Showing posts with label Piet de Ruyter. Show all posts
Showing posts with label Piet de Ruyter. Show all posts

Wednesday, May 14, 2014

Nog wat schemata à la de Ruyter

Nu ik het toevallig toch over een schemaatje van Piet de Ruyter had, wil ik er hier nog maar twee, die ik ook van hem heb, aan toevoegen. Wanneer ik aldus de indruk zou wekken dat de goede man uitsluitend schema's kon waarderen of alleen daar enige betekenis aan toe kende, moet ik dat dan toch eerst weer even rechtzetten.
Voor zover ik mij herinnner was de Ruyter vooral doende om al vragend en onderzoekend bepaalde begrippen helder te krijgen, daarbij gebruikmakend van de zogeheten ´conceptuele analyse´ uit de analytische filosofie en dan met name uit de ´gewone taal filosofie`. Een ander aspect waar hij de nadruk op legde was dat de theorie toch vooral verbinding met de praktijk moest hebbben en houden en dienstbaar aan de praktijk zou moeten zijn. Een visie en een benadering die hij met Ben Spiecker en anderen deelde. Hij deed zijn verhaal altijd met passie en enthousiasme.

Dan ´without further ado´, uit oude college-aantekeningen, nog twee schemaatjes (die overigens meer van tabellen weghebben) van de Ruijter waarvan ik maar weer veronderstel dat de goede verstaander weinig extra tekst behoeft.
Daaronder nogmaals het schema van het mensbeeld à la de Ruijter maar nu dan in z'n oorspronkelijke vorm een zonder dat rare poppetje dat ik er zelf zomaar bij had bedacht.
College notities Piet de Ruijter Zie maar of deze schema's je iets zeggen en mogelijk wat belletjes doen rinkelen in de grijze massa of als geheugensteuntjes dienst zouden kunnen doen. Speciale pedagogiek >> meer schema's à la de Ruyter >> << vorige | volgende >>

Tuesday, May 6, 2014

Mensbeeld à la de Ruyter (8)

In een eerder blogje aangaande onze mens- en wereldbeelden stipte ik al eens aan dat het descriptieve of beschrijvende karakter en het normatieve of voorschrijvende karakter van dergelijke beelden of voorstellingen nogal eens onontwarbaar door elkaar plegen of schijnen te lopen.
En wanneer je zoiets eenmaal geconstateerd en doorzien hebt, kom je natuurlijk ook geen mensbeelden meer tegen die daar, als ze er al niet bol van staan dan toch niet op z’n minst een aardige tik van meegekregen hebben.
Alhoewel … in de 80-tiger jaren liep ik eens een aantal colleges bij Piet de Ruyter, destijds hoogleraar speciale pedagogiek aan de VU en kreeg van hem een mensbeeld voorgeschoteld dat me weliswaar zeker als descriptief en bijzonder illustratief voorkwam maar waar ik met de beste wil toch niet iets bijzonder normatiefs in kon ontwaren.
VUlogo De Ruyter schetste de mens, middels een paar pijltjes als een waarderend en betekenend wezen ten opzichte van de gegeven en door hemzelf opgeroepen werkelijkheid.
Dat pijltje vanuit de wereld naar de mens of persoon reikt dan van de zintuigelijke ervaring tot en met de betekenisverlenende reacties daarop en het omgekeerde pijltje vanuit de mens naar de wereld omvat zowel de betekenisverlenende duiding van die werkelijkheid alsook het menselijk handelen in de wereld dat die werkelijkheid mede (om)vormt.
De mens zou dit proces van betekenen en waarderen niet alleen in relatie tot de hem omringende werkelijkheid hebben maar het nog eens verdubbelen door het ook toe te passen op zich zelf. Daarmee wordt het zelfbewustzijn weergegeven in dit ietwat schematische mensbeeld.

De Ruyter wist aan de hand van dit schema ook bijzonder helder te illustreren waar of waarop diverse therapieën werkzaam zouden zijn zoals de gedragstherapie of zoals bijvoorbeeld RE(B)T die primair een storende en verwarrende dominantie van het waarderen over het betekenen veronderstelt en die onbalans wil ombuigen terwijl Gestalttherapie daarentegen eerder juist een pathologische of verstikkende onbalans veronderstelt door een dominantie van het betekenen over het waarderen.

Voor de goede verstaander en zonder daar verder in beschrijvende of voorschrijvende zin nog woorden aan vuil te maken, een uit mijn geheugen hopelijk correct opgetekende uitvoering van het naar mijn smaak zeer heldere schemaatje van De Ruyter: Mensbeeld de Ruyter_1_edited

Speciale pedagogiek >>
meer schema's à la de Ruyter >>

<< vorige | volgende >>

Tuesday, February 1, 2011

Beheersmodus versus ontwikkelingsmodus

Ruim een jaar geleden mijmerde ik eens wat over de soms zo moeizame verhouding tussen de theorie en praktijk in: Er is niets zo praktisch als .....
Daarin maakte ik gewag van wat ik maar even mijn praktisch-theoretisch werkmodelletje wil noemen nl. dat van beheersmodus versus ontwikkelingsmodus. De gedachte daarbij is je bewust te zijn of te worden in welke modus je functioneert en daar waar mogelijk de beheersmodus te verlaten en over te stappen op de ontwikkelingsmodus. Nadat recent een klaarblijkelijk vastgelopen situatie kort maar hevig in het nieuws kwam wil toch nog eens trachten wat nader uit de doeken te doen wat ik daar nu mee bedoel.

In het werk van groepsleiding of (ortho)pedagogische begeleiding stuit je regelmatig op situaties die bedreigend zijn of schijnen en derhalve om een vorm van beheersing vragen. Iedereen in dit werk zal vast de nodige voorbeelden hebben gezien van agressie naar personen, materiaal en van automutilatie in geval de agressie naar het zelf gericht is. Deze situaties laten meestal een diepe indruk achter en we willen gewoonlijk niets liever dan herhaling tot elke prijs vermijden. Als we echter al te zeer op het voorkomen en vemijden gespitst raken en dat voor een belangrijk deel onze aandacht en gerichtheid gaat bepalen zitten we dus duidelijk in de beheersmodus.
We proberen gevaarlijke, bedreigende en uit de handlopende situaties te beheersen en dat is soms maar goed en hard nodig ook. Een eigenaardigheidje van ons mensen is evenwel, dat moet toch gezegd, dat we nogal gewoontedieren zijn en het gevaar is meer dan alleen maar denkbeeldig dat deze beheersmodus, vaak ingefluisterd door vrees en ervaring, de gangbare bedrijfsmodus wordt of gewoonte dreigt te worden.



Maar het zijn niet uitsluitend dergelijke heftige situaties die in ons de drang tot beheersing en controle aanwakkeren. Het zit ons toch allemaal een beetje in het bloed. (zie eens wat politici en managers zoal doen; waar ze eer mee in trachten te leggen en applaus en vette beloningen voor vragen)
Het is natuurlijk ook niet per definitie verkeerd om invloed te willen uitoefenen en de dingen een bepaalde kant uit te willen sturen; het tegenovergestelde zou zijn alles maar te laten waaien en laten gebeuren en dat lijkt me ook niet een houding waar we veel waardering voor op zullen kunnen brengen of die we zouden willen stimuleren.
Zo is het vrij normaal in en eigen aan de praktijk van pedagogische begeleiding dat je een kind, pupil of cliënt een bepaalde richting in probeert te sturen en het is al even normaal dat dat niet altijd zomaar een-twee-drie lukt, dat weleens met wat strubbeling gepaard gaat en niet altijd direct vrolijke gezichten zal opleveren.

Vrij gemakkelijk voelen we ons in dit werk nog wel eens persoonlijk geraakt of aangevallen en dan dreigt het al snel hart tegen hart danwel hard tegen hard te gaan. Daar waar het wat heftiger confrontaties betreft en daar waar eisen en verlangens van de machtiger partij stuiten op schijnbare onwil danwel onmacht van de andere partij en waar drang en dwang stuiten op hindermacht, protest en/of agressie is het zinnig en geboden om te bedenken dat degeen waarvan verlangd wordt dat die zich naar onze wensen schikt dat nu net weleens niet zou kunnen omdat hij/zij dat op een veel basaler niveau, dan wij wellicht kunnen bevroeden, het zelf als onoverkomelijk controleverlies kan voelen.

Hoe is de ene modus of wijs dan van de andere te onderscheiden?
Wel vooral intuïtief en door zelfonderzoek, maar dat is wellicht wat te vaag.

Wanneer je als begeleider soms of vaak bezig bent met: sturen, controleren, gebieden, verbieden, dwang en drang toepassen, met beloningen zwaaien en strooien om bepaald gedrag te stimuleren, dreigen met of toepassen van sancties, beperken en inperken van vrijheden en het beperken of afkappen van de onderlinge communicatie, dat alles soms op subtiele wijze en veelal met de bedoeling om gevreesde en ongewenste situaties te voorkomen dan zit je dus klip en klaar in de beheersmodus!

Beheersen en dus de beheersmodus kunnen behulpzaam of soms bittere noodzaak zijn voor de goede orde en om een leefbare en werkbare situatie te creëren. Dus als middel en niet als doel! Het aan doelen werken valt in mijn woordenboekie onder de ontwikkelingsmodus. Het is dan ook geboden de doelen niet uit het oog te verliezen en waar mogelijk de ontwikkelingsmodus de ruimte te geven. Een gevaar of valkuil in ons werk is dat de beheersmodus gewoonte en cultuur kan worden.
Een beheerscultuur verraadt zich voor de goede verstaander in gedrag, pedagogische intentie, sfeer alsmede in de taal die begeleiders en gedragsdeskundigen bezigen, zowel in het algemeen als onderling en in rapportages.



De ontwikkelingsmodus, het spreekt voor zich, kenmerkt zich dan meer door het aan iets werken of naar iets toe werken en dan niet noodzakelijkerwijs of uitsluitend aan cognitieve of sociaal-emotionele ontwikkelingsdoelen op langere termijn alhoewel het altijd mooi is als het daar een vanzelfsprekend onderdeel van zou kunnen heten; maar vooral ook aan het samen dingen doen, door het werken aan een persoonlijke band (zoals bv. in Gentle teaching), een goede sfeer en wat spontane ontspanning door (samen) iets te doen, te maken of teweeg te brengen.

Het gaat hier dus niet om bekende theoretisch gevalideerde of meetbare constructen. Het is meer een karakterisering van iets dat je wel bij jezelf kunt waarnemen en waar je jezelf en elkaar op kunt bevragen. De simpele vraag is wat beweegt jou in je handelen en wat wil en denk je te bereiken met die manier van handelen. In geval van een overwegende beheerscultuur zal die gerichtheid overigens vaak al aan de sfeer te proeven, aan de taal te horen en aan de omgang met elkaar af te lezen zijn.

Ik hoorde Piet de Ruyter ooit eens verkondigen dat de mens in termen van diepere drijfveren en levensgevoel drie basale wijzen van zijn kent die wat door elkaar kunnen lopen maar waarvan er meestal één in min of meerdere mate duidelijk de overhand heeft. Die drie zijnswijzen zijn dan overleven, exploreren en beroepen worden.
De beheersmodus vertoont dan een sterke overeenkomst met de toestand van het overleven. Het wordt enerzijds vaak door de zijnswijze van overleven ingegeven en gevoed en aan de andere kant versterkt en verbreidt het zich en neigt ertoe anderen ook in die toestand te brengen. De ontwikkelingsmodus vertoont dan vooral een vergelijkbare overeenkomst met de zijnswijze die de Ruyter aanduidde als exploreren en zal vaker samenhangen met het beroepen worden.

Het is een onderscheid dat, voorzover mij bekend, nergens als zodanig in de theorieboeken vermeld wordt. Maar tevens een onderscheid waar alle werkers in de zorg zich, dunkt me, wel degelijk bewust van dienen te zijn. Ik veronderstel overigens dat we ons veelal ook wel bewust zijn van allerlei elementen uit bovenstaand verhaal en doorgaans hanteren we in die zin ook diverse bewuste en onbewuste normen en waarden gestoeld op de algemeen gangbare moraal en onze persoonlijke reflectie daarop. Opvoedings- of begeleidingsstijl en attitude luiden dan de gangbare termen daarvoor.
Ook (of juist?) in het werk in de zorg liggen bedrijfsblindheid en beroepsdeformatie nu eenmaal immer op de loer en blijft het nuttig onszelf en elkaar vragen van deze aard te blijven stellen.



Deze bespiegeling is uiteraard vooreerst en vooral aan mijn collega's in de zorg gericht. En dan wel de collega's op de werkvloer. Ik ben dan ook voornal nieuwsgierig naar reacties en op- en aanmerkingen vanuit die hoek.

Dick

Sunday, January 24, 2010

Had ik maar een vak moeten leren! - over beroepseer en zomeer.

In elk vak, in elke beroepsgroep en in elke bedrijfstak hoor je met enige regelmaat de verzuchtende kreet slaken: ja, hadden we maar een vak moeten leren!
Elke branche en beroep kent zichzelf tegelijkertijd ook graag bijzondere eigen(aardig)heden toe.
En hoewel elk vak vast iets eigens en unieks zal hebben waar de betreffende lotgenoten en vakbroeders elkaar exclusief in menen te herkennen en te begrijpen, vermoed ik dat de meest in dat verband vertelde verhalen en opgedane ervaringen vaak wat universeler van aard zijn.
Maar ja, het zal je vak maar wezen en velen menen toch dat hun vak echt een vak apart is.

Vak - vakmanschap - vakkundig - vakgroep - vakwerk - vaklui - vakidioot - vakopleiding - vaklieden - vakkennis - en dan eindelijk vakantie.

Ja en in mijn vak vinden wij dus uiteraard ook dat wij bijzonder werk doen dat zich wat moeilijk laat vergelijken met ander regulier of gangbaarder werk, hetgeen de vakbroeders en -zusters dan ook wel plegen aan te duiden als gewoon werk.

Een klein probleempje met mijn vak is echter dat ik soms niet goed weet hoe dat vak ook al weer heet of genoemd wordt.
Ik heb een opleiding gevolgd als Z-verpleegkundige en dergelijke lieden werden toen ook wel 'zetters' genoemd.
Ten tijde van mijn opleiding was er al een soort schoolstrijd gaande met als inzet of wij onszelf 'verpleegkundigen' danwel 'groepsleid(st)ers' zouden moeten noemen en voelen. Voor sommige docenten gold dit als een kwestie van uiterst dwingend ideologisch belang en wel zodanig dat jouw houding daarin zijn weerslag vond in je cijferlijst.
Ikzelf was weinig tactisch en zeer openhartig in het ventileren van mijn positie in deze en riep meer dan eens dat ik een slechte verpleegkundige en een goede groepsleider was. Mijn cijferlijst vertoonde dan ook altijd een schril contrast tussen het blok verpleegkunde en de andere twee blokken.
Op de werkvloer liepen behalve genoemde 'zetters' ook nogal wat ziekenverzorgenden rond evenals agogisch opgeleiden afkomstig van wat ooit de sociale academie heette. En hoewel ze zichzelf soms heel verschillend plachten te betitelen deden allen globaal hetzelfde werk waarbij kennis en vaardigheid van maar vooral de bevoegdheid tot het plegen van verpleegtechnische handelingen het onderscheidende kenmerk was.
Mooi vond ik ook de soms wel gehoorde en uit de jeugdzorg afkomstige titel: 'leefgroepwerker' (ik hoorde Piet de Ruyter ooit zeggen dat deze zich het beste liet omschrijven als 'een specialist in het gewone en het alledaagse').
Als ik me niet vergis is nu vooral de term 'begeleider' in zwang: cliëntenbegeleider, activiteitenbegeleider, begeleider-zus, begeleider-zo etc.. Het lijkt mij ook dat die vlag de lading goed kan dekken.
Zelf meen ik al sind jaar en dag dat het (ortho)pedagogisch begeleiden de kern en het overkoepelende element van ons werk is en zeg ik dus graag dat ik 'pedagogisch begeleider' ben.
Of deze benaming ook in functiebeschrijvingen of andere officiële danwel quasi-officiële geschriften gebezigd wordt weet ik niet en betwijfel ik eigenlijk.
Maar het is mijn beroep dus!

Beroep - beroepsgroep - beroepskeuze - beroepsmatig - beroepskleding - beroepsgeheim - beroepsdeformatie - beroepstrots - beroepsopleiding - beroeping - beroepsprofiel - beroepseer

Ik heb een interessant, soms enerverend en een niet altijd op waarde geschat beroep.
Ik ben echter gezien de huidige stand van zaken weinig gerust op hoe dit beroep en de uitoefening ervan zich lijkt te ontwikkelen; dit analoog aan wat zich afspeelt binnen andere professies in de openbare dienstverlening zoals die in onderwijs, jeugdzorg, ziekenhuizen en politie.
Hierbij wil ik alle werkers in de zorg uitnodigen op de site beroepseer deze missie statement eens door te nemen en indien men deze zorgen deelt te ondertekenen.
Bij voorbaat dank.

P.S.
Over beroepen gesproken: voor ik in dit wonderlijke en misschien wat wazige beroep terechtkwam werkte ik bij Hoogovens IJmuiden.
Daar werkte ik als ongeschoold arbeider of zoals dat ook wel heette productiemedewerker.
En daar heb ik eens om een beroepskeuzeadvies gevraagd hetgeen resulteerde in een twee-dagen-durend psychologisch onderzoek. Het niet al te concrete edoch wel zeer kleurrijke advies aan mij luidde om:

1. iets met taal of talen te gaan doen,
2. iets artistieks te gaan doen,
3. iets in de hulpverlening te gaan doen,
4. ben ik vergeten ... of
5. boer te worden!

Kijk, zo'n advies daar kun je nog eens iets mee!; of in ieder geval alle kanten op.
.