Wij hebben de afgelopen week toch weer heel wat gezien, vinden wij zo.
Zo waren gisteren in het Rijks om het werk van de oude Rembrandt eens nader te bekijken.
Meer mensen vonden dat gisteren blijkbaar wel een goed idee en er waren dan ook aanzienlijk veel meer (veelal wat oudere) mensen dan (echt oude) schilderijen te zien.
Het was er nog drukker dan onlangs bij Rothko en het werd dus bij gelegenheid voortschuifelen door de mensenmassa; zoals al enige tijd en steeds vaker gewoon in musea.
Het blijkt toch nog niet altijd of overal het geval, die museale massaliteit. Althans, drie dagen daarvoor waren we in Het Museo Picasso in Málaga en daar was het aanzienlijk rustiger en navenant vrijer en aangenamer voortbewegen. Wellicht omdat dat op een maandag was.
Dat was dus in Zuid-Spanje ofwel Al-Andalus, de Arabische naam waarmee de Moren dat gebied doopten.
Daar zagen we trouwens ook nog, voor het eerst dit jaar, echte sneeuw; niks geen kunst dus!
Je weet wel dat witte koude spul.
Het lag weliswaar op de hoogste topppen van de Sierra Nevada en we hebben geen sneeuwballen kunnen gooien of een selfie in de sneeuw kunnen maken maar we konden het wel op afstand en van verschillende kanten zien. Zelfs vanuit onze hotelkamer. We moesten daarvoor nu wel wat omhoog kijken in plaats van omlaag.
Het leek daar wel echt rustig en sereen te zijn maar het leek ons toch ook iets te hoog, te koud en te ver.
De figuratie lijkt inmiddels al een poosje weer terug en gerespecteerd in de hedendaagse kunst. De figuur of het beeld van de mens, dus van onszelf, neemt een prominente plaats in in die hernieuwde belangstelling voor figuratieve kunst.
Zo lopen of liepen er recentelijk een aantal exposities met een kunstzinnge kijk op de mens die, wat mij betreft, zeker de moeite waard zijn.
Nu kan dat iemands smaak niet zijn of men kan zich wat ergeren aan zoveel tromgeroffel en loftrompet maar de kritiek van Sander van Walsum sloeg, meende ik, de plank toch volkomen mis.
Ik vond het zondermeer een indrukwekkende en goed gepresenteerde expositie.
In het voorwoord van de catalogus door samenstelster Anne Berk wordt een en ander kernachtig samengevat. Enkele citaten daaruit:
Het is interessant om te zien dat de kunsten in tijden van maatschappelijke en ideologische onzekerheid grijpen naar de mensfiguur. Er lijkt in onze kunsttraditie wel een correlatie te bestaan tussen het vormgeven van hemelbestormende visioenen in abstractie en het reflecteren over de persoonlijke met mensbeelden in maatschappelijk zware tijden.
Het lijkt speculatief, maar als kind van de koude oorlog durf ik het wel aan: de hernieuwde aandacht voor religie heeft alles te maken met het verdwijnen van een ideologisch alternatief voor het kapitalisme. Wij voelden ons blijkbaar comfortabel bij de polarisatie in links en rechts en hebben nu behoefte aan andere piketpalen om ons leven te structureren. Tegelijkertijd is onze wereld veel groter geworden en zijn de ideologische keuzes pluriform.
In Search of Meaning gaat niet over antwoorden, maar om de reflectie op het leven als zinvolle activiteit op zich.
Deelnemend kunstenaar Jan Fabre zegt in dat verband:
Ik ben gedoemd een Ziener te zijn die niet kan zien.
Dat lijkt me een uiterst beknopte doch rake samenvatting van wat we ook wel de ‘condition humaine’ plegen te noemen.
De mens op zoek naar zichzelf; naar z’n oorspong of naar z’n bestemming?
En wat waar komt die mens dan uit en wat vindt ie daar dan ...?
Wellicht zouden hier ook enkele citaten van Lao-Tse niet misstaan; zoek er hier zelf maar eens een paar uit.
En dan is de klap op de vuurpijl, waar het betreft de mens en diens beslommeringen in beeld gebracht en tentoongesteld, momenteel toch wel de expositie over de ‘Late Rembrandt’ in het Rijks.
Nu is ons nationale icoon ‘Rembrandt’ inmiddels tot een ideologische constructie verworden zoals Huub Mous in het artikel ‘Rembrandt, de levende dode van onze natie’ terecht opmerkt.
Rembrandt enerzijds als supermerk voor onze nationale 'branding en marketing' en anderzijds als verpersoonlijking van de Hollandse humaniteit en als doorleefde kenner van de menselijke ziel. Zouden wij onszelf daar niet graag aan spiegelen en ook wat aanspraak op die laatste kwaliteiten maken?
Dat is ons toch wel een paar stuivers waard, nietwaar?
Deze expositie laat echter wel het neusje van de zalm en een paar van de mooiste voorbeelden zien van hoe een mens ‘de mens’ in verf en op doek kan neerzetten en vereeuwigen. Nu even voor de ganse goegemeente te aanschouwen.
Er zitten een aantal van mijn ‘long-time favourites’ uit de schilderkunst tussen en ik wil in ieder geval van deze gelegenheid gebruik maken om ze eens of weer eens ‘in het echt’ te aanschouwen. Ik vermoed dat het er, evenals bij de vorige Rembrandt-expositie, naar mijn goesting, wel weer, of veel te, en niet meer echt gezellig druk zal zijn maar dat lijkt heden ten dage wel onvermijdelijk bij dergelijke gelegenheden.