Showing posts with label zwakzinnigenzorg. Show all posts
Showing posts with label zwakzinnigenzorg. Show all posts

Wednesday, February 13, 2013

De meesters over management

Deel 2 van het gesprek van de Hollandse meesters gaat over management in de Z-zorg. Volgens Gijs van Gemert dient dat managen in de kern niet zoveel anders te zijn dan wat we op de werkvloer ook pogen te doen, namelijk ondersteunen en richtinggeven en daar ben ik eens het helemaal mee eens. Uit: Hollandse meesters in gesprek

Thursday, July 28, 2011

De wilde van Aveyron(6)

Na Mowgli en Kaspar Hauser wil ik hier tenslotte nog even gewag maken van ene Victor.

Met het verhaal van Victor, ook wel bekend als de wilde van Aveyron, kwam ik, als ik me niet vergis, in aanraking ergens in het begin van de Z-opleiding.
Het verhaal van deze Victor staat namelijk te boek als de eerste wetenschappelijk gedocumenteerde casus in een rijtje van bekende wolfskinderen, wilde kinderen of kinderen die opgroeiden zonder menselijk contact.
Het was de jonge franse arts Jean Marc Gaspard Itard, het zojuist aangestelde hoofd van een instituut voor doofstommen, die zich over Victor ontfermde, hem zo mogelijk deel van de mensenwereld wilde maken en daar uitgebreid verslag van deed.
Daarmee, zo werd mij diets gemaakt, werd tevens een belangrijk beginpunt gemarkeerd voor de geïnstitutionaliseerde en wetenschappelijk onderbouwde zwakzinnigenzorg zoals wij die nu kennen.



Zo kom ik dan via het verboden experiment, de wolfskinderen, Mowgli, de welpjes, onderhoudende en intrigerende fictie ... de tragische geschiedenissen van Kaspar, Victor (en vele anderen) toch weer op mijn vak ('t is maar wat je een vak noemt) terecht.
Zoiets viel natuurlijk ook wel te verwachten!



In de tijd dat de ontdekking van Victor wereldkundig werd en de gemoederen van de westerse wereld rond Parijs en verder wat begon bezig te houden waren de bourgeoisie en de civil society, mede onder invloed van denkers als Jean-Jacques Rousseau, nogal gefascineerd door de notie van de nobele wilde en diens vermeende pure onbedorvenheid. Victor kwam wat dat betreft dus als geroepen; hij zal destijds het onderwerp van menige conversatie zijn geweest en aanleiding tot de nodige speculatie hebben gegeven.

Ook over Victor is een speelfilm gemaakt en wel door François Truffaut onder de titel L'enfant sauvage: en dat is 'yes indeed' dan ook de franse term voor 'wolfskind' of 'feral child'.

Over de geschiedenis van Victor van Aveyron zal ik hier niet verder uitweiden. De filmpjes in Wolfskinderen en Secret of the Wild Child vertellen daar meer over dan ik hier zou kunnen doen voor wie er kennis van wil nemen. Verder zijn de bevindingen van Itard zelve zo van het net of het web te plukken zoals in dit geschrift in pdf-vorm.

Wel wil ik nog zo zijdelings doch gaarne nog even de aandacht vestigen op het verloop van de belangstelling voor en de bemoeienis met het leven en het welzijn van Victor en wijzen op een bepaalde, meen ik, ons niet geheel onbekende rolverdeling daarin.
Dat hetgeen Jean Itard voor en met Victor gedaan heeft zondermeer waardering verdient staat, lijkt me, wel buiten kijf en mag ook als een mijlpaal beschouwd worden. Alle lof voor Itard omdat hij niet, zoals destijds zijn collega-deskundigen, Victor simpelweg als een 'idioot' afschreef en wegzette. Dat hij Victor in huis opnam en diens 'opvoeding' zelf ter hand nam. Dat hij daarbij het vermogen tot 'empathie' en 'taal' als criteria voor het 'menszijn' nam getuigt van intelligente doortastendheid. Kortom niets dan lof voor Itard.
Dat Itard na enige tijd teleurgesteld raakte in de vooruitgang van Victor en er na vijf jaar de brui aan dit project gaf, zal de meeste van ons ook niet echt bevreemden. Bij zoveel toewijding en inspanning en dergelijke povere resultaten kunnen we ons daar vast wel iets bij voorstellen en het nodige begrip opbrengen voor Itard.
Maar al die tijd nam madame Guérin toch hoogstwaarschijnlijk het leeuwendeel van de zorg, de opvoeding en het bieden van een warm nest op zich. Zij bleef deze rol voor Victor ook vervullen tot aan zijn dood in 1828.
In de boeken, op het web, in de wikipedia en noem maar op kun je overal op de naam van Jean Itard zoeken om terecht diens verdiensten breed uitgemeten gepresenteerd te krijgen. Die vlieger gaat duidelijk niet op voor madame Guérin die het met wat terloopse vermeldingen in de beschouwingen over Victor en/of Itard moet doen. Wat dat betreft lijkt er maar weinig veranderd.



Voor hier dan even einde verhaal over die 'Wolfskinderen'. Maar we zullen het boek over de vragen die hier oproepen worden wel nooit definitief dicht kunnen slaan om reden dat we er op enig moment alles van zouden weten of begrijpen.
En zal dan ook altijd de vraag zich aan blijven dienen wat de voorwaarden en de factoren zijn die een geslaagde 'enculturatie' en menswording mogelijk maken danwel bevorderen.
Vragen waar opvoeders zich in de praktijk mee geconfronteerd zien, waar pedagogen en andere sociale wetenschappers theoretisch mee plegen te stoeien en hun brood mee verdienen en waar iedereen altijd wel iets van vindt en/of over te vertellen blijkt te hebben.

En met dergelijke vragen kun je vele kanten uit.
Een bepaald smaak- en spraakmakend concept annex richting van onderzoek in deze, dat de afgelopen 50 jaar nogal furore heeft gemaakt, geniet bekendheid onder de naam attachment- of hechtingstheorie.

P.S. Ik kon helaas geen originele afbeelding vinden van de echte madame Guérin.

Sunday, July 17, 2011

Secret of the Wild Child(3)

Hier nog wat meer 'footage' of filmmateriaal in documentairevorm over wolfskinderen of feral chlidren. Met twee goed gedocumenteerde casussen, die van Genie en Victor. Met name de beelden van Genie zijn interessant en 'telling' omdat ze authentiek en niet gespeeld zijn. Het is een (van youtube gekaapte) uitzending van het Amerikaanse programma Nova; is ongeveer twee keer langer in tijd en is van betere geluidskwaliteit dan de serie in Wolfskinderen:

Secret of the wild child




Tja ... wat valt daar dan over te zeggen en wat vinden wij van zoiets?

En ... 'is the secret' dan nu ten lange leste 'revealed' ... of zitten we soms nog met dezelfde of meer vragen dan voor we hier kennis van namen?

Wie het weet ... mag het weer zeggen.


P.S. Helaas hebben Cartoon Network Inc. en Disney het in hun commerciële wijsheid nodig geacht deze filmpjes van Youtube te verwijderen, zodat ze niet meer onbetaald bekeken zouden worden. Dank hiervoor firma Disney en doe oom Dagobert nog eens de groeten als je hem toevallig in zijn zwembad mocht treffen!

Een volgend vrolijker P.S.je Gelukkig toch nog weer een andere volledige Youtube editie van deze documentaire gevonden. (mei 2014)

<< Wolfskinderen

Thursday, October 7, 2010

Spelen ... met de wolken van Joop?

In dat sollicatiegesprek, waar ik eerder gewag van maakte, lag er behalve die Panorama ook nog een boekje met de titel 'Het vuile schort' van Joop Fennis op tafel. Joop Fennis was als orthopedagoog werkzaam geweest in de zwakzinnigenzorg en had die zorg na enige tijd gedesillusioneerd weer verlaten.



Fennis bezorgde diezelfde Z-zorg nog wel twee boekjes die destijds de nodige indruk achterlieten. Dat waren 'Het vuile schort' en 'Spelen met de wolken'. Ik heb die boekjes toen met plezier gelezen, vond ze informatief en volop stof tot nadenken bieden; en naar ik begrepen heb vonden velen dat met mij. Helaas kan ik geen goede d.w.z. informatieve links vinden naar Joop Fennis of zijn boekjes. Ik betwijfel of ik, buiten de kernboodschap de ernstig gehandicapte mens toch vooral te erkennen en te accepteren voor wat hij is, de inhoud en de strekking van die boekjes nog zomaar uit de losse pols weer zou kunnen geven. Maar er staat mij in ieder geval nog wel een verhaaltje uit 'Spelen met de wolken' bij dat me toen bijzonder frappeerde en me ook nu nog wel actueel en mogelijk leerzaam lijkt voor mijn collegaewerkers in de zorg:

In teamvergaderingen, zo verhaalde Fennis, kwam regelmatig het gegeven ter sprake dat zwakzinnigen van een bepaald niveau niet zouden spelen. Het aangeboden speelgoed werd althans niet naar behoren gebruikt, werd stuk gemaakt of weggegooid. Fennis probeerde dan bij herhaling mijn collega's groepsleiding te overreden tot de visie dat de klantjes (of toen nog pupillen) mischien wel speelden maar dat typisch op hun eigen niveau deden en het aan ons was om dat uit te vogelen en daar zo mogelijk op in te spelen. Dus als iemand kraaiend en krijsend van plezier en stuk speelgoed weggooit en dan wacht tot iemand het terugbrengt om het vervolgens met eenzelfde enthousiasme weer weg te smijten, dan is dat dus blijkbaar zijn of haar niveau van spelen en zou je die persoon terwille kunnen zijn door dit spel van gevaar te ontbloten en het van tijd tot tijd eens mee te spelen en het in het dagprogramma in te passen.
Deze suggestie van Fennis werd, zo die al op enig begrip kon rekenen, toch doorgaans met weinig enthousiasme ontvangen en riep eerder reacties op als: luister, je denkt toch niet dat ik gek ben? of moet je horen, we hebben wel iets beters te doen dan een beetje als hondjes te gaan apporteren!
Ja, zeg nou toch zelf eens, hoe zou jij reageren op een dergelijke suggestie?



Op een keer komt Fennis ergens eens een inmiddels oud-groepsleidster, uit een van de teams waar hij ooit bovenstaande discussie mee voerde, weer tegen en ze raken aan de praat. Dat gesprek wordt gemaks- en gezelligheidshalve bij haar thuis onder het genot van een kop koffie voortgezet.
De oud-groepsleidster blijkt inmiddels een trotse moeder geworden en zoonlief, een kruipertje vermaakte zich uitstekend in de box die midden in de kamer staat. Het kind vermaakte zich door brabbelend de aandacht te trekken en zijn speelgoedjes één voor één naar alle kanten de box uit te gooien. Als het hele arsenaal in een kring rond de box ligt en het ventje af en toe uitbundig krijst, staat moeder na enige minuten op om alles weer op te rapen en weer terug in de box te stoppen haar zoontje toesprekend, op de manier waarop men baby's en peuters pleegt toe te spreken, in de trant van en wat doet ie dan toch ... en moet mama dan weer ... en het is toch zo'n deugniet ... etc.. Moeder gaat weer op de bank zitten om het gesprek met Fennis weer voort te zetten terwijl de kleine in de box weer aan zijn ritueel begint van aandachtvragend alles stuk voor stuk buiten de box te smijten. Na een kwartiertje staat moeder weer op en brengt alles weer braaf terug. En aldoende ontmoet haar blik die van Fennis en schieten ze beiden in de lach of ze tegelijkertijd zeggen wilden: weet je nog van die discussies over niveau van spelen ...?

Een mooi voorbeeld, denk ik dan, van hoe een aanzet tot verklarende theorie en een flits van herkenning en inzicht elkaar soms aanvullen en elkaar voor een goed samenspel nodig lijken te hebben.

En ja, dat vak en dat werk van ons zou voor sommige buitenstaanders ongetwijfeld weleens als een hoogstmerkwaardige bezigheid kunnen overkomen.

Tuesday, August 10, 2010

Een reddende engel?

Voordat Ger met zijn vele vragen acte-de-presence gaf, waarvan akte in het vorige stukje, was er in die episode al een aardige stoet aan inval- en uitzendkrachten voorbijgekomen. Ik had in die tijd weleens het gevoel dat ik als eerstejaars-leerling samen met een vers-gediplomeerde, agogisch geschoolde collega de tentstokken overeind en de tent draaiende liep te houden. Wij vroegen dan ook herhaaldelijk om stevige en vooral ervaren (inval-) krachten. Ik voelde als groentje en als leerling ook zeker de behoefte aan collega's die mij eens iets diets wilden maken en mij een beetje de weg konden wijzen en waar ik iets van zou kunnen leren.

En op een zeker moment leek de redding nabij. Er zou een kei van een verpleegkundige komen via het uitzendbureau; iemand met A + B diploma en bovendien ervaring in een ver buitenland in de ontwikkelingshulp. Eindelijk iemand waar we op konden bouwen en waar we iets van zouden kunnen leren. Ik had haar zelf de eerste twee diensten ingewerkt en had daar extra veel werk van gemaakt omdat zo zorgvuldig en zo volledig mogelijk te doen als investering in de nabije toekomst. Daarna ging ik met vrije dagen en toen ik na een dag of wat weer begon hoorde ik tot mijn verbijstering dat ze net de dag daarvoor haar biezen had gepakt omdat de spanning haar teveel was. Dag, exit super-verpleegkundige dus.



Na een aantal weken herhaalde zich nagenoeg eenzelfde scenario. Er stond weer een kanjer van een verpleegkundige op de rol; wederom met A + B diploma op zak en met ruime ervaring op de crisisopvang. De verwachtingen waren wederom hoog gespannen en hoopvol en wederom besteedden we extra aandacht en energie aan het inwerken van deze kracht. Ik weet niet meer of ze het een dag langer of een dag korter uithield dan haar voorgangster, maar ook deze veelbelovende kracht liet het na een aantal dagen afweten omdat de spanning teveel bleek.

Het heeft mij destijds in hoge mate verbaasd en lange tijd geïntrigeerd dat deze ervaren en goed opgeleide lieden het niet op ons groepje konden bolwerken. En deze keien in het vak lieten ons zomaar achter op een bijna zinkend schip. Hoe was zoiets nu toch mogelijk?



Meer dan een jaar later kwam daar iets van een antwoord op en hoor ik eens van een B-verpleegkundige die het hier wel wist te bolwerken dat het hem niets verbaasde. Want, zo vertelde hij, in de B (psychiatrie) zien wij dit soort spanningen, escalaties en uitbarstingen van geweld gewoonlijk aankomen en passen ons werk en onze werkwijze daar op aan. Zo'n spanningsopbouw kan dan wel dagen duren alvorens het tot een, al of niet uitgelokte of geforceerde, uitbarsting of ontlading komt. Er wordt daartoe ook extra personeel ingezet en allerlei veiligheidsmaatregelen getroffen. Als het echt gevaarlijk en nodig is kan een patiënt wel door twee of drie mensen benaderd worden terwijl er nog eens drie achter de deur staan om indien nodig bij te springen.
Ja bij dergelijke verhalen stond ik wel even met mijn ogen te knipperen en met mijn oren te klapperen. Het klonk mij allemaal een beetje als een filmscenario in de oren.
Bij ons ging zoiets inderdaad effies anders; wij stonden gewoonlijk alleen op een groep en soms op twee groepen; en er vlogen wel eens koffiekannen of tv-toestellen door de ruimte zonder dat er sprake was van een zichtbare spanningsopbouw of dat je het anderszins aan had zien komen. Zo maar uit het niets en dat is dan even schrikken.

Het is wellicht overbodig te vermelden dat ik van deze twee aangekondigde super-verpleegkundigen, die meer uitval- dan invalkrachten bleken, dus echt helemaal noppes heb kunnen leren.
Want zoals Bredero reeds wist te vertellen: het kan verkeren! Nee, geef mij dan maar iemand als Ger, die enige tijd later op hetzelfde toneel verscheen; maar over hem had ik al verteld.

.

Sunday, August 8, 2010

Lastige vragen?

Ik loop nu bijna zo'n dertig jaar mee in dit vak en in dit werk. In dit vak en zeker in de loop van dertig jaar kom je heel wat collega's tegen, teveel om te kunnen tellen. Van veel van die collega's leer je wel eens iets. Soms van hun zienswijze en wijze woorden en soms door gewoon te zien wat ze doen en hoe ze dat doen. Van een klein aantal heb ik veel geleerd en van een groter aantal helemaal niets. Het is wat dat betreft net het echte leven.

Negenentwintig jaar geleden werkte ik als leerling Z-verpleegkundige op een opstartende groep. Door frequente uitingen van agressie en daarmee gepaard gaande spanningen en kneuzingen hadden we nogal eens met ziek of overspannen personeel van doen. Dus moest er met enige regelmaat een beroep gedaan worden op uitzendkrachten. En de enige van die uitzendkrachten die ik mij nog van naam herinner heette Ger.
Ger viel op door zijn altijd rustige en soms wat laconieke instelling en uitstraling, zijn limburgs accent en de dikke schapenwollen vesten die hij droeg. Zijn lange en dikke haardos deed trouwens ook wel wat aan een schapenvachtje denken. Ger was, evenals ikzelf trouwens, wat je noemt een geitenwollensokkenfiguur. Daar hoef je vandaag de dag niet meer mee aan te komen maar dat kon toendertijd in bepaalde kringen altijd wel op enig respect en waardering rekenen.



Zoals te bedenken hadden we het door de aard van de problemen en met het inwerken van invalkrachten erg druk en was het nogal eens onrustig in zo'n periode. Ger leek echter de rust zelve en onverstoorbaar onder alle omstandigheden. Hij had echter altijd meer vragen dan de meeste van ons lief was in die omstandigheden. Waarom doe je dat en waarom doe je dat zo? Waarom doe je dit de ene keer zo en de andere keer zo? Hebben jullie hier of daar een bedoeling mee, zit daar een gedachte achter of ....? Waarom doe je dat zus en niet zo? Heb je wel eens bedacht dat.........?
Je kon het zo gek niet bedenken aan mogelijke beweegredenen en handelswijzen of Ger had je er al eens naar gevraagd of stond toevallig op het punt om dat te doen. Hij kon je 'de oren van de kop vragen' en deed dat ook meer dan eens.

Je hoort weleens zeggen dat er geen domme vragen bestaan, maar wellicht wel domme antwoorden en dat had heel goed de lijfspreuk van Ger kunnen zijn, die overigens vooral zinnige vragen stelde.


Bij elkaar heb ik welbeschouwd helemaal niet zo vaak samen gewerkt met Ger, hooguit een dag of wat.
Maar als je me nu vraagt van wie ik in de afgelopen dertig jaar het meeste geleerd heb aangaande mijn werk of mijn vak dan komt Ger zomaar in de topvijf te staan! Dat dan in wel zeer flagrante tegenstelling met deze engelen.

Over dat vak

Binnenkort ben ik al weer dertig jaar werkzaam in wat toendertijd de zwakzinnigenzorg heette.
Toendertijd was toen ik aangenomen werd door de sollicitatiecommissie van een nieuw te starten residentiële instelling. Dat sollicitatiegesprek werd gevoerd in een bouwkeet en ik weet nog goed (met naam en toenaam) tegenover welke drie mensen ik bij die gelegenheid plaats mocht nemen. Ik herinner me ook dat mij een toen als wat schokkend ervaren foto uit de Panorama werd getoond en mijn reactie daarop gevraagd werd. Verder werd mij nog te kennen gegeven dat dit niet zomaar elke willekeurige baan was; dat wij hier met mensen werken die veelal kwetsbaar en weerloos en aan ons overgeleverd zijn en dat dat een speciale en extra verantwoordelijkheid met zich meebrengt. En zo begon ik toen in september aan de zogenaamde introductieperiode van de inservice-opleiding Z-verpleegkunde.



Op deze Blogs schrijf ik regelmatig over mijn werk en allerlei zaken die daar mogelijk verband mee houden. Op Dima's place gaat dat onder de noemer 'dat vak van mij' en op Dima's Blog onder de vlag 'een vak apart'; waarmee ik welhaast lijk te willen zeggen dat dat vak van mij toch echt een vak apart zou zijn.
Dit vak gaat onder vele namen van groepsleider en activiteitenbegeleider tot verpleegkundige en allerlei daartussen. Ik geef zelf de voorkeur aan de benaming 'begeleider' of exacter '(ortho-)pedagogisch begeleider' omdat ik vind dat dat de lading het meest adequaat dekt. De wetenschappelijke discipline orthopedagogiek of ortho-agogiek en de daaruit voortvloeiende manier van kijken, denken en doen is, voor mijn gevoel, de kern en de basis van dit werk waar vanuit we werken en waar steeds weer op terug moeten kunnen vallen.
Over dat vak, hoe dat er volgens mij uitziet, de taakopvatting zoals ik die huldig en meer van dergelijke zaken wil ik de komende tijd zeker nog het een en ander kwijt. Laat ik met het oog op mijn paarlen gejubel maar eens beginnen met wat herinneringen, zoals bv. die aan ene Ger, op te halen.

Thursday, June 24, 2010

What's in a name?

Zo'n dertig jaar geleden veranderde ik eens van baan en bedrijfstak. Van productiemedewerker (een mooie naam voor ongeschoold arbeider) in de grootmetaal werd ik leerling Z-verpleegkundige in wat toen nog gemeenlijk werd aangeduid als de 'zwakzinnigenzorg'. Binnen en rondom die zorg werd de benaming 'zwakzinnig(heid)' door velen al als enigszins of ronduit denigrerend ervaren. Er werd naar 'neutralere' termen gezocht en die begonnen juist in die tijd ook al wat ingeburgerd te raken.

Zo bijvoorbeeld de term 'geestelijke handicap' en met dat deze benaming met enige frequentie en in wat ruimere kring zijn intrede deed lag hij al onder vuur van religieuze zijde. Ik weet zo een, twee, drie niet meer uit mijn hoofd of de katholieken of de protestanten nu het meeste bezwaar aantekenden maar in de vocabulaire van één van beider groeperingen lagen de begrippen 'geest' en 'ziel' dermate dicht bijeen dat voor een juist begrip van het zieleheil gevreesd werd bij een dermate verwarrende terminologie. Een term als 'mentale retardatie' zoals in het engels gebezigd werd bekte kennelijk niet zo lekker in het Nederlands. En zo werd het alternatief, het iets nauwgezetter beschrijvende 'verstandelijke handicap' gemeengoed en heb ik dus een tijdje in 'de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap' gewerkt.

Nu kwam ik er op enig moment achter dat ik daar ook al niet meer werk. Of het woord handicap nu ook als kleinerend, gewoon onjuist in zijn betekenis of als niet nederlands genoeg ervaren wordt, weet ik niet (ik heb ooit iets over de gedachte hierachter vernomen doch die is mij even volledig ontschoten), maar ik werk nu in 'de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking'.
Weer een mondvol en ik hoor ook steeds vaker spreken over 'mensen met een beperking', hetgeen in beschrijvende zin voor mijn soms wat autistiforme (lees: al te letterlijk genomen) begrip een klein propleempje oplevert nl. ik ben nog nooit iemand zonder beperkingen tegengekomen.



Die connotatieve perikelen en die beeldvorming dat houdt toch wat! Ik denk wel eens: als de huidige terminologie om nu nog duistere redenen toch echt niet meer voldoet zou dan iets in de trant van 'zwakker van zinnen' niet een mogelijkheid zijn die dan wellicht redelijk neutraal en descriptief overkomt?
De verleiding wordt nu wel erg groot om Brederoo er weer eens bij te slepen.

Voor mijn tijd werden de afnemers van bovengenoemde tak van zorg, als men het netjes hield, wel patiënten genoemd. Toen ik in de zorg kwam heetten ze pupillen of ook bewoners (de mij vertrouwde term). Inmiddels heet men cliënt te zijn.

Sunday, January 31, 2010

Dat vak van mij; en de belevenissen van Hein

In de richting die dit blog het afgelopen jaar genomen heeft neemt dat vak van mij, en allerlei dat daar mee van doen heeft, een prominente plaats in.
Bij tijd en wijle zoek en scan ik ook wel eens andere blogs af om te te zien of er lieden zijn die qua onderwerp iets vergelijkbaars doen en iets interessants aangaande dat vak van mij te melden hebben.
Het zou natuurlijk aan mijn slechte zoeken kunnen liggen maar dit leverde telkens in kwantitatieve zin bedroevend weinig op. Mijn vakbroeders en -zusters lijken bepaald geen enthousiaste bloggers te zijn.
Evenwel stuit ik zo nu en dan toch op iets relevants dat mijn belangstelling weet te prikkelen zoals de blog van Hein Mazuro

Hein doet op deze blog in een serie onder de titel: 'Over bezorgd en onwel zijn' verslag van zijn persoonlijke geschiedenis en belevenissen in en met het rijke leven van de zwakzinnigenzorg beneden de grote rivieren en meer specifiek in het brabantse land.
Een en ander speelt zich af in het tijdsgewricht van de 70er jaren tot heden en geeft daarmee een tijdsbeeld dat bij mijn generatiegenoten waarschijnlijk evenzeer als bij mijzelf allerlei vlagen van herkenning zal doen opwaaien bij de beschrijvingen van typerende bewegingen en eigenaardigheden uit een nog maar net vervlogen tijd.
Voor de jongere generatie geeft het een aardig, zoals dat wel heet, inkijkje in welke gewichtige levensvragen en idealen hun ouders en grootouders zoal omarmden en zich onledig mee hielden.
Het verhaal van Hein is te vinden op zijn blog onder de tag: bezorgd en onwel zijn


Tot zover het verhaal van Hein, vooral niet te verwarren met dat van Oude Hein want dat is weer een geheel ander verhaal.
Met Oude Hein maakte ik kennis toen ik ergens in de 70er jaren eens keurig en niets vermoedend op de bank tv zat te kijken naar een uitzending van het populaire Grand Gala du Disque. De franse taal was toen iets meer 'en vogue' dan nu. Het programma had voor mij persoonlijk zijn populariteit mede te danken aan het feit dat Godfried Bomans daar ooit een onvergetelijke vergelijking maakte tussen de benen van Marlene Dietrich en die van zijn vrouw.

Deze avond zou ondermeer Ramses Shaffy optreden en op enig moment zette hij met weids gebaar en op declamatietoon de Oude Hein in. Dit lied was mij geheel onbekend en ik heb het die eerste keer ook niet helemaal goed kunnen volgen; wat ik me er desondanks nog wel van herinner is dat toen Ramses begon met: 'Oude Hein lag op de bleek' , ik zoals gezegd keurig op de bank zat en toen hij klaar was ik, wat naar adem happend en mijn buik wat moeilijk vasthoudend ervoor lag.

Ik heb het lied sindsdien nooit meer gehoord tot na de dood van Ramses.
Onlangs vond ik namelijk een boekje met CD getiteld: 'je bent me zo lief' waar het nummer opstaat. En nu vind ik het ook nog op een YouTube filmpje na Het is stil in Amsterdam en beginnend op 5.03 min..
Moest ik daar nu zo om lachen toendertijd?

Dick
.