Showing posts with label Alexandertechniek. Show all posts
Showing posts with label Alexandertechniek. Show all posts

Sunday, August 4, 2024

Krijgskunstenaar?(3)

 Waar was ik gebleven in mijn krijgskunstverleden? O ja, ik deed een studie, zat met mijn neus in de boeken, was een stevige drinker, rookte als een ketter en werkte ’s nachts. Bepaald niet de weerspiegeling van het leven van een samoerai of wat voor krijger dan ook. In 1999 ging dat dan ook niet helemaal goed en had ik last van zogeheten etalage-benen oftewel Buerger’s Disease. En een ongemak (dis-ease) kun je het wel noemen, ik kon hooguit 300 meter lopen alvorens mijn benen op slot gingen en ik geen volgende stap meer kon zetten.

 Toen ik met mijn klachten naar de huisarts ging riep die er prompt zijn collega bij om toch ook eens te voelen hoe ontstellend weinig bloed er door mijn benen naar de voeten stroomde en werd ik direct doorgestuurd naar de cardioloog en de vaatchirurg. 

Er volgde een periode van ziekenhuisbezoek, ziekteverlof, werk hervatten, bedrijfsartsen en dergelijke. Bij een angiografie via de liesslagader schrokken de opererende artsen dermate dat ze na een telefoontje met de oppervaatchirurg toch maar een stent hebben geplaatst hoewel dat niet op het programma stond. Ik stopte met roken nadat de vaatchirurg mij te kennen gaf: Luister, ik ga jou niet vertellen dat je moet stoppen met roken want dat moet je natuurlijk helemaal zelf weten maar ik moet je wel vertellen dat als je doorgaat met roken we binnen een tijdsbestek van drie jaar minstens één voet of stuk been zullen moeten amputeren. Ik stak de laatste sigaret op na elf uur op oudejaarsavond 1999 en heb deze eeuw niet meer gerookt.

Het was een rommelige tijd waarin behalve gedoe rond werk, inkomen en wettelijke en juridische regelingen daaromtrent ook mijn gevoel ten aanzien van mijn lijf en hoe ik in mijn vel stak af en toe aardig ondersteboven werden gekeerd. Kortom ik moest uit die lappenmand zien te kruipen waar ik voor mijn 50ste levensjaar zomaar in was beland.

Nachtdiensten waren inmiddels taboe en ik begon in 2000 overdag te werken en mijn plek te zoeken binnen de dagbesteding. Verder moest ik mezelf ook in fysieke zin en mogelijkheden weer een beetje opnieuw uitvinden. Afstanden lopen bleef een moeizame onderneming en mijn conditie was behoorlijk onder de maat. Ik zocht wel naar geschikte bewegingsvormen en begon me te interesseren voor zaken als Alexandertechniek en Feldenkrais. Het zou overigens nog 10 jaar duren alvorens mijn bemoeienis met de krijgskunsten weer een nieuwe impuls zou krijgen.

Dat werk binnen de dagbesteding bracht met zich mee dat ik wel weer met enige regelmaat met soms vrij heftige fysieke agressie van doen kreeg. Eenmaal ontving ik (volkomen onterecht) over het verloop van een dergelijke situatie zelfs via tussenkomst van justitie een reprimande van mijn werkgever. 

Mijn werkgever ging inmiddels meer overwogen en verstandiger om met het gegeven van agressief gedrag binnen een institutionele setting dan in de 80er jaren. Er werden inmiddels ook speciale trainingen “omgaan met agressie” gegeven; iets waar een aantal collega’s waaronder ik overigens wel jaren voor hebben moeten pleiten. 

Hoewel hetgeen ik zo'n twintig jaar daarvoor in de aikidotraining geleerd had veelal wel goed en gedoseerd heb weten te gebruiken in mijn werk was ik natuurlijk allesbehalve een krijgskunstenaar, een volleerde vechtsportbeoefenaar of een expert in het beteugelen van agressie. Wel had ik het gevoel dat ik binnen de mij gegeven werksituatie betrekkelijk goed met de daar voorkomende vormen van agressie om kon gaan en daar minder last van had dan sommige collega's. Hetgeen dan weer tot gevolg had dat ik vaker op mocht komen draven in dergelijke situaties. Toen ik in dit werk begon werd ik min of meer verrast door de frequentie en de mate van agressie die ik tegenkwam. En mocht dat ook aan den lijve ondervinden. Inmiddels had ik veel meer zicht op het omgaan met en het zien aankomen daarvan en scheen het mij toe dat veel lieden in openbare functies het in dat opzicht veel moeilijker hadden dan ik.  

Het kan verkeren.  

<<vorige volgende>>

My martial art career?(3)

 Where had I gone in my martial arts past? Yeah, I was studying, had my nose in books, was a heavy drinker, smoked like a heretic and was working nightshifts. Certainly not the reflection of the life of a samurai or any other warrior for that matter. In 1999 that didn't go quite well and I suffered from  Buerger's Disease.Dis-ease is an apt description for the state I was in as I could hardly walk 300 meters before my legs would get locked and I couldn't take a next step.

 When I went to the GP with my complaints, he promptly called his colleague to feel how appallingly little blood was flowing through my legs to the feet and I was immediately referred to the cardiologist and the vascular surgeon. 

Next came a period of hospital visits, sick leave, resumption of work, company doctors and the like. During an angiography through the inguinal artery, the operating doctors had to make a phone call with the head surgeon and then placed a stent which initially was not on the agenda. I quit smoking after the vascular surgeon told me: Listen, I'm not going to tell you to stop smoking because that's entirely up to you, but I do have to tell you that if you continue to smoke, we will have to amputate at least one foot or part of your leg within a period of three years. I lit my last cigarette after eleven o'clock on New Year's Eve 1999 and never lit up another through this century.

It was a somewhat messy time of uncertainty in which, in addition to hassle about work, income and regulations plus legal quirks over those, my feeling of and towards my body and how I felt about myself were occasionally turned upside down. In short, I had to crawl out of that rag basket that I had just ended up in before I was 50 years old.

Nightshifts were now taboo for me and in 2000 I started working daytimes in the day care center of the institution I was working. I also had to reinvent myself a bit in the physical sense and possibilities. Walking distances remained a difficult undertaking and my condition was quite below par. I did look for suitable forms of movement and exercise while developing an interest in things like Alexander Technique, Feldenkrais and the like. It would take another 10 years before my involvement in the martial arts would actually get a renewed impulse.

My new job in the daycare center meant that I had to deal with  at times quite violent physical aggression again on a regular basis. Once, I received (completely unjustified) a reprimand from my employer about the course of such a situation.

In the meantime, my employer was more deliberate and sensible about actual aggressive behavior within an institutional setting than in the 1980s. And they had set up special training courses on "dealing with aggression"; something that a number of colleagues, including myself, have had to argue for for years.

Although what I had learned in aikido training about twenty years before I was able to use in my work in a good and measured way, I was of course anything but a martial artist, an accomplished fighter or an expert in curbing aggression. However, I did have the feeling that within my actual work situation, I was able to deal relatively well with the forms of aggression that occurred there and was less anxious about it than some colleagues. Which in turn meant that I was asked to show up more often in such situations. When I started in this job, I was more or less surprised by the frequency and the level of aggression I encountered. And I had the opportunity to experience the impact first-hand. I now felt  I had much more insight into how to deal with and see it coming, and it seemed to me that many people in public positions had a much harder time in that respect than I did.

Things might always take a turn.

<<previous next>>

Tuesday, May 18, 2010

Ik zie, ik zie ....., wat jij niet .....?

Onlangs las ik een interessant stukje op de blog van Henk50 over het Charles Bonnet-syndroom. Dit specifieke syndroom was mij niet bekend maar de een van de zegeningen van het internet is dat je desgewenst gezochte informatie even tevoorschijngoogelt. Dus ook over onderhavig syndroom en de naamgever Bonnet.
De bottomline van dit en vergelijkbare verschijnselen lijkt te zijn dat als het brein last heeft van onderstimulatie of een bepaalde verwachte input uitblijft, ons brein dat gat zelf wel gaat opvullen. Met als resultaat dat schijn en werkelijkheid bijzonder verrassende dansjes met elkaar en met ons besef van een en ander kunnen gaan uitvoeren.



In een praktijkvoorbeeld waarmee ik een eerder stukje besloot maakte ik al eens gewag van zo'n ondergrens aan stimulatie en merkte daarbij op dat het menselijk brein op een basaal niveau toch altijd chocola van zijn omgeving en situatie wil maken door sensorische gewaarwording. Toen ik dat schreef bedacht ik nog dat het nauwelijks bevreemding hoeft te wekken dat er ook zoveel griezel- en/of spookverhalen uit Engeland afkomstig zijn. Wie zich ooit bij het invallen van de schemer zich door het landschap van Cornwall bewogen heeft of bij redelijk dichte mist over de 'moors' gewandeld heeft kan die fascinatie voor het horror-genre van onze westerburen op zijn klompen aanvoelen. Een fascinatie die overigens tot fraaie stukjes wereldliteratuur kan leiden.

Bij mijn weten werden de eerste systematische experimenten naar sensorische deprivatie uitgevoerd onder leiding van de Canadees Donald O. Hebb; en wel tussen 1951 en 1954 aan de McGillUniversity. Een wat minder fraai kantje aan het onderzoek naar sensorische deprivatie is dat de resultaten ook aangewend worden om martel- en verhoortechnieken te verfijnen en zo tot de zogenaamde 'innovatieve verhoormethoden' of 'clean torture' kan leiden. Een en hetzelfde verschijnsel kan dus enerzijds in verband worden gebracht met 'torture' en anderzijds met 'therapy', ontspanning, meditatie, literatuur en hallucinaties zoals door drugs teweeggebracht. Dat vraag nu typisch om wat commentaar van ene Brederoo.
En dan wordt er ook nog een scala aan apparaten en opstellingen uitgedokterd om je desgewenst van prikkels te vrijwaren!

Maar veel mensen hoeven het niet zo ver van huis te zoeken om kennis te maken, om met Vilayanur Ramachandran te spreken, met de fantomen in het brein. Voor veel mensen zijn die fantomen of fantoompjes veel meer met de dagelijkse ervaring vervlochten dan ze lief is. Zo mag ik zelf bijvoorbeeld al zo'n drie jaar van een vervelende fluittoon genieten terwijl er niemand op een fluitje lijkt te blazen of het zou al dat mannetje in mijn brein moeten zijn. Dit verschijnsel staat bekend onder de naam tinnitus of oorsuizen en naar ik begrepen heb, ben ik bepaald niet de enige die daar last van heeft. De medische wetenschap raadt ons in deze aan ermee te leren leven.



We hebben het hier steeds over dingen horen, zien, voelen, ruiken of proeven die er klaarblijkelijk niet zijn. Een nauw daaraan verwant verschijnsel is het niet, niet juist of nauwkeurig genoeg waarnemen van wat er evident wel is. Met name m.b.t. ons bewegingsapparaat en onze proprioceptie zijn we daar allemaal in zekere mate aan onderhevig. In de Alexandertechniek wordt dit 'faulty sensory percerption' of 'onjuiste zintuigelijke waarneming' genoemd. Hier is niet onderstimulatie (nog eerder overstimulatie) maar gewenning de oorzaak.

Een nauw aan de Alexandertechniek verwante benaderingswijze (in de zin dat beiden uitgaan van de eenheid lichaam-geest en daarbij zeer praktisch gericht zijn) is die van Feldenkrais.
De amerikaanse Feldenkrais-leraar Ralph Strauch is de auteur van het interessante boekwerkje 'The Reality Illusion' met als ondertitel: How you make the world you experience. Het eerste hoofdstuk van dit boek gaat over de aard van onze waarneming daarin geeft Strauch om een aantal zaken te illustreren een ervaringsoefening die ik hier niet tot in de finesses uit de doeken zal doen maar waarvan de 'bottomline amounts to': hou je rechterarm, met de handpalm omhoog zodat je daarin kijkt en met de elleboog in een hoek van ongeveer 90 graden, voor je; als je nu langzaam aan de biceps aanspant zal je hand omhoog komen tot aan de schouder; als je dat nog eens doet maar nu met je linkerhand je rechterpols omvat en tegenhoudt en geleidelijk aan met volle kracht en inspanning zowel de biceps aanspant en ook de pols tegenhoudt; als je nu plotseling de pols loslaat is de kans groot dat de rechter onderarm luttele centimeters omhoog schiet om vervolgens in die stand te blijven staan. Je meende uitsluitend de buigspieren van de rechterarm aan te spannen maar blijkbaar spande je ongemerkt evenzeer de strekspieren van die arm, want anders zou je rechterhand met een reuzevaart tegen je schouder of gezicht zijn geslagen; blijkbaar hield je je rechterarm niet alleen met je linkerhand tegen maar vooral met de rechterarm zelf door die onbewust schrap te zetten en te verkrampen.



Wij mensen zitten toch wonderlijk gecompliceerd in elkaar en niet in het minst wanneer we de rol en de werking van de waarneming in de dans van schijn en werkelijkheid eens wat nader beschouwen.

Tuesday, February 5, 2008

Maand 1 van het jaar

Januari voor mij in het teken van wat beroering op het werk.
Verder de verjaardag van Marian gevierd.
De piano die Marian vorige maand gekregen heeft en die we in een boedelbak opgehaald hebben is inmiddels gestemd en er staat een nieuw pianobankje voor.
De piano wordt op zo'n 80 jaar oud geschat en de man die hem gestemd heeft durfde de snaren niet helemaal aan te spannen; hij is nu dus iets lager gestemd (i.p.v. 440Hz op 438Hz).
Ik wil nu maar eens proberen of ik die kip ook nog spelenderwijs uit het water kan krijgen.

In toenemende mate verbaas ik mij over hoe de automatisering van de rapportage, verslaglegging, zorgplan e.d. uitpakt bij mij op het werk.
Ik erger me aan de gebruiksonvriendelijkheid, de rommeligheid en de logica van het een en ander ontgaat mij veelal geheel terwijl ik toch denk dat enig analytisch vermogen mij niet ontzegd kan worden.
Op mijn werk gebruikt men unit4 Cura en enig gegoogle bracht me op het spoor van Parnas-sys een leerling-volg-systeem voor het basis- en speciaal onderwijs.
Demo's van dat Parnas-sys laten mooie overzichtelijke en heldere schermen zien die altijd gemakkelijk op te roepen zijn en waartussen makkelijk te schakelen is. Daarbij kunnen veel zaken grafisch weergegeven worden is er zowaar ook een geintegreerd expertprogramma voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Hee, zo kan het dus ook denk ik dan:
Enkele demo's van betreffend programma
Het programma is web-based wat op specifieke bezwaren zou kunnen stuiten maar ook veel mogelijkheden biedt en ws. zoals dat heet toch de toekomst is.

Ik vraag mij weleens af welke ontwikkelingen er op dit terrein gaande zijn in de zorg.
Of mijn collega's in den lande ook tegen lastig invoeren in onlogische en moeilijk oproepbare schermpjes oplopen en of ze daar ideeen ter verbetering over hebben of betere programma's kennen of gebruiken.
En of er instellingen zijn die hun krachten bundelen om bv. expertprogramma's te ontwikkelen.
Maar ja om daar reactie op te krijgen moet je bloggie natuurlijk wel gelezen worden en daar lijkt het vooralsnog verdraaid weinig op.

De laatste dag van de eerste maand begonnen aan een introdutiecursus Alexandertechniek.
Een cursus van 6 groepslessen en 2 individuele lessen bij:
http://www.praktijkamaryl.nl/cms/index.php?id=12

En dan is het alweer februari.