Sport is hot en sport is in. Sporters genieten aanzien en faam. Sport is big business en
the lucky and the clever ones kunnen er behoorlijk mee binnenlopen.
Nu heb ik niets met sport omdat ik het zelden leuk vind om lang naar te kijken en wat ik er dan van zie, vind ik vaak maar weinig sportief.
Daarbij vind ik ook nog eens het geleuter van sportcommentatoren veelal niet om aan te horen.
Terwijl ik wel weer kan genieten van het gepassioneerde commentaar van iemand als
Bart Veldkamp. Zo vond ik het op enig moment ook weleens leuk om de inzet en de energie van mensen als bijvoorbeeld
Gianni Romme of
Annie Friesinger te zien en te bewonderen. Maar bij het gros van de sporthelden heb ik dat toch echt niet. Zo hoor ik wel eens namen van voetballers voobij komen en heb geen idee over wie het gaat. Ik heb dan ook
absoluut geen verstand van voetbal en zie de ophef over dat spelletje ook meestal als een vorm van verdwazing.
Ik ben dus niet bepaald degene van wie je een lofzang op een sport of sporter zou verwachten.
Maar dan hier toch even een uitzondering gemaakt voor onze
Anton Geesink.
In 1964 verbaasde hij de wereld door de Japanse hegemonie in de
judosport te doorbreken, koppen de meeste berichten. Maar in 1961 was hij al wereldkampioen. Dat was zo de tijd dat ik ook nog een jaartje in het plaatselijke buurthuis De Zandkraai aan
judo deed.
Hoewel verschillende koppen en berichten bijna suggereren dat de grote Geesink het Japanse volk met het behalen van zijn titels
een vernederde klap toegebracht zou hebben was de verhouding tussen
Hesing-San en de japanners er evenwel één van
wederzijds respect. Iets dat zeker niet altijd gezegd kan worden van Geesink's latere verwikkelingen met
de bobo's en de bureaucraten uit de wereld van de sport, door wie hij zich wel meer dan eens vernederd en aan de kant gezet voelde.
In die 60er-jaren gold hij voor veel Nederlanders als de sportheld en het boegbeeld van de Nederlandse sport.
In de 70er-jaren werkte ik op Hoogovens, IJmuiden en hoorde daar een voorman eens vertellen over
Anton. De man kwam uit Utrecht en had daar ooit in de bouw gewerkt. Hij had Anton daar gekend als opper, iemand die tassen stenen en zakken cement loopt te sjouwen. Hij vertelde over Anton als een goedmoedige dommekracht van wiens welwillendheid en spierkracht de andere bouwvakkers dankbaar gebruik wisten te maken. Die vermeende intellectuele zwakheid zou hem nog lang als een opgeplakte schaduw achtervolgen.
In de 80er-jaren volgde ik in het kader van een pedagogiek-opleiding eens een training gesprekstechnieken aan de psychologische faculteit van de VU. Deze bijeenkomsten werden telkens ingeleid met een video-instructie. Onze gids en gastheer op deze video's bleek tot ons aller verbazing niemand minder dan
Anton Geesink te zijn (naast ook
Marijke Höweler), die dat heel verdienstelijk deed.
Wat valt er nog meer over Geesink (in
Wijk C ook wel de lange genoemd) te vertellen? We kunnen het allemaal lezen in de vele artikelen die het afgelopen weekeinde
ter nagedachtenis van deze grote sportman verschenen. Van zijn moeilijk te overschatten
betekenis voor de ontwikkeling van de judosport tot het eindeloze gesteggel en vele
aanvaringen met de bonzen en de bestuurders van het chique. Naar verluidt voelde hij zich vaak een roepende in de woestijn.
Afgelopen vrijdag overleed hij.
Maar mij leek hij behalve
lang, zwaar en onverzettelijk toch altijd vooral
groot in de zin van groots en grootmoedig te zijn. Iemand die niet gewoon zomaar fysiek sterk was maar daarbij ook over een uitzonderlijke geestkracht beschikte en die kwaliteiten moeizaam bevochten leek te hebben. Zeker niet zo gelikt en
eloquent als de meeste bestuurders, maar iemand met een heldere en doorwrochte visie en het hart op de juiste plek. Een bijzonder mens van het soort waar we er meer van zouden willen hebben en niet alleen in de wereld van de sport.
Ja, ik sta er zelf ook een beetje van te kijken maar dan blijk ik toch zowaar ook een sportheld te hebben
en wat voor een.
Tekening: Kees Wennekendonk
.