Showing posts with label Z-opleiding. Show all posts
Showing posts with label Z-opleiding. Show all posts

Thursday, July 28, 2011

De wilde van Aveyron(6)

Na Mowgli en Kaspar Hauser wil ik hier tenslotte nog even gewag maken van ene Victor.

Met het verhaal van Victor, ook wel bekend als de wilde van Aveyron, kwam ik, als ik me niet vergis, in aanraking ergens in het begin van de Z-opleiding.
Het verhaal van deze Victor staat namelijk te boek als de eerste wetenschappelijk gedocumenteerde casus in een rijtje van bekende wolfskinderen, wilde kinderen of kinderen die opgroeiden zonder menselijk contact.
Het was de jonge franse arts Jean Marc Gaspard Itard, het zojuist aangestelde hoofd van een instituut voor doofstommen, die zich over Victor ontfermde, hem zo mogelijk deel van de mensenwereld wilde maken en daar uitgebreid verslag van deed.
Daarmee, zo werd mij diets gemaakt, werd tevens een belangrijk beginpunt gemarkeerd voor de geïnstitutionaliseerde en wetenschappelijk onderbouwde zwakzinnigenzorg zoals wij die nu kennen.



Zo kom ik dan via het verboden experiment, de wolfskinderen, Mowgli, de welpjes, onderhoudende en intrigerende fictie ... de tragische geschiedenissen van Kaspar, Victor (en vele anderen) toch weer op mijn vak ('t is maar wat je een vak noemt) terecht.
Zoiets viel natuurlijk ook wel te verwachten!



In de tijd dat de ontdekking van Victor wereldkundig werd en de gemoederen van de westerse wereld rond Parijs en verder wat begon bezig te houden waren de bourgeoisie en de civil society, mede onder invloed van denkers als Jean-Jacques Rousseau, nogal gefascineerd door de notie van de nobele wilde en diens vermeende pure onbedorvenheid. Victor kwam wat dat betreft dus als geroepen; hij zal destijds het onderwerp van menige conversatie zijn geweest en aanleiding tot de nodige speculatie hebben gegeven.

Ook over Victor is een speelfilm gemaakt en wel door François Truffaut onder de titel L'enfant sauvage: en dat is 'yes indeed' dan ook de franse term voor 'wolfskind' of 'feral child'.

Over de geschiedenis van Victor van Aveyron zal ik hier niet verder uitweiden. De filmpjes in Wolfskinderen en Secret of the Wild Child vertellen daar meer over dan ik hier zou kunnen doen voor wie er kennis van wil nemen. Verder zijn de bevindingen van Itard zelve zo van het net of het web te plukken zoals in dit geschrift in pdf-vorm.

Wel wil ik nog zo zijdelings doch gaarne nog even de aandacht vestigen op het verloop van de belangstelling voor en de bemoeienis met het leven en het welzijn van Victor en wijzen op een bepaalde, meen ik, ons niet geheel onbekende rolverdeling daarin.
Dat hetgeen Jean Itard voor en met Victor gedaan heeft zondermeer waardering verdient staat, lijkt me, wel buiten kijf en mag ook als een mijlpaal beschouwd worden. Alle lof voor Itard omdat hij niet, zoals destijds zijn collega-deskundigen, Victor simpelweg als een 'idioot' afschreef en wegzette. Dat hij Victor in huis opnam en diens 'opvoeding' zelf ter hand nam. Dat hij daarbij het vermogen tot 'empathie' en 'taal' als criteria voor het 'menszijn' nam getuigt van intelligente doortastendheid. Kortom niets dan lof voor Itard.
Dat Itard na enige tijd teleurgesteld raakte in de vooruitgang van Victor en er na vijf jaar de brui aan dit project gaf, zal de meeste van ons ook niet echt bevreemden. Bij zoveel toewijding en inspanning en dergelijke povere resultaten kunnen we ons daar vast wel iets bij voorstellen en het nodige begrip opbrengen voor Itard.
Maar al die tijd nam madame Guérin toch hoogstwaarschijnlijk het leeuwendeel van de zorg, de opvoeding en het bieden van een warm nest op zich. Zij bleef deze rol voor Victor ook vervullen tot aan zijn dood in 1828.
In de boeken, op het web, in de wikipedia en noem maar op kun je overal op de naam van Jean Itard zoeken om terecht diens verdiensten breed uitgemeten gepresenteerd te krijgen. Die vlieger gaat duidelijk niet op voor madame Guérin die het met wat terloopse vermeldingen in de beschouwingen over Victor en/of Itard moet doen. Wat dat betreft lijkt er maar weinig veranderd.



Voor hier dan even einde verhaal over die 'Wolfskinderen'. Maar we zullen het boek over de vragen die hier oproepen worden wel nooit definitief dicht kunnen slaan om reden dat we er op enig moment alles van zouden weten of begrijpen.
En zal dan ook altijd de vraag zich aan blijven dienen wat de voorwaarden en de factoren zijn die een geslaagde 'enculturatie' en menswording mogelijk maken danwel bevorderen.
Vragen waar opvoeders zich in de praktijk mee geconfronteerd zien, waar pedagogen en andere sociale wetenschappers theoretisch mee plegen te stoeien en hun brood mee verdienen en waar iedereen altijd wel iets van vindt en/of over te vertellen blijkt te hebben.

En met dergelijke vragen kun je vele kanten uit.
Een bepaald smaak- en spraakmakend concept annex richting van onderzoek in deze, dat de afgelopen 50 jaar nogal furore heeft gemaakt, geniet bekendheid onder de naam attachment- of hechtingstheorie.

P.S. Ik kon helaas geen originele afbeelding vinden van de echte madame Guérin.

Sunday, August 8, 2010

Over dat vak

Binnenkort ben ik al weer dertig jaar werkzaam in wat toendertijd de zwakzinnigenzorg heette.
Toendertijd was toen ik aangenomen werd door de sollicitatiecommissie van een nieuw te starten residentiële instelling. Dat sollicitatiegesprek werd gevoerd in een bouwkeet en ik weet nog goed (met naam en toenaam) tegenover welke drie mensen ik bij die gelegenheid plaats mocht nemen. Ik herinner me ook dat mij een toen als wat schokkend ervaren foto uit de Panorama werd getoond en mijn reactie daarop gevraagd werd. Verder werd mij nog te kennen gegeven dat dit niet zomaar elke willekeurige baan was; dat wij hier met mensen werken die veelal kwetsbaar en weerloos en aan ons overgeleverd zijn en dat dat een speciale en extra verantwoordelijkheid met zich meebrengt. En zo begon ik toen in september aan de zogenaamde introductieperiode van de inservice-opleiding Z-verpleegkunde.



Op deze Blogs schrijf ik regelmatig over mijn werk en allerlei zaken die daar mogelijk verband mee houden. Op Dima's place gaat dat onder de noemer 'dat vak van mij' en op Dima's Blog onder de vlag 'een vak apart'; waarmee ik welhaast lijk te willen zeggen dat dat vak van mij toch echt een vak apart zou zijn.
Dit vak gaat onder vele namen van groepsleider en activiteitenbegeleider tot verpleegkundige en allerlei daartussen. Ik geef zelf de voorkeur aan de benaming 'begeleider' of exacter '(ortho-)pedagogisch begeleider' omdat ik vind dat dat de lading het meest adequaat dekt. De wetenschappelijke discipline orthopedagogiek of ortho-agogiek en de daaruit voortvloeiende manier van kijken, denken en doen is, voor mijn gevoel, de kern en de basis van dit werk waar vanuit we werken en waar steeds weer op terug moeten kunnen vallen.
Over dat vak, hoe dat er volgens mij uitziet, de taakopvatting zoals ik die huldig en meer van dergelijke zaken wil ik de komende tijd zeker nog het een en ander kwijt. Laat ik met het oog op mijn paarlen gejubel maar eens beginnen met wat herinneringen, zoals bv. die aan ene Ger, op te halen.

Tuesday, February 2, 2010

Ben B. en de hondjes van Pavlov

Wellicht enigzins geïnspireerd door de persoonlijk historische bespiegelingen van Hein en 'hoe het zo allemaal gekomen is' moest ik onlangs weer eens aan Ben B. denken.

We schrijven dan 1970 en volk, vaderland en konegin dienend deelde ik met een man of tien een kamer op de Wittenbergkazerne in het hartje van de Veluwe. Hier huisde ons bataljon van GNK hetgeen de afkorting was voor geneeskrachtige troepen of zoiets.
Een van mijn kamergenoten nu was Ben, hier nader aan te duiden als Ben B..
Dit laatste niet omdat zijn achternaam met een B zou beginnen, want dat weet ik niet meer, maar omdat Ben uit Brabant kwam, op een boerderij woonde en en in de B-verpleging zat.
Dan kan ik toch moeilijk anders dan hem hier Ben B. te noemen.

Omdat Ben van de boerderij kwam meldde hij zich in oogsttijd nogal eens ziek.
Dat vonden wij (zijn maten zoals dat in soldatenjargon heet) helemaal niet erg want hoewel het dan natuurlijk wel een stukje minder gezellig was, redden wij ons verder best zonder Ben. Van hogerhand werd daar echter heel anders over gedacht die stuurde om de onmisbaarheid van Ben maar eens te onderstrepen op een goede oogstdag een delegatie naar het brabantse land om de mate van Ben's ongesteldheid wat nader te aanschouwen. Die delegatie bestond uit onze luit, een arts en een van ons als chauffeur. De officieren van toen hadden de allure van topmanagers van nu en reden dus nooit zelf maar lieten zich rijden. Dat een onzer deze heren naar Brabant moest rijden deed ons vermoeden dat de reis misschien wel eens naar Ben zou kunnen gaan.
Attent als waren hebben we toen Ben maar even gebeld zodat hij het gezelschap gepast kon ontvangen en de koffie en de vlaai alvast klaar kon zetten.
Wat er in die tussentijd gebeurd is weten wij niet maar toen onze delegatie aankwam bleek Ben echt ziek geworden te zijn en lag hij ogenschijnlijk beroerd en bibberend in zijn bed. De arme jongen had vast een acute zomergriep opgelopen.
Dat toont maar weer eens aan dat het soldatenbestaan toch wel erg schraal en arm zou zijn zonder die (ook door de legerleiding) veelgeroemde solidariteit en saamhorigheid!

Maar dit terzijde want ik wilde eigenlijk iets heel anders memoreren in verband met Ben B., namelijk dat hij in de B-verpleging werkte en daar de B-opleiding volgde of ging volgen.
En Ben had in het kader van die opleiding weleens mooie dikke studieboeken bij zich over interessante zaken als psychologie, geestesziekten en dergelijke. Kortom over dingen die wel mijn belangstelling hadden maar waarvan ik over bitter weinig achtergrondinformatie beschikte en waar ik op ook de mulo nooit veel zinnigs over te horen had gekregen. Dus mocht ik bij gelegenheid graag eens door de boeken van Ben snuffelen.
Zoals veel boeken van dergelijk allooi begon het dikste boek met Pavlov en zijn vermaarde hondjes.


 
Posted by Picasa

De zogenaamde experimentele neurose viel mij daarbij speciaal op of bleef mij in ieder geval altijd bij.
Dit betreft een experiment waarbij het hondje twee duidelijk onderscheiden tonen te horen danwel twee duidelijke onderscheiden vormen te zien krijgt. Bij een toon/vorm krijgt het hondje iets te eten en in het andere geval krijgt het hondje een electrische schok toegediend. Hondje leert de signalen probleemloos onderscheiden en dan worden toon/vorm dichter naar elkaar toegebracht. Hondje leert de signalen steeds fijner/selectiever te onderscheiden en blijft redelijk happy meedoen aan het experiment. Tot een bepaald moment waarop de signalen teveel op elkaar gaan lijken (verhouding 8:9) en dan krijgt het hondje een fikse zenuwinzinking. Hij begint te kermen, wordt volkomen onmachtig, wil niet meer meewerken en het duurt weken of maanden voor hij weer terug te brengen is op het vorige niveau van functioneren.
Het trof mij als een nogal drastische en intrigerende vorm van neurose; een desastreuze vorm van cognitieve dissonantie langs sensorische weg bewerkstelligd.
So far, so good.

Tien jaar later; we schrijven dan inmiddels 1980 zat ik de introductieperiode van de Z-opleiding.
En hier kregen wij het mooie vak pedagogiek/psychologie van onze orthopedagoge.
En dat begon uiteraard met de behandeling van de klassieke en de operante conditionering met bijbehorende al dan niet geconditioneerde responsen, bekrachtiging, vermijdingsgedrag en noem maar op.
Ik vond dit natuurlijk weer allemaal bere-interessante kost en had daar ook steeds voldoende vragen over zoals bv over de implicaties van de experimentele neurose.
Het leek wel alsof onze docente niet bekend was met dit onderdeel uit Pavlov's hondenshow en er werd niet echt op mijn vragen hier over ingegaan. De docente wilde blijkbaar andere dingen duidelijk maken en illustreren dan datgene waar ik naar vroeg hetgeen soms aanleiding gaf tot wat misverstanden en wellicht wat lichte irritatie.
Mijn vragen werden duidelijk niet altijd evenzeer op prijs gesteld hoewel ze wat mij betreft gewoon uit oprechte nieuwsgierigheid en belangstelling gesteld werden.
Onze lesgroep bestond uit voornamelijk meiden die gemiddeld tien jaar jonger waren dan ik en na zo'n les of vijf begon het mij te dagen dat een aantal van hen bijna handenwrijvend de betreffende lessen tegemoet gingen om eens te zien hoe Dick nu weer Coby het vuur aan de schenen zou leggen.
En bij navraag bleken sommigen inderdaad te denken dat ik uit een soort baldadigheid en joligheid bewust moeilijke vragen stelde om deze docente wat in het nauw te drijven en/of uit de tent te lokken.
Nu is een dergelijke houding mij volkomen vreemd en hoewel het tegenwoordig bijna als een afwijking aangemerkt kan worden moet ik erkennen dat ik er nooit op uit geweest ben en nimmer lol aan heb beleefd om leraren of docenten op de kast te jagen.
Toen ik uit mijn hardnekkige naïviteit ontwaakte en mij duidelijk werd welke onbedoelde effecten mijn goedbedoelde vragen konden hebben, heb ik mijn vragen tijdens die lessen maar een poosje ingeslikt.

Dick
.