Showing posts with label ervaring. Show all posts
Showing posts with label ervaring. Show all posts

Saturday, November 29, 2014

Over kleur (2) en zien

Zonder licht geen kleur; zoveel lijkt me wel helder.
Maar kleur is toch niet exclusief een eigenschap van de dingen die wij als kleurig waarnemen? Kleur wordt lijkt me pas kleur te worden wanneer het in een bewustzijn als zodanig opgevat wordt en betekenis krijgt. Maar voor een dergelijke waarneming zal het toch eerst langs zintuigelijke weg doorgegeven en verwerkt moeten worden. Kielkleurkijken Je zou kleur als een te ervaren kwaliteit van zekere aard kunnen omschrijven en het aldus onder de zogeheten 'qualia' scharen.
Daarin ligt overigens vervat dat ik een wel vaker gehoorde suggestie dat we met een trillingsgetal van lichtgolven (hoe mooi exact dan ook) de essentie of het belangrijkste aspect van kleur zouden kunnen vangen een nogal onvolledig en halfbakken verhaal vind. Kielkleurbanen Maar even terug naar onze directe ervaring. Wij mensen zijn doorgaans vrij visueel ingesteld. Door onze ogen en onze biologische opmaak kunnen wij een flink aantal kleuren onderscheiden. Zo’n miljoen ongeveer beweren de geleerden. Dat is heel wat meer dan waar ik me zo even een voorstelling van zou kunnen maken.
Bijzonder toch dat zo’n oog als dat van ons, met al die staafjes en die kegeltjes, samen met onze hersenen dat licht dat op ons netvlies valt als een soort gecombineerde RGB bewerkende decoder en encoder kleuren in ons bewustzijn of gewaarzijn tevoorschijn weten te toveren. Dat dan onder heel diverse lichtomstandigheden, waarbij we ook nog even en passant en in een oogwenk voor de perspectivische vertekening in ons brein corrigeren en gewoonlijk vrij goed diepte of afstand kunnen inschatten. Kielkleurbeweging Als je je wilt verwonderen over de wonderen der natuur mag zo’n op het oog eenvoudig iets als ‘zien’ en ‘kleurenzien’ toch zeker wel een wondertje heten.
Kielcolourmotion Die indrukwekkende trillingsgetallen van dat o zo snelle en raadselachtige (golf of deeltje?) licht zegt dus ook niet alles. Met die objectieve of wetenschappelijk meetbare eenheden in Hertz of nanometers kunnen we dus hooguit maar een deelaspect van het fenomeen kleur beschrijven en verhelderen. Er moet dus ook nog een soort ontvangstapparaat zijn (zoals bijvoorbeeld het biologische gegeven van onze ogen en ons zenuwgestel) om die lichtsignalen van zoveel Hz of nm te verwerken en er iets van te brouwen dat tot ons subjectieve bewustijn door kan dringen en dat wij dan als kleur plegen te ervaren. doorsnedeoog

In het boekje ‘Laat je niets wijsmaken’, Over de macht van experts en de kracht van gezond verstand geeft Jan Bransen een vrij heldere filosofische uiteenzetting over deze materie van wat, als mens, te denken en wat dan te maken van onze ervaring.
Met welke ervaring je ook begint, steeds is het zo dat een bepaalde inhoud of kwaliteit zich aan jou opdringt. De inhoud gaat vergezeld van enerzijds het besef dat zich ‘daar buiten’ iets bevindt en anderzijds het besef dat jij degene bent die dit nu ervaart. Van oudsher gebruiken filosofen de begrippen OBJECT en SUBJECT om die twee kanten van de ervaring te typeren. In de ervaring ontmoeten subject en object elkaar, en brengt onvermijdelijk de vraag mee hoeveel in de ervaring meegebracht wordt door het object en hoeveel door het subject. Als het immers een ontmoeting is, moet er toch iets bijeengebracht worden.
en iets verder:
Filosofen spreken tegenwoordig graag over ‘respons-afhankelijke eigenschappen’ om iets meer grip te krijgen op wat er gaande is als wij in onze ervaring de werkelijkheid ontmoeten. Sommige eigenschappen, zo zeggen zij dan, zijn alleen maar eigenschappen van de dingen in de wereld door de manier waarop wij reageren als we door die dingen geraakt worden. Het bekendste voorbeeld in de geschiedenis van de filosofie is ongetwijfeld de rode kleur van een rijpe tomaat. De wetenschap heeft ons inmiddels duidelik gemaakt dat de tomaat niet echt rood is, althans niet alleen op zichzelf. Als je een tomaat volledig in quarantaine zou plaatsen, ergens in een geïsoleerde uithoek van het universum, en je zou er geen licht bij laten en ook geen wezens als wij die ogen hebben die gevoelig zijn voor licht met een golflengte van 690 nanometer, dan zou die tomaat helemaal niet rood zijn. Zijn rode kleur krijgt de tomaat doordat het licht en de kegeltjes op ons oog meewerken. Dat prachtige rood is als het ware een cadeautje dat onze ogen aan een heerlijke, rijpe tomaat geven. Als wij niet mee doen, dan is die tomaat helemaal niet rood. Dan weerkaatst hij alleen licht met een golflengte van 690 nanometer. Dit idee is inmiddels gemeengoed, denk ik, en het zal ook wel overeind blijven. Het is een solide resultaat van een indrukwekkende empirische traditie die voortbouwt op het onderscheid dat Locke maakte tussen primaire en secundaire kwaliteiten.
Dit gaat dus over wat hier dan ‘respons-afhankelijke eigenschappen’ genoemd wordt. En kleur wordt hier ter illustratie en als een proto-typisch voorbeeld opgevoerd maar de reikwijdte ervan strekt aanzienlijk verder.
De klasse van wat filosofen respons-afhankelijke begrippen noemen, is overigens veel groter dan alleen de verzameling begrippen die rechtstreeks met onze vijf zintuigen te maken hebben. Dat maakt de kwestie zo interessant en zo belangrijk. Denk eerst maar eens aan esthetische eigenschappen, zoals mooi, lelijk, levendig, spannend, intens, harmonisch, of walgelijk. Denk vervolgens aan ethische eigenschappen: goed, oneerlijk, rechtvaardig, verderfelijk, of kwaadaardig. het zijn allemaal eigenschappen die verbonden zijn met respons-afhankelijke begrippen.
Om eens een orakel en (voetbal)filosoof van een geheel ander kaliber aan te halen:
Je gaat het pas zien als je het doorhebt
zei ene Johan Cruijff ooit Dus ook dat zien van ons heeft zo ogenschijnlijk wel iets meer om het lijf dan je op het eerste gezicht zou denken. Je zou haast met Cornelis Vreeswijk zeggen:
Het is maar precies hoe of je het ziet We komen d'r wel, maar we zijn er niet Kameraden!
En dan blijft ook nog altijd de vraag of je het überhaupt wel ziet, want over het verschijnsel kleurenblindheid, overigens vooral een mannenkwaal, hebben we het dan nog niet gehad. Maar daarover kun je hier het een en ander vinden. voorkomenvolledigekleurenblindheidmv Het soort filosofische of contemplatieve overwegingen zoals van Bransen, Cruijff en Vreeswijk hierboven tillen het fenomeen en concept 'zien' uiteraard wel een stukje boven het strikt fysiologische proces uit. Maar is het nu niet juist het kenmerk van het menselijk leven en bewustzijn dat verschillende niveau’s en processen elkaar raken en beïnvloeden en in de directe ervaring kunnen versmelten en vervloeien? Moticolourmotion We zien het toch overal om ons heen. Neem nou eens iemand die ernstig ‘depri’ is; je kunt diens omgeving nog zo opfleuren maar toch lijken de mooie en heldere kleuren maar niet gezien te worden. Het is alsof de dip of de depressie de brillenglazen ernstig hebben doen beslaan en alsof de betreffende zwart-kijker alleen nog maar zwart-wit en dan vooral het zwart wil of kan zien. Kieldoekmonochroom Zo zie je maar dat je om kleur te zien meer dan alleen je ogen nodig hebt en het licht blijkbaar niet altijd of alleen maar van buiten komt zoals bij een camera. Een vonkje en enige (zelf?)werkzaamheid van binnenuit lijken toch ook onontbeerlijk om een beetje chocola van onze min of meer fleurige werkelijkheid te kunnen maken.



Maar kijk nu dan toch, wat zie ik daar in de verte dan voor kleurige figuren; zouden dat die polder-Pieten zijn?

Thursday, April 3, 2014

Qualia, vleermuizen en kleur

Wat het verband tussen die zogeheten ‘qualia’ en kleur is zal de meeste onder ons, neem ik aan, wel duidelijk zijn.

Maar hoe zit het dan met het verband tussen de qualia en vleermuizen? Daarvoor moesten we eerst maar even bij Thomas Nagel te rade gaan. Nagel publiceerde in 1974 een fameus artikel onder de titel ‘What is it like to be a bat?’
Daarin stelt Nagel dat wij ons bij ontstentenis van het unieke perspectief en de ervaring (the point of view) van de vleermuis ons niet echt kunnen verplaatsen in de beleving van een vleermuis. Zo worden vleermuizen de wereld bijvoorbeeld in belangrijke mate gewaar door echolocatie, een zintuigelijke ervaring die ons vreemd is. vleermuis De technische aspecten van echolocatie kunnen wij wellicht verstandelijk of wetenschappelijk doorgronden en we kunnen op grond daarvan zelfs complexe technologieën ontwikkelen aldus ook gebruik maken van echolocatie.
Maar daarmee kunnen we in de verste verte nog niet bevroeden hoe het voor de vleermuis is en voelt om zo’n organisch gegeven proces als vitaal onderdeel van je mentale constitutie en make-up te hebben. Een, zoals gezegd, organische gegevenheid die je enerzijds ondergaat en waar je anderzijds gebruik van maakt om je weg in het leven te vinden en het eigen leven vorm te geven.

Het of een leven zonder zo’n zintuigelijke basis is niet goed voorstelbaar. En daarmee zitten we dan midden in het vraagstuk van de qualia en hun constitutieve rol in ons bewustzijn.

Zo’n verhaaltje als dat van Thomas Nagel om je eens voor te stellen of in te denken hoe het is om ... of als …, wordt ook wel een gedachte-experiment genoemd en geldt zo’n beetje als een van de belangrijkste stukken werktuig in de ogenschijnlijk verder niet zo rijk gevulde gereedschapskist van de wijsgeer of de filosoof.

Nog zo’n bekend gedachte-experiment inzake de qualia is ‘What Mary didn’t know’ van Frank Jackson.
Jackson vraagt om ons eens voor te stellen dat Mary opgroeit, leeft en haar scholing ontvangt in een volledig achromatische wereld, waar alles uitsluitend in zwart-wit en alle grijstinten wordt waargenomen.
Zo leert ze alles wat er te weten valt over de fysische, chemische en neurofysiologische aspecten van de wereld, de mens en het samenspel tussen beiden. Ze weet ook alles over kleur, dat wil zeggen, ze heeft uitgebreide kennis het elektromagnetisch spectrum, van de geleiding, breking en reflectie van het licht, van onze fysiologie van het kleuren-zien middels de staafjes en de kegeltjes in het oog en de verdere verwerking daarvan in de hersenen. Kortom, je zou haar een wandelende encyclopedie kunnen noemen en ze weet er in ieder geval meer van dan jij en ik en nog wat lieden bij elkaar.
Ze kent natuurlijk ook de diverse namen van alle kleuren, weet binnen welke golflengtes en trillingswaarden ze vallen en weet ook dat kleurziende mensen de lucht en de zee doorgaans als blauw benoemen, de meeste bladeren als groen en bloed als rood.
frequentie spectrum De vraag is dan: weet Mary nu echt alles - of zoveel er menselijkerwijs gesproken te weten valt - over kleur of ontbreekt er nog een belangrijk en mogelijk essentieel onderdeel aan haar kennis?
Wanneer Mary bijvoorbeeld na enkele tientallen jaren intensieve studie in de materie van de menselijke zintuigelijke waarneming, waaronder het kleurenzien, opeens zelf voor het eerst kleur zou kunnen zien, zou ze dan reageren met: ja natuurlijk, dat begreep of vermoedde ik wel dat het er zo uit zou zien of zou ze toch versteld staan van wat die authentieke ervaring haar zou doen en nog voor nieuws zou leren?
Dat is namelijk de vraag die Jackson ons stelt: leert Mary hier toch nog iets nieuws? Zo, ja dan wist ze blijkbaar toch nog niet alles met al haar uitgebreide (en objectieve?) kennis over de fysieke aspecten van onze wereld. (The Knowledge Argument)
Ik zou toch denken dat Mary de gewaarwording zou hebben dat op het moment van de daadwerkelijke ervaring - om een bijbelse uitdrukking te bezigen - ‘haar, als het ware, de schellen van de ogen vielen’.

Het is me toch wat met die kwestie van de qualia.
Filosofen en wetenschappers breken er het hoofd over, schrijven er talloze artikelen over en voeren verwoede discussies over het belang en de status van die qualia.
Het gaat dan ook over ons menselijk bewustzijn, over de reikwijdte van de wetenschap, over reductionisme en de verhouding tussen geesteswetenschappen en natuurwetenschappen, over de status van wat wel 'spiritualiteit' genoemd wordt en zomeer en daarmee, zou ik zo denken, toch vooral ook over ons mens- en wereldbeeld.