Showing posts with label krijgskunst. Show all posts
Showing posts with label krijgskunst. Show all posts

Sunday, September 29, 2024

Krijgskunstenaars?(7)

 Dit blogje in deze serie gaat al helemaal niet meer over wat ik doe maar over wat er zoal onder martial art of gevechtskunst wordt verstaan.

In de martial arts of krijgskunsten maakt men wel het onderscheid tussen interne en externe systemen dan wel stijlen en wordt in dat verband ook wel over zachte en harde stijlen gesproken. Een onderscheid dat voor mij persoonlijk van bijzonder belang is.

Maar wat onderscheidt een vechtsport of een martial art van welke andere sport of bezigheid? Op het eerste gezicht lijkt het vrij helder waar het in een krijgskunst of een vechtsport om en over zal gaan, namelijk het wederzijds meten van elkaars kracht en het kunnen winnen van een gevecht. Daarbij zullen we in eerste instantie veelal denken aan kracht en gespierde en goed getrainde lichamen en vervolgens misschien aan factoren als souplesse, behendigheid en timing. Maar ook psychologische factoren en/of karaktereigenschappen kunnen een aanzienlijk gewicht in de schaal leggen en de uitkomst van een gevecht bepalen.

Strijd en het winnen van een gevecht staat in ieder geval meestal centraal. Het duel of tweegevecht is waarschijnlijk van alle tijden of gaat in ieder geval heel ver terug in de tijd. Hoe we daar tegenaan kijken en welke betekenissen we daar aan toekennen verschilt nogal per cultuur en tijdsgewricht. In onze cultuur vinden we het niet koosjer meer om elkaar dood te maken (alhoewel?; zie de strijd en oorlogen om ons heen) en is het bij wet verboden.

Omdat het bloed nu eenmaal kruipt waar het niet gaan kan en het volk behalve aan brood toch ook wat behoefte aan spelen heeft, kent nagenoeg elke cultuur wel vormen van gereguleerde en/of geritualiseerde of gespeelde gevechten. Bij ons zijn dat bijvoorbeeld worstel- of bokswedstrijden en recenter Oosterse vechtkunsten als die uit Japan en China. En per slot van rekening is elke sportwedstrijd een uiting van de behoefte om kracht en kundigheid onderling en in strijd te meten.

Nu is het hele leven natuurlijk niet altijd maar sport en spel en voor sommigen zoals militairen, politiemensen en andere ordehandhavers alsook voor sommige criminelen geldt het beheersen van bepaalde vechttechnieken, en aldus je mannetje kunnen staan, dan ook als een beroepsvaardigheid.

En wat verstaan we onder strijd of een gevecht? Heb je daar minstens twee mensen voor nodig of kunt ook met jezelf of het leven in het algemeen worstelen? Moet het zich fysiek uiten of rekenen we een woorden- of ideeënstrijd ook als een gevecht? (denk aan de bekende uitspraak dat oorlog niets anders is dan een voortzetting van de politiek maar dan met andere middelen) Nu is elke vorm van competitie per definitie ook een vorm van strijd. In dat verband zou ik naar een citaat van Arnon Grunberg uit De Groene Amsterdammer nr 35 uit 2018 willen verwijzen. Het essay 'Het leven als strijd' naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van Adolf Hitler's 'Mein Kampf' besluit hij met: Er is veel voor te zeggen dat het leven inderdaad een strijd is. Het is onzinnig te beweren dat dat niet zo zou zijn omdat mensen ook goed kunnen samenwerken; juist competitie vereist samenwerking. De cruciale vraag is hoe wij die strijd vormgeven, welke spelregels wij daarbij hanteren, opdat fatsoenlijke huisvaders en vriendelijke moeders, met al hun al dan niet weerzinwekkende vooroordelen, geen moordenaars, beulen en handlangers van moordenaars hoeven te worden.

In geval van martial arts zal er toch altijd fysieke component in het spel zijn en bepalend zijn voor het verloop en de uitkomst.
Martial arts en/of vechtsporten kunnen in allerlei vormen, op diverse niveau's en om vele redenen beoefend worden. Zelfverdediging, om fit en gezond te blijven, recreatie of karaktervorming om maar eens een paar redenen te noemen.
Het aantal beoefenaars zou in Nederland volgens het NOC*NSF in 2019 zo'n 250 000 bedragen en wereldwijd zijn dat er volgens Wikipedia wel honderden miljoenen. Dus mocht je de aanvechting krijgen; je bent niet alleen en hier kun je dan uit kiezen.


<<< vorige volgende >>>

Sunday, August 4, 2024

Krijgskunstenaar?(3)

 Waar was ik gebleven in mijn krijgskunstverleden? O ja, ik deed een studie, zat met mijn neus in de boeken, was een stevige drinker, rookte als een ketter en werkte ’s nachts. Bepaald niet de weerspiegeling van het leven van een samoerai of wat voor krijger dan ook. In 1999 ging dat dan ook niet helemaal goed en had ik last van zogeheten etalage-benen oftewel Buerger’s Disease. En een ongemak (dis-ease) kun je het wel noemen, ik kon hooguit 300 meter lopen alvorens mijn benen op slot gingen en ik geen volgende stap meer kon zetten.

 Toen ik met mijn klachten naar de huisarts ging riep die er prompt zijn collega bij om toch ook eens te voelen hoe ontstellend weinig bloed er door mijn benen naar de voeten stroomde en werd ik direct doorgestuurd naar de cardioloog en de vaatchirurg. 

Er volgde een periode van ziekenhuisbezoek, ziekteverlof, werk hervatten, bedrijfsartsen en dergelijke. Bij een angiografie via de liesslagader schrokken de opererende artsen dermate dat ze na een telefoontje met de oppervaatchirurg toch maar een stent hebben geplaatst hoewel dat niet op het programma stond. Ik stopte met roken nadat de vaatchirurg mij te kennen gaf: Luister, ik ga jou niet vertellen dat je moet stoppen met roken want dat moet je natuurlijk helemaal zelf weten maar ik moet je wel vertellen dat als je doorgaat met roken we binnen een tijdsbestek van drie jaar minstens één voet of stuk been zullen moeten amputeren. Ik stak de laatste sigaret op na elf uur op oudejaarsavond 1999 en heb deze eeuw niet meer gerookt.

Het was een rommelige tijd waarin behalve gedoe rond werk, inkomen en wettelijke en juridische regelingen daaromtrent ook mijn gevoel ten aanzien van mijn lijf en hoe ik in mijn vel stak af en toe aardig ondersteboven werden gekeerd. Kortom ik moest uit die lappenmand zien te kruipen waar ik voor mijn 50ste levensjaar zomaar in was beland.

Nachtdiensten waren inmiddels taboe en ik begon in 2000 overdag te werken en mijn plek te zoeken binnen de dagbesteding. Verder moest ik mezelf ook in fysieke zin en mogelijkheden weer een beetje opnieuw uitvinden. Afstanden lopen bleef een moeizame onderneming en mijn conditie was behoorlijk onder de maat. Ik zocht wel naar geschikte bewegingsvormen en begon me te interesseren voor zaken als Alexandertechniek en Feldenkrais. Het zou overigens nog 10 jaar duren alvorens mijn bemoeienis met de krijgskunsten weer een nieuwe impuls zou krijgen.

Dat werk binnen de dagbesteding bracht met zich mee dat ik wel weer met enige regelmaat met soms vrij heftige fysieke agressie van doen kreeg. Eenmaal ontving ik (volkomen onterecht) over het verloop van een dergelijke situatie zelfs via tussenkomst van justitie een reprimande van mijn werkgever. 

Mijn werkgever ging inmiddels meer overwogen en verstandiger om met het gegeven van agressief gedrag binnen een institutionele setting dan in de 80er jaren. Er werden inmiddels ook speciale trainingen “omgaan met agressie” gegeven; iets waar een aantal collega’s waaronder ik overigens wel jaren voor hebben moeten pleiten. 

Hoewel hetgeen ik zo'n twintig jaar daarvoor in de aikidotraining geleerd had veelal wel goed en gedoseerd heb weten te gebruiken in mijn werk was ik natuurlijk allesbehalve een krijgskunstenaar, een volleerde vechtsportbeoefenaar of een expert in het beteugelen van agressie. Wel had ik het gevoel dat ik binnen de mij gegeven werksituatie betrekkelijk goed met de daar voorkomende vormen van agressie om kon gaan en daar minder last van had dan sommige collega's. Hetgeen dan weer tot gevolg had dat ik vaker op mocht komen draven in dergelijke situaties. Toen ik in dit werk begon werd ik min of meer verrast door de frequentie en de mate van agressie die ik tegenkwam. En mocht dat ook aan den lijve ondervinden. Inmiddels had ik veel meer zicht op het omgaan met en het zien aankomen daarvan en scheen het mij toe dat veel lieden in openbare functies het in dat opzicht veel moeilijker hadden dan ik.  

Het kan verkeren.  

<<vorige volgende>>

Wednesday, July 24, 2024

Krijgskunstenaar?(1)

 Op dit blog heb ik vanaf 2012 de nodige blogjes gewijd aan aikido. Als je niet mocht weten wat dat is, kun je eens wat filmpjes op Youtube bekijken en wie weet zegt de naam Steven Segal je iets. Al enig idee wat die mensen in die zwarte broekrokken uitspoken?

Dan vraag je je wellicht af hoe een vredelievend mens als ik dan op zo’n mat en tussen die rollebollende vechtsporters verzeild is geraakt?

Dat zal ik je vertellen. In 1980 verruilde ik mijn werk op Hoogovens IJmuiden voor een baan in de zorg. En wel in die tak van zorg die destijds nog de Z-zorg heette. Een van de veranderingen die dat met zich meebracht was dat ik aanzienlijk vaker en langer op mijn luie kont zat dan daarvoor. De bedoeling daar was namelijk dat ik niet zozeer mezelf maar vooral de cliënten tot actie wist te bewegen. Dan maar eens zien of ik een mij passende vorm van lichaamsbeweging kon vinden. Bal- en competitiesporten waren bepaald niet mijn ding en daarmee vielen de meest gebruikelijke sportieve activiteiten dus al af. Nu had ik als 10-jarige eens een seizoen judo gedaan in buurthuis ‘De Zandkraai’ in Heemskerk dat was mij destijds uitstekend bevallen. Ook had k als 16-jarige of daaromtrent nog eens een poosje aan volksdansen gedaan in Assendelft of all places en ook dat had ik wel leuk gevonden. Ik zocht dus iets met dans of beweging richting krijgskunsten.

Destijds hadden we uiteraard nog geen internet of slimme foontjes dus moesten wij onze kennis uit de krant, radio of TV dan wel uit de bibliotheek of de encyclopedie halen. Van tai chi en aikido had ik wel eerder gehoord en erover gelezen. Wat mij daarover bekend was en de zogeheten filosofie daarachter intrigeerde mij bijzonder.  Zoals gezegd was dit vlak voor het internettijdperk en deden wij alles nog met de Gouden Gids en een inmiddels verouderde telefoon.

Ik bladerde dus eerst maar eens door die gouden gids om erachter te komen dat ze bij Dun Hong in Den Helder aan aikido deden. Hen vervolgens gebeld met een aantal vragen over dat aikido waarop de uitnodiging  kwam maandagavond eens langs te komen met mijn vragen en mee te doen.

Aldus geschiedde en reed ik een volgende maandagavond halverwege 1981 in m’n eentje en in mijn lichtgroene eendje naar Den helder en werd die avond lid van een aikido club. Er volgden zo nog vele maandagavonden tot dat in begin 1984 mijn inmiddels Fiatje het begaf en ik ’s avonds naar Den Helder fietsen toch iets te ver vond. Spijtig genoeg  kwam er zo voor mij een einde aan drie jaar enthousiaste beoefening van het aikido. Die drie jaar zwaaide Piet Gerrits de scepter over aikido bij Dun Hong. Daar hij nog bij de marine voer was hij niet altijd aanwezig en namen, als ik het wel herinner, de bruine banden Frans, Charlie en Alex de honneurs waar. In de Japanse lijn waren het met name de leraren Tamura en Sugano die middels stages gevolgd werden.

En zo nam mijn martiale carrière dus een aanvang en kwam na nauwelijks drie jaar weer tot een abrupt einde.

volgende>>