Showing posts with label voetbal. Show all posts
Showing posts with label voetbal. Show all posts

Wednesday, July 2, 2014

Rotte appels

Zie ik na dat artikel van gisteren nu op pagina 3 van dezelfde krant de volgende kop:
Zijn er rotte appels in Brazilië?
Wat een mallotige vraag, denk ik dan. Overal waar je appels vind zul je ook wel rotte appels vinden, nietwaar?
Door weersomstandigheden als te abrupte of te grote temperatuurswisselingen, hoge luchtvochtigheid, ze te lang laten hangen of laten liggen, ze vergeten op te eten en in je tas laten zitten en noem maar op. Of gewoon omdat je die er nu eenmaal altijd bij hebt.
Kortom wat een domme vraag! Je moet ze alleen niet met rotte peren willen vergelijken, alhoewel??
Blijkt uit de volgende zin dat het niet over eten maar over voetbal en matchfixing gaat. voetbalgeld Tja dan is het misschien nog niet zo'n gekke vraag maar dan hoef ik dus niet verder te lezen.

Tuesday, February 26, 2013

Voetbal(letje-balletje)

Qua algemeen veronderstelde kennis ben ik toch wel een beetje gehandicapt in de zin dat ik nu eenmaal geen of weinig verstand heb van economie of voetbal. Vooral van de spelregels van beide spelletjes snap ik af en toe echt geen bal. Wel hoor ik commentatoren met enige regelmaat roepen dat de bal rond is, zodat ie, evenals trouwens de meeste muntjes, in principe, alle kanten uit zou kunnen rollen.
In de media worden we ondertussen zo’n beetje murwgeslagen en platgegooid met volslagen nietszeggende ditjes en datjes uit en over de sportwereld met meestal als hoofdschotel: ‘il calcio’ zoals de Italianen zeggen, of 'soccer' volgens de Engelsen ofwel ‘het voetbal’. Sla maar eens een krant open of schakel maar eens een radio- of TV-zender in; er lijkt echt geen ontkomen aan. Aan dat oeverloze gewauwel van de sport-commentatoren! voetbalgeld Als ik dat miljarden-sportbedrijf bezie, vraag ik me meestal dingen af als wat het hier verschil tussen sport en spel is of tussen geld en geldingsdrang en hoe die vier zich tot elkaar verhouden, maar over dergelijke vragen hoor je ze niet zo gauw. Doorgaans weet ik dan ook maar weinig interessants over dit balspel te melden, dat bij gelegenheid wel wat op balletje-balletje of anders op een vechtsport begint te lijken.
Arnon Grunberg, duidelijk geen sport-commentator, had vanmorgen in zijn column in de Volkskrant wel iets te melden over het betaald voetbal. Een raak en snedig stukje dat zelfs ik, als voetbal-analfabeet, helemaal zonder moeite kon volgen.
ArnonGrunberg
Voetnoot
Betaald voetbal
Het gevecht tussen Mathijsen en Lens na afloop van Feyenoord-PSV was het mooiste voetbal dat ik in tijden heb gezien. Chef-voetbal van De Telegraaf, Valentijn Driessen sprak er schande van, maar De Telegraaf maakt graag zelf mensen kapot. Ze kunnen het absoluut niet hebben als anderen er een soortgelijke hobby op nahouden. En het respect dan? Je kunt mensen met respect in elkaar slaan. Een bokser heeft me dat eens uitvoerig uitgelegd. Betaald voetbal heeft net zoveel met sport te maken als een hedge-fonds. We moeten begrijpen dat de ware wedstrijd achteraf, in de kleedkamers, wordt gespeeld. Daar krijg je immers te horen welke spelers voor welke som zijn omgekocht. Trainers zouden evenees vaker met elkaar op de vuist moeten gaan. Ze kunnen enkele tanden kwijtraken, maar we sturen toch ook een korporaal, die heel wat minder verdient, naar Afganistan waar hij zijn benen of zijn leven kan verliezen?
Arnon Grunberg

Saturday, June 30, 2012

Voetbal en economie

Ik mag nog wel eens roepen dat ik absoluut geen verstand van voetbal heb en al evenmin van economie.
Overigens zie ik weinig of geen overeenkomsten tussen die twee zaken of het moet al zijn dat je ze allebei als een wedstrijd en een spel(letje) zou kunnen bezien. Er zijn lieden die het ook zo beschouwen.



In dit deel van Europa lijkt de opvatting post gevat te hebben dat men in de zuidelijke mediterane landen absoluut geen verstand heeft van het beheren of op orde brengen van het huishoudboekje van staat.
Het ziet er toch onmiskenbaar naar uit dat ze daar in het zuiden aan de Middelandse Zee in ieder geval wel, veel meer dan wij hier, verstand hebben van dat spelletje dat voetbal heet.



Nu heb ik dus beslist geen verstand van voetbal maar ik begrijp uit ondermeer de krantencommentaren dat ons nationale elftal de leeuw in zijn hempie liet staan en het EK 2012 toernooi zo vroeg moest verlaten omdat dat team zou bestaan uit te grote ego's die zich niet ondergeschikt konden of wilden maken aan het grotere gezamelijke doel.



Ik vraag me dan af: zou onze landelijke politiek de laatste jaren ook niet een beetje door datzelfde verschijnsel geteisterd worden?
Volgens mij vertonen ons voetbal en onze vaderlandse politiek als ook de verslaggeving over beide spelletjes ook wel de nodige overeenkomsten.

Monday, June 18, 2012

Die aardige Grieken toch ...



Roep ik net in een blogje dat de Grieken nagenoeg nog uitsluitend negatief in het nieuws lijken te komen, worden die Grieken opeens door Merkel en diverse anderen gecomplimenteerd en geloofd om hun moedige en verstandige keus voor Europa, de € en de eurozone.



Zijn Griekenland en de € dan nu opeens van de ondergang gered?
Je hoeft, dunkt me, toch echt niet in die dubieuze ondoorgrondelijke financieel-economische wetenschappen doorgeleerd te hebben om te snappen dat het echte herschikkings- en saneringswerk na een dergelijke verkiezingsuitslag pas echt kan en zal moeten beginnen. En dat dat voor talloze brave burgers en welwillende cq werkwillende mensen, met name in Zuid-Europa, op z'n minst tijdelijk, de nodige sociaal-economische rampspoed zal betekenen. En dat de echte rampspoed zelden de lieden treft die je op enigerlei wijze verantwoordelijk zou kunnen stellen voor de malaise waar we in beland zijn, lijkt al even evident; alle geleuter over incentives, de juiste signalen en perverse prikkels ten spijt.



Na deze eerste plotse pluimen en lofuitingen aan het adres van de Grieken, zullen we wel weer heel snel allerlei slechte en deprimerende euroberichten kunnen verwachten, want wie wil zoete lieve Gerritje zijn of genoemd worden?
Ik hoorde voor Buitenhof al een deskundige zeggen dat hem niets zou verbazen als de Nederlanders de volgende (dreigende) dwarsliggers in Europa blijken te worden. We zullen het zien.
Volgens Brederoo kunnen zaken nu eenmaal vreemd lopen en een onverwachte wendingen nemen.

Nu heb ik nog minder verstand van voetbal dan van economie maar voorlopig moeten eerst de Grieken nog een potje voetballen tegen de Duitsers, naar ik heb vernomen.

Friday, July 2, 2010

Mijn voetbalverleden zonder oranjeperikelen



Dan laat ik het oranje zonnetje maar weer eens ondergaan om eens wat over voetbal te praten.
Niet dat ik veel zinnigs zou kunnen vertellen over dat spelletje waarvan oplettende commentatoren maar blijven benadrukken dat de bal rond is. Eerder liet ik me al eens ontvallen, evenals Louis Davids, absoluut geen verstand van voetbal te hebben en dat is nog steeds het geval. Maar ja we krijgen op de een of andere manier toch allemaal iets met die sport te maken; daar kom je gewoon niet onderuit. Dus al staan mensen die mij kennen daar wellicht versteld van, ook ik heb een voetbalverleden.
Dan nu maar eens op de proppen daarmee:

In de tweede of derde klas lagere school gingen veel van mijn klasgenootjes op voetbal, want dat was het helemaal. Ik dus ook op voetbal maar na een week of wat, nog voor de aanschaf van kleding en schoenen, had ik het wel bekeken; dit spelletje kon mij niet boeien. Dus Dickie maar weer gauw terug naar de padvinderij, waar we tenminste niet iedere week hetzelfde deden. Verder voetbalde ik op de trapveldjes als er niets anders te doen viel natuurlijk gewoon met mijn klasgenootjes mee zonder ooit de sterspeler te zijn.

Op het wat uitgebreidere lagere onderwijs hadden we een leraar die het betreffende spelletje als volgt placht samen te vatten: 22 verdwaasde lieden die op een grasveldje zich het schompes achter een bal aan rennen om die te bemachtigen en als ze hem dan eindelijk hebben, schieten ze hem zo hard mogelijk weer weg! Hij vergeleek dat merkwaardige gedrag wel eens met dat van bergbeklimmers die hun leven wagen om de top te bereiken en eenmaal boven elkaar aanstoten, naar beneden wijzen en zeggen: wat mooi hè, daar beneden? Of de grappen van meester Elzinga nu zo'n indruk op mij gemaakt hebben, ik weet het niet, maar ik heb in die schoolperiode in ieder geval niet meer gevoetbald.

Voetbal en ik waren blijkbaar geen goeie match om even in Scheringa-termen te spreken. Dat zal toch niet aan mijn genen liggen? Mijn opa van moederskant leefde zo ongeveer voor de voetbal, was jarenlang penningmeester van voetbalvereniging Beverwijk alwaar ooit het Simon Rumping toernooi nog naar hem vernoemd werd.
Mijn vader volgde met meer dan gemiddelde geestdrift de voetbalwedstrijden op de televisie en als de bal naar één kant uit beeld verdween zag je hem met zijn hoofd en hele lijf naar voren en de tegenovergestelde richting uit neigen alsof hij om het hoekje wilde kijken waar die bal nu bleef. Dat laatste is hem ondanks het volharden in zijn pogingen nooit echt gelukt, maar het illustreerde wel mooi hoe hij volledig opging in het spel.
Aan mijn genen kan het dus niet liggen; hoewel ik mij wel mijn hele leven al afvraag of ik niet een bepaald mannelijk gen mis. Als ik zie hoe allesoverheersend de mannelijke fascinatie voor auto's, voetbal en vrouwen is en welke vormen dat aan kan nemen, voel ik me al gauw een vreemde eend in de bijt omdat ik die eerst twee volkomen mis. De fascinatie voor vrouwelijk schoon deel ik dan wel weer volledig met mijn soortgenoten, maar daar kan ik echt niets aan doen; dat schijnt door de hormonen te komen. Voor eventuele klachten daarover dient men zich bij Onze Lieve Heer te vervoegen zeg ik altijd maar.

Mijn moeder hield ooit een kleuterschool schoon, hetgeen natuurlijk niets met voetbal van doen heeft maar daar werkten wel leuke jonge vrouwen cq. meiden als kleuterleidster. Een van hen heette Annet, was daar recent komen werken en woonde op kamers. Nu had Annet een oogje (van amoureuze aard) op mij laten vallen en vroeg zich af hoe zoiets aan te pakken. Een vriendin had wel een goed idee en zei: dan zeg je toch dat wij van voetbal houden en vraag je of we bij hen deze of gene belangrijke wedstrijd mogen kijken; dan ga ik wel met je mee. Gewiekst, hè?
Toen de beide dames de bewuste avond TV kwamen kijken hebben we gezellig een eerste kopje koffie gedronken en toen de voetbaluitzending op punt van beginnen stond, stond Dick op, wenste een ieder een prettige avond en een spannende wedstrijd, verdween naar zijn kamer en iets later op de avond naar de kroeg. Zoals het een echte vent in zijn naïviteit betaamt had ik niet het minste benul van de ware reden van dit vrouwelijk bezoek en verkeerde ik in de veronderstelling dat ze wel heuse voetbalfans zouden zijn. Mijn vader was overigens zeer verguld met het bezoek van twee leuke meiden die het nobele spel om de bal tenminste leken te waarderen en aan wie hij zijn kennis van het spel en zijn mening over deze wedstrijd onbelemmerd kon slijten.
Hoe ik dit weet? Jaren later kwam ik Annet, die inmiddels getrouwd was, nog eens tegen in de kroeg en zijzelf vertelde mij dit verhaal waar we toen samen flink om gelachen hebben!



Later heb ik nog weleens meegespeeld in gelegenheidsteams van kroeg of werk waarbij je voetbalkwaliteiten van secundair of geheel niet van belang waren. Ik werkte toen bij Hoogovens en het leeuwendeel van de collega's was behoorlijk voetbal-enthousiast en volgden nauwgezet de verrichtingen in de competities van ere- en eerste en soms nog wel meer divisies.
In die tijd wilde het wel eens gebeuren dat één der collega's mij benaderde met: zeg, jij weet nogal veel, hè; op een toon die niet helemaal duidelijk maakte of het nu een vraag of een bewering betrof. Op zo'n moment waren er meestal twee mogelijkheden, of de ander kwam serieus om raad of informatie vragen of stond op het punt om je in de maling te nemen. Dat laatste lukte in mijn geval vaak niet; ik was een erg flauwe vent wat dat betreft waar met een bepaald type grappen weinig eer aan te behalen viel, maar dat terzijde. Hoewel dat bij retorische vragen geheel en al niet de bedoeling is ging ik wel eens in op het: zeg, jij weet nogal veel, hè; met de mededeling dat ik ws. niet erg veel meer wist dan de vraagsteller, maar gewoon andere dingen wist, want waar het één zit kan het ander niet zitten luidde mijn motto destijds. Doorgaans had ik de indruk dat mijn kijk in deze niet helemaal geloofwaardig overkwam. Maar als ik dan bv. vroeg tegen wie Fortuna Sittard of AGOVV afgelopen zondag gespeeld had, wat de uitslag was, of het uit of thuis was, wie er gescoord hadden en in welke minuut, wat voor kleur shirtjes ze aanhadden, op welke plaats en op hoeveel punten ze inmiddels in de competitie staan enzovoorts dan rolden de antwoorden er vaak zonder aarzelen uit. Daarbij wist men in de onvermijdelijke en eindeloze gesprekken over dit doodsaaie onderwerp ook niet zelden te memoreren hoe vergelijkbaar of hoe heel anders de kaarten geschud waren halverwege het vorige seizoen en het seizoen daarvoor. En weet je nog vijf jaar geleden hoe Neeskens toen Ajax uitspeelde tegen Feyenoord die ene tekkel van de Kromme pareerde en blablabla....bla bla etcetera.
Ja wie weet hier nou veel?

Op enig moment in de 70tiger jaren was er een belangrijk WK of EK toernooi in Duitsland waar Oranje het in de finale moest afleggen tegen die Mannschaft. Als ik het goed begrepen heb was dit een licht traumatische ervaring voor de Nederlandse voetbalwereld. Tijdens dit toernooi deed, bij mijn weten, het fenomeen zijn intrede dat men grote TV-schermen in kroegen plaatsten alwaar de bezoekers gezellig met z'n allen en onder het genot van de nodige blonde rakkers de wedstrijden in gepaste jolijt konden volgen. Tijdens dat toernooi heb ik in genoemde entourage nog wel eens een paar wedstrijden gevolgd. Dat is ook de enige episode die ik mij zo voor de geest kan halen dat ik weleens voetbal keek. Vraag me niet welke wedstrijden en vraag me niet naar uitslagen; ik moet het antwoord schuldig blijven. Wat ik me nog wel herinner is dat een quasi-komisch duo hun commentaar over en rond de wedstrijdperikelen placht te geven en dat ik dat altijd leuker vond dan de wedstrijden zelf.
Hier merk ik toch weer even dat mijn geheugen mij soms ernstig in de steek dreigt te laten want dat geheugen zegt mij dat het om het duo Ruud Krol en Arie Haan zou gaan dat zich Knabbel en Babbel noemde maar enig gegoogel vertelt me dat het om het duo Krol en Suurbier ging dat zich Snabbel en Babbel noemde.

Het was als ik mij niet vergis ergens midden 80tiger jaren dat vrienden mij ervan trachtten te overtuigen dat voetbal toch echt een leuk, onderhoudend en spannend spel kon zijn als je er maar goed voor ging zitten en iets van de regels begreep. Ik was er zo goed als van overtuigd dat het wel nooit wat zou worden tussen het voetbal en mij, maar zij meenden mij nog wel te kunnen bekeren en het licht te laten zien. Ik moest maar eens een spannende wedstrijd tussen twee topclubs bij hen komen kijken, dan zou ik wel zien hoe leuk dat zou zijn met de juiste uitleg erbij. Zogezegd, zo een naar het zich liet aanzien spannende wedstrijd tussen een engelse- en een italiaanse topclub en gespeeld in België uitgekozen. Omdat ik van een opleiding uit Amsterdam kwam op die bewuste avond, kwam ik iets later en zou de wedstrijd al in volle gang zijn. Maar toen ik aankwam toonde het televisiescherm continu naargeestige beelden van een stadion waar tegelijkertijd een bedompte grafstemming en een agressieve spanning en dreiging hing. We waren via de televisie live getuige van het Heizeldrama, geleidelijk aan werd duidelijk wat zich daar afgespeeld moest hebben en treurnis.. oh treurnis... de wedstrijd werd alsnog gespeeld uit angst voor ongeregeldheden en nog meer rampspoed.

Waarschijnlijk overbodig te zeggen dat ik niet tot voetbalfan bekeerd werd. De lijfspreuk van Brederoo ten spijt.
Het moest zo zijn en het zal vast voorbestemd zijn. Het voetbal en ik zijn niet voor elkaar geschapen. Ik heb me er inmiddels bij neergelegd. Het zij zo!


<< vorige

Wednesday, June 30, 2010

Het oranjegevoel en voetbalperikelen

Het ware oranjegevoel; ja dat mis ik d.w.z. ik lijk daar wel een beetje ongevoelig of immuun voor te zijn.
Oranje vind ik een mooie kleur, hoor! Laat daar geen misverstand over bestaan; vooral een mooi en niet te overdreven oranje accent tegen een ceruleumblauwe achtergrond kan mijn hart al gauw iets vrolijker doen tikken en acht ik ook zondermeer esthetisch verantwoord.



Dit in tegenstelling tot de ongebreidelde oranjebrij die nu af en toe over dit land uitgekotst lijkt te moeten worden. Zouden wij Nederlanders vandaag de dag soms wat moeite hebben met maat houden? Wat is er met dit ooit zo calvinistische volkje gebeurd? Wie het weet mag het zeggen.

Even een Blog-dienstmededeling tussendoor:
In een recente zoektocht naar mijzelf op dit Blog liet ik vooral onze nationale identiteit de revue passeren. Daarin heb ik, naar ik nu besef, het oranjegevoel en het calvinisme schromelijk verwaarloosd en tekort gedaan. Dat terwijl ik zelf half van calvinistische herkomst en door mijn opvoeding nagenoeg geheel van calvinistische huize ben. Ik hoop deze blunder bij deze iets rechtgezet te hebben.

Verder met wat ook wel eufemistisch maar wel treffend de oranjegekte genoemd wordt. Is het niet merkwaardig of is het juist begrijpelijk en ter compensatie van een gemis dat wij in onze huidige individualistische cultuur met zijn vrije-markt evangelie en zijn ieder-voor-zich ideologie behoefte lijken te hebben aan een lekker ongecompliceerd feestje waar het wij-gevoel weer eens overheerst? Waar de dialoog en gevoelens van saamhorigheid of compassie in de politieke arena en in het maatschappelijk leven, als ze er al zijn, geleidelijk of sprongsgewijs naar de achtergrond verdwijnen, lijken saamhorigheidsgevoel of het wij-gevoel welhaast kunstmatig opgeklopt te worden rond gratuite zaken als het koningshuis en het voetbal. Lekker simpel, nergens over nadenken en niks geen discussie want we weten uiteraard allang al hoe het gesteld is met onze voorkeuren en loyaliteiten. Oranje boven!

Dit verschijnsel van oranjemanie is natuurlijk voer voor psychologen en sociologen. En ik weet niet of er Bloggende sociologen zijn, maar ik ben toch wel nieuwsgierig naar de kijk van lieden als bv. Marcel van Dam of Anton Zijderveld maar vooral van iemand als Bram de Swaan op dit fenomeen.

Het zal duidelijk zijn dat ik de genoemde gekte maar wat langs mij heen laat waaien en het bij tijd en wijle voor verdwazing aanzie. En dan denk ik bij mezelf: landgenoten toch, pas toch op je tellen en wees toch op je hoede, want als je toch een beetje je klassiekers kent en Bredero ter harte neemt dan weet je toch dat teveel van het goede zomaar in zijn tegendeel kan gaan verkeren.
Toch of niet dan?


vervolg >>