Showing posts with label rationaliteit. Show all posts
Showing posts with label rationaliteit. Show all posts

Saturday, March 14, 2015

Tussen “…” (18) Albert Einstein

Albert Einstein geldt voor veel mensen zo'n beetje als icoon en het boegbeeld bij uitstek van 'de wetenschap', als het lichtende voorbeeld van wat onze menselijke rationaliteit in al zijn bollebozigheid vermag. (zoals atoombommen maken bijvoorbeeld)
Hier hebben we dus duidelijk van doen met zo'n knappe kop die de taal van de rationaliteit uitmuntend spreekt. Nu verstond diezelfde Einstein, dunkt mij, zeker ook 'de taal van de ziel' vrij goed.
einstein-wisdom
Wanneer je eens op het W(ereldwijde)W(oordenbrij)W(ebje) rondsnuffelt naar uitspraken en citaten door wetenschappers, zul je waarschijnlijk vinden dat Einstein bovenaan staat, prijkend aan de top. Anders dan onze nationale grootgrutter (die beweert op de kleintjes te letten en ook nog op de seconden) leek deze Appie wel in wijze uitspraken te grossieren.
In een rubriek die 'tussen "..."' heet en aandacht wil vragen voor intrigerende of wijze uitspraken, mag hij toch eigenlijk niet ontbreken, dus bij deze dan. Het probleem is dan niet zozeer om een goed, wijs of treffend citaat van hem te vinden maar meer om te kiezen uit de velen.
Vandaag kies ik er maar eens een die me met name in onze Westerse wereld en in dit tijdsgewricht uiterst en nijpend actueel lijkt, hoewel je er weinig of niets over uit de krant of het journaal zult vernemen:
"The intuitive mind is a sacred gift and the rational mind is a faithful servant. We have created a society that honors the servant and has forgotten the gift"

Albert Einstein
De Britse psychiater Iain McGilChrist herkauwde en onderbouwde dit inzicht en deze fraaie uitspraak van Einstein nog maar eens met wat we inmiddels weten over ons brein en schreef er een boek over: 'The Master and his Emissary'.

Tuesday, March 25, 2014

Er is er toch nog één ...

,... een econoom die het ziet, snapt en het ook nog als zodanig benoemt.
Thomas Piketty is de naam van deze Franse econoom wiens naam volgens sommige wetenschappers nu al thuis zou horen in het rijtje Adam Smith, Karl Marx en John Maynard Keynes.

Correspondent
Als correspondent 'Vooruitgang' Rutger Bregman kopte gisteren in De Correspondent: Al onze theorieën over het kapitalisme weerlegd in één grafiek.
Rutger Bregman
Vorig jaar verscheen van de hand van Thomas Piketty het boek 'Capital in the Twenty-First Century' in het Nederlands te verschijnen als 'Het kapitaal in de 21e eeuw'.
Daarin toont Piketty 'De terugkeer van de ongelijkheid' aan,
niet op grond van speculatie, ideologie of kretologie als 'Geen gezeik, iedereen rijk. Toch?', maar op grond van 'Heel veel data' en wat we soms zo triomfantelijk 'de harde cijfers' plegen te noemen.
Die harde cijfers leveren dan deze veelzeggende grafiek op: Rendement en groei
En de harde cijfers laten zien dat 'Extreme ongelijkheid, terug is van weggeweest'.
Met dank aan 'de ideologie van de vrije markt' en het rotsvaste vertrouwen in de 'marktwerking'.
Piketty schetst een doemscenario. Zonder de terugkeer van stevige economische groei (onwaarschijnlijk), hoge belastingen op kapitaal (onwaarschijnlijk) of een Derde Wereldoorlog (onwenselijk), zal de ongelijkheid eindeloos blijven oplopen.
Naar het zich laat aanzien hebben we in economisch opzicht even zo'n zeventig uitzonderlijke jaren gekend waarin ook 'het gezonde verstand' en 'de redelijkheid' enige invloed hadden.
Nu lijken we sinds de tachtiger jaren weer terug bij af en donkere tijden tegemoet te gaan wanneer we niet het verstand en het lef hebben om radicaal in te grijpen.
De groei van ongelijkheid heeft dan ook niets met 'marktfalen' te maken.
Integendeel, groeiende ongelijkheid is een teken dat de markt uitstekend functioneert. Niet toevallig waren de kapitaalmarkten aan het einde van de negentiende eeuw ook zo vrij als een vogel.
Er is toch ook een beduidend 'verschil met vroeger':
Maar er is één belangrijk verschil: als je tweehonderd jaar geleden arm was, dan kon je tenminste nog het lot de schuld geven. Je was niet in een rijke familie geboren, jammer dan. Nu is er iets anders aan de hand: een groot deel van de ongelijkheid zit bij werknemers. In tegenstelling tot in het Parijs van 1819 is ongelijkheid tegenwoordig niet alleen een kwestie van kapitaal versus arbeid, maar ook een kwestie van topverdieners versus de rest. De rijkste 1 procent heeft zijn inkomen zien exploderen in de afgelopen decennia.
De verliezer is volgens Piketty in de ‘slechtste van alle werelden’ beland. Hij dankt zijn armoede of werkloosheid aan zichzelf, zo is het idee nu; welvaart wordt immers als een kwestie van doorzettingsvermogen beschouwd. Typ ‘hoe word ik rijk?’ maar eens in op Google.
'Ongelijkheid is politiek'
‘De geschiedenis van ongelijkheid is altijd door en door politiek geweest,’ schrijft Piketty. Zo is de inkomensongelijkheid in Nederland veel kleiner dan in de Verenigde Staten. Dat is een politieke keuze geweest. Onze vermogensongelijkheid is daarentegen een van de grootste van Europa - en ook dat is politiek.

Uiteindelijk wordt de wereld niet door de wetten van de economie geregeerd, maar door mensen, die hun eigen geschiedenis schrijven.
Ik vraag me regelmatig af of 'economie' wel een wetenschap mag heten, in het geval van wat Thomas Piketty ons hier te vertellen heeft, wil ik hem graag het voordeel van de twijfel gunnen.
Zijn constatering dat 'de democratie niet kan functioneren bij extreme ongelijkheid' lijkt me nogal evident en boven elke twijfel verheven tenzij je meer heil ziet in een feodaal systeem.

Nu geeft Equality Trust ook al enige jaren met overtuigende 'harde cijfers' een beeld van de groeiende ongelijkheid en de negatieve effecten daarvan, maar de meeste mensen lijken dergelijke blijkbaar onwelkome boodschappen niet graag echt tot zich door te laten dringen.
Volgens Brederoo kan het altijd nog verkeren, maar als we deze trend nog willen keren zal dat toch de nodige visie, een radicale ommekeer en doortastende maatregelen vragen.

Saturday, November 9, 2013

Wetenschappen; een heel gamma aan ..(6)

Op de voorpagina van de Volkskrant lees ik vandaag:
Vier manieren om de perverse prikkels in de wetenschap te pareren
Het bewuste artikel moet ik overigens nog lezen maar nu de wetenschap, en dan met name de minder mooie kantjes uit de gangbare (en routinematige) praktijk van het wetenschappelijk bedrijf, zo prominent in het nieuws prijken moest ik er vanuit mijn lekenperspectief ook maar weer eens vervolgblogje in de serie wetenschap tegenaan gooien.

Wetenschap laat zich op diverse manieren indelen of typeren. Een vrij gangbare en heldere indeling is die maar onderwerp tussen alfa-, bèta- en gammawetenschappen:

- Alfawetenschappen hebben dan als studieobject de producten van menselijk handelen. Alpha_uc_lc.svg
- Bètawetenschappenhebben als studieobject de niet-menselijke natuur. 800px-Beta_uc_lc.svg
- Gammawetenschappen hebben als studieobject het menselijk handelen. 800px-Gamma_uc_lc.svg
Daarnaast zou je ook nog de formele wetenschappen kunnen onderscheiden.
Een ander onderscheid is dat tussen fundamentele en toegepaste wetenschap.

Zo zijn er nog vele onderscheidingen mogelijk. zoals die tussen protoscience, erkende wetenschap of mainstreamscience en pseudoscience. Hier een lijstje van pseudowetenschappen volgens huidig geldende criteria van de 'scientific community'. In ons land kennen we de stichting Skepsis die zich ten doel stelt pseudowetenschap te ontmaskeren en aan de schandpaal te nagelen.
Bij onze zuiderburen wijdt Skepp zich aan deze taak. Zelf meen ik dat menselijke hoogmoed, dogma's en absolutisme (ook of misschien wel juist wanneer die uit naam van wetenschappelijkheid ondersteund, gepredikt of verdedigd worden) heel wat gevaarlijker kunnen zijn dan sommige fenomenen en opvattingen zoals die zo fervent door deze sceptici bestreden worden; en laat ik me liever leiden door de woorden van Jacob Bronowski:

Om nog even de aandacht te vestigen op de haast duizelingwekkende veelheid waar het gaat om takken van wetenschap hier nog even een opsomming voor de geïnteresseerden die wel houden van lijstjes en volledigheid. Kortom het bestaande gamma aan wetenschappen is meer dan ik kan behappen of bevatten.

Mijn insteek in en belangstelling voor deze materie betreft dan vooral het onderscheid tussen de exacte of natuurwetenschappen en de sociale of geesteswetenschappen.
Een onderscheid dat we in de vorm van het ‘Verstehen und Erklären’ reeds kennen van de ouwe Dilthey. Eerder meldde ik daar eens over:
En daarmee maakte hij een onderscheid tussen geesteswetenschappen en natuurwetenschappen met elk hun eigen manier om tot de kern van de zaak of de waarheid te komen danwel die zo dicht mogelijk te benaderen. 'Verstehen und Erklären' Voor de geesteswetenschappen is dat het 'verstehen' ofwel het verstaan, begrijpen of invoelend betekenissen ontwaren en voor de natuurwetenschappen is dat het 'erklären' of theoretiserend verklaringen zoeken en hypothesen testen voor verschijnselen en processen die niet des mensen zijn; zeg maar, dat wat ons wezensvreemd is.

Nu zullen veel vormen van dat 'begrijpen en verklaren' vaak op een glijdende schaal wat door elkaar heen en weer bewegen en elkaar soms wat overlappen maar op enig moment stuiten we, dunkt me, toch onvermijdelijk ook op fundamentele en onverenigbare verschillen.
Het, naar mijn inzicht, fundamentele en niet onbelangrijke onderscheid tussen de natuurwetenschappen en sociale wetenschappen wordt door John Searle vrij nauwgezet en adequaat geduid en filosofisch onderbouwd door een onderscheid te maken tussen ‘observer independent’ en ‘observer dependent’ fenomenen te maken. De natuurwetenschappen richten zich dan op die eerste klasse terwijl de sociale wetenschappen zich met de verschijnselen van de tweede soort bezighoudt.
Verder maakt hij onderscheid tussen wat als ontologisch of als epistemisch respectievelijk objectief danwel subjectief aangemerkt kan worden.

<< vorig | volgend >>