Showing posts with label sport. Show all posts
Showing posts with label sport. Show all posts

Sunday, September 29, 2024

Krijgskunstenaars?(7)

 Dit blogje in deze serie gaat al helemaal niet meer over wat ik doe maar over wat er zoal onder martial art of gevechtskunst wordt verstaan.

In de martial arts of krijgskunsten maakt men wel het onderscheid tussen interne en externe systemen dan wel stijlen en wordt in dat verband ook wel over zachte en harde stijlen gesproken. Een onderscheid dat voor mij persoonlijk van bijzonder belang is.

Maar wat onderscheidt een vechtsport of een martial art van welke andere sport of bezigheid? Op het eerste gezicht lijkt het vrij helder waar het in een krijgskunst of een vechtsport om en over zal gaan, namelijk het wederzijds meten van elkaars kracht en het kunnen winnen van een gevecht. Daarbij zullen we in eerste instantie veelal denken aan kracht en gespierde en goed getrainde lichamen en vervolgens misschien aan factoren als souplesse, behendigheid en timing. Maar ook psychologische factoren en/of karaktereigenschappen kunnen een aanzienlijk gewicht in de schaal leggen en de uitkomst van een gevecht bepalen.

Strijd en het winnen van een gevecht staat in ieder geval meestal centraal. Het duel of tweegevecht is waarschijnlijk van alle tijden of gaat in ieder geval heel ver terug in de tijd. Hoe we daar tegenaan kijken en welke betekenissen we daar aan toekennen verschilt nogal per cultuur en tijdsgewricht. In onze cultuur vinden we het niet koosjer meer om elkaar dood te maken (alhoewel?; zie de strijd en oorlogen om ons heen) en is het bij wet verboden.

Omdat het bloed nu eenmaal kruipt waar het niet gaan kan en het volk behalve aan brood toch ook wat behoefte aan spelen heeft, kent nagenoeg elke cultuur wel vormen van gereguleerde en/of geritualiseerde of gespeelde gevechten. Bij ons zijn dat bijvoorbeeld worstel- of bokswedstrijden en recenter Oosterse vechtkunsten als die uit Japan en China. En per slot van rekening is elke sportwedstrijd een uiting van de behoefte om kracht en kundigheid onderling en in strijd te meten.

Nu is het hele leven natuurlijk niet altijd maar sport en spel en voor sommigen zoals militairen, politiemensen en andere ordehandhavers alsook voor sommige criminelen geldt het beheersen van bepaalde vechttechnieken, en aldus je mannetje kunnen staan, dan ook als een beroepsvaardigheid.

En wat verstaan we onder strijd of een gevecht? Heb je daar minstens twee mensen voor nodig of kunt ook met jezelf of het leven in het algemeen worstelen? Moet het zich fysiek uiten of rekenen we een woorden- of ideeënstrijd ook als een gevecht? (denk aan de bekende uitspraak dat oorlog niets anders is dan een voortzetting van de politiek maar dan met andere middelen) Nu is elke vorm van competitie per definitie ook een vorm van strijd. In dat verband zou ik naar een citaat van Arnon Grunberg uit De Groene Amsterdammer nr 35 uit 2018 willen verwijzen. Het essay 'Het leven als strijd' naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van Adolf Hitler's 'Mein Kampf' besluit hij met: Er is veel voor te zeggen dat het leven inderdaad een strijd is. Het is onzinnig te beweren dat dat niet zo zou zijn omdat mensen ook goed kunnen samenwerken; juist competitie vereist samenwerking. De cruciale vraag is hoe wij die strijd vormgeven, welke spelregels wij daarbij hanteren, opdat fatsoenlijke huisvaders en vriendelijke moeders, met al hun al dan niet weerzinwekkende vooroordelen, geen moordenaars, beulen en handlangers van moordenaars hoeven te worden.

In geval van martial arts zal er toch altijd fysieke component in het spel zijn en bepalend zijn voor het verloop en de uitkomst.
Martial arts en/of vechtsporten kunnen in allerlei vormen, op diverse niveau's en om vele redenen beoefend worden. Zelfverdediging, om fit en gezond te blijven, recreatie of karaktervorming om maar eens een paar redenen te noemen.
Het aantal beoefenaars zou in Nederland volgens het NOC*NSF in 2019 zo'n 250 000 bedragen en wereldwijd zijn dat er volgens Wikipedia wel honderden miljoenen. Dus mocht je de aanvechting krijgen; je bent niet alleen en hier kun je dan uit kiezen.


<<< vorige volgende >>>

Tuesday, August 23, 2016

De Nederlandse (sport)zomer?

Vroeger had je nog echte zomers; tegenwoordig hebben we, naar ik heb horen verluiden, sportzomers.

Als aan alles komt een eind en aan zo'n zomer gelukkig ook weer; na nu nog een rondje door Spanje fietsen. Niet dat ik daar veel mee op heb of al teveel gemerkt van die gemaakte en opgeklopte zomer. Wanneer ik op radio of TV weer het opgewonden en overslaande stemgeluid van twee van die door en over elkaar heen buitelende emotioneel gefakete en opgefokte commentatoren hoor dan zet ik zoiets subiet uit of schakel over op een ander kanaal.
Om me niet al te zeer aan het doorgaans wezenloze geleuter van het gilde der sportverslaggeving te hoeven ergeren vermijd ik hen maar zoveel mogelijk. Dat blikt echter niet altijd te lukken. Zo luisterde ik laatst via de autoradio eens naar een cultureel programma waarin Jeroen Krabbé mijn nieuwsgierigheid wekte toen hij de laatste paar minuten toch heel graag en bijna dringend nog iets kwijt wilde over zijn bemoeienis met Anne Frank projecten. En jawel hoor dat kon niet want er moest live overgeschakeld worden naar de wedstrijd Heracles tegen Huppeldepup omdat het wel eens spannend zou kunnen worden daar. Dag meneer Krabbé .. en het programma eindigde dus met het opgewonden standje van een commentator die, zo leek het, Theo Koomen (pionier en kampioen in dit soort prut verslaggeving) probeerde na te doen. Dat ervaar ik dan, zogezegd, als de terreur van de huidige sportverdwazing en -verslaggeving.

Maar goed, de spelen zijn, als ik het wel heb, weer voorbij en de krant kan weer bijna de helft dunner worden. Nederland schijnt weer zeer tevreden te zijn met zichzelf en moet weer afkicken. Ik hoorde een commentator voor de radio zeggen dat er nu wel een nieuwsherfst in zou treden. Kletsmajoren toch, die lieden. Ik zou zeggen dat het echte nieuws weer op kan bloeien, maar dat is dus maar net hoe je er tegenaan kijkt. Misschien zouden we Maarten van Rossum eens over deze kwestie kunnen peilen?

Zoals gezegd lijkt Nederland weer zeer in z'n nopjes met zichzelf en vinden wij onszelf weer heel goed en geweldig ook al haalden we 1 medaille minder dan de vorige keer terwijl het streven was om er minstens 1 meer te halen. Hebben we in ieder geval weer iets om naar toe te werken en ons overtollige geld aan te besteden, zullen we maar denken.

Die wat monomane gerichtheid op resultaat en medailles en het naar huis sturen van deelnemers die zonder medaille uit de (rat)race gevallen zijn doen mij toch denken: dit is toch weer Holland op z'n smalst.
Terwijl de collectieve intentie toch lijkt te zijn dat we de wereld een poepie laten ruiken, opstomen in de vaart der sportieve volkeren en ons kunnen meten met de grote sportnaties als de USA, Rusland, China en anderen die zich als zodanig menen te moeten profileren.
Een leerzaam artikeltje van Peter de Waard in de Volkskrant relativeert die vermeende dominantie van bepaalde landen als de Verenigde Staten heel mooi.
Fact-checking heet dat wel; de cijfers laten spreken in perspectief. In welk perspectief dan? Wel het artikel geeft de top-tien in twee alternatieve medaillespiegels; het ene geeft het aantal medailles per miljoen inwoners en de ander het aantal per miljard dollar bruto nationaal product ofwel de materiële welvaart.
En welke landen treffen wij dan aan in de top-tien wanneer we naar inwoneraantallen en financiële rijkdom kijken? Wel, er komen geen Amerika, geen Rusland en geen China in voor! Die grootste en machtigste landen, die er omwille van hun reputatie als wereldleiders miljoenen tegenaan gooien om het meeste goud, zilver en brons binnen te halen, figureren in geen van beide top-tien lijsten. Is dat beschamend voor die toch zo machtige landen dat alle geld en moeite die ze erin pompen zich niet werkelijk lijkt uit te betalen of lijden de meeste mensen aan het NKK-syndroom als het over (top)sport gaat? Wie het weet mag het weer zeggen! Zoals half Nederland ook zijn zegje deed over de vraag of een olympisch sporter wel een biertje mag drinken en iets later thuiskomen.
In genoemde top-tiens staan allemaal kleinere landen als Jamaica, Bulgarije, Estland, Finland, Cuba, Tonga en Slovenië. De DDR leidt het klassement naar inwoneraantal; maar dat land bestaat niet meer en speelde zoals we weten een beetje vals. Maar daartussen treffen we ook geen Nederland, dat zich toch altijd de grote onder de kleintjes waant, aan. Toch niet zo groot en zo goed als we dachten?

En zijn de arm(st)e Brazilianen in de favela's dan nog iets beter geworden van dit olympisch festijn? Daar ziet het er bepaald niet naar uit. De meeste Brazilianen lijken ook nauwelijks warm of koud te worden van De Spelen. Zij gaan meer voor het voetbal en hun soaps en dat het hele jaar door en niet alleen 's zomers. Het was, niettegenstaande het mooie weer, ook helemaal geen zomer in Brazilië; daar was en is het nu winter!

Sunday, June 21, 2015

Stilstaan bij beweging

Een echte sportliefhebber of sporter ben ik nooit geweest, laat staan een topsporter.
Toch belandde ik gisteren zomaar eens op Papendal, en wel voor een bijzonder interessante workshop. StandingstillMovingwithease Dat ging over stil staan en met enig gemak bewegen. Zeg maar, een beetje stilstaan of een rustpunt vinden in en bij het bewegen.
En dat, zo te zien, ook de dames van het nationale volleybalteam wel kon boeien. PapendalVolleybalteam

Tuesday, March 4, 2014

Midas, bioloog met een knipoog

Ik ben doorgaans nogal gecharmeerd van en moet niet zelden (glim)lachen om de causerietjes en de schrijverij van Midas Dekkers. Onze vaderlandse bioloog met altijd wel een kwinkslag en een knipoog. Als lachen (of glimlachen) gezond is kan Dekkers lezen of beluisteren nooit ongezond zijn.
midas_dekkers

Zijn laatste boek draagt de titel: De kleine verlossing of de lust van de ontlasting.

de-kleine-verlossing-of-de-lust-van Vanmorgen las ik in verband met het uitkomen van dat boek een amusant artikel en interview door Frénk van der Linden in de Volkskrant dat weer helemaal in de stijl en de sfeer gesteld was zoals we dat van Midas Dekkers gewoon zijn.
Begrijp het nou toch, mensen: poepen is scheppen
prijkt er boven het krantenartikel. Dat is iets waar we ons in onze jongste jaren terdege van bewust waren, maar dat we inmiddels lijken te zijn vergeten of niet meer willen weten.

Herinner je je het credo van Dick Swaab nog: wij zijn ons brein?
Vast wel, want behalve dat het een ongelofelijke best-seller was lijkt inmiddels zowel de publieke opinie als het leeuwendeel van de wetenschappelijke wereld overtuigd geraakt van die halve waarheid.
De reactie van Midas daarop:
'Tjongejongejonge, wat zijn jullie erin gestonken. On-ge-lo-fe-lijk. Het leven is in essentie niks anders dan stoffen uit de buitenwereld die onze ingewanden ingaan en transformeren tot energie, waarna we het restant afscheiden.

'Overal in onze darmen zitten zenuwcellen die precies weten hoe zij het beste kunnen omgaan met binnenkomend voedsel en die direct in de gaten hebben wanneer iets bedorven is. Dan wordt dat hatsekiedee door middel van diarree geloosd.

'Van de hersens gaan verschillende grote en lange zenuwen je lichaam in om bevelen te geven aan onze darmen. Maar wanneer die worden doorgeknipt, blijven de ingewanden het keurig netjes doen. Volautomatisch. De darmen hebben onze hersens absoluut niet nodig. Het is precies andersom: onze hersens kunnen onmogelijk zonder de darmen. Regelen die de voortdurende energietoevoer niet, dan kan ons brein het schudden. Ik zeg: wij zijn onze darmen.

Die hersens... ach, een heleboel mensen schijnen prima zónder te kunnen.'
Tja, zo is dat; als wij ons lijf zijn dan is dat brein toch nog altijd slechts een deel van dat lijf en nog niet het hele verhaal. Hoewel ik ook wel eens wil roepen dat wij mensen ons lijf zijn, is dat natuurlijk ook nog maar het halve verhaal maar dat is weer een heel ander verhaal.

Hier nog even een link naar een uiterst verhelderend interview met Midas Dekkers over lichaamsbeweging en sport; ten zeerste aanbevolen!

Sunday, June 30, 2013

De tour de ..

En dan heb ik het niet over een toren .. maar over de de tour de Corse .. eh .. de tour de force .. hm .. ik bedoel natuurlijk de tour de France. Daar heeft bijna iedereen het toch over, nietwaar? tourdefrance Jaren geleden wilde ik nog weleens wat flarden van etappes volgen op de buis. Niet omdat ik die zwetende mannen op die uitgeklede fietsies nou zo’n spannend gezicht vond of het zo interessant vond om van de commentator te horen hoe die mannen allemaal heetten en hoe ze het toen en toen in andere koersen en klassiekers gedaan hadden. Bepaald niet. Ik keek er soms graag naar vanwege het landschappelijke decor dat bij een dergelijk circus nu eenmaal onvermijdelijk ook in beeld gebracht wordt en waar af en toe door de camera en de regie ook bewust en nadrukkelijk de aandacht op gericht werd. Daarbij zette ik dan soms wel het geluid uit om van het oeverloze gezwets en het quasi-analytische gezever van die sportcommentatoren af te zijn. sports-commentary-analysts De laatste jaren deed ik dat eigenlijk niet meer .. zo eens even een stukje tour aanschouwen op de buis. Maar dit jaar vond ik dat ik de tour toch wel weer eens een blik waardig kon keuren. Niet omdat de tour zijn honderdste verjaardag viert maar omdat Corsica als het plaats delict van de start en de eerste drie etappes werd verkozen. afiletta En beelden van Corsica doen ons altijd wel wat. De oude Grieken geven het eiland de naam ‘Kalliste’, de allermooiste en het staat ook wel bekend als Île de beauté. Het is al weer meer dan tien jaar geleden dat wij daar waren maar de herinneringen daaraan laten zich nogal makkelijk en graag oprakelen. A bandera testa mora Dus dat wordt nu bij gelegenheid toch maar een paar dagen het kassie aan om de tour weer eens te volgen. Nu blijkt NOS Sport niet erg van zins om ons in dat voornemen ter wille te zijn. De karavaan was nauwelijks vertrokken uit Purtivechju en onderweg naar Bonifaziu of de Nederlandse TV schakelde over naar Assen om eens uitgebreid verslag van de TT te gaan doen. Maar die gierende motoren kunnen mij zelfs niet een klein beetje boeien. Na deze droefenis bijna een half uur aangezien te hebben dringt het pas tot mij door dat voor de ware passie voor de wielersport niet bij ons maar bij de zuiderburen moet zijn. En zowaar, België Één laat gewoon de tour zien en de karavaan blijkt inmiddels Purtivechju weer te passeren om noordwaarts richting Sulenzara te koersen. Een plezante bijkomendheid van deze Vlaamse zender is dat ik mij, in tegenstelling tot het gezever van hun Nederlandse collega’s, niet zo hoefde te ergeren aan het gekeuvel van de Vlaamse sportcommentatoren. duck-sport-commentator Ik bedacht nog even dat jullie het maar treffen .., alhoewel misschien is het ook wel een beetje pech voor sommigen dat ik niet de eind-regie van zo’n tourverslag in handen heb. Dan zou zo’n uitzending er toch iets anders uitzien. Meer landschappelijk schoon bijvoorbeeld en minder zwoegende mannen op nogal onooglijke en uniforme tweewielers. Verder zou ik het vrij inhoudsloze geteut van de sportcommentatoren grotendeels vervangen door wat knappe achtergrondmuziek. De eerste drie dagen van deze tour zou dat ongetwijfeld vooral de bekende Corsicaanse polyfonie zijn. Variërend van Canta u populu Corsu tot I Muvrini tot A Filetta en alles wat zich daarvoor, daarna en daartussen bevindt. 09120022 (2) Maar ja, ik ga daar niet over dus zullen we het in dit land vooralsnog met het geluid van zwetsende commentatoren en gierende motoren moeten doen. Vooroordelen en stigma? Ik ga straks mooi naar de tour kijken! Armstrongstigma

Tuesday, February 26, 2013

Voetbal(letje-balletje)

Qua algemeen veronderstelde kennis ben ik toch wel een beetje gehandicapt in de zin dat ik nu eenmaal geen of weinig verstand heb van economie of voetbal. Vooral van de spelregels van beide spelletjes snap ik af en toe echt geen bal. Wel hoor ik commentatoren met enige regelmaat roepen dat de bal rond is, zodat ie, evenals trouwens de meeste muntjes, in principe, alle kanten uit zou kunnen rollen.
In de media worden we ondertussen zo’n beetje murwgeslagen en platgegooid met volslagen nietszeggende ditjes en datjes uit en over de sportwereld met meestal als hoofdschotel: ‘il calcio’ zoals de Italianen zeggen, of 'soccer' volgens de Engelsen ofwel ‘het voetbal’. Sla maar eens een krant open of schakel maar eens een radio- of TV-zender in; er lijkt echt geen ontkomen aan. Aan dat oeverloze gewauwel van de sport-commentatoren! voetbalgeld Als ik dat miljarden-sportbedrijf bezie, vraag ik me meestal dingen af als wat het hier verschil tussen sport en spel is of tussen geld en geldingsdrang en hoe die vier zich tot elkaar verhouden, maar over dergelijke vragen hoor je ze niet zo gauw. Doorgaans weet ik dan ook maar weinig interessants over dit balspel te melden, dat bij gelegenheid wel wat op balletje-balletje of anders op een vechtsport begint te lijken.
Arnon Grunberg, duidelijk geen sport-commentator, had vanmorgen in zijn column in de Volkskrant wel iets te melden over het betaald voetbal. Een raak en snedig stukje dat zelfs ik, als voetbal-analfabeet, helemaal zonder moeite kon volgen.
ArnonGrunberg
Voetnoot
Betaald voetbal
Het gevecht tussen Mathijsen en Lens na afloop van Feyenoord-PSV was het mooiste voetbal dat ik in tijden heb gezien. Chef-voetbal van De Telegraaf, Valentijn Driessen sprak er schande van, maar De Telegraaf maakt graag zelf mensen kapot. Ze kunnen het absoluut niet hebben als anderen er een soortgelijke hobby op nahouden. En het respect dan? Je kunt mensen met respect in elkaar slaan. Een bokser heeft me dat eens uitvoerig uitgelegd. Betaald voetbal heeft net zoveel met sport te maken als een hedge-fonds. We moeten begrijpen dat de ware wedstrijd achteraf, in de kleedkamers, wordt gespeeld. Daar krijg je immers te horen welke spelers voor welke som zijn omgekocht. Trainers zouden evenees vaker met elkaar op de vuist moeten gaan. Ze kunnen enkele tanden kwijtraken, maar we sturen toch ook een korporaal, die heel wat minder verdient, naar Afganistan waar hij zijn benen of zijn leven kan verliezen?
Arnon Grunberg

Wednesday, August 15, 2012

Sport- of economiezomer?

Wat, naar ik opeens overal hoor en lees, zomaar de sportzomer is gaan heten, schijnt inmiddels weer voorbij te zijn.
Ik heb daar zelf weinig van gemerkt en ook beslist niet van genoten. Af en toe vind ik het erg vervelend wanneer die paar aardige tv-programma's die we nog rijk zijn voor de huidige overdaad aan sportverdwazing moeten wijken. Verder zal het mij allemaal wel worst wezen.

In de V-krant van gisteren kopte Peter de Waard in De Kwestie:


Is sport misschien toch gewoon economie?

Eigenlijk zijn de medaille-oogsten van landen zo goed voorspelbaar dat de spelen zelf bijna overbodig zijn


Oh .. denk ik dan .. dat zou weleens kunnen verklaren waarom die sport mij toch maar niet kan boeien. En ja van economie heb ik nu eenmaal ook absoluut geen verstand.

Het stukje eindigt als volgt:


Alle breed uitgemeten verrassingen ten spijt zijn de Spelen eigenlijk heel voorspelbaar. Als de Greatest Show On Earth niet zulke vermakelijke, mooie en emotionele beelden zou opleveren, zouden ze beter schriftelijk kunnen worden afgedaan.
Dat scheelt 12 miljard euro.



En Nederland wil dat feest over 16 jaar ook zo graag eens organiseren?

Voor mij hoeft dat niet zo nodig, hoor; maar ik hoop dat de gewone zomer toch nog wel een poosje aanhoudt.

Monday, August 30, 2010

Ode aan Anton (de grote sportman) Geesink (1934-2010)

Sport is hot en sport is in. Sporters genieten aanzien en faam. Sport is big business en the lucky and the clever ones kunnen er behoorlijk mee binnenlopen.
Nu heb ik niets met sport omdat ik het zelden leuk vind om lang naar te kijken en wat ik er dan van zie, vind ik vaak maar weinig sportief.

Daarbij vind ik ook nog eens het geleuter van sportcommentatoren veelal niet om aan te horen.
Terwijl ik wel weer kan genieten van het gepassioneerde commentaar van iemand als Bart Veldkamp. Zo vond ik het op enig moment ook weleens leuk om de inzet en de energie van mensen als bijvoorbeeld Gianni Romme of Annie Friesinger te zien en te bewonderen. Maar bij het gros van de sporthelden heb ik dat toch echt niet. Zo hoor ik wel eens namen van voetballers voobij komen en heb geen idee over wie het gaat. Ik heb dan ook absoluut geen verstand van voetbal en zie de ophef over dat spelletje ook meestal als een vorm van verdwazing.

Ik ben dus niet bepaald degene van wie je een lofzang op een sport of sporter zou verwachten.
Maar dan hier toch even een uitzondering gemaakt voor onze Anton Geesink.



In 1964 verbaasde hij de wereld door de Japanse hegemonie in de judosport te doorbreken, koppen de meeste berichten. Maar in 1961 was hij al wereldkampioen. Dat was zo de tijd dat ik ook nog een jaartje in het plaatselijke buurthuis De Zandkraai aan judo deed.

Hoewel verschillende koppen en berichten bijna suggereren dat de grote Geesink het Japanse volk met het behalen van zijn titels een vernederde klap toegebracht zou hebben was de verhouding tussen Hesing-San en de japanners er evenwel één van wederzijds respect. Iets dat zeker niet altijd gezegd kan worden van Geesink's latere verwikkelingen met de bobo's en de bureaucraten uit de wereld van de sport, door wie hij zich wel meer dan eens vernederd en aan de kant gezet voelde.
In die 60er-jaren gold hij voor veel Nederlanders als de sportheld en het boegbeeld van de Nederlandse sport.



In de 70er-jaren werkte ik op Hoogovens, IJmuiden en hoorde daar een voorman eens vertellen over Anton. De man kwam uit Utrecht en had daar ooit in de bouw gewerkt. Hij had Anton daar gekend als opper, iemand die tassen stenen en zakken cement loopt te sjouwen. Hij vertelde over Anton als een goedmoedige dommekracht van wiens welwillendheid en spierkracht de andere bouwvakkers dankbaar gebruik wisten te maken. Die vermeende intellectuele zwakheid zou hem nog lang als een opgeplakte schaduw achtervolgen.

In de 80er-jaren volgde ik in het kader van een pedagogiek-opleiding eens een training gesprekstechnieken aan de psychologische faculteit van de VU. Deze bijeenkomsten werden telkens ingeleid met een video-instructie. Onze gids en gastheer op deze video's bleek tot ons aller verbazing niemand minder dan Anton Geesink te zijn (naast ook Marijke Höweler), die dat heel verdienstelijk deed.

Wat valt er nog meer over Geesink (in Wijk C ook wel de lange genoemd) te vertellen? We kunnen het allemaal lezen in de vele artikelen die het afgelopen weekeinde ter nagedachtenis van deze grote sportman verschenen. Van zijn moeilijk te overschatten betekenis voor de ontwikkeling van de judosport tot het eindeloze gesteggel en vele aanvaringen met de bonzen en de bestuurders van het chique. Naar verluidt voelde hij zich vaak een roepende in de woestijn. Afgelopen vrijdag overleed hij.

Maar mij leek hij behalve lang, zwaar en onverzettelijk toch altijd vooral groot in de zin van groots en grootmoedig te zijn. Iemand die niet gewoon zomaar fysiek sterk was maar daarbij ook over een uitzonderlijke geestkracht beschikte en die kwaliteiten moeizaam bevochten leek te hebben. Zeker niet zo gelikt en eloquent als de meeste bestuurders, maar iemand met een heldere en doorwrochte visie en het hart op de juiste plek. Een bijzonder mens van het soort waar we er meer van zouden willen hebben en niet alleen in de wereld van de sport.

Ja, ik sta er zelf ook een beetje van te kijken maar dan blijk ik toch zowaar ook een sportheld te hebben en wat voor een.


Tekening: Kees Wennekendonk

.