Thursday, April 8, 2010

Filosofie; dienstmededeling (3)

Vanmiddag maar eens het aprilnummer van Filosofie Magazine gekocht. Het extra dikke themanummer over vrijheid. Kan ik mij deze maand van de filosofie eens op het maandblad van de filosofie storten en eens bedenken hoe het met mijn vrijheid is gesteld.
Zoals het redactionele commentaar zegt: Vrijheid is het meest belangrijke en tegelijkertijd meest betwiste woord van deze tijd.



Dat vrijheid als problematisch ervaren wordt ligt op een bepaalde manier misschien wel in de aard van het beestje besloten. Maar het heeft voor mijn gevoel op dit moment in de geschiedenis uitgerekend op deze plek op de aardbol toch ook wel iets bizars en onwerkelijks; het lijkt soms wel of we er teveel van hebben en uit verveling, domheid, verlegenheid, leeghoofdigheid, ballorigheid en vul zelf verder maar in, van de weeromstuit niet weten wat er mee aan te vangen. Enigzins analoog aan de keuzestress die symptomatisch lijkt te worden voor onze cultuur en per definitie nauw samenhangt met het hoe of al dan niet ervaren van vrijheid.

Tuesday, April 6, 2010

Identiteit; nog wel iets meer dan nationaliteit (4)

Onze identiteit kent natuurlijk nog heel wat meer aspecten buiten die van de nationaliteit.



Etniciteit is dan waarschijnlijk de meest in het oogspringende. Hoezeer dat aspect in het oog springt, in hoeverre je daar met je neus opgedrukt wordt en welke kleur en betekenis daar dan aan gegeven kan worden lijkt in hoge mate bepaald te worden door je omgeving. Het is een niet te verhullen aspect evenals het man of vrouw zijn. Het stukje: Ik voel me een banaan, geel van buiten, wit van binnen biedt wat inside-informatie over hoe dat uit kan pakken.
Als ik op dit moment denk aan etniciteit en identiteit zijn de eerste twee gedachten die zomaar bij mij opborrelen:
1 Ik zou als ik van de Kaukasus afkomstig was nu niet graag in Moskou of elders in Rusland wonen of rondlopen!
en
2 Wat zou Barack Obama aan interessante gedachten en ideeën over dit onderwerp te melden hebben?

Sekse, geslacht of gender en (sociale) identiteit zijn uiteraard ook onlosmakelijk met elkaar verbonden en daar is, mede in het kader van het feminisme en de emancipatie van de vrouw, de afgelopen decennia een nog immer groeiende bibliotheek mee volgeschreven.

En ook religieuze opvattingen kunnen en zullen veelal hun duidelijke weerslag vinden in iemands wereldbeeld en hoe de persoon zichzelf daarin beleeft en ziet.
Nederlanders zullen zich met de recente geschiedenis van de verzuiling toch vast wel iets voor kunnen stellen bij hoe religie de identiteit kan bepalen. En ook een nieuwe generatie gelovigen lijkt die link in ons land sterker te ervaren dan in de ons omringende landen. Zo lijkt er een traditie in ere gehouden te worden. Maar toendertijd werd dat verband als vanzelfsprekend ervaren terwijl het nu bijna als een bedreiging gevoeld lijkt te worden.



Al googelend in verband met het onderwerp stuit ik soms op voor mij verrassende en/of leuke dingen. Zoals: wie denk je nu dat op spontane wijze het meest trots op Nederlands is; de autochtoon of de moslim migrant?
En ik vind ook wel weer verfrissend om te lezen dat er nog idealistische jongeren in dit land zijn die graag trots zouden zijn op een groen, sociaal en tolerant Nederland en begrijpen dat daar dan wel aan gewerkt moet worden.


Als we 'identiteit' als onderwerp van studie en diepgavender bevraging willen benaderen komen we al gauw bij de sociale wetenschappen en de filosofie terecht. Ook hier zijn weer bibliotheken volgeschreven door bv. sociologen, die zich voornamelijk bezighouden met waar we onze identiteit aan ontlenen en psychologen, die graag van alles aan ons willen meten om te weten waarin wij van anderen verschillen en dus uniek of afwijkend zijn. En allerlei onderzoek in die richting kan dan weer hele interessante gegevens opleveren voor bijvoorbeeld de zogenoemde persoonlijksheidsleer zodat wij daar dan weer kennis van nemend meer inzicht kunnen krijgen in ons karakter, temperament en persoonlijkheid ofwel in de beginvraag: wie ben ik nou toch?

Om, in de stijl van de maand, af te sluiten met een bruggetje naar de filosofie hier een link naar een filosofische benadering met bijbehorende vragen en kronkels over het onderwerp.
En nog een met wat bespiegelingen vanuit boeddhistisch perspectief.

Mijn naam is .......?
Wil de ware .......? opstaan zei Herman Emmink altijd aan het eind van het programma 'wie van de drie'; de identiteitsquiz die deel van het collectief geheugen van een generatie Nederlanders is geworden.

Mijn naam is Dick.

Sunday, April 4, 2010

Filosofie; van en voor wie? (2)

Ik ben geen filosoof; ik ben wellicht, wat je noemt, een geïnteresseerde leek.
Ik ben en besta in ieder geval wel volgens Descartes, want ik denk wel eens.
Ik zou bijna willen zeggen dat ik u niet zal lastig vallen met het wat en waarover ik dan zoal denk, maar is natuurlijk falikante onzin want een Blog schrijf je nu toch juist om anderen daar wel mee lastig te vallen.

Denken doen we allemaal (nou ... ja....) wel eens en we vragen ons ook allemaal wel eens het een en ander af en we hebben vast allemaal wel eens een inval of een ideetje over hoe de vork in de steel steekt (of was het nou andersom?). En daarmee zijn we in mijn boekie dan allemaal (in ieder geval een beetje) praktiserend filosoof. Als een gediplomeerd filosoof het hier niet mee eens mocht zijn moet die maar eens bedenken aan wie hij of zij zijn of haar boekjes en bedenksels zou willen slijten als het niet aan ons, zijn mededenkers is. Volgens mij is de filosofie dus net als bv. de politiek van en voor ons allemaal!

Daarbij is het natuurlijk wel zo dat sommige filosofen het ons soms erg moeilijk maken om hun hersenspinsels te volgen en een beetje mee te denken. Gelukkig is het, wederom volgens mij, ook weer zo dat er niets zo eerlijk in deze wereld verdeeld is als gezond verstand of 'common sense'. Moslims hebben er dus net zoveel van als christenen of atheïsten of hindoes. Confessionelen net zoveel als socialisten en liberalen evenveel als communisten. Indiërs net zoveel als Amerikanen en Bosjesmannen net zoveel als Nederlanders. Daaruit volgt dat er een hoop interessante discussies mogelijk zijn en we een hoop van elkaar zouden kunnen leren. Dan de bereidheid nog om af en toe eens na te denken en naar elkaar te luisteren.

Lang voor ik wat nader kennis maakte met de westerse filosofie maakte ik, filosofisch en dagdromerig ingesteld als ik ben, wel eens de grap dat filosoof zijn me wel iets leek; dan kon ik als ik weer eens het verwijt kreeg dat ik liep te dromen of er met mijn gedachten niet bij was altijd nog zeggen: maar ik ben aan het werk, ik denk na!



Zoals gezegd, ik ben geen filosoof (alhoewel .... zijn we dat toch niet allemaal een beetje?), maar ik heb er, zogezegd, wel ooit wat aan geroken. Mijn wat nadere kennismaking met de westerse academische filosofie vond plaats in het kader van een studie pedagogiek. Daar kregen we behalve de aan de filosofie verwante theoretische pedagogiek ook drie collegeseries filosofie. Vooral de eerste: inleiding in de geschiedenis van de wijsbegeerte door prof. dr. Jacob Klapwijk was een waar genoegen om te volgen. Deze aangename kennismaking plus enige ontvankelijkheid van mijn kant zijn mede verantwoordelijk voor het feit dat ik mij deze maand als huis-tuin-en-keuken- en zondagsdenker ook maar eens wat bezig wil houden deze eigenaardige bezigheid die als filosofie bekend staat.

Dick

Thursday, April 1, 2010

De maand van de filosofie (1)

Ik hoorde de afgelopen week een commercial voorbij komen waarin geroepen werd dat april de maand van de mond zou zijn. Nu had ik al eerder vernomen dat april de maand van de filosofie zou zijn en daar wil ik het maar op houden. De wijsbegeerte is mij namelijk heel wat sympathieker dan domme reclameboodschappen waar we de hele dag mee om de oren geslagen worden.

Zeg nou zelf: wat is er menselijker dan het verlangen en het zoeken naar een klein beetje wijsheid?
Als je in de boekhandel kijkt hoe vol de schappen staan met daarboven bordjes met termen als filosofie, theologie, religie, oosterse wijsheid, esoterie, zelfontplooiing of iets van dien aard dan zou je zeggen dat er een hoop wijsheid te koop is en dat het bijzonder in trek is. Maar helaas zie eens om je heen en kijk eens naar jezelf om te zien hoe vaak de wijsheid zoek lijkt, en dat niet alleeen als de wijn in de man is. (bij sommige lieden lijkt de wijsheid zelfs dan pas weer enige kans te krijgen)

Als we toch ergens behoefte aan hebben is het volgens mij wel aan wat wijsheid en ik ben benieuwd of we aan het eind van deze maand al iets opgeschoten zullen zijn in dat opzicht. Want ik neem aan dat we dan in april (en niet alleen vandaag 1 april?) wel veel filosofen en wijsheden zullen gaan horen, zien en lezen in de media. En als we ergens behoefte aan hebben is het wel ............?



In mijn Blog heb ik het woord 'wijsheid' al eens eerder laten vallen en misschien gaat dat deze maand nog wel eens gebeuren.

Het thema van deze maand van de filosofie is VRIJHEID.
Ja dat is altijd het lastige als je filosofen aan het woord laat; ze beginnen meteen over grote moeilijke en ingewikkelde zaken te praten. Het is niet anders!
In tegenstelling tot 'wijsheid' is 'vrijheid' een woord waar het publieke en politieke debat tegenwoordig bol van staat. Een wat evenwichtiger balans in het denken over deze begrippen zou al als een teken van wat wijsheid kunnen gelden.

Ian Buruma schreef het essay voor de maand van de filosofie:
Grenzen aan de vrijheid van de Sade tot Wilders

Hierin volgt Buruma het onderscheid van Isaiah Berlin tussen positieve en negatieve vrijheid.

Nog even een bekend citaat dat wij allen doorgaans lijken te onderschrijven:

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.


Art. 1 van de universele verklaring van de rechten van de mens.

Tuesday, March 30, 2010

Identiteit; den vaderlant getrouwe (3)

Die nationale identiteit heeft naar het zich laat aanzien nog heel wat voeten in de aarde of in ons geval in de klei. En dan reppen we nog met geen woord over onze Europese identiteit.


Wat typeert ons Nederland dan zo dat wij er identiteit, trots of wat dan ook aan ontlenen? Op de lagere school leerde ik over de tachtigjarige oorlog (moet je nu toch niet meer aan denken) de rebellie van een moedig en standvastig volk tegen het machtige Spaanse rijk; niet zonder trots werden ons 'geuzenverhalen' verteld over de 'Vader des vaderlands' en hoe bij Alkmaar de victorie begon. Heden ten dage schijnt diezelfde oorlog 'de opstand' te heten.
Met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kreeg Nederland qua grondgebied zo ongeveer zijn huidige vorm. De koopman en de dominee beleefde hun nadien ongeëvenaarde bloeiperiode in de zogeheten gouden eeuw waarin de Lage Landen kortstondig een levendige en dominante wereldmacht vormden.
In die tijd werd ook onze reputatie als een verdraagzaam volk gevestigd. Iets dat wij zelden nalaten om met enige trots op onze nationale identiteitsCV te vermelden.


Jan Leeghwater
bouwde zijn molens reeds zodat wij later konden polderen.





De volgende belangwekkende en vormende episode in de Nederlandse geschiedenis was een roerige tijd die begon met de Nederlandse of Bataafse revolutie van de patriotten. De ideeën en initiatieven uit de Bataafse Republiek, het Koninkrijk Holland en de inlijving bij Frankrijk hebben een nadrukkelijk en blijvend stempel op de ontwikkelingen van ons land gedrukt.
Een ander belangrijk gegeven in onze persoonlijke identiteit namelijk onze achternaam stamt ook veelal uit die periode; de mijne overigens niet want stamvader Dirck Adriaens droeg hem al in de 16de eeuw.
De franse tijd eindigde met de val van Napoleon bij zijn Waterloo. (later maakte de groep Abba met hun Waterloo nog eens furore op het Eurovisie songfestival maar dat raakt meer aan de Zweedse dan aan de Nederlandse identiteit)



De 19de eeuw was de eeuw van gesteggel om de macht tussen de Oranjes en de volksvertegenwoordiging. Het was ook de eeuw waarin we Nederlands Indië her- en veroverde en het koloniale gezag feitelijk gevestigd werd. En Multatuli schreef zijn Max Havelaar. In 1863 waren we relatief laat met het afschaffen van de slavernij. We besteden gewoonlijk ook maar weinig aandacht aan deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis. En bedenk eens welke gevolgen slavernij voor iemands identiteit kunnen/zullen hebben. Ook was het de eeuw van veel nieuwe uitvindingen die ons dagelijks leven geleidelijk aan ingrijpend zouden veranderen. En het was de eeuw van de industriële revolutie met in het kielzog de sociale kwestie.
In die eeuw zou Heinrich Heine ooit gezegd hebben: Als de wereld vergaat, ga ik naar Nederland.

Sinds die tijd gaat het gerucht dat alles hier vijftig jaar later gebeurt; hetgeen lange tijd natuurlijk ook zo was of leek te zijn.



Zo belanden we dan in de 20ste eeuw. Halverwege die vorige eeuw kwam mijn wieg dus in Nederland te staan hetgeen de vorming van mijn identiteit zoals gezegd in belangrijke mate bepaald heeft. In die zin zou je kunnen zeggen dat het mijn eeuw was, maar ik vind dat het toch vooral de eeuw van oma was! Oma heeft die eeuw namelijk op een paar jaar na volgemaakt. Tijdens haar leven hebben er twee wereldoorlogen gewoed. Ik heb geen idee of ze zichzelf erg bewust geweest is van die eerste; van die tweede in ieder geval wel. Ze zag in haar leven de komst en de opmars van de trein, de auto, het vliegtuig, de waterleiding, electriciteit, de telfoon, radio, tv en allerlei huishoudelijke apparatuur. Ze mocht met be- en verwondering toezien hoe de mens op de maan landde.

Oma kwam uit Friesland en het gezin waar ze uit kwam verhuisde naar Limburg om werk te vinden in de mijnstreek (de namen van Beppe, ome Tjerk en ome Sjoerd staan me nog bij). Oma en haar zuster tante Dora huwden in Noord-Holland. Tante Dora in Alkmaar en oma in Velsen of Wijk aan Zee en Duin. Oma trouwde, zoals zich raden laat, met opa. Opa was de zoon van een tuinder die van de Zuid-Hollandse eilanden naar het Noord-Hollandse trok. Ze kregen achtereenvolgens twee dochters en vier zonen; de eerste zoon heette Dirk en was mijn vader.

Hoe hoog oma het vaderland had zitten of dat getrouw was, weet ik niet helemaal. Het was me wel duidelijk dat oma het Woord Gods, het geloof, de kerk en de dominee nadrukkelijk trouw wilde en probeerde te blijven. In het verlengde daarvan zullen koningin en vaderland ook wel redelijk hoog gescoord hebben.
Als lagere schoolkind vertelde oma mij ooit een verhaal dat me altijd wat geïntrigeerd heeft. Ze vertelde hoe zij als 11 of 12-jarig meisje niet net als ik vanzelfsprekend maar naar school ging of vakantie had maar hoe ze ergens op de hei nabij Dokkum de schapen moest hoeden. En op een mooie zomerse dag was ze daar moederziel alleen de schapen hoedend, nietsvermoedend en van niets maar dan ook niets wetend getuige van een nagenoeg volledige zonsverduistering rond het middaguur. En oma vertelde hoe ze daar toen van geschrokken was en zich toen afvroeg of dat het wellicht de toorn Gods was die over de aarde neerdaalde en het einde der tijden en van deze wereld zou kunnen betekenen.
Dat bleek dus niet het geval en oma heeft na die ervaring nog zo'n 85 jaar verder geleefd en nog het een en ander gezien. En zo werd het dus alsnog de eeuw van mijn oma.



Helaas was het behalve dat ook de eeuw waarin Europa zich ten allerdiepste te schande gemaakt heeft door het idee van de verlichting te laten verworden tot zijn tegendeel en de Holocaust en de praktijk van 'ethnic cleansing' vruchten werden van de instrumentele rede.

Het was ook de eeuw waarin ongeveer tot ik geboren werd de Staat of het Koninkrijk der Nederlanden 's werelds grootste moslimbevolking binnen zijn grenzen herbergde. Sindsdien en nu nog altijd is dat dus Indonesië.

Sinds die tijd er ook het nodige veranderd in en aan dit land en de wereld waarin we leven.
Ik vraag me wel eens af in hoeverre zouden de ervaringen en het wereldbeeld van een schoolkind van nu en diens besef van het Nederlanderschap overeenkomen of verschillen van dat van mij in de vijftiger jaren? Ik vermoed dat zowel de verschillen als de overeenkomsten weleens groot zouden kunnen blijken te zijn.
En ik vraag me trouwens ook af: wat zegt dat terugkijken naar afkomst en geschiedenis dan helemaal over wie je bent ofwel je identiteit? Je persoonlijke geschiedenis, ervaringen en herinneringen zijn daar natuurlijk wel bepalend. Maar zou verder voor je identiteit niet veel meer van belang zijn welke aspiraties je hebt?, aan wie je je wilt spiegelen of met wie je je wilt identificeren?, wat je idealen zijn en wie en wat je wilt worden of bewerkstelligen?

Wednesday, March 24, 2010

Identiteit; ben ick van Duytschen bloet (2)

ben ick van Duytschen bloet



Het heeft de ooievaar of de goden, om mij duistere redenen, behaagd mijn wiegie (dat was trouwens geen stijfselkissie al zal het niet erg veel luxer zijn geweest) in Nederland neer te zetten en daarmee was meteen een belangrijk deel van mijn identiteit gegeven. Ik ben een Nederlander en ik heb een paspoort om dat zonodig te bewijzen.
Of ik daar nu trots op ben is weer een hele andere zaak die dan ook weer een belangrijk deel van mijn identiteit kan gaan uitmaken. De avonturen van ene mevrouw Verdonk die een politieke beweging rond dat thema trachtte te ontketenen moge ter illustratie dienen.
Mijn persoonlijke ervaringen met en gedachten over 'trots zijn op je land' zijn iets minder eenduidig dan die van genoemde tante Pollewop.

Als kind werd mij die trots, of althans vele redenen daartoe, als in die tijd te doen gebruikelijk met de paplepel ingegoten.
Toen ik mij als jongeling in de 60er jaren voor het eerst buiten onze landsgrenzen begaf, merkte ik al snel dat als Engelsen ons onderling Diets hoorde spreken zij ons vaak voor Duitsers aanzagen en velen een overduidelijke reserve naar ons toe in acht namen die als sneeuw voor de zon verdween op het moment dat het ze duidelijk werd dat je Nederlander was en vervolgens werd je overal warm onthaald. Hoewel ik mij nadrukkelijk doordrongen voelde van de aanleiding hiertoe, heb ik mij daar toch ook altijd enigszins opgelaten onder gevoeld en me weleens afgevraagd waar ik als persoon een dergelijke voorkeursbehandeling aan verdiend zou hebben. Ik heb daar overigens nooit openlijk bezwaar tegen aangetekend. Het voordeel van een identiteit die op geen enkele manier je eigen verdienste is maar wel goed in de markt ligt.



In diezelfde tijd leek er ook wel voldoende reden te zijn om als Nederlander trots te zijn op je land. We scoorden bijzonder goed in de meeste internationale ranglijsten aangaande welvaart, welzijn, gezondheid, industriële- en agrarische hoogstandjes en prestaties etcetera. Als ik dergelijke lijstjes vandaag de dag zie, lijkt het er toch op dat we op vele terreinen de top verlaten hebben. Het lijkt ook wel of ik steeds minder zie waar ik als Nederlander trots op zou kunnen/willen zijn. Met name ons imago van redelijkheid en tolerantie liep het afgelopen decennium flinke deuken op en het einde daarvan lijkt nog even niet in zicht. En als ik het huidige politieke debat en hoe dat gevoerd wordt in ons land bezie dan vervult dat mij eerder met schaamte dan met trots. Een belangrijk element daarin, het zogenoemde islamdebat is trouwens vooral ook een debat over identiteit en de(on)vrijheid om daar keuzes in te kunnen maken.

Die nationale identiteit van ons lijkt dus gevoelige snaren te kunnen raken.
Denk nog maar eens terug een paar jaar geleden toen het onze charmante en sympathieke, Argentijnse, nationale knuffelallochtoon en toekomstige koningin toch maar niet lukte om de vinger op de Nederlandse identiteit te leggen.
Maakte Máxima eens een zinnige opmerking over het onderwerp en daar begint de halve natie te steigeren en te sputteren. Moeten we het dan toch maar liever bij het koekje bij de thee houden?

Nu ben ik op grond van mijn afkomst en geschiedenis wat sterker vergroeid met mijn Nederlandse identiteit dan Máxima, wiens mening over dit onderwerp mij overigens zeer sympathiek is.
Maar als we toch wat meer duidelijkheid nodig lijken te hebben dan wil ik hier ook mijn duit wel in het zakje doen: we weten volgens mij eigenlijk dondersgoed wie en wat we zijn en je hoort ons dan ook regelmatig zeggen 'wij zijn een volk van kooplieden en dominees'.
Zelfs in een officiëel welkomswoord aan nieuwkomers wordt op blz.5 dit de nieuweling expliciet diets gemaakt.
En zo is het en niet anders! Behalve uit de klei getrokken en nog een paar andere dingen zijn we ook steeds en altijd kooplieden en dominees. Kijk maar eens goed om u heen en zie hoe opportuun en geldbelust al die bestuurders, managers, verkopers, colporteurs, berekende burgers en andere gelukszoekers zich gedragen; het zijn gewoon kooplieden in een ander jasje. En denk niet dat we gezien de ontkerkelijking een gebrek aan dominees zouden hebben; u moet niet afgaan op de bef en toga maar op de preken die u van verschillende richtingen om de oren krijgt en hoe goed wij zijn in het een ander vertellen hoe het moet.

Zo daar zijn we dan ook weer uit!
Het schijnt dat het oude gezegde dat de koopman het vaak van de dominee wint ook weer met enige regelmaat gehoord wordt. Het verschil met vroeger is wel dat we dat nu zonder blikken of blozen en niet met de minste scrupule constateren en roepen.

Mochten we het erg moeilijk met onze nationale identiteit hebben of krijgen lijkt mij de geeigende oplossing om eens wat vers bloed uit andere culturen uit te nodigen en op te nemen.

Sunday, March 21, 2010

Identiteit; wie ben ik?(1)

Halverwege de vorige eeuw werd ik in Beverwijk geboren. In de gemeente-archieven aldaar wordt melding gemaakt van dat feit. In dat seculiere doopceel, ook wel geboorteakte genoemd, valt te lezen hoe mijn volledige naam luidt, of ik een jongen of een meisje ben, wie mijn ouders zijn en alwaar ik op welke datum en om welke tijd geboren werd. Dat laatste is wel handig als ik later op zoek naar mijzelf nog eens een astroloog zou willen raadplegen. Die wil dan namelijk een zo nauwkeurig mogelijke plaats en tijd van geboorte weten om de ascendant en nog wat van die dingen te kunnen berekenen teneinde mijn lot en/of mijn karakter bloot te kunnen leggen.
En laten we eerlijk zijn, het leven is toch eigenlijk niet veel meer dan een grote en lange zoektocht naar onszelf? Het draait allemaal om de vraag: Wie ben ik? Wie ben jij? Wie zijn wij?

Dit ben ik!


Ergens in Griekenland, dat land waarvan men zegt dat daar onze europese beschaving begon en waar het failliet van de europese munt nu een begin dreigt te nemen, ligt Delphi. En daar in Delphi bevinden zich de ruïnes van waar ooit het orakel spreekuur hield. Dat orakel moeten we helaas ten node missen maar in de wanden, van wat rest, van de tempel staat nog immer wijze raad gebeiteld zoals: "Ken u zelf" en "Alles met mate". Die laatste lijkt wel totaal vergeten of daar 'hebben we niet zoveel mee', zoals men tegenwoordig pleegt te zeggen. Die eerste vervat in de vraag wie ben ik? lijken we daarentegen bijna altijd wel op de een of andere manier mee te worstelen.
Met die vraag naar onze identiteit.