Showing posts with label ideologie. Show all posts
Showing posts with label ideologie. Show all posts

Saturday, June 4, 2016

De economie van goed en kwaad

Juist.., dat is de titel van dat boek van Tomas Sedlacek. Ik schrijf zijn naam hier gemakshalve maar even zonder die Tsjechische leestekens. Ook heb ik zijn boek (nog?) niet gelezen.
Economiegoedenkwaadboekcover
Maar de man weet toch uitzonderlijk helder en spot-on te verwoorden wat er zo mis is aan onze gangbare onderdanige en welhaast religieus idolate houding tegenover economische theorieën en modellen.
Ik had hem al eens eerder op dit blog ten tonele gevoerd en nu zag ik onlangs een interview met hem in het EO programma 'De Nieuwe Wereld'.
Zie hier de Nederlandse transcriptie van dat gesprek.

Hoewel klip en klaar lijkt de boodschap maar moeilijk door te willen dringen. Blijkbaar moet ie nog wat vaker herhaald worden:

Wednesday, February 27, 2013

Ideologie (in de zorg?)

Deel 4 van de Hollandse meesters in gesprek heeft als thema en titel: Ideologie. Kennen wij in onze tak van zorg dan iets als een ideologie? Ja wis en zeker! In mijn denken zijn vragen rond ideologie en praktijk overigens grosso modo dezelfde of van een zelfde aard als vragen rond de verhouding theorie en praktijk.
Jacques Heijkoop geeft de snedige omschrijving: volgens mij is ideologie een ideaal dat niet meer aan de werkelijkheid wordt getoetst.
Managers schermen in dit verband graag met mission-statements. Dat lijkt me iets te maken te hebben met het gegeven dat het wat aan zogeheten targets doet denken en omdat ze dat nu eenmaal zo op de managersschool leren.
De wat mij betreft meest gangbare en begrijpelijke term zou zijn: visie. En met iets van visie zijn we toch allemaall wel een beetje behept in de vorm van allerlei particuliere, al dan niet expliciete mens- en/of wereldbeelden.
Wegens een aantal interessante en ook actuele vragen en noties weer bijzonder warm aanbevolen voor alle werkers in de Z-zorg! Met als toetje nog wat commentaar op het zo vermaledijde DSM, dat door meesters en hoogleraren blijkbaar ook veelal als een weinig zinnig, stigmatiserend en opgedrongen instrument ervaren wordt.
Bron: Hollandse meesters in gesprek

Tuesday, June 26, 2012

De wonderbaarlijke marktwerking

Vrije markt en marktwerking zijn de mantra's, toverwoorden en het credo van de thans heersende pseudowetenschap der econoblahblah.
Die marktwerking blijkt soms op wat mysterieuzere of in ieder geval minder transparante wijze te werken dan de apologeten ervan ons meestal wilen doen geloven.

Een mooi staaltje daarvan is de plotse ophef in het nieuws over de eerste uitkomsten van het experiment 'marktwerking in de tandartszorg'. Onze minister van Tabak gaf als experiment voor drie jaar de tarieven in die tak van zorg vrij.
Dat zou concurrentie en dalende prijzen tot gevolg hebben, de keuzevrijheid van de patiënt vergroten en innovatie stimuleren.



Nu blijkt na een half jaar uit de gegevens van de eerste drie maanden dat de prijzen gestegen zijn. Rara.. hoe kan dat nou toch? Er gaan in de politiek en elders dan uiteraard direct stemmen op om het experiment per direct te staken.

Gisteravond hoorde ik de betreffende minister in Nieuwsuur betogen dat dat niet verstandig zou zijn op grond van de cijfers over drie maanden en bovendien zou de overheid zich zo niet betrouwbaar tonen tegenover de deelnemende partijen in het experiment.
Dat lijken mij geldige argumenten daar heeft ze natuurlijk gelijk in.
Maar als resultaat van het het experiment over een paar maanden niet meer naar haar zin is dan nu, blaast ze het alsnog af. Toont diezelfde overheid zich in dat geval dan wel betrouwbaar?; of is ze gewoon aan het sturen in wat ze eerst zelf als 'vrije markt' en zelfregulerende 'marktwerking' verkoopt en propageert? Het komt mij voor dat het hele verhaal wat rammelt en hier en daar wat interne tegenspraak vertoont.

Maar ik ben dan ook geen fanatieke en ideologische voorstander van consequent doorgevoerde marktwerking in de zorg. Ik zie wel iets in marktwerking waar het bv. de toeleveranciers van zorgmaterialen betreft maar niet waar het de zorg zelf en een minimale beschikbaarheid voor een ieder betreft. Dat lijkt mij nou typisch de zorgtaak van een overheid.

Voor- en tegenstanders van die marktwerking in de zorg zullen naar aanleiding hiervan allerlei argumenten wel weer van stal halen, oppoetsen en in de media ventileren, terwijl de actuele ontwikkelingen daarin gewoon doorzetten.
Een lastig punt in de lopende discussie hierover is dat de argumenten over en weer naar hun aard een nogal hoog NKK-gehalte vertonen.

In de Volkskrant van vandaag worden een aantal mechanismen, die tot de eerdergenoemde prijsstijging geleid zouden hebben, in een FAQ van zes vragen samengevat.

Last Q & A in dat artikeltje:



Wisten we niet van tevoren al dat dit experiment ging mislukken?

Eigenlijk wel. Zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en onderzoekers voorspelden een prijsstijging.
Hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot voorzag een prijsstijging van 6 procent en kreeg gelijk. Minister Schippers ziet nog wel één positieve ontwikkeling: in de afgelopen periode zou de kwaliteitsontwikkeling van de tandheelkunde een impuls hebben gekregen.

Wednesday, December 21, 2011

Econoblahblah en fundamentalisme

Het onderstaande heeft bepaald niet iets van een hoopgevend of verheffend kerstverhaaltje, eerder het tegendeel. Het gaat namelijk over ons financieel en economisch reilen en zeilen en wat daar zoal over gezegd, geschreven en gedacht wordt. Op zich niets bijzonders zul je denken, de krant staat er toch ook dagelijks vol van en menig gesprek gaat erover. Maar ik heb helemaal geen verstand van economie en ik ben een volslagen leek op dat terrein. Ook niets bijzonders zul je wellicht zeggen; dacht ik soms dat iedereen die iets over ons financieel-economische systeem te melden had, daar wel verstand van zou hebben. Nou nee, eerlijk gezegd niet en ik denk eigenlijk dat er zoveel onzin over rondgebazuind wordt dat we wel van econoblahblah mogen spreken.

De econoblahblah zoals we die hoofdzakelijk voorgeschoteld krijgen en zoals die sinds een jaar of dertig de financieel-economische wereld in toenemende mate lijkt te sturen en te beheersen neemt niet zelden de vorm van een geloof aan en vertoont volgens mij een paar uiterst gevaarlijke fundamentalistische ideologische trekjes.


Cartoon by Nicholson from “The Australian” newspaper: www.nicholsoncartoons.com.au

In een vorig bloggelementje noemde ik al:



Het rotsvaste geloof en vertrouwen in de immer heilzame werking van een absolute en ongebreidelde vrije markt.

De al bijna even vastgeroeste afkeer van en wantrouwen tegenover alles wat overheid is of heet te zijn. Des te minder overheid des te beter, luidt het credo.



Dat laatste heeft iets onmiskenbaar dubbels aangezien die overheid altijd aangesproken wordt en bijna altijd de schuld krijgt als er mis gaat, terwijl we van diezelfde overheid verwachten dat ze ons tegen misstanden beschermt en kromme zaken subiet weer rechtzet. Daarbij komt dat in een democratie, die die naam ook verdient, bij wijze van spreken wijzelf die overheid zijn dan wel bepalen.

Het fundamentalisme achter die neoliberale vrije markt ideologie werd onder meer door filosoof en 'Denker des Vaderlands' genaamd Hans Achterhuis uitgeplozen en blootgelegd in diens 'De utopie van de vrije markt'. Achterhuis noemt als kern daarvan het gedachtegoed van Ayn Rand met een variatie op de titel van haar boek 'The Virtue of Selfishness' wellicht beter als 'de ideologie van de hebzucht' te bestempelen. En terecht, lijkt mij, als je er een dergelijk mensbeeld op na houdt en je vervolgens alles vanuit die gedachte beschouwt en aldus al je handelen laat bepalen.



De bottomline van dat mensbeeld luidt dat de mens heel veel schoppen onder zijn achterste nodig heeft om tot iets constructiefs te komen omdat ie anders alleen maar op z'n lauweren zal rusten en bij voorkeur op anderen en de gemeenschap zal parasiteren. En angst en eigenbelang zijn de enige twee drijfveren die sterk genoeg zijn om de mens boven deze lamlendige toestand uit te doen stijgen. Verder rust dit mensbeeld zo'n beetje impliciet op wat ideetjes van sociaal-darwinistische snit.
Het is ieder voor zich en God voor ons allen.

Een goede bekende en bewonderaar van Ayn Rand en haar filosofie was ene Alan Greenspan. Inderdaad de Alan Greenspan die van 1987 tot 2006 voorzitter was van de Fed (Federal Reserve) en in die tijd zo'n beetje uitgroeide tot het orakel van de financiële wereld en de vrije markt economie. Hij was ook een bewonderaar van heer roman 'Atlas shrugged' en ze stond naast hem toen hij in 1974 de eed aflegde als lid van iets als de Amerikaanse SER; ze bleven dik bevriend tot aan haar dood.

Voor een hoorcommissie n.a.v. de kredietcrisis gaf Greenspan overigens zo half om half toe dat hij een en ander toch niet helemaal juist gezien had of althans dat hij de reacties op zijn beleid heel anders ingeschat had dan ze in werkelijkheid bleken uit te pakken. So much for objectivism; niets objectiefs daaraan dus maar integendeel pure ideologie.
En niet alle economen omhelzen dit gedachtegoed overigens zo gretig.

Wat betreft dat andere punt: hoe minder overheid(-sbemoeienis), hoe beter, dat neemt vaak al niet minder fanatische en fundamentalistische vormen aan.

Dat heeft ook iets zeer merkwaardigs omdat de lieden die dit geloofsartikel te vuur en te zwaard plegen uit te dragen hun argumenten veelal kracht bij zetten door te verwijzen naar dictatoriale regimes om vervolgens hun eigen democratische gezindheid en instelling te bejubelen en te bezingen.


Cartoon by Nicholson from “The Australian” newspaper: www.nicholsoncartoons.com.au

Toch zijn er hele volksstammen neoliberale en uiterst rechtse lieden die de overheid principieel en ten diepste wantrouwen en bijna elke overheidsinstantie per definitie als vijandig tegenover hun belangen zien en als vijand bejegenen. Dit verschijnsel leek zich met name sporadisch in de US of A voor te doen maar die houding begint zich al aardig te verspreiden en naar onze contreien over te waaien.
Nu zou ik toch denken dat in een fatsoenlijk functionerende democratie die overheid toch eerder je vriend dan je vijand zou zijn. Waar wringt hier dan de schoen?

Ook in Europa zien we een gestage verschuiving naar rechts in dit opzicht. Onze liberaliserende (leve de vrijheid) politici proclameren al jaren een immer terugtrekkende overheid. Het neoliberale ideaal is een overheid die op bedrijfsmatige en doeltreffende wijze de taken van defensie, justitie en het bewaren van de openbare orde op zich neemt en zich buiten wat wetgeving zo weinig mogelijk met ons bemoeit.



Wie meent wij hier in Nederland momenteel vrij gematigde en pragmatische regeringen hebben zou toch eens moeten zien hoe hier de privatisering van en de marktwerking in collectieve verantwoordelijkheden als gezondheidszorg en openbaar vervoer bejubeld en gestaag en in toenemende mate doorgevoerd wordt. Dat lijkt mij allang geen gematigde houding meer in de verhouding en het afschuiven van overheidsverantwoordelijkheden maar meer een extreme positie in naam van een neoliberale ideologie.



Ja, zo verandert er gaandeweg het een en ander zonder dat wij goed en wel in de gaten hebben wat dat dan concreet betekent en wat de werkelijke gevolgen zijn. Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen, want heel veel mensen worden natuurlijk wel degelijk aan den lijve geconfronteerd met de gevolgen ervan.
En hoe vergaat het u in deze? Ik heb nog nooit zoveel betaald aan en zo'n stijging van mijn ziektekosten gezien als de laatste paar jaar dat ik van het ziekenfonds naar een ziektekostenverzekeraar moest overstappen toen die zo nodig zou zijn om de kosten in de hand te houden nadat onze regering bedacht had dat ze dat zelf niet kon en de marktwerking het dus maar moest doen.



Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van deze vrij recente beweging richting het fundamentalistische neoliberale extreem waar we nu weer constant zo'n beetje tegen aan schuren, en dat zijn ideologische wortels behalve in het sociaal-darwinisme ook bij een paar Oostenrijkse denkers heeft, leze eens:
Het land is moe
verhandeling over onze ontevredenheid
het laatste werk van Tony Judt
Dat is, in mijn ogen, een bijzonder verhelderend pleidooi voor de sociaaldemocratie en meer een gulden middenweg met betrekking tot vragen als: hoeveel vrije markt en hoeveel overheid is bevorderlijk voor het nut van het algemeen?
Lijkt mij duidelijk een andere en zinniger vraagstelling dan die ingegeven door de alles-of-niets houding en mentaliteit die momenteel op dit en vele andere terreinen hoogtij lijkt te vieren. Ik kan het meestal niet zo goed vinden met extremisten, fanatici en fundamentalisten.
Ik mag dan geen verstand van economie hebben; ik denk dat dat van Tony Judt toch niet zomaar gezegd kan worden.

Judt begint elk hoofdstuk met een citaat en het hele boek met dit citaat van Oliver Goldsmith:
Wee het land waar haast het zijn bepaalt, waar rijkdom groeit, maar de mens verschraalt.
Dat was dan toch nog even iets in de trant van een kerstboodschapje toe, zij het één met een wellicht wat opgeheven vingertje!

Sunday, December 19, 2010

Geloof en geloof; bij de ander

Onze taal wordt met zekere regelmaat met nieuwe woorden verrijkt. Twee minder fraaie exemplaren daarvan kwamen in Geloof en politiek al ter sprake; islamofobie en islamdebat.
Islamofobie, de betekenis is helder; angst voor de islam zoals je misschien ook bang voor het hindoeïsme, het christendom of het boeddhisme zou kunnen zijn, maar daar hoor ik nooit iets over. Wat is het islamdebat dan? Is het een debat met moslims en waar gaat het dan over?; of is het een debat over de islam waarbij moslims slechts kunnen toehoren wat er allemaal niet zou deugen aan hun geloof, dat we ze liever kwijt dan rijk zijn en wat wij zoal van hen verwachten?
De richting die het zg. publieke debat genomen heeft sinds Fortuyn en Wilders lijkt toch wel ernstig die tweede kant uit te gaan.


Het is moeilijk andermans boeken te lezen

luidt het gezegde en Bo Diddley zong ooit:

You can't judge a book by looking at the cover


Zijn wij hier dan wel zo bekend met en weten wij zoveel van de islam?
Als PVV-ideoloog Bosma ons en ook onze islamitische landgenoten wel even zal vertellen wat er achter het begrip 'taqiya' schuilgaat, zou je het haast denken. Ik denk toch dat de werkelijkheid beduidend anders ligt.

In een ander verband merkte ik al eens op dat tot kort voor mijn geboorte de Staat of het Koninkrijk der Nederlanden de natie was die de meeste moslims ter wereld tot zijn onderdanen mocht rekenen.
Uit vooral onwetendheid en analoog aan de nomeclatuur van het christendom werden moslims in mijn jeugd meestal mohammedanen genoemd en hadden de meeste Nederlanders geen flauw idee van wat er in die religie zoal beleden en aangenomen werd. Pas in de zeventiger jaren met de komst van gastarbeiders uit moslimlanden onstond er, zij het mondjesmaat, enige serieuze belangstelling voor de islam in ons land. En hoe die belangstelling en aandacht zich de laatste jaren aan het ontwikkelen is mogen we bijna dagelijks via de media vernemen.



Die recente aandacht en belangstelling voor de islam komt opeens niet meer uitsluitend van gelovigen en theologen. Hij lijkt zelfs voornamelijk van omstanders en onverlaten te komen en uit duidelijk andere motieven dan die kenmerkend zijn voor een gelovig, een zoekend of gewoon een nieuwsgierig iemand. De houding lijkt nogal eens bij voorbaat vijandig of afwijzend te zijn, waarbij dan met kwalificaties als destructief, achterlijk en gewelddadig de islam vooral als een politieke ideologie wordt geduid. In zoverre het als religie bezien en benaderd wordt lijkt alles erop gericht om de verschillen met religieuze stromingen van joods-christelijke huize te zoeken, te benoemen en te benadrukken. Nu ben ik altijd een groot voorstander van op gedegen wijze onderscheid maken waar nodig, want ik denk dat we dat gewoonlijk te weinig doen, maar de wijze waarop dat nu meer dan incidenteel m.b.t. de islam gebeurt neemt in mijn optiek toch regelmatig groteske en karikaturale vormen aan. De gedrevenheid waarmee sommigen de islam menen te moeten bestrijden vertoont niet zelden zelf alle kenmerken van een fundamentalistische, politieke ideologie.

Er zijn zonder enige twijfel vele punten van verschil aan te wijzen tussen bijvoorbeeld wat christenen en wat moslims geloven en en er zal ook heel verschillend gedacht worden over hoe wezenlijk die verschillen dan wel zijn.
Maar als we eens de monotheïstische godsdiensten als voorbeeld nemen zijn, dunkt mij, de overeenkomsten toch groter en opmerkelijker dan de verschillen, die uiteraard nu eenmaal meer uitgespit en uitgekauwd worden.

Alle loten aan de boom van het monotheïsme leggen naar hun aard iets van een exclusieve claim op de enige waarheid. Daar kun je zus over denken en daar kun je zo over denken of iets van een tussenpositie in innemen.
En ook de vraag naar de theodicee ofwel de vraag: waarom laat god het kwaad in de wereld toe en bestaan als hij toch almachtig en een en al goedheid is?; zal zich toch op enig moment in elke montheïstische religie opdringen. En ook hier variëren de antwoorden nogal eens naar gelang ze uit atheïstische, protestants-christelijke, rooms-katholieke, islamitische of humanistische hoek komen, maar evenzeer binnen de onderscheiden fracties.
Evenzo gaat dat op voor de aanverwante vraag naar de predestinatie en de vrije wil. Ook die vraag speelt in de islam en daar hebben calvinisten en remonstranten ook weer een wat verschillende visie op waarmee we dan tevens weer bij de synode van Dordt belanden.
Het zijn welbeschouwd het soort van vragen die de meeste mensen zich zo rond de puberteit beginnen te stellen en waar theologen nimmer over uitgedacht en uitgesteggeld raken. Het blijft, naar de aard der dingen, nu eenmaal puzzelen met dit soort noties en denkbeelden.



Zoals gezegd vertonen de monotheïstische religies, volgens mijn opvatting, meer overeenkomsten dan verschillen waar het hun meest wezenlijke vragen betreft (en ik acht de vragen vaak interessanter dan de antwoorden). Bovendien is de variatie van stromingen en antwoorden op die vragen binnen bijvoorbeeld christendom en islam dermate groot dat de fundamentalistische en de vrijzinnige extremen binnen beide geloven soms wel meer met elkaar gemeen lijken te hebben dan met de opponenten binnen het eigen geloof. Ook daar waar je een duidelijke link tussen religie en politieke ideologie kunt ontwaren, zie ik niet zo bijster veel verschil tussen fundamentalistische moslims in Pakisten of Indonesië en fundamentalistische christenen in bijvoorbeeld Amerika of rechts-orthodoxe geluiden uit Israel.

Ik heb niets tegen godsdienstkritiek op zich, in tegendeel; ik heb wat moeite met de overduidelijke selectiviteit daarin. Ik denk ook niet dat het er in wezen gaat over wat er in die heilige boeken staat maar meer over hoe mensen dat in hun hoofden en harten verwerken en wat ze daar dan van maken.
Het geloof kan voor mensen een inspiratiebron zijn maar ook een dogmatische dwangbuis worden; het is maar wat je er mee wilt, denk ik als ongelovige en als fervent voorstander van tolerantie en godsdienstvrijheid. Nu hecht ik gewoonlijk ook wat minder waarde aan de letter en wat meer aan de geest.