Showing posts with label John Kenneth Galbraith. Show all posts
Showing posts with label John Kenneth Galbraith. Show all posts

Sunday, May 3, 2015

Econohadjememaar

Volgens de Wiardi Beckman Stichting hebben wij behoefte aan economen als Jan Pen. Dat lijkt mij ook. Al was het maar om ons nu nog eens uit leggen hoe de economie op dit moment werkt en welke krachten en machten daarin op welke wijze werkzaam zijn. Zo rond de 80-er jaren deed hij dat bijvoorbeeld in het destijds vrij populaire boek: Kijk, economie.
economiejouwwereld

Nu ontwikkelde ik rond en sinds diezelfde tijd ook een knagend en niet aflatend wantrouwen tegenover de mooie en/of dreigende praatjes van economische en financiële experts en hotemetoten.
Dat was in de tijd dat de zogeheten hoogconjuncturele ontwikkeling stagneerde en dreigde vast te lopen. (om er maar eens wat economische taal tegenaan te gooien want als je dat niet doet word je, zo lijkt het, tegenwoordig nog nauwelijks serieus genomen) Hoewel ik, zoals ik vaak zeg, bepaald geen verstand van economie heb, werd het mij in die tijd toch echt wel duidelijk dat de economische werkelijkheid en de theorie of de blahblah daaromtrent zeker niet altijd hand in hand gaan of parallel blijken te lopen. Weer zo'n typisch gevalletje van discrepantie tussen theorie en praktijk of het archetypische schoolvoorbeeld ervan? Één van de hoofdoorzaken daarvan leek me ,zoals ene Marx toch ook al opgevallen was, dat de vitale belangen van de gewoon werkende, producerende en bescheiden consumerende mens blijkbaar heel andere zijn dan die van hen die grote kapitalen wisten te vergaren danwel toebedeeld kregen en, in het kielzog van dit selecte groepje, de aandeelhouders en speculanten die een dergelijke status ook ambiëren en nastreven.
De werkgelegenheid begon vrij abrupt te haperen en er vielen nogal wat massa-ontslagen. De jongeren van toen kwamen maar moeizaam of niet aan een baan en zouden de Generatie X of de Verloren Generatie gaan heten.
Kortom volop economische en andere malaise. De kranten stonden er vol van. Maar op de financieel-economische pagina’s werd er toch ook af en toe nog wel eens gejubeld en gejuichd. Wanneer een grote firma weer eens een nieuwe ontslaggolf aankondigde werd dat door financieel-, economisch- en beursanalisten welhaast steevast met hoera-geroep ontvangen en schoot de beurswaarde van het bedrijf weer wat omhoog. Ik vond dat destijds hoogstverwonderlijk en had de indruk dat, op een stelletje onversneden ‘rooie rakkers’ na, steeds meer mensen dit fenomeen met verwijzing naar iets als ‘modernisering of automatisering’ en wat economisch jargon en gemeenplaatsen die als gevestigde economische theorie moesten klinken wegrationaliseerden en accepteerden als betrof het natuurlijke wetmatigheden.
Wat het economenvolk, papagaaiende politici en de ‘corporate’ en financiële bobo’s ons sinds die tijd zo allemaal nog hebben trachten te vertellen is er bepaald niet veel samenhangender of duidelijker op geworden voor de doorsnee mens. Economische praktijk en theorie lijken vooral versmald tot statistische, wis- en rekenkundige abracadabra waarbij de link met ons dagelijks leven en algemene menselijke behoeften telkens moeilijker inzichtelijk maar des te onverbiddelijker bepalend zijn geworden. Voor elke theoretische of politieke stellingname in elk willekeurig economisch debat zijn dan ook altijd weer ‘geleerden en deskundigen’ te vinden die nu juist net iets anders tot het tegenovergestelde propageren. Ondertussen blijken deze zakelijk en technocratisch ogende discussies veelal doorspekt van verborgen ideologische standpunten. expert

De roep om economen met een wat bredere en omvattender kijk op de samenhang tussen en de vervlechting van maatschappelijke en economische vraagstukken zoals hierboven door de Wiardi Beckman Stichting verbaast mij dus niets; ik vind hooguit dat die wat laat en wat te weinig klinkt. En dan heb ik het niet over een echt alles en ook het spirituele omvattende visie als bijvoorbeeld aangestipt door Morihei Ueshiba maar eerder over de wat wijdere, open en inclusieve blik van onder andere lieden als John Maynard Keynes of John Kenneth Galbraith.

Correspondent Uitgerekend op ‘de dag van de Arbeid’ publiceerde de Correspondent een stuk van de hand van Rutger Bregman dat naar mijn smaak wel weer eens op begrijpelijke en te volgen wijze enig licht werpt op de econometrische en -blahblah valkuil waar we met z’n allen zomaar ingerold lijken te zijn. Want zoals de laatste zin uit het artikel luidt:
‘De economie,’ schrijft de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang, ‘is te belangrijk om aan economen over te laten.’

Sunday, November 27, 2011

Econoblahblah als geloof

Net als van voetbal heb ik ook al geen verstand van economie. Ja, het is, zeker in dat opzicht, treurig gesteld met me! Nu heb ik ook nooit het vak economie op school gehad. Wel vakken als handelsrekenen, boekhouden, handels- en wetskennis en dergelijke maar dus niet zoiets als economie. Ik ben dan dus ook via schoolse weg nooit ingewijd in deze materie en snap er bijgevolg ook niet zoveel van.
Dat is wel eens lastig want zodra je de krant openslaat of het nieuws aanzet lijkt het (als het niet over voetbal gaat) altijd wel weer over economie te gaan en er op zijn minst een zekere basale kennis van economische wetten of mechanismen verondersteld te worden.
De geluiden die ik zo in de loop van mijn leven links en rechts in wandelgangen en aan diverse borreltafels over dit onderwep opgevangen heb, wekten veelal de indruk dat de meeste mensen ook wel aardig in deze materie thuis waren. Economie lijkt in dat opzicht ook wel een beetje op voetbal.
Over beiden kan ik dus niet meepraten en waar het het voetbal betreft heb ik me daar inmiddels ook wel bij neergelegd.



In een poging dit opvallende gemis en gebrek t.a.v. dat andere onderwerp enigszins te verbloemen danwel te verzachten, las ik ooit eens The Age of Uncertainty van John Kenneth Galbraith; er was destijds ook een BBC documentaire met dezelfde titel.
Uit dat boek leerde ik naast een hoop andere interessante dingen, waarvan ik de meeste naar alle waarschijnlijkheid wel weer zal zijn vergeten, dat de term 'survival of the fittest' (in dit verband vaak nogal slordig vertaald als 'het recht van de sterkste') niet van die goeie ouwe Darwin afkomstig is maar van ene Herbert Spencer, een invloedrijk woordvoerder van het sociaal darwinisme en daarmee van wat ik toch eerder econoblahblah zou willen noemen.



Het zogeheten 'sociaal darwinisme' is in feite niets meer dan een staaltje van pseudo-wetenschap en economisch politieke ideologie. Welbeschouwd is het gewoon een geloof, maar dan wel een geloof dat gebaseerd is op een dubieus en nogal mensonterend mensbeeld. En een geloof dat merkwaardig genoeg vrij fanatiek door hele volksstammen lijkt te worden aangehangen en in stand gehouden, terwijl slechts een heel kleine groep daar werkelijk goed garen bij spint. Econoblahblah is de geloofsbelijdenis van deze religieuze cultus met als belangrijkste geloofsartikel en visioen dat van de absolute vrije markt en de immer zaligmakende marktwerking. Daartoe dient elke doorslaggevende sturing en regie van gezamenlijkheid of van onderaf, zoals bv het geval zou kunnen zijn bij een democratisch verkozen overheid, uiteraard zoveel mogelijk vermeden en bestreden te worden. Dit onder het mom van oneerlijke concurrentie of obstructie van de weldadige krachten van de vrije markt o.i.d. dat klinkt als betrof het belemmeringen en vrijheidsbeperkingen. Het recht van de sterkste moet toch zijn loop hebben, nietwaar? Laten we in dat geval dan dus maar de illusie ophouden dat we daar allemaal beter van worden.



Wetenschappelijke bevindingen en argumenten om de fundamentalistische aannamen van dit gedachtengoed wat te temperen worden gewoonlijk consequent en effectief genegeerd.
Econoblahblah blijkt meestal sterker dan de rede en een schoolvoorbeeld van het welbekende NKK-syndroom te zijn.



Nu moge het zo zijn dat ik geen verstand van voetbal en economie heb, maar ik meen van bepaalde dingen toch nog wel iets te begrijpen en zo geloof ik dat:
Social Darwinism = Cruelty in the Name of (a supposed) Natural Law
Ik geloof dat ik me dan in deze altijd maar veranderende wereld toch meer bij Galbraith en diens erkenning van een zekere onzekerheid op mijn gemak voel.