Showing posts with label beroepseer. Show all posts
Showing posts with label beroepseer. Show all posts

Sunday, February 12, 2012

Het spoor bijster?

De Nederlandse Spoorwegen kwamen de afgelopen week nogal eens negatief in het nieuws.
En terecht, zou ik denken, als bij het eerste beste sneeuwlaagje binnen de kortst mogelijke keren het hele systeem vastloopt.

Dan krijg je de vaderlandse pers dus alras en masse over je heen en gaan ze in het parlement vragen stellen over de bedrijfsvoering van de twee bedrijven die door dat zelfde parlement opgericht en geprivatiseerd werden.
Toch wat vreemd dat laatste, nietwaar?; om de zaak eerst te privatiseren vanwege die profijtelijke en zaligmakende marktwerking en dan het beleid op het spoor alsnog vanuit de tweede kamer te willen bepalen. Waar hebben we al die dure managers (bij eerst één en nu twee bedrijven) dan voor? En de reactie van onze minister van infrastructuur en nog wat luidt vervolgens dat als zij in de top van NS of ProRail zou zitten ze haar bonus in zou leveren.
Pardon, krijgen zij dan ook nog bonussen? Blijkbaar, maar daar gaat de minister dus niet (meer) over omdat ondere andere haar eigen partij zo dol op privatiseren is.



Het is af en toe een rare wereld en je zou het spoor zomaar bijster raken als je probeert te volgen wat de pers zoal over deze kwestie te zeggen en te schrijven heeft.

Maar in de krant van zaterdag lees ik toch een bijzonder heldere analyse van de recente problemen op het spoor.
De voorpagina meldt: Personeel ProRail en NS: niet ijs, maar mismanagement is het probleem en op bladzijden 4 en 5 een wat uitgebreider artikel van Sander Heijne.
Enkele citaten hieruit:

Systeemautisten hebben de macht over het Nederlandse spoor overgenomen, zegt een NS-medewerker die eveneens anoniem wil blijven. 'De rigide scheiding van ProRail en NS heeft een bedrijfscultuur opgeleverd waarin niemand nog een belsuit durft of mag nemen. De splitsing van het spoor is een blunder van jewelste.'



Een verzoek van een treindienstleider om de dienstregeling (gedeeltelijk) los te laten, moet langs zo veel bureaus en vergadertafels, dat het besluit vrijwel altijd langer op zich laat wachten dan de kritiek geachte 15 minuten.
En dat is de essentie van de problemen op het Nederlandse spoor, zeggen de medewerkers van NS en ProRail. Een ProRail-medewerker met decennia ervaring bij de spoorwegen: 'NS en Prorail hebben inmiddels zo veel accountmanagers, adviseurs, regisseurs, hoofden, directeuren, projectleiders en werkgroepen die allemaal de hele dag bezig zijn hun eigen straatje schoon te vegen, dat ze vergeten de reiziger die op het perron staat te blauwbekken helemaal zijn vergeten.'

Dit artikel is vooral inzichtgevend en de moeite waard om in zijn geheel te lezen omdat de problemen zo herkenbaar zijn, kenmerkend en illustratief voor veel frustratie en klachten zoals die in recente jaren alom op vele werkvloeren gehoord kan worden. NS- en ProRailpersoneel is het van hogerhand verboden met de pers te spreken (in ons vrije land?). Twee NS- en twee ProRail-medewerkers doen dit toch en weten in dit stukje de problemen haarfijn te fileren, te benoemen en uit de doeken doen.
Om te beginnen is daar de weinig logische kunstgreep van de splitsing naar spoorgebruiker en spoorbeheerder. Vervolgens worden beide bedrijven zodanig georganiseerd en geprotocolleerd en procedures zodanig ontworpen dat men op de werkvloer steeds minder beslissingsbevoegdheid en mogelijkheid tot handelen en reageren op zich onverwacht voordoende situaties heeft.

Nu heeft het personeel het gevoel de elementen met één hand op de rug te moeten bestrijden. Altijd een stap te laat omdat over ieder besluit eerst overlegd moet worden met een clubje theoretici in Utrecht. Wij hebben geen enkele vrijheid meer om te improviseren, zegt eigenlijk iedere medewerker van zowel NS als ProRail. Voor de splitsing was het spoor lokaal georganiseerd. Machinisten, perronopzichters en lokale treindienst- en verkeersleiders vormden letterlijk een drie-eenheid. Zij stonden rechtstreeks met elkaar in contact en konden samen overzien welke trajecten in hun regio nog bereden konden worden.

Mogelijkheden en bevoegdheden van enig gewicht zijn nu omhoog gedelegeerd naar de oude en nieuwe managementlagen. De stichting Beroepseer maakt regelmatig gewag van deze tendens die de zin en het enthousiasme van veel werkers op de vloer frustreert en ondermijnt. Het lijkt in de afgelopen jaren bedrijfs- en management-cultuur geworden te zijn dat ondernemingen tot het speeltje van managers zijn verworden waarmee zij al spelend moeten bewijzen hun bonus al dan niet verdiend te hebben. Of dat in een nutsbedrijf van een dergelijk algemeen belang als de spoorwegen ook zo zou moeten functioneren lijkt een beetje een kwestie van politieke stellingname. Ik vind in ieder geval van niet.
Verder vraag ik me af of politici, management-guru's en andere deskundigen de komende tijd nog enige lering uit deze openbare casus en dit voorbeeld van een fikse kloof tussen theorie en praktijk gaan trekken. We wachten maar weer eens af of de commissies van wijze lieden iets zinnigs te melden zullen hebben en het spoor zelf niet bijster zijn geraakt.



De ironie van het verhaal is natuurlijk dat in nadrukkelijke pogingen arbeidsinspanningen te rationaliseren het er in de praktijk steeds irrationeler aan toe kan gaan.
Het kan verkeren zei ons aller Brederoo reeds, maar zie dat een stelletje gedreven managers of politici maar eens wijs te maken.

P.S. Wat mij betreft mag 'systeemautisten' het woord van 2012 worden; we hebben er tenslotte meer dan genoeg van zoals de reiziger onlangs weer eens mocht ervaren!

Wednesday, January 27, 2010

Nogmaals dat vak

Nogmaals, werkers in de zorg en sympathisanten, lees deze oproep aangaande beroepseer en beroepstrots en kijk eens of u deze beweging uw steun waard vind. Wederom bij voorbaat dank!


In het vorige stukje maakte ik gewag van een soort richtingenstrijd binnen mijn vak en hoe ik die ooit aan de lijve mocht ondervinden.
Mijn vak is dan het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en de controverse luidde: wat zouden wij willen of moeten zijn en hoe dienen wij dan opgeleid te worden als verpleegkundigen of als groepsleiding?
Ik vermoed dat velen met mij die probleemstelling en hoe het gepresenteerd werd weleens ervaren zullen hebben als een schijnprobleem waarin je eigenlijk niet kunt of wilt kiezen maar wel het gevoel hebt dat er van je verlangd of geëist wordt dat je een kant kiest.
Ik zeg: ik vermoed omdat ik het niet weet; ik hoor mensen er namelijk nooit over.
En ik hoor in mijn directe omgeving ook niets meer over genoemde controverse.
Als ik echter mijn beroepsprofiel lees blijkt uit de inleiding dit schisma zeker nog niet uit de wereld is:
Het aantal verpleegkundigen dat deze zorg verleent, is sinds de jaren negentig van de vorige eeuw verminderd. Onder invloed van de vermaatschappelijking van zorg is ervoor gekozen steeds meer agogisch opgeleiden in te zetten in de dagelijkse professionele zorg en begeleiding. De laatste jaren wordt duidelijk dat deze trend te ver is doorgeschoten en dat verpleegkundigen noodzakelijk zijn in de verstandelijk gehandicaptenzorg (VGZ).

Voor mij heeft de hele controverse altijd veel weg gehad van de vraag of het glas nu half vol of half leeg is.
Als we de vraag terugbrengen naar de essentie namelijk: voelen wij op de werkvloer behoefte aan een verpleegkundige danwel aan een agogische benadering dan lijkt het antwoord mij, na 30 jaar op die werkvloer rondgekeken te hebben, nog even simpel als 30 jaar geleden.
Verrassing het antwoord luidt: beiden!
En de goede vraag luidt: waar dan wat in welke mate en welke verhouding!
Zo lijkt het me niet handig om een afdeling met bedlegerige en dubbelgehandicapten cliënten door een club agogen te laten runnen.
En anderzijds heb ik als 1e-jaars leerling ervaren verpleegkundigen met zowel A- als B-diploma na een paar dagen hardhollend het paviljoen zien verlaten omdat de druk en de spanning op de groep waar ik werkte ze teveel werd.

Mijn ervaring is:
- dat ik zorg en diensten moet kunnen verlenen in alle mogelijke vormen en dat ik dat veelal aldoende moet oppikken en aanleren.
- dat ik zelden of nooit verpleegtechnische handelingen verricht en zelf selectief moet zijn in of en welke kennis ik op peil wil houden. (dit aspect verschilt enorm per afdeling)
- dat de agogische benadering altijd speelt in of een stempel drukt op het werk en naar mijn opvatting is hier de (ortho)pedagogische benadering en dito kennis de kern van en het verbindende element in ons werk of zou dit moeten zijn.
- dat je vooral je boerenverstand moet gebruiken om een en ander in perspectief te zien.

Wat betreft het op peil brengen en houden van de vakbekwaamheid van de werkers op de vloer (oftewel de mensen die het doen) valt het mij al geruime tijd op dat de mogelijkheden tot (bij)scholing in de verpleegtechnische vaardigheden uitstekend geregeld zijn terwijl de (bij)scholing aan de (ortho)pedagogische kant veelal ontbreekt of te wensen overlaat.

Gelukkig mag ik binnenkort een dagdeel bijscholing tegemoet zien met als onderwerp gentle teaching.
Hopelijk maakt dat iets goed.


.

Sunday, January 24, 2010

Had ik maar een vak moeten leren! - over beroepseer en zomeer.

In elk vak, in elke beroepsgroep en in elke bedrijfstak hoor je met enige regelmaat de verzuchtende kreet slaken: ja, hadden we maar een vak moeten leren!
Elke branche en beroep kent zichzelf tegelijkertijd ook graag bijzondere eigen(aardig)heden toe.
En hoewel elk vak vast iets eigens en unieks zal hebben waar de betreffende lotgenoten en vakbroeders elkaar exclusief in menen te herkennen en te begrijpen, vermoed ik dat de meest in dat verband vertelde verhalen en opgedane ervaringen vaak wat universeler van aard zijn.
Maar ja, het zal je vak maar wezen en velen menen toch dat hun vak echt een vak apart is.

Vak - vakmanschap - vakkundig - vakgroep - vakwerk - vaklui - vakidioot - vakopleiding - vaklieden - vakkennis - en dan eindelijk vakantie.

Ja en in mijn vak vinden wij dus uiteraard ook dat wij bijzonder werk doen dat zich wat moeilijk laat vergelijken met ander regulier of gangbaarder werk, hetgeen de vakbroeders en -zusters dan ook wel plegen aan te duiden als gewoon werk.

Een klein probleempje met mijn vak is echter dat ik soms niet goed weet hoe dat vak ook al weer heet of genoemd wordt.
Ik heb een opleiding gevolgd als Z-verpleegkundige en dergelijke lieden werden toen ook wel 'zetters' genoemd.
Ten tijde van mijn opleiding was er al een soort schoolstrijd gaande met als inzet of wij onszelf 'verpleegkundigen' danwel 'groepsleid(st)ers' zouden moeten noemen en voelen. Voor sommige docenten gold dit als een kwestie van uiterst dwingend ideologisch belang en wel zodanig dat jouw houding daarin zijn weerslag vond in je cijferlijst.
Ikzelf was weinig tactisch en zeer openhartig in het ventileren van mijn positie in deze en riep meer dan eens dat ik een slechte verpleegkundige en een goede groepsleider was. Mijn cijferlijst vertoonde dan ook altijd een schril contrast tussen het blok verpleegkunde en de andere twee blokken.
Op de werkvloer liepen behalve genoemde 'zetters' ook nogal wat ziekenverzorgenden rond evenals agogisch opgeleiden afkomstig van wat ooit de sociale academie heette. En hoewel ze zichzelf soms heel verschillend plachten te betitelen deden allen globaal hetzelfde werk waarbij kennis en vaardigheid van maar vooral de bevoegdheid tot het plegen van verpleegtechnische handelingen het onderscheidende kenmerk was.
Mooi vond ik ook de soms wel gehoorde en uit de jeugdzorg afkomstige titel: 'leefgroepwerker' (ik hoorde Piet de Ruyter ooit zeggen dat deze zich het beste liet omschrijven als 'een specialist in het gewone en het alledaagse').
Als ik me niet vergis is nu vooral de term 'begeleider' in zwang: cliëntenbegeleider, activiteitenbegeleider, begeleider-zus, begeleider-zo etc.. Het lijkt mij ook dat die vlag de lading goed kan dekken.
Zelf meen ik al sind jaar en dag dat het (ortho)pedagogisch begeleiden de kern en het overkoepelende element van ons werk is en zeg ik dus graag dat ik 'pedagogisch begeleider' ben.
Of deze benaming ook in functiebeschrijvingen of andere officiële danwel quasi-officiële geschriften gebezigd wordt weet ik niet en betwijfel ik eigenlijk.
Maar het is mijn beroep dus!

Beroep - beroepsgroep - beroepskeuze - beroepsmatig - beroepskleding - beroepsgeheim - beroepsdeformatie - beroepstrots - beroepsopleiding - beroeping - beroepsprofiel - beroepseer

Ik heb een interessant, soms enerverend en een niet altijd op waarde geschat beroep.
Ik ben echter gezien de huidige stand van zaken weinig gerust op hoe dit beroep en de uitoefening ervan zich lijkt te ontwikkelen; dit analoog aan wat zich afspeelt binnen andere professies in de openbare dienstverlening zoals die in onderwijs, jeugdzorg, ziekenhuizen en politie.
Hierbij wil ik alle werkers in de zorg uitnodigen op de site beroepseer deze missie statement eens door te nemen en indien men deze zorgen deelt te ondertekenen.
Bij voorbaat dank.

P.S.
Over beroepen gesproken: voor ik in dit wonderlijke en misschien wat wazige beroep terechtkwam werkte ik bij Hoogovens IJmuiden.
Daar werkte ik als ongeschoold arbeider of zoals dat ook wel heette productiemedewerker.
En daar heb ik eens om een beroepskeuzeadvies gevraagd hetgeen resulteerde in een twee-dagen-durend psychologisch onderzoek. Het niet al te concrete edoch wel zeer kleurrijke advies aan mij luidde om:

1. iets met taal of talen te gaan doen,
2. iets artistieks te gaan doen,
3. iets in de hulpverlening te gaan doen,
4. ben ik vergeten ... of
5. boer te worden!

Kijk, zo'n advies daar kun je nog eens iets mee!; of in ieder geval alle kanten op.
.