of model van de werkelijkheid poogt te zijn danwel is.
En dan blijkt er dus geen praktischer navigatiegereedschap om ons in deze wereld te bewegen dan een goede theorie. Simpel; een kind kan de was doen!
En als de dingen gaan wringen, we van koers raken of maar niet vooruitkomen moeten we of onze theorie of onze perceptie van de werkelijkheid blijkbaar eens herzien.
Quasi analoog aan de wil die wel sterk zou zijn maar het vlees dat zo zwak is, wordt nogal al eens gezegd dat de praktijk of de werkelijkheid weerbarstig is; nu toont de werkelijkheid zich vaak weerbarstig omdat hij zo complex is, maar het is natuurlijk ook een mooie kafkaiaanse wending om in geval van een krakkemikkige theorie de praktijk maar weerbarstig te noemen.

Dat verstandig en logisch redeneren en vervolgens de resultaten daarvan toetsen weliswaar noodzakelijk maar niet voldoende zijn om onze wetenschappelijke kennis te funderen betoogt David Deutsch hier op onderhoudende wijze:
De aard van wetenschappelijke verklaringen

Het gaat hier uiteraard over verklaringen betreffende de fysieke wereld en laat Lewin's stelling dat er niets boven een goede theorie gaat natuurlijk onverlet.


In het werk van groepsleiding, verpleegkundigen, activiteitenbegeleiders en therapeuten in de gehandicaptenzorg, jeugdzorg, psychiatrie en aanverwante takken van sport speelt de vertaling van theorie naar praktijk en de terugkoppeling daarvan een grote en alom aanwezige rol in de dagelijkse praktijk.
Denk aan aan Bowlby, Freud of Piaget; denk aan hechtingsstoornissen of hoe iemand met een autistische stoornis de wereld zou ervaren etcetera; er hangt een lappendeken van theorie(tjes) over ons werk.
En dan houden we er nog veelal allerlei persoonlijke opvattingen en inschattingen op na over hoe iemand in elkaar steekt, waar hij of zij behoefte aan zou hebben of het meest gebaat bij zou zijn en welk effect ons gedrag en interventies zouden hebben. En dat zijn natuurlijk net zo goed theorietjes die bevraagd of getoetst zouden kunnen worden. Wellicht allemaal een beetje teveel om van een goede theorie te kunnen spreken.
Toch lenen bepaalde theoretische manieren van kijken naar je werk zich naar mijn smaak bij uitstek voor praktisch gebruik. Zo heb ik de laatste paar jaar, mede gestuurd door persoonlijke ervaringen op het werk, de gewoonte ontwikkeld om te kijken en denken in termen van beheersmodus en ontwikkelingsmodus.
Dat betekent dat ik behalve naar de vermeende behoeften van de client toch ook steeds naar de intentie en het effect van mijn eigen handelen moet kijken.
Ik ervaar dit als een bijzonder nuttig theoretisch kader dat een beetje als een socratische vraagmethode werkt en mijn zicht op de praktijk verheldert.
Daarbij geldt natuurlijk als algemene regel dat het hanteren van en het werken in de beheersmodus nodig kan zijn maar dan een noodzakelijk kwaad blijft en dat daar waar mogelijk onze aandacht en de energie naar de ontwikkelingsmodus gebracht moet worden.

Ik zou zeggen: collega's wellicht is dit zo'n aardig theorietje dat heel praktisch kan blijken in het gebruik. Ik kan het ten zeerste aan bevelen en ik zou graag eens vernemen wat anderen als praktisch bruikbaar theoretisch kader c.q. richtlijn ervaren hebben.


P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.