Het hier-en-nu is bepaald geen begrip dat altijd prominent aanwezig was in of eigen is aan onze westerse cultuur.
Het speelt als thema geen rol van belang in onze godsdienstige of filosofische traditie, hoewel sommige mystici en wellicht wat verdwaalde hedonisten en existentialisten de uitzonderingen zouden kunnen zijn die de regel bevestigen.
In de hoofdstromingen van het christendom was het hiernumaals vaak vooral een door-en-door zondig en treurig tranendal en moest de blik en alle energie toch vooral gericht op het daar (= bij God) en dan (= het hiernamaals). En voor de islam zal in grote lijnen iets dergelijks gelden met dien verstande dat het er in het verleden vaak wat minder streng en fanatiek aan toe ging, dat God daar Allah heet en het verblijf in de hemel nog opgeleukt kan worden met een schare welverdiende schone maagden.
Het hier-en-nu als gegeven dat serieuze aandacht behoeft en als kunst en als kunde geoefend en beoefend kan worden om ons inzicht in de aard der dingen en ons zelfinzicht te vergroten speelt daarentegen wel een belangrijke rol in het boeddhisme.
Het begrip en de kreet hier-en-nu is vooral door de groei- en bloeibewegingen uit de zeventiger jaren onderdeel van ons vocabulair geworden. En dan m.n. door de gestalt-therapie van Fritz Perls.
Het uit het boeddhisme overgenomen begrip werd hier als technisch-therapeutisch middel ingezet om veelal onwelgevallige emoties niet weg te stoppen of weg te rationaliseren. En het werd én wordt in wat heet 'lichaamswerk' doorgaans geoefend door de aandacht te richten op lichamelijke sensaties zoals de ademhaling; evenals dat in veel boeddhistische stromingen het geval is.
Wie zich ooit wel eens wat in het zen-boeddhisme verdiept heeft of wel eens een paar haiku's gelezen heeft, zal vast gemerkt en geproefd hebben dat deze richting van het boeddhisme doordesemd is van de hier-en-nu gedachte.
En langs de weg van het zen-boeddhisme en een off-shoot daarvan onder de naam van 'mindfulness' lijkt het hier-en-nu begrip weer een nieuwe opleving en opmars in onze westerse cultuur te gaan maken.
Enerzijds via de viëtnamese monnik Thich Nhat Hanh die nogal populair lijkt te zijn en zijn pleidooi voor bewuster leven vanuit Zuid-Frankrijk voert.
Anderzijds via het werk van Jon Kabat-Zinn die mindfulness in de reguliere geneeskunde en therapievormen heeft geïntroduceerd. Naar het zich laat aanzien is deze kruisbestuiving van blijvende aard en worden er m.n. bij (recidiverende) depressies goede resultaten mee bereikt.
In bovengenoemde gevallen is het bewust nastreven van de hier-en-nu ervaring bepaald geen sinecure en vereist het een dermate aandacht, motivatie, oefening en volharding van de persoon zelf dat het toch iets van een geheel andere orde lijkt dan wat er bedoeld kan worden met een cliënt in het hier-en-nu te brengen of te houden.
En mag van degenen die zoiets propageren toch wel enige toelichting over het hoe-en-wat verwacht worden.
Wellicht is het voor ons begrip van het een en ander ook nuttig om te bedenken dat wat ons mensen van het dier onderscheidt voor een belangrijk deel gegeven is met het feit dat wij, mede doordat we talige wezens zijn, niet gevangen zijn in het hier-en-nu en ons er los van kunnen maken middels onze verbeelding.
.
Friday, December 25, 2009
Nu dan eens iets over het hier-en-nu
Over het hier-en-nu dus. Want het hier-en-nu lijkt zich in een stijgende populairiteit te mogen verheugen.
Ik hoor althans de term met enige regelmaat vallen en ook op mijn werk lijkt het 'de cliënt in het hier-en-nu houden' hard op weg een gevleugelde kreet te gaan worden.
Zo was er enige tijd geleden een commissie die de situatie en begeleiding van een bepaalde cliënt speciaal onder de loep nam en ons als begeleiders ondermeer de instructies/aanbevelingen meegaf de cliënt steeds in het hier-en-nu te houden en zo veel mogelijk succeservaringen te laten opdoen.
Dit zonder veel verdere nuancering of toelichting over het hoe, er blijkbaar van uitgaande dat dat ons als professionals toch wel helder zou moeten zijn.
In de praktijk bleek mij al snel dat de opvattingen over hoe dat gestalte te geven toch behoorlijk en soms verrassend onverwacht uiteen kunnen lopen.
Op enig moment en ruim een maand na dato schiet het mij te binnen dat de betreffende cliënt tijdens mijn vakantie naar een belangrijk familiefeest zou zijn gegaan en tijdens de koffie informeer ik daar dus eens naar.
Subiet word ik door een collega onderbroken met de mededeling dat wij het daar niet over mogen hebben gezien de opdracht deze cliënt steeds in het hier-en-nu te houden.
Op dat moment heb ik het erbij gelaten en het op een later tijdstip weer ter sprake gebracht tegenover de collega in een poging die tot andere gedachten over deze kwestie brengen. Dat laatste is vrees ik niet volledig gelukt, want de opdracht was toch helder en regel is toch regel en daar houden wij ons toch aan of niet soms?
Dit ingedikte doch waargebeurde verhaaltje memoreer ik hier omdat het mijn inziens in meerdere opzichten uitermate illustratief is.
Om te beginnen laat het eens temeer duidelijk zien dat het in ons vak van pedagogisch begeleider niet slim is om aanbevelingen te letterlijk te nemen en om opdrachten zomaar blindelings uit te voeren.
Vervolgens en aansluitend illustreert het klip-en-klaar dat de slag theorie-praktijk of instructie-uitvoering in het pedagogische werk niet zonder interpretatie en duiding kan.
In onderhavig geval werd te hooi en te gras gepoogd de cliënt in het hier-en-nu te houden door 's morgens elke vraag en verwijzing naar tussen de middag en op dat moment weer elke vraag of verwijzing naar de middag te vermijden of af te kappen.
En bij ons op het werk 's middags dito receptuur naar alles betreffende de leefgroep. Dat zoiets bijna per definitie tot mislukken gedoemd is en dan in niet onaanzienlijke mate van het inzicht en de willekeur van de begeleiding afhankelijk wordt lijkt mij helder.
Daarbij komt dat als je een dergelijke benaderingswijze al te strikt en consequent toepast je maakt dat iemand voor zover hij/zij niet al een beetje verknipt is dat alsnog met zekerheid wordt. Dat alleen al om reden dat je iemand weert uit elke vorm van normale en gangbare conversatie; ons aller conversatie bestaat voor minstens 90% uit wat we meegemaakt hebben en wat we daarvan vonden, wat we nog gaan doen en wat we van plan zijn.
Sluit iemand eens een half jaar in bovenstaande zin uit van normale omgang en ga dan zomaar weer eens normaal doen; dan voelt ie zich hoogst ongemakkelijk, wordt wantrouwig en/of slaat helemaal op tilt! Gek, he?
Dan gold in dit geval dat normale en voor beide partijen bevredigend lopende conversatie op dat moment zeldzaam was en zondermeer als een succeservaring voor de cliënt werkte; en dit betrof nu een uitgelezen gespreksonderwerp en geschikte gelegenheid daarvoor die nu voorbij ging.
Volgens mij werd er iets anders beoogd met 'de cliënt in het hier-en-nu houden'.
En het komt me voor dat in pedagogische settings deze term wat nuance en toelichting behoeft en wellicht wat meer aan begrippen als taakgerichtheid en het sturen van de aandacht gekoppeld zou moeten worden.
Verder is het ook een mooi voorbeeld van de algemeen menselijke ervaring dat we soms iets anders of het tegendeel bewerkstelligen van hetgeen we aanvankelijk beoogden te bereiken.
Binnenkort nog wat losse flarden over het hier-en-nu, maar dat wordt natuurlijk wel daar-en-dan.
P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.
Ik hoor althans de term met enige regelmaat vallen en ook op mijn werk lijkt het 'de cliënt in het hier-en-nu houden' hard op weg een gevleugelde kreet te gaan worden.
Zo was er enige tijd geleden een commissie die de situatie en begeleiding van een bepaalde cliënt speciaal onder de loep nam en ons als begeleiders ondermeer de instructies/aanbevelingen meegaf de cliënt steeds in het hier-en-nu te houden en zo veel mogelijk succeservaringen te laten opdoen.
Dit zonder veel verdere nuancering of toelichting over het hoe, er blijkbaar van uitgaande dat dat ons als professionals toch wel helder zou moeten zijn.
In de praktijk bleek mij al snel dat de opvattingen over hoe dat gestalte te geven toch behoorlijk en soms verrassend onverwacht uiteen kunnen lopen.
Op enig moment en ruim een maand na dato schiet het mij te binnen dat de betreffende cliënt tijdens mijn vakantie naar een belangrijk familiefeest zou zijn gegaan en tijdens de koffie informeer ik daar dus eens naar.
Subiet word ik door een collega onderbroken met de mededeling dat wij het daar niet over mogen hebben gezien de opdracht deze cliënt steeds in het hier-en-nu te houden.
Op dat moment heb ik het erbij gelaten en het op een later tijdstip weer ter sprake gebracht tegenover de collega in een poging die tot andere gedachten over deze kwestie brengen. Dat laatste is vrees ik niet volledig gelukt, want de opdracht was toch helder en regel is toch regel en daar houden wij ons toch aan of niet soms?
Dit ingedikte doch waargebeurde verhaaltje memoreer ik hier omdat het mijn inziens in meerdere opzichten uitermate illustratief is.
Om te beginnen laat het eens temeer duidelijk zien dat het in ons vak van pedagogisch begeleider niet slim is om aanbevelingen te letterlijk te nemen en om opdrachten zomaar blindelings uit te voeren.
Vervolgens en aansluitend illustreert het klip-en-klaar dat de slag theorie-praktijk of instructie-uitvoering in het pedagogische werk niet zonder interpretatie en duiding kan.
In onderhavig geval werd te hooi en te gras gepoogd de cliënt in het hier-en-nu te houden door 's morgens elke vraag en verwijzing naar tussen de middag en op dat moment weer elke vraag of verwijzing naar de middag te vermijden of af te kappen.
En bij ons op het werk 's middags dito receptuur naar alles betreffende de leefgroep. Dat zoiets bijna per definitie tot mislukken gedoemd is en dan in niet onaanzienlijke mate van het inzicht en de willekeur van de begeleiding afhankelijk wordt lijkt mij helder.
Daarbij komt dat als je een dergelijke benaderingswijze al te strikt en consequent toepast je maakt dat iemand voor zover hij/zij niet al een beetje verknipt is dat alsnog met zekerheid wordt. Dat alleen al om reden dat je iemand weert uit elke vorm van normale en gangbare conversatie; ons aller conversatie bestaat voor minstens 90% uit wat we meegemaakt hebben en wat we daarvan vonden, wat we nog gaan doen en wat we van plan zijn.
Sluit iemand eens een half jaar in bovenstaande zin uit van normale omgang en ga dan zomaar weer eens normaal doen; dan voelt ie zich hoogst ongemakkelijk, wordt wantrouwig en/of slaat helemaal op tilt! Gek, he?
Dan gold in dit geval dat normale en voor beide partijen bevredigend lopende conversatie op dat moment zeldzaam was en zondermeer als een succeservaring voor de cliënt werkte; en dit betrof nu een uitgelezen gespreksonderwerp en geschikte gelegenheid daarvoor die nu voorbij ging.
Volgens mij werd er iets anders beoogd met 'de cliënt in het hier-en-nu houden'.
En het komt me voor dat in pedagogische settings deze term wat nuance en toelichting behoeft en wellicht wat meer aan begrippen als taakgerichtheid en het sturen van de aandacht gekoppeld zou moeten worden.
Verder is het ook een mooi voorbeeld van de algemeen menselijke ervaring dat we soms iets anders of het tegendeel bewerkstelligen van hetgeen we aanvankelijk beoogden te bereiken.
Binnenkort nog wat losse flarden over het hier-en-nu, maar dat wordt natuurlijk wel daar-en-dan.
P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.
Sunday, December 6, 2009
Even terugblikken
Nu het jaar weer ten einde loopt even een kleine hapsnap terugblik:
Dit jaar redelijk wat geschreven ofschoon het maar bij een beperkt aantal terugkerende onderwerpen bleef.
Helaas geen reacties gekregen dit jaar hetgeen kan betekenen dat geen hond dit leest.
Misschien zijn de stukjes te lang, de thema's te specialistisch of te moeilijk en is mijn schrijfstijl niet de meest toegankelijke voor de huidige (Blog-) lezer.
En wellicht is potentiëel geïnteresseerde groep te klein of deze Blog niet in hun blikveld.
Ik denk dat ik toch wel even op deze voet door wil gaan met liefst wat meer en compactere stukjes.
In een eerder stukje dit jaar schreef ik
In de laatste bijeenkomst werd mij aan het eind bijna, als een PSje, nog even vriendelijk toegevoegd: en o ja, er komt een nieuwe DSM aan hoor; en de nieuwe bevindingen uit hersenonderzoek worden daarin meegenomen!
En dat was dus het hele antwoord op dat ik kreeg op mijn vraag.
Van de deskundigen moet je het maar hebben!
Nu had ik nog een vraag gesteld namelijk of er ook subcategorieën bekend zijn en of en hoe daar onderzoek naar gedaan wordt.
Op deze vraag kwam in het geheel geen reactie.
De vraag was overigens eerder bij mij opgekomen toen ik op mijn werk mijn kopzorgen over een zeer zorgelijke zorgplansystematiek wilde/moest ventileren.
Ik verkeerde toen nog in de naïeve veronderstelling dat men wellicht met andere instellingen en pedagogische faculteiten zou samenwerken in de ontwikkeling van een geautomatiseerde zorgplansystematiek. En dat dat mogelijkheden zou kunnen bieden voor koppeling aan dataverzameling voor onderzoek naar subgroepen binnen de ASD populatie.
Het lijkt me niet ondenkbaar en niet onwaarschijnlijk dat er op grond van duidelijk onderscheiden clusters in de gedragskenmerken en diagnostische criteria er subgroepen te onderscheiden zijn met praktische implicaties voor vormen van behandeling en bejegening.
Daarbij zouden dergelijke bevindingen zich uistekend kunnen lenen voor verwerking in een expertprogramma.
Inmiddels weet ik dat ik niet de enige ben die langs die lijnen denkt, zie Tony Charman hierover, maar dat de vraag nog wat prematuur is voor een uitgesproken antwoord en dat ik op mijn werk een beetje voor de troepen uit lijk te lopen.
Dit alles kwam weer bij mij boven drijven toen ik van de week las dat er weer een nieuwe aflevering van de cursus 'psychiatrische ziektebeelden' op stapel staat.
En ik ben dan benieuwd of er op grond van de evaluatie iets in de opzet en het doel veranderd is t.o.v. de vorige editie. Toen was de cursus vooral gericht op het bijbrengen en trainen van (nieuwe) vaardigheden en niet zozeer op het verwerven van kennis. En de belangrijkste bevindingen uit de evaluatie waren dat niemand in het werk iets anders deed of iets nieuws kon toepassen maar dat iedereen de cursus toch wel nuttig en leerzaam gevonden had.
Dan word ik dus heel nieuwsgierig wat men met zo'n bevinding doet!
Dan nog even terugkomend op de zorgplanperikelen en de automatisering daarvan:De bedoeling toen van de dagelijkse rapportage was en de instructie erbij luidde expliciet dat er niet gerapporteerd zou worden over dagelijks terugkerende gebeurtenissen, activiteiten en bv. roostergerelateerde zaken als die al elders beschreven stonden of te vinden zouden zijn. Er zouden uitsluitend uitzonderingen en afwijkingen in de rapportage vermeld dienen te worden.
Waarvoor, waartoe? Om het zorgproces te kunnen robotiseren? Ik vond dit weer een heel curieuze kronkel en bleef gewoon steeds daar waar ik dat zinnig of vermeldenswaardig achtte de dagelijkse gebeurtenissen vermelden en beschrijven; en heb daar nooit enig negatief commentaar over ontvangen.
Nu komt er een aantal weken geleden een mailtje van het automatische rapportageteam met het verzoek om toch ook eens te vermelden wat de cliënten zoal doen overdag; want dat zou toch ook wel leuk zijn en bovendien was de inspectie er een beetje over gevallen dat dat wat slecht uit de verf kwam.
Ja ja wil ik hier nog iets van zeggen...nee laat ik dat maar niet doen maar ik wil nog wel even vermelden dat veel van mijn collega's de laatste weken erg druk waren met het op de valreep invullen van de ZZP's (nee geen zelfstandige zonder maar zorg zwaarte paketten) en dat behelst het aangeven per cliënt welke activiteiten/interventies het personeel verricht en hoeveel tijd daarmee gemoeid is.
Klinkt als een soort van tijdschrijven en men kreeg hier per cliënt 4 uur voor (zou die ook verdisconteerd worden denk ik dan).
Dick
.
Dit jaar redelijk wat geschreven ofschoon het maar bij een beperkt aantal terugkerende onderwerpen bleef.
Helaas geen reacties gekregen dit jaar hetgeen kan betekenen dat geen hond dit leest.
Misschien zijn de stukjes te lang, de thema's te specialistisch of te moeilijk en is mijn schrijfstijl niet de meest toegankelijke voor de huidige (Blog-) lezer.
En wellicht is potentiëel geïnteresseerde groep te klein of deze Blog niet in hun blikveld.
Ik denk dat ik toch wel even op deze voet door wil gaan met liefst wat meer en compactere stukjes.
In een eerder stukje dit jaar schreef ik
Nu volg ik toevallig net een cursus 'psychiatrische ziektebeelden' op mijn werk.
Deze cursus bestaat uit 5 dagdelen en voor de aanvang werd ons gevraagd met vragen te komen.
Een vraag van mij was of er bekend is of er binnenkort een nieuwe versie van de DSM te verwachten valt waarin de vele ontdekkingen uit het hersenonderzoek van de afgelopen decennia verwerkt zijn? En of er al iets te zeggen valt over welke richtingen dat uit zou kunnen gaan?
Bij de eerste bijeenkomst werd deze vraag als bijzonder interessant getypeerd, maar dat is alles wat ik er na inmiddels vier bijeenkomsten over vernomen heb. Dus ik ben benieuwd of men er op de komende en laatste cursusdag nog op terugkomt.
In de laatste bijeenkomst werd mij aan het eind bijna, als een PSje, nog even vriendelijk toegevoegd: en o ja, er komt een nieuwe DSM aan hoor; en de nieuwe bevindingen uit hersenonderzoek worden daarin meegenomen!
En dat was dus het hele antwoord op dat ik kreeg op mijn vraag.
Van de deskundigen moet je het maar hebben!
Nu had ik nog een vraag gesteld namelijk of er ook subcategorieën bekend zijn en of en hoe daar onderzoek naar gedaan wordt.
Op deze vraag kwam in het geheel geen reactie.
De vraag was overigens eerder bij mij opgekomen toen ik op mijn werk mijn kopzorgen over een zeer zorgelijke zorgplansystematiek wilde/moest ventileren.
Ik verkeerde toen nog in de naïeve veronderstelling dat men wellicht met andere instellingen en pedagogische faculteiten zou samenwerken in de ontwikkeling van een geautomatiseerde zorgplansystematiek. En dat dat mogelijkheden zou kunnen bieden voor koppeling aan dataverzameling voor onderzoek naar subgroepen binnen de ASD populatie.
Het lijkt me niet ondenkbaar en niet onwaarschijnlijk dat er op grond van duidelijk onderscheiden clusters in de gedragskenmerken en diagnostische criteria er subgroepen te onderscheiden zijn met praktische implicaties voor vormen van behandeling en bejegening.
Daarbij zouden dergelijke bevindingen zich uistekend kunnen lenen voor verwerking in een expertprogramma.
Inmiddels weet ik dat ik niet de enige ben die langs die lijnen denkt, zie Tony Charman hierover, maar dat de vraag nog wat prematuur is voor een uitgesproken antwoord en dat ik op mijn werk een beetje voor de troepen uit lijk te lopen.
Dit alles kwam weer bij mij boven drijven toen ik van de week las dat er weer een nieuwe aflevering van de cursus 'psychiatrische ziektebeelden' op stapel staat.
En ik ben dan benieuwd of er op grond van de evaluatie iets in de opzet en het doel veranderd is t.o.v. de vorige editie. Toen was de cursus vooral gericht op het bijbrengen en trainen van (nieuwe) vaardigheden en niet zozeer op het verwerven van kennis. En de belangrijkste bevindingen uit de evaluatie waren dat niemand in het werk iets anders deed of iets nieuws kon toepassen maar dat iedereen de cursus toch wel nuttig en leerzaam gevonden had.
Dan word ik dus heel nieuwsgierig wat men met zo'n bevinding doet!
Dan nog even terugkomend op de zorgplanperikelen en de automatisering daarvan:De bedoeling toen van de dagelijkse rapportage was en de instructie erbij luidde expliciet dat er niet gerapporteerd zou worden over dagelijks terugkerende gebeurtenissen, activiteiten en bv. roostergerelateerde zaken als die al elders beschreven stonden of te vinden zouden zijn. Er zouden uitsluitend uitzonderingen en afwijkingen in de rapportage vermeld dienen te worden.
Waarvoor, waartoe? Om het zorgproces te kunnen robotiseren? Ik vond dit weer een heel curieuze kronkel en bleef gewoon steeds daar waar ik dat zinnig of vermeldenswaardig achtte de dagelijkse gebeurtenissen vermelden en beschrijven; en heb daar nooit enig negatief commentaar over ontvangen.
Nu komt er een aantal weken geleden een mailtje van het automatische rapportageteam met het verzoek om toch ook eens te vermelden wat de cliënten zoal doen overdag; want dat zou toch ook wel leuk zijn en bovendien was de inspectie er een beetje over gevallen dat dat wat slecht uit de verf kwam.
Ja ja wil ik hier nog iets van zeggen...nee laat ik dat maar niet doen maar ik wil nog wel even vermelden dat veel van mijn collega's de laatste weken erg druk waren met het op de valreep invullen van de ZZP's (nee geen zelfstandige zonder maar zorg zwaarte paketten) en dat behelst het aangeven per cliënt welke activiteiten/interventies het personeel verricht en hoeveel tijd daarmee gemoeid is.
Klinkt als een soort van tijdschrijven en men kreeg hier per cliënt 4 uur voor (zou die ook verdisconteerd worden denk ik dan).
Dick
.
Sunday, November 8, 2009
Theorie en praktijk - Er is niets zo praktisch als .....
Ga ik dan nu eens vertellen wat ik zelf zo pleeg te zeggen? Nee dat moest ik maar niet doen!
Ik wil wel weer iemand citeren en nu eens geen familie maar een van de grondleggers van de sociale psychologie, te weten Kurt Lewin.
Van hem is de onovertroffen uitspraak: Er is niets zo praktisch als een goede theorie.
Nu heb ik doorgaans een broertje-dood aan one-liners maar dit is wat mij betreft toch een waarheid als een koe en een uitspraak die getuigt van praktische wijsheid en een verstandige pragmatische instelling. Kortom één om in te lijsten (in een gouden lijstje, uiteraard) en zo nu en dan de gedachten eens over te laten gaan.
Over de verhouding theorie-praktijk valt het nodige te zeggen en er zijn inmiddels vast wel een paar bibliotheken over volgeschreven.
De belangstelling en het belang vanuit wetenschapsfilosofisch perspectief zal duidelijk zijn.
Maar tegenwoordig wordt nagenoeg iedereen op enig moment en in enigerlei mate geconfrontreerd met kwesties rond de verhouding theorie-praktijk en de vermeende of gevoelde kloof tussen beiden. De huidige praktijk van onderwijs en scholing leunt zozeer op de theoretische leerweg en het toetsen op de theorie dat als daar geen nog grotere kloof mee gecreëerd wordt, hij in ieder geval vet onderstreept wordt.
In de meeste werksoorten en arbeidssituaties zien we vernieuwingen en veranderingen doorgevoerd worden in organisatie- en/of communicatiemodellen, werkmethoden, automatiseringsprojecten e.d. die dan, zoals dat dan heet, geïmplementeerd moeten worden en dan zomaar kan blijken dat de theorie van het management niet altijd strookt met de praktijk van de werkvloer. We hebben er allemaal mee te maken en vinden er allemaal wel iets van.
Een veelgehoorde maar weinig vruchtbare opvatting over theorie en praktijk is dat we de theorie beter maar zoveel mogelijk kunnen vermijden en links laten liggen als zijnde filosofisch geneuzel dat de praktijk alleen maar in de weg kan staan. Een tijdverdrijf voor witte boorden en luie mensen, maar niet voor ons pragmatici die van wanten weten.
Dit is uiteraard een niet serieus te nemen notie veelal gebezigd door cynische, domme of verbitterde lieden die vergeten dat hun particuliere opvattingen en verwachtingen ook maar theorietjes over de praktijk zijn en die allang niet meer van zins lijken om die theorietjes ooit nog eens aan de werkelijkheid te toetsen.
De meest gangbare en uitermate vruchtbare opvatting over genoemde verhouding sluit direct aan op de uitspraak van Lewin en getuigt van veel common sense.
Hierbij is de gedachte dat onze theorie(tjes), hoe omvangrijk of hoe miniem dan ook, hoe ingewikkeld en geconstrueerd of hoe simpel dan ook, hoe bewust of hoe onbewust dan ook, een weerspiegeling of model van de werkelijkheid poogt te zijn danwel is.
En dan blijkt er dus geen praktischer navigatiegereedschap om ons in deze wereld te bewegen dan een goede theorie. Simpel; een kind kan de was doen!
En als de dingen gaan wringen, we van koers raken of maar niet vooruitkomen moeten we of onze theorie of onze perceptie van de werkelijkheid blijkbaar eens herzien.
Quasi analoog aan de wil die wel sterk zou zijn maar het vlees dat zo zwak is, wordt nogal al eens gezegd dat de praktijk of de werkelijkheid weerbarstig is; nu toont de werkelijkheid zich vaak weerbarstig omdat hij zo complex is, maar het is natuurlijk ook een mooie kafkaiaanse wending om in geval van een krakkemikkige theorie de praktijk maar weerbarstig te noemen.
Dat verstandig en logisch redeneren en vervolgens de resultaten daarvan toetsen weliswaar noodzakelijk maar niet voldoende zijn om onze wetenschappelijke kennis te funderen betoogt David Deutsch hier op onderhoudende wijze:
De aard van wetenschappelijke verklaringen
Het gaat hier uiteraard over verklaringen betreffende de fysieke wereld en laat Lewin's stelling dat er niets boven een goede theorie gaat natuurlijk onverlet.
In het werk van groepsleiding, verpleegkundigen, activiteitenbegeleiders en therapeuten in de gehandicaptenzorg, jeugdzorg, psychiatrie en aanverwante takken van sport speelt de vertaling van theorie naar praktijk en de terugkoppeling daarvan een grote en alom aanwezige rol in de dagelijkse praktijk.
Denk aan aan Bowlby, Freud of Piaget; denk aan hechtingsstoornissen of hoe iemand met een autistische stoornis de wereld zou ervaren etcetera; er hangt een lappendeken van theorie(tjes) over ons werk.
En dan houden we er nog veelal allerlei persoonlijke opvattingen en inschattingen op na over hoe iemand in elkaar steekt, waar hij of zij behoefte aan zou hebben of het meest gebaat bij zou zijn en welk effect ons gedrag en interventies zouden hebben. En dat zijn natuurlijk net zo goed theorietjes die bevraagd of getoetst zouden kunnen worden. Wellicht allemaal een beetje teveel om van een goede theorie te kunnen spreken.
Toch lenen bepaalde theoretische manieren van kijken naar je werk zich naar mijn smaak bij uitstek voor praktisch gebruik. Zo heb ik de laatste paar jaar, mede gestuurd door persoonlijke ervaringen op het werk, de gewoonte ontwikkeld om te kijken en denken in termen van beheersmodus en ontwikkelingsmodus.
Dat betekent dat ik behalve naar de vermeende behoeften van de client toch ook steeds naar de intentie en het effect van mijn eigen handelen moet kijken.
Ik ervaar dit als een bijzonder nuttig theoretisch kader dat een beetje als een socratische vraagmethode werkt en mijn zicht op de praktijk verheldert.
Daarbij geldt natuurlijk als algemene regel dat het hanteren van en het werken in de beheersmodus nodig kan zijn maar dan een noodzakelijk kwaad blijft en dat daar waar mogelijk onze aandacht en de energie naar de ontwikkelingsmodus gebracht moet worden.
Ik zou zeggen: collega's wellicht is dit zo'n aardig theorietje dat heel praktisch kan blijken in het gebruik. Ik kan het ten zeerste aan bevelen en ik zou graag eens vernemen wat anderen als praktisch bruikbaar theoretisch kader c.q. richtlijn ervaren hebben.
P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.
Ik wil wel weer iemand citeren en nu eens geen familie maar een van de grondleggers van de sociale psychologie, te weten Kurt Lewin.
Van hem is de onovertroffen uitspraak: Er is niets zo praktisch als een goede theorie.
Nu heb ik doorgaans een broertje-dood aan one-liners maar dit is wat mij betreft toch een waarheid als een koe en een uitspraak die getuigt van praktische wijsheid en een verstandige pragmatische instelling. Kortom één om in te lijsten (in een gouden lijstje, uiteraard) en zo nu en dan de gedachten eens over te laten gaan.
Over de verhouding theorie-praktijk valt het nodige te zeggen en er zijn inmiddels vast wel een paar bibliotheken over volgeschreven.
De belangstelling en het belang vanuit wetenschapsfilosofisch perspectief zal duidelijk zijn.
Maar tegenwoordig wordt nagenoeg iedereen op enig moment en in enigerlei mate geconfrontreerd met kwesties rond de verhouding theorie-praktijk en de vermeende of gevoelde kloof tussen beiden. De huidige praktijk van onderwijs en scholing leunt zozeer op de theoretische leerweg en het toetsen op de theorie dat als daar geen nog grotere kloof mee gecreëerd wordt, hij in ieder geval vet onderstreept wordt.
In de meeste werksoorten en arbeidssituaties zien we vernieuwingen en veranderingen doorgevoerd worden in organisatie- en/of communicatiemodellen, werkmethoden, automatiseringsprojecten e.d. die dan, zoals dat dan heet, geïmplementeerd moeten worden en dan zomaar kan blijken dat de theorie van het management niet altijd strookt met de praktijk van de werkvloer. We hebben er allemaal mee te maken en vinden er allemaal wel iets van.
Een veelgehoorde maar weinig vruchtbare opvatting over theorie en praktijk is dat we de theorie beter maar zoveel mogelijk kunnen vermijden en links laten liggen als zijnde filosofisch geneuzel dat de praktijk alleen maar in de weg kan staan. Een tijdverdrijf voor witte boorden en luie mensen, maar niet voor ons pragmatici die van wanten weten.
Dit is uiteraard een niet serieus te nemen notie veelal gebezigd door cynische, domme of verbitterde lieden die vergeten dat hun particuliere opvattingen en verwachtingen ook maar theorietjes over de praktijk zijn en die allang niet meer van zins lijken om die theorietjes ooit nog eens aan de werkelijkheid te toetsen.
De meest gangbare en uitermate vruchtbare opvatting over genoemde verhouding sluit direct aan op de uitspraak van Lewin en getuigt van veel common sense.
Hierbij is de gedachte dat onze theorie(tjes), hoe omvangrijk of hoe miniem dan ook, hoe ingewikkeld en geconstrueerd of hoe simpel dan ook, hoe bewust of hoe onbewust dan ook, een weerspiegeling of model van de werkelijkheid poogt te zijn danwel is.
En dan blijkt er dus geen praktischer navigatiegereedschap om ons in deze wereld te bewegen dan een goede theorie. Simpel; een kind kan de was doen!
En als de dingen gaan wringen, we van koers raken of maar niet vooruitkomen moeten we of onze theorie of onze perceptie van de werkelijkheid blijkbaar eens herzien.
Quasi analoog aan de wil die wel sterk zou zijn maar het vlees dat zo zwak is, wordt nogal al eens gezegd dat de praktijk of de werkelijkheid weerbarstig is; nu toont de werkelijkheid zich vaak weerbarstig omdat hij zo complex is, maar het is natuurlijk ook een mooie kafkaiaanse wending om in geval van een krakkemikkige theorie de praktijk maar weerbarstig te noemen.
Dat verstandig en logisch redeneren en vervolgens de resultaten daarvan toetsen weliswaar noodzakelijk maar niet voldoende zijn om onze wetenschappelijke kennis te funderen betoogt David Deutsch hier op onderhoudende wijze:
De aard van wetenschappelijke verklaringen
Het gaat hier uiteraard over verklaringen betreffende de fysieke wereld en laat Lewin's stelling dat er niets boven een goede theorie gaat natuurlijk onverlet.
In het werk van groepsleiding, verpleegkundigen, activiteitenbegeleiders en therapeuten in de gehandicaptenzorg, jeugdzorg, psychiatrie en aanverwante takken van sport speelt de vertaling van theorie naar praktijk en de terugkoppeling daarvan een grote en alom aanwezige rol in de dagelijkse praktijk.
Denk aan aan Bowlby, Freud of Piaget; denk aan hechtingsstoornissen of hoe iemand met een autistische stoornis de wereld zou ervaren etcetera; er hangt een lappendeken van theorie(tjes) over ons werk.
En dan houden we er nog veelal allerlei persoonlijke opvattingen en inschattingen op na over hoe iemand in elkaar steekt, waar hij of zij behoefte aan zou hebben of het meest gebaat bij zou zijn en welk effect ons gedrag en interventies zouden hebben. En dat zijn natuurlijk net zo goed theorietjes die bevraagd of getoetst zouden kunnen worden. Wellicht allemaal een beetje teveel om van een goede theorie te kunnen spreken.
Toch lenen bepaalde theoretische manieren van kijken naar je werk zich naar mijn smaak bij uitstek voor praktisch gebruik. Zo heb ik de laatste paar jaar, mede gestuurd door persoonlijke ervaringen op het werk, de gewoonte ontwikkeld om te kijken en denken in termen van beheersmodus en ontwikkelingsmodus.
Dat betekent dat ik behalve naar de vermeende behoeften van de client toch ook steeds naar de intentie en het effect van mijn eigen handelen moet kijken.
Ik ervaar dit als een bijzonder nuttig theoretisch kader dat een beetje als een socratische vraagmethode werkt en mijn zicht op de praktijk verheldert.
Daarbij geldt natuurlijk als algemene regel dat het hanteren van en het werken in de beheersmodus nodig kan zijn maar dan een noodzakelijk kwaad blijft en dat daar waar mogelijk onze aandacht en de energie naar de ontwikkelingsmodus gebracht moet worden.
Ik zou zeggen: collega's wellicht is dit zo'n aardig theorietje dat heel praktisch kan blijken in het gebruik. Ik kan het ten zeerste aan bevelen en ik zou graag eens vernemen wat anderen als praktisch bruikbaar theoretisch kader c.q. richtlijn ervaren hebben.
P.S. Meer aan mijn werk in de gehandicaptenzorg gerelateerde onderwerpen en kwesties zijn te vinden onder dat vak van mij of een vak apart.
Tuesday, November 3, 2009
Regels, wie maken ze zo?
Mijn vader placht te zeggen: het is een lui mens die zijn gemak niet zoekt en zo is het maar net.
De man kon zelf niet stil zitten en was altijd aan het werk, maar dat is een heel ander verhaal.
Gelukkig kunnen we ons op regeltjes en procedures verlaten en checklisten hanteren en wat iets meer zij om het ons gemakkelijk te maken, efficiënter te werken of fouten en gevaarlijke situaties te voorkomen.
Dat de wildgroei van regels dit stadium van handig en dienstbaar zijn, overal om ons heen ook ruim overschrijdt is voor een ieder zichtbaar. Wie heeft geen ervaring met of kent geen verhalen uit zijn/haar omgeving van absurde situaties ontstaan omdat men de regels maar blijft volgen ook als men ziet dat het fout loopt of het zelf belachelijk vindt?
En het wrange is dat we daar op zeker moment allemaal braaf aan meewerken; is het niet omdat de baas het van je eist (voor jou zo tien anderen), dan is het wel omdat als er ergens iets fout loopt we bijna allemaal hard beginnen mee te denken of er niet nog een regeltje bovenop te bedenken valt dat ook dit risico weer uitsluit.
Daarbij valt het me op dat in dit land de vanzelfsprekende bereidheid en eis in werksituaties om blindelings en zonder lastige vragen regels en procedures te volgen wel erg groot is. Een befehl-ist-befehl mentaliteit die we onze oosterburen graag toe lijken te dichten maar ze toch vaak ver in overtreffen.
Zoals Barry Schwartz betoogt ontneemt deze houding ons van onze wijsheid of onze kans daarop on our loss of wisdom en is praktische wijsheid het enige serum tegen dit kwaad.
Maar ja het zal je je baan maar kosten als je je niet conformeert wat doe je dan anders dan gedemoraliseerd doorploeteren als partner in het kwaad?
Zoals die arme zielen die op call-centers werken en voor de keus staan om mee te werken met de firma list en bedrog of op straat te komen staan.
Of die arme mensen die bij jeugdzorg of een vergelijkbare maatschappelijke hulpverleninginstantie (oeh nu komt het wel erg dichtbij!) werken en klagen niet zelden meer dan 60% van hun tijd kwijt zijn aan administratie en het invullen van allerlei formulieren. Hoe zou het met het moraal van die lieden en met de praktische wijsheid van hun superieuren gesteld zijn?
Ik zou daar toch wel graag eens iets over vernemen van de betrokkenen zelf!
En wat zou er allemaal in die administratie en in die formulieren komen te staan dat het zo noodzakelijk en onmisbaar voor het goed uitvoeren van het eigenlijke werk zou zijn?
Ik vermoed zomaar dat het leeuwendeel van doen heeft met indicatiestellingen mede i.v.m. geldstromen en wie wat moet doen, met controles op controles daarop, met verantwoording van tijden e.d., kortom zaken die niet of nauwelijks relevant, inzichtgevend of ondersteunend voor het eigenlijke werk zijn.
Hoe dan ook degenen die het werk zo georganiseerd hebben en in stand houden kun je mijns inziens moeilijk van praktische wijsheid beschuldigen.
De hamvraag is natuurlijk een oude bekende namelijk: hoe komt het kwaad in de wereld?
Zou dat door de duivel komen? Of door andere kwade geesten of entiteiten? Zou het puur en onvermijdelijk toeval zijn oftewel een speling van het lot? Zijn het altijd de anderen die het doen en voor ons verpesten? Of zouden we wellicht zelf vaak de aanstichters zijn en het veelal uit onmacht, onverschilligheid en luiheid voort laten bestaan?
Wederom: wie het weet mag zich melden en zijn licht hier eens over doen schijnen.
.
De man kon zelf niet stil zitten en was altijd aan het werk, maar dat is een heel ander verhaal.
Gelukkig kunnen we ons op regeltjes en procedures verlaten en checklisten hanteren en wat iets meer zij om het ons gemakkelijk te maken, efficiënter te werken of fouten en gevaarlijke situaties te voorkomen.
Dat de wildgroei van regels dit stadium van handig en dienstbaar zijn, overal om ons heen ook ruim overschrijdt is voor een ieder zichtbaar. Wie heeft geen ervaring met of kent geen verhalen uit zijn/haar omgeving van absurde situaties ontstaan omdat men de regels maar blijft volgen ook als men ziet dat het fout loopt of het zelf belachelijk vindt?
En het wrange is dat we daar op zeker moment allemaal braaf aan meewerken; is het niet omdat de baas het van je eist (voor jou zo tien anderen), dan is het wel omdat als er ergens iets fout loopt we bijna allemaal hard beginnen mee te denken of er niet nog een regeltje bovenop te bedenken valt dat ook dit risico weer uitsluit.
Daarbij valt het me op dat in dit land de vanzelfsprekende bereidheid en eis in werksituaties om blindelings en zonder lastige vragen regels en procedures te volgen wel erg groot is. Een befehl-ist-befehl mentaliteit die we onze oosterburen graag toe lijken te dichten maar ze toch vaak ver in overtreffen.
Zoals Barry Schwartz betoogt ontneemt deze houding ons van onze wijsheid of onze kans daarop on our loss of wisdom en is praktische wijsheid het enige serum tegen dit kwaad.
Maar ja het zal je je baan maar kosten als je je niet conformeert wat doe je dan anders dan gedemoraliseerd doorploeteren als partner in het kwaad?
Zoals die arme zielen die op call-centers werken en voor de keus staan om mee te werken met de firma list en bedrog of op straat te komen staan.
Of die arme mensen die bij jeugdzorg of een vergelijkbare maatschappelijke hulpverleninginstantie (oeh nu komt het wel erg dichtbij!) werken en klagen niet zelden meer dan 60% van hun tijd kwijt zijn aan administratie en het invullen van allerlei formulieren. Hoe zou het met het moraal van die lieden en met de praktische wijsheid van hun superieuren gesteld zijn?
Ik zou daar toch wel graag eens iets over vernemen van de betrokkenen zelf!
En wat zou er allemaal in die administratie en in die formulieren komen te staan dat het zo noodzakelijk en onmisbaar voor het goed uitvoeren van het eigenlijke werk zou zijn?
Ik vermoed zomaar dat het leeuwendeel van doen heeft met indicatiestellingen mede i.v.m. geldstromen en wie wat moet doen, met controles op controles daarop, met verantwoording van tijden e.d., kortom zaken die niet of nauwelijks relevant, inzichtgevend of ondersteunend voor het eigenlijke werk zijn.
Hoe dan ook degenen die het werk zo georganiseerd hebben en in stand houden kun je mijns inziens moeilijk van praktische wijsheid beschuldigen.
De hamvraag is natuurlijk een oude bekende namelijk: hoe komt het kwaad in de wereld?
Zou dat door de duivel komen? Of door andere kwade geesten of entiteiten? Zou het puur en onvermijdelijk toeval zijn oftewel een speling van het lot? Zijn het altijd de anderen die het doen en voor ons verpesten? Of zouden we wellicht zelf vaak de aanstichters zijn en het veelal uit onmacht, onverschilligheid en luiheid voort laten bestaan?
Wederom: wie het weet mag zich melden en zijn licht hier eens over doen schijnen.
.
Labels:
bureuacratie,
hulpverlening,
jeugdzorg,
kwaad,
regels
Sunday, November 1, 2009
Wijsheid en zijn tegenhangers, zoals ongebreidelde regelzucht
Mijn overgrootvader placht te zeggen: er komt nog eens een tijd dat we gebrek krijgen aan domme mensen.
Ik vermoed dat de goede man bedoelde dat bepaalde sociale groepen zouden emanciperen, zich niet meer zouden laten ringeloren en/of er een gebrek gevoeld zou gaan worden aan goedkope arbeidskrachten. En inzoverre kan ik, waar het ons land en wijde omstreken betreft, wel met hem meegaan in zijn uitspraak.
Mijn persoonlijke opvatting en observatie in deze is echter dat we nu juist een nijpend gebrek ervaren aan wijze mensen.
Of zijn ze er soms wel maar vallen ze niet op en wordt er niet naar ze geluisterd omdat we het te druk hebben met (net)werken, managen, regelen en recreëren.
Als ik mag verwijzen naar de links die ik eerder in dit Blog gegeven heb zoals die naar de Human Givens, naar John Seddon, naar de Equality Trust en naar TED Talks dan lijkt het er op dat er wel degelijk veel zinnig- en weldenkende lieden rondlopen die wel degelijk wijsheid in beleid en overleg nastreven.
Maar we willen blijkbaar niet luisteren naar dergelijke vermeend moeilijke of elitaire geluiden en dat verklaart dan wellicht ook waarom ik niets van deze lieden of hun ideeëngoed terugvind in het dagelijkse mediageweld van onze infotainmentmachinerie; of aan een van onze nationale borreltafels zoals die van Pauw en Witteman.
Zou het dan toch zo zijn als Plato reeds bevroedde dat het pas goed met deze wereld kan komen als de filosofen koningen worden en/of de koningen filosofen?
Het is mij in ieder geval duidelijk dat we door de bank genomen zelden gebrek aan goede bedoelingen of aan technische middelen en mogelijkheden hebben maar tegelijkertijd een bijna chronisch gebrek aan wijsheid en inzicht lijken te vertonen.
Eerherstel voor het vergeten ideaal van Adel van de geest zoals op voortreffelijke wijze aanbevolen door Rob Riemen lijkt me bijvoorbeeld een voorwaarde om daar enige verandering in aan te brengen.
Rob Riemen
Maar een pleidooi voor wat wijsheid hoeft bepaald niet per definitie een bevlogen toon te hebben, hoogdravend te zijn of pas betekenisvol te kunnen worden als je belezen bent en je klassiekers kent.
Integendeel wijsheid steunt bovenal op levenservaring zo kennen we dus net zo goed wijze analfabeten als belezen en pseudo-intelligente lieden (denk bv aan een niet onaanzienlijk en ambititieus deel van onze huidige managers en bestuurders) die op kritieke momenten maar zelden wijze beslissingen willen nemen en maar niet moe lijken te worden om dat aan anderen of het systeem te wijten en zichzelf achter regels en regelgeving te verschuilen.
En met die regels en de huidige tendens tot overregulering stuiten we op een van de belangrijkste tegenhangers in praktische zin van wijsheid oftewel gewoon zinvol en zinnig gedrag.
Onze overheid roept al jaren dat ze allerlei soms groteske stroperigheid en stremming in haar bemoeienis met bedrijfsleven en burgers aan zal pakken door het aantal regels te verminderen en de regelgeving te stroomlijnen.
Het eindpunt van deze execitie lijkt nog lang niet in zicht en bij tussentijdse evaluaties horen we met regelmaat dat er her en der regels bij komen en de brij van regelgeving zeer ondoorzichtig blijft. Rara.... hoe kan dat?
Wie het weet mag het zeggen!
Maar ik zie zo om mij heen een pandemie van regeltjes-, protocollen- en proceduregeilheid groeien. Een pandemie waarbij de mexicaanse griep verbleekt en een sinecure wordt. Een pandemie die om zich heen grijpt van hoog tot laag en een ieder in de ban lijkt te hebben. zie Regelzucht.nl
Gaat er ergens iets fout vraagt iedereen, zowel in de directiekamer als op de werkvloer als aan de borreltafel, als in een reflex of de regels en de procedures wel strikt gevolgd zijn. En menigeen weet wel een aanscherping van de regels of een extra controleprocedure aan te bevelen. Het lijkt zo af en toe wel de nationale sport te worden waar heel wat tijd, energie, hersengekraak en gepuzzel in gaat zitten.
Als je dan eens wat concreter vraagt waartoe bepaalde regels en procedures dienen loop je gerede kans wat meewarig aangekeken te worden of gewezen te worden op wettelijke verplichtingen met eventueel vage verwijzingen naar kwaliteitswaarborgen, ARBOregelingen of iets van dien aard. Of de reactie is dat je toch wel zult snappen dat het een mooi zooitje chaos zou worden als we maar wat deden en de zaken niet tot in de puntjes zouden regelen.
Natuurlijk hebben we regels nodig, kunnen we niet zonder en natuurlijk zijn protocollen en procedures heel nuttig wanneer ze in de juiste situaties op de juiste wijze ingezet en toegepast worden.
Ze kunnen bv werken als shortcuts, automatismen, wegwijzers, controlemechanismen, instructie- en communicatiemiddel in ons handelen om maar eens een greep te doen uit de manieren waarop ze ons ten dienste kunnen staan.
En dat was lijkt me de bedoeling dat de regels ons ten dienste staan en niet dat we slaafs regels zouden volgen omwille van de regel zelf. Ergo we zouden in principe elk moment het doel en nut van regels moeten kunnen bevragen en uitleggen.
Regels bieden ook steun en geborgenheid in de zin te weten hoe te handelen zonder elk moment te hoeven denken over de volgende stap, het waarom of allerlei neveneffecten van een en ander. Dat weten hoe in welk geval te handelen verschaft ons een basaal gevoel van zekerheid.
Het kan ons echter ook schijnzekerheden bieden in bv ongemakkelijke situaties en ons voor ons gevoel ontslaan van de plicht om na te denken over of verantwoordelijkheid te nemen voor ons handelen.
Terwijl wijsheid ook wel gekenschetst wordt als het vermogen om te weten wanneer je de regels nu juist eens aan je laars zou moeten lappen.
Dat regulering wanneer gedachteloos en in overmaat gehanteerd perverteert en het zicht op het eigenlijke doel volkomen kan verduisteren, dit alles zo goed als analoog aan John Seddon's bezwaar en argumentatie tegen targets als managementinstrument, lijken we ons nauwelijks te beseffen of liever te vergeten.
Kijk maar eens goed rond op uw werk; hoeveel tijd, energie en denkwerk er gestoken wordt in het maken, het administreren en archiveren en het controleren van regels, procedures en protocollen en in hoeverre dat de dagelijkse praktijk ondersteunt en verbetert of juist stagneert en verbetering in de weg staat. U zult versteld staan!
We kennen allemaal uit de krant, van de TV of van verjaardagsfeestjes talloze verhalen en voorbeelden van hoe domme en blinde regelzucht kan leiden tot absurde situaties. We zijn daar min of meer aan gewend geraakt en ik zou er al zo enkele uit mijn dagelijkse praktijk kunnen noemen en u waarschijnlijk ook.
Maar luister eens naar iemand die dat veel mooier en treffender kan verwoorden dan ik en het in een juist perspectief weet te plaatsen.
Barry Schwartz's wijze woorden en waarschuwing onze kans op wijsheid en zingeving niet te verliezen:
On our loss of wisdom
Ter herinnering nogmaals John Seddon over targets:
on targets
met een introductie over overregulatie door Ivan Tyrrel
Memorandum aan een britse parlementaire commissie
.
Ik vermoed dat de goede man bedoelde dat bepaalde sociale groepen zouden emanciperen, zich niet meer zouden laten ringeloren en/of er een gebrek gevoeld zou gaan worden aan goedkope arbeidskrachten. En inzoverre kan ik, waar het ons land en wijde omstreken betreft, wel met hem meegaan in zijn uitspraak.
Mijn persoonlijke opvatting en observatie in deze is echter dat we nu juist een nijpend gebrek ervaren aan wijze mensen.
Of zijn ze er soms wel maar vallen ze niet op en wordt er niet naar ze geluisterd omdat we het te druk hebben met (net)werken, managen, regelen en recreëren.
Als ik mag verwijzen naar de links die ik eerder in dit Blog gegeven heb zoals die naar de Human Givens, naar John Seddon, naar de Equality Trust en naar TED Talks dan lijkt het er op dat er wel degelijk veel zinnig- en weldenkende lieden rondlopen die wel degelijk wijsheid in beleid en overleg nastreven.
Maar we willen blijkbaar niet luisteren naar dergelijke vermeend moeilijke of elitaire geluiden en dat verklaart dan wellicht ook waarom ik niets van deze lieden of hun ideeëngoed terugvind in het dagelijkse mediageweld van onze infotainmentmachinerie; of aan een van onze nationale borreltafels zoals die van Pauw en Witteman.
Zou het dan toch zo zijn als Plato reeds bevroedde dat het pas goed met deze wereld kan komen als de filosofen koningen worden en/of de koningen filosofen?
Het is mij in ieder geval duidelijk dat we door de bank genomen zelden gebrek aan goede bedoelingen of aan technische middelen en mogelijkheden hebben maar tegelijkertijd een bijna chronisch gebrek aan wijsheid en inzicht lijken te vertonen.
Eerherstel voor het vergeten ideaal van Adel van de geest zoals op voortreffelijke wijze aanbevolen door Rob Riemen lijkt me bijvoorbeeld een voorwaarde om daar enige verandering in aan te brengen.
Rob Riemen
Maar een pleidooi voor wat wijsheid hoeft bepaald niet per definitie een bevlogen toon te hebben, hoogdravend te zijn of pas betekenisvol te kunnen worden als je belezen bent en je klassiekers kent.
Integendeel wijsheid steunt bovenal op levenservaring zo kennen we dus net zo goed wijze analfabeten als belezen en pseudo-intelligente lieden (denk bv aan een niet onaanzienlijk en ambititieus deel van onze huidige managers en bestuurders) die op kritieke momenten maar zelden wijze beslissingen willen nemen en maar niet moe lijken te worden om dat aan anderen of het systeem te wijten en zichzelf achter regels en regelgeving te verschuilen.
En met die regels en de huidige tendens tot overregulering stuiten we op een van de belangrijkste tegenhangers in praktische zin van wijsheid oftewel gewoon zinvol en zinnig gedrag.
Onze overheid roept al jaren dat ze allerlei soms groteske stroperigheid en stremming in haar bemoeienis met bedrijfsleven en burgers aan zal pakken door het aantal regels te verminderen en de regelgeving te stroomlijnen.
Het eindpunt van deze execitie lijkt nog lang niet in zicht en bij tussentijdse evaluaties horen we met regelmaat dat er her en der regels bij komen en de brij van regelgeving zeer ondoorzichtig blijft. Rara.... hoe kan dat?
Wie het weet mag het zeggen!
Maar ik zie zo om mij heen een pandemie van regeltjes-, protocollen- en proceduregeilheid groeien. Een pandemie waarbij de mexicaanse griep verbleekt en een sinecure wordt. Een pandemie die om zich heen grijpt van hoog tot laag en een ieder in de ban lijkt te hebben. zie Regelzucht.nl
Gaat er ergens iets fout vraagt iedereen, zowel in de directiekamer als op de werkvloer als aan de borreltafel, als in een reflex of de regels en de procedures wel strikt gevolgd zijn. En menigeen weet wel een aanscherping van de regels of een extra controleprocedure aan te bevelen. Het lijkt zo af en toe wel de nationale sport te worden waar heel wat tijd, energie, hersengekraak en gepuzzel in gaat zitten.
Als je dan eens wat concreter vraagt waartoe bepaalde regels en procedures dienen loop je gerede kans wat meewarig aangekeken te worden of gewezen te worden op wettelijke verplichtingen met eventueel vage verwijzingen naar kwaliteitswaarborgen, ARBOregelingen of iets van dien aard. Of de reactie is dat je toch wel zult snappen dat het een mooi zooitje chaos zou worden als we maar wat deden en de zaken niet tot in de puntjes zouden regelen.
Natuurlijk hebben we regels nodig, kunnen we niet zonder en natuurlijk zijn protocollen en procedures heel nuttig wanneer ze in de juiste situaties op de juiste wijze ingezet en toegepast worden.
Ze kunnen bv werken als shortcuts, automatismen, wegwijzers, controlemechanismen, instructie- en communicatiemiddel in ons handelen om maar eens een greep te doen uit de manieren waarop ze ons ten dienste kunnen staan.
En dat was lijkt me de bedoeling dat de regels ons ten dienste staan en niet dat we slaafs regels zouden volgen omwille van de regel zelf. Ergo we zouden in principe elk moment het doel en nut van regels moeten kunnen bevragen en uitleggen.
Regels bieden ook steun en geborgenheid in de zin te weten hoe te handelen zonder elk moment te hoeven denken over de volgende stap, het waarom of allerlei neveneffecten van een en ander. Dat weten hoe in welk geval te handelen verschaft ons een basaal gevoel van zekerheid.
Het kan ons echter ook schijnzekerheden bieden in bv ongemakkelijke situaties en ons voor ons gevoel ontslaan van de plicht om na te denken over of verantwoordelijkheid te nemen voor ons handelen.
Terwijl wijsheid ook wel gekenschetst wordt als het vermogen om te weten wanneer je de regels nu juist eens aan je laars zou moeten lappen.
Dat regulering wanneer gedachteloos en in overmaat gehanteerd perverteert en het zicht op het eigenlijke doel volkomen kan verduisteren, dit alles zo goed als analoog aan John Seddon's bezwaar en argumentatie tegen targets als managementinstrument, lijken we ons nauwelijks te beseffen of liever te vergeten.
Kijk maar eens goed rond op uw werk; hoeveel tijd, energie en denkwerk er gestoken wordt in het maken, het administreren en archiveren en het controleren van regels, procedures en protocollen en in hoeverre dat de dagelijkse praktijk ondersteunt en verbetert of juist stagneert en verbetering in de weg staat. U zult versteld staan!
We kennen allemaal uit de krant, van de TV of van verjaardagsfeestjes talloze verhalen en voorbeelden van hoe domme en blinde regelzucht kan leiden tot absurde situaties. We zijn daar min of meer aan gewend geraakt en ik zou er al zo enkele uit mijn dagelijkse praktijk kunnen noemen en u waarschijnlijk ook.
Maar luister eens naar iemand die dat veel mooier en treffender kan verwoorden dan ik en het in een juist perspectief weet te plaatsen.
Barry Schwartz's wijze woorden en waarschuwing onze kans op wijsheid en zingeving niet te verliezen:
On our loss of wisdom
Ter herinnering nogmaals John Seddon over targets:
on targets
met een introductie over overregulatie door Ivan Tyrrel
Memorandum aan een britse parlementaire commissie
.
Saturday, October 10, 2009
Wetenschap en praktijk van beloning en motivatie
De volkskrant kopte deze week: Bonus twistappel wetenschappers.
Dit naar aanleiding van een onderzoek aan de Erasmus Universiteit waaruit blijkt dat de hogere en extra beloningen van Nederlandse topbestuurders op geen enkele manier hebben bijgedragen aan de prestaties van de onderneming.
Volgens de verslaggever hebben steeds meer economen grote twijfels of bonussen wel aanzetten tot betere prestaties.
Terwijl traditionele economen nog steeds veel heil verwachten van bonussen en vergelijkbare prikkels of er gewoon geen alternatief voor zien, sluiten Hartmann en Mertens, twee hoogleraren van de Erasmus Universiteit, aan bij de kritiek zoals die door de Amerikaanse hoogleraren Bebchuk en Fried zo een vijf jaar eerder werd geformuleerd.
Mertens zegt hierover: Bij mij is er sprake van voortschrijdend inzicht en uit onderzoek blijkt dat de standaardtheorie niet werkt.
En zijn collega Hartmann zegt: Van huis uit ben ik hard economisch geschoold, maar ik heb gemerkt dat je een meer psychologische benadering nodig hebt om deze materie te bestuderen.
Nu denk ik dat economie bepaald nog geen volwassen wetenschap is en zeker geen harde wetenschap ook al kunnen economen vaak erg knap met cijfers gooien en goochelen.
Aan de psychologie kleeft natuurlijk het zelfde predikaat (of verwijt) geen harde wetenschap te zijn of zelfs soft en wollig.
Het komt mij voor dat de psychologie meer dan de economie kan bogen op plausibele verklaringen voor menselijk gedrag en op repliceerbare onderzoeksresultaten met voorspellende waarde.
En enkele van de meer robuuste (harde) onderzoeksresultaten hebben toevallig betrekking op beloning en motivatie.
Wellicht zullen sommigen zich verbazen over de uitkomsten van deze onderzoeken en over hoe mijlen ver de argumentatie van economen daar veelal op achter loopt.
Economen en andere geinteresseerden, laat Dan Pink u eens zijn zaak voorleggen:
Dan Pink over motivatie
Voor wat context en achtergrond bij het candle experiment van Duncker:
Functional fixedness
Tot zover enige wetenschappelijke argumentatie oftewel hoe werkt het een en ander.
Daarmee is nog niets gezegd over de ethische dimensie van deze kwestie en deze dimensie lijkt in huidige discussies steeds makkelijker terzijde geschoven te worden en in besluitvorming geen gewicht in de schaal te leggen terwijl dat nu net waar het onze menselijkheid aangaat toch het belangrijkste aspect lijkt te zijn.
.
Dit naar aanleiding van een onderzoek aan de Erasmus Universiteit waaruit blijkt dat de hogere en extra beloningen van Nederlandse topbestuurders op geen enkele manier hebben bijgedragen aan de prestaties van de onderneming.
Volgens de verslaggever hebben steeds meer economen grote twijfels of bonussen wel aanzetten tot betere prestaties.
Terwijl traditionele economen nog steeds veel heil verwachten van bonussen en vergelijkbare prikkels of er gewoon geen alternatief voor zien, sluiten Hartmann en Mertens, twee hoogleraren van de Erasmus Universiteit, aan bij de kritiek zoals die door de Amerikaanse hoogleraren Bebchuk en Fried zo een vijf jaar eerder werd geformuleerd.
Mertens zegt hierover: Bij mij is er sprake van voortschrijdend inzicht en uit onderzoek blijkt dat de standaardtheorie niet werkt.
En zijn collega Hartmann zegt: Van huis uit ben ik hard economisch geschoold, maar ik heb gemerkt dat je een meer psychologische benadering nodig hebt om deze materie te bestuderen.
Nu denk ik dat economie bepaald nog geen volwassen wetenschap is en zeker geen harde wetenschap ook al kunnen economen vaak erg knap met cijfers gooien en goochelen.
Aan de psychologie kleeft natuurlijk het zelfde predikaat (of verwijt) geen harde wetenschap te zijn of zelfs soft en wollig.
Het komt mij voor dat de psychologie meer dan de economie kan bogen op plausibele verklaringen voor menselijk gedrag en op repliceerbare onderzoeksresultaten met voorspellende waarde.
En enkele van de meer robuuste (harde) onderzoeksresultaten hebben toevallig betrekking op beloning en motivatie.
Wellicht zullen sommigen zich verbazen over de uitkomsten van deze onderzoeken en over hoe mijlen ver de argumentatie van economen daar veelal op achter loopt.
Economen en andere geinteresseerden, laat Dan Pink u eens zijn zaak voorleggen:
Dan Pink over motivatie
Voor wat context en achtergrond bij het candle experiment van Duncker:
Functional fixedness
Tot zover enige wetenschappelijke argumentatie oftewel hoe werkt het een en ander.
Daarmee is nog niets gezegd over de ethische dimensie van deze kwestie en deze dimensie lijkt in huidige discussies steeds makkelijker terzijde geschoven te worden en in besluitvorming geen gewicht in de schaal te leggen terwijl dat nu net waar het onze menselijkheid aangaat toch het belangrijkste aspect lijkt te zijn.
.
Labels:
beloning,
bonus,
Dan Pink,
harde wetenschap?,
motivatie
Subscribe to:
Posts (Atom)