Showing posts with label Cornelis Vreeswijk. Show all posts
Showing posts with label Cornelis Vreeswijk. Show all posts

Thursday, December 19, 2013

Wetenschap; hoe ver reikt onze kennis dan? (9)

Al dat gepalaver van mij over wetenschap, zou wellicht de indruk kunnen wekken dat ik bijzonder goed thuis zou zijn in een aantal wetenschappen en wel een goed zicht zou hebben over en in de materie van de wetenschap.
Alsof ik het allemaal wel zou weten en begrijpen. Mocht dat het onwaarschijnlijke geval zijn dan moet ik je, vrees ik, toch echt teleurstellen; dat is namelijk beslist niet zo.

vraagtekens
Zo mag de neurowetenschap mij dan bijvoorbeeld aan m’n verstand trachten te peuteren dat ons brein uit grofweg zo’n honderd miljard (100.000.000.000) neuronen bestaat. Met zo’n getal kan ik dan misschien op abstract niveau nog iets aanvangen zoals er een sommetje of een vergelijking mee maken. Nu heb ik er misschien zelf wel een paar minder dan de meeste mensen maar ik kan me toch heus niet echt een concreet beeld vormen van een dergelijk aantal minuscule dingetjes bij elkaar. Dan gaat het ook nog eens over dingetjes die ik nooit in het echt gezien heb en waarbij ik me dan, bij ontstentenis aan die authentieke ervaring, een beeld voor de geest pleeg te halen dat denkelijk enige gelijkenis vertoont met de tekeningen en modelletjes van neuronen zoals we die in de leerboekjes zien.

neuron
En dan hebben we het alleen nog maar over een uiterst primair en basaal onderdeeltje van de bevindingen van de hersenwetenschap die momenteel zo’n furore maakt en zich nu in zoveel aandacht en belangstelling mag verheugen.

Ook van de relativiteitstheorie snap ik niet bepaald niet alles en van de quantummechanica nog veel minder.
Je kunt mij vertellen dat in de niet-Euclidische meetkunde twee evenwijdige lijnen elkaar in het oneindige snijden, maar als ik dan ja mocht knikken bedoel ik toch waarschijnlijk: gooi het maar in m’n pet.

Kortom, veel bevindingen en vruchten van de wetenschap gaan mijn petje toch echt weleens teboven. Om met onze onvolprezen bard Cornelis Vreeswijk te spreken:
Een hele hoop dingen zijn moeilijk hoor daar heb ik de hersenen echt niet voor
Nu hebben bovenstaande voorbeelden toch vooral betrekking op die zogeheten harde betawetenschappen met als kern onze kennis der natuur en natuurlijke verschijnselen die we mede vanwege de formele logica en empirische toetsing die we daar op los laten als objectief plegen te beschouwen (objectief, zo goed en kwaad als mogelijk dan of zou objectivistisch wellicht een adequatere term zijn). Mijn begrip van wat ook wel exacte wetenschap heet, is dus nadrukkelijk begrensd. Hoewel ik deze materie wel degelijk bijzonder interessant vind, gaat mijn nieuwsgierigheid en belangstelling toch doorgaans iets meer uit naar vragen rond mens en cultuur, de vragen uit, zeg maar, de sociale wetenschappen.

Hier een lesje van iemand die de materie toch wel duidelijk iets meer doorziet dan ik.
Robbert Dijkgraaf over de stand van de betawetenschap met betrekking tot onze kennis der natuur: In het college dat Dijkgraaf hiet ten beste geeft zien we ook Peter Higgs, de ontdekker/voorpeller van deeltje 17 gelauwerd worden.
Diezelfde Higgs onthulde onlangs in de Guardian niet altijd even gelukkig te zijn geweest met het klimaat of de mores in de academische of wetenschappelijke wereld. Ten aanzien van de huidige cultuur meent hij daarin niet te kunnen of te willen functioneren en hij zou naar eigen zeggen zelfs überhaupt niet aan de bak komen.
By the time he retired in 1996, he was uncomfortable with the new academic culture. "After I retired it was quite a long time before I went back to my department. I thought I was well out of it. It wasn't my way of doing things any more. Today I wouldn't get an academic job. It's as simple as that. I don't think I would be regarded as productive enough."
In het college maakt Robbert Dijkgraaf duidelijk hoe ongelooflijk ver onze fundamentele kennis over de materie al reikt maar tegelijkertijd dat de essentie ervan ons nog altijd ontgaat.
Als dat de stand van zaken is in de exacte en harde wetenschappen, hoe zou het dan gesteld zijn met sociale wetenschappen? De diverse mens- en cultuurwetenschappen worden sowieso nogal eens aangemerkt als wollig, zacht of boterzacht. Is dat per definitie zo of leveren ze ons bij gelegenheid ook wel degelijk eens gedegen en nuttige kennis?
En de hamvraag blijft, na het lustrum van de crisis, natuurlijk of we überhaupt nog van zoiets als een economische wetenschap zouden mogen of kunnen spreken?
Ik vermoed toch met Coen Simon dat we voorlopig nog even niet zullen kunnen zeggen dat we het nu allemaal wel weten.

<< vorige | volgende >>

Monday, April 8, 2013

Op de damesfiets?

Terwijl ik vanmorgen bij het ontbijt de krant eens doorblader valt mijn oog op een artikel over ‘de gevoelige kwestie van de stang van de herenfiets’. Daarin lees ik dan dat het hoog tijd wordt om de damesfiets eens stevig te promoten onder de mannenbroeders.
Hoezo dat dan?
Wel het schijnt dat we met z’n allen aanzienlijk ouder, grijzer en ook stijver aan het worden zijn en dat dat ons er toch niet van weerhoudt om op de fiets te stappen. En met name het bestijgen en afstappen van het ‘stalen ros’ blijkt regelmatig de aanleiding tot de nodige buitelingen en ongelukjes als gevolg van een niet meer geheel optimale coördinatie. Het artikeltje rept van ‘de strammer wordende man die het steeds lastiger vindt het been over de bagagedrager te zwaaien’.
Enekel cijfers:
Jaarlijks worden zo’n 18 duizend oudere fietsers na een ongeluk behandeld en overlijden er 120. Bij veel fietsongevallen zijn geen andere verkeers deelnemers betrokken.
Wel eenvoudig zat! dan gaan we toch op fietsen zonder stang ofwel damesfietsen rijden? Maar dat blijkt dan toch iets gecompliceerder te liggen dan ik in zomaar mijn naïviteit kon bevroeden. Zoals de titel van dit krantenstukje al aangeeft blijkt die stang van de herenfiets een gevoelige kwestie. Nu weet iedere man die weleens wat ongelukkig op zo’n stang terecht gekomen is dat we hier inderdaad van bepaalde gevoeligheden kunnen spreken. Maar waar het om het alternatief van de damesfiets gaat blijkt het een vorm van mannelijke schroom te zijn die opeens een behoorlijke hardnekkig obstakel vormt.
De Fietsersbond raadt mannen van zekere leeftijd aan om ‘een fiets zonder stang’ te nemen maar constateert dat dat erg gevoelig ligt. Ook volgens Fietsberaad moet de damesfiets sociaal acceptabel worden. De zegsman van deze club wijst er op dat zo’n ommezwaai vooral subtiel en beslist niet-stigmatiserend aangeprezen dient te worden. Bijvoorbeeld door alle ministers op een damesfiets te laten rijden. Nu hadden wij niet zolang geleden een minister die altijd op de fiets naar zijn werk ging maar die reed, in stijl, op een gedegen herenfiets. Donneropfiets Gevraagd naar wat de zegsman van Fietsberaad zelf zou doen wanneer hij aan een nieuwe fiets toe is:
‘Eh, ik denk dat ik toch geneigd zou zijn er eentje met een stang te nemen. Ja, ik koop toch ook geen jurk? Ik ben ook maar een mens. En het is niet zo dat het levensgevaarlijk is om met een stang te fietsen, hoor.’
Even een tekstfragment uit ‘Ik wou dat ik maar biljarten kon’ van de onvolprezen bard Cornelis Vreeswijk:
Ik zie helemaal geen paters meer Maar dertig jaar geleden Toen vielen ze op in het verkeer Omdat ze altijd heen en weer Op damesfietsen reden Men zegt, dat ze nu in burger zijn Incognito, met het heilig schrijn Dat hebben we niet in Zweden Daar eten we zalm en berenvlees En eens in de week twee dominees
En dat zong ie ook al meer dan dertig jaar geleden; dus kun je nagaan hoe lang het geleden moet zijn dat hier die paters altijd maar op damesfietsen heen en weer reden. pateropfiets Dan moest ik in het kader van deze promo ook maar eens uit de kast komen. Ik rijd namelijk ook al ruim dertig jaar op damesfietsen. Weliswaar met een niet al te lange onderbreking waarin ik mij op de ligfiets voortbewoog. En in de wereld van de ligfiets maakt men geen principieel onderscheid tussen heren- en damesfietsen en al zeker niet in de vorm van een extra stang zoals in geval van de bukfiets. En mijn reden om het zonder die stang te doen? Wel, ik placht destijds mijn boodschappen en kratjes bier met de fiets te vervoeren en nadat de truc van het kratje even loslaten, snel een been er overheen zwaaien en op het zadel landend snel het kratje, dat even los achterop de bagagedrager rustte, met de andere hand dan die aan het stuur nodig was weer vastgrijpend om het in balans te houden, een keer falikant mislukte, besloot ik, tussen de scherven en opengebroken flesjes bier op straat zittend, die stang vaarwel te zeggen. Sinnerligfiets En sindsdien rijd ik dus op damesfietsen. Meestal oude al dan niet rammelde barrels en momenteel op een wat degelijker exemplaar. Mijnfiets

Sunday, January 20, 2013

Vreeswijk en de Andersons

Die Walloonse Vlaming of Vlaamse Walloniër Jacques Brel was groots als bard en/of troubadour en dat wordt ook algemeen erkend.
Binnen het Zweedse en Nederlandse taalgebied kennen wij een troubadour en/of bard (tegenwoordig ook wel singer-songwriters genoemd) van vergelijkbare klasse die in ons land toch wat minder erkenning lijkt te vinden. En soms wel bijna vergeten lijkt! (ligt hier niet een taak voor MAX?) Dat is dan de onvolprezen Zweedse Nederlander of Nederlandse Zweed, ons aller Cornelis Vreeswijk
Als het aan de Andersons ligt, zou de waardering voor Vreeswijk ook hier te lande toch iets meer levend en zichtbaar en hoorbaar aanwezig zijn.
Gisteravond gaven ze hun Vreeswijk-programma ten beste voor Peticantus in Het Huis Verloren te Hoorn. Daar moest ik als al sinds de 60-er jaren fan en liefhebber van Vreeswijk's diepgravende teksten natuurlijk bij zijn. Hier een impressie van dat programma: Hier Vreeswijk's variatie op 'zie ginds komt de stoomboot' met een vertaling van de Andersons: Helaas had ik mijn camera niet bij me en kon ik dus geen plaatje schieten van de foto-genieke Anna in haar mooie rooie jurkje; dan maar even deze link.

Tuesday, May 1, 2012

Zielskwestie van enig gewicht (8)

Cornelis Vreeswijk zong als laatste couplet in De nozem en de non:



Volgens Aristoteles weegt een zoen niet zwaar
Letterlijk uitstekend,
figuurlijk zelden waar
Vraag de non er maar's naar



We kunnen hem niet meer vragen of ie wellicht met Archimedes in de war was, want de ziel van Cornelis is niet meer aanspreekbaar vanuit dit ondermaanse.
Nu circuleren of 'buzzen' er ook geluiden als zou, het al of niet bestaan van, de ziel wel degelijk een kwestie van gewicht kunnen zijn.

Zo vernam ik afgelopen maand middels het WereldWijzeWebje en de bekende googelende vraagbaak dat de ziel 21 gram zou wegen. Schoon aan de haak en wetenschappelijk bewezen zelfs volgens sommige goedgelovige zielen. De wellesen en de nietesen van dat laatste worden nog bediscussiëerd op het web.



Ja de maand van de filosofie mag dan voorbij zijn, ik ben toch nog niet helemaal uitgedacht en uitgepraat over die ziel.
In mijn hoofd en mijn denkwereld is de ziel, als begrip, toch vooral verwant aan en/of samenvallend met begrippen als het zelf en het leven. Mocht de ziel niet meer zijn dan een illusie, OK het zij zo, maar dan toch wel een eenvoudigweg en absoluut onmisbare illusie.
Maar is het zelf niet in de zelfde zin een illusie of hebben de neurologen dat zelf inmiddels wel weten te localiseren? En hebben ze het raadsel van het leven dan al opgelost en zeggen wij dan dat het leven niet bestaat of slechts een illusie is zolang we daar geen antwoord op hebben?

Waar of niet waar? en een grammetje meer of minder?; doet er wat mij betreft eigenlijk niet zoveel toe. Ik vind het wel een aansprekende en grappige gedachte van die 21 gram.
Om nu niet weer meteen te vervallen in muggenzifterij over de exacte onderlinge verhoudingen, stel ik voor dat we dit mysterie voorlopig maar houden op:

7 gram ziel
7 gram zelf en
7 gram leven!




Als u dat per slot van rekening maar een miezerig en zielig beetje mocht vinden, zou ik zeggen, des te meer reden om er wat zinnigs mee te doen en er toch wat moois van te maken!
Werk aan de winkel! Toevallig is het vandaag de dag van de arbeid dus: alle zielen ter aarde verenigt u en ga bezield en bezielend aan de slag voor een hoopvolle en leefbare toekomst!

Saturday, April 14, 2012

De Ziel volgens Vreeswijk (3)

Vrijdag de 13de hield men weer de nacht van de filosofie en zo zal menig denker zich, naar verwachting, deze afgelopen nacht op het wel en wee van de ziel gestort hebben.

Of er zoiets als een ziel bestaat? Goeie vraag!
Ja zeker, want onze onvolprezen bard Cornelis Vreeswijk is hem ooit nog eens kwijtgeraakt:



Dus moet hij wel bestaan!
Gevraagd naar het ultieme adres van mogelijke zielsverhuizingen, moet Cornelis het antwoord toch echter ook schuldig blijven:



Ook met de ziel van de fles zal deze kleurrijke volkszanger/poëet zeker bekend zijn geweest want hij stond bekend als een liefhebber.
Toen Dick Swaab ooit nog door tumult rond de 'homokwab' geplaagd werd en lang voor de recente ophef rond zijn boek en stelling 'Wij zijn ons brein', vroeg Vreeswijk zich al af:

Of bestaat de ziel uit cellen?

om vervolgens te concluderen:

niemand kan het navertellen!


En dat lijkt mij vooralsnog, natuurwetenschappelijk bezien de stand van zaken.