Sunday, February 14, 2010

Wat losse eindjes

Eerder had ik n.a.v. een cursus psychiatrische ziektebeelden wat vragen over de volgende DSM editie.
Inmiddels begrijp ik dat DSM5 in mei 2013 het licht moet gaan zien en de voorstellen tot en besprekingen van komende wijzigingen via de website van de APA globaal te volgen zijn.

Over psychiatrie gesproken; vorig jaar zond de publieke omroep de serie Kijken in de Ziel uit. Boeiende interviews met een aantal veelal bekende nederlandse psychiaters die blijk gaven heel verschillend tegen verschillende zaken aan te kijken.
Helaas heb ik niet alle en de meeste afleveringen niet in zijn geheel kunnen volgen. Maar hier is dan de herkansing.

Daniel Goleman had in 1996 een best-seller met zijn boek Emotional Intelligence.
Het construct EI mag zich inmiddels in de nodige belangstelling van theoretici en onderzoekers verheugen.

Hier geeft Goleman een uiteenzetting over emotionele- en sociale intelligentie voor Google University.
Vooral interessant omdat hij gedrag, beleving en fysiologische reacties schetst in samenhang en tegen de achtergrond van de neurologische hardware als bv. de amygdala en de spiegelneuronen.

Een Blogje erbij om wat mogelijkheden te verkennen en uit te proberen: Dima's Blog
.

Wednesday, February 10, 2010

De weersomstandigheden en andere ongemakken

Vanmorgen hoorde ik op de radio dat er in België 900 kilometer file stond.
Even later vernam ik dat een lezing over gentle teaching op het werk werd afgeblazen omdat de spreker voor Antwerpen vast stond in de file. Zo ging deze gelegenheid van wat ik eerder als bijscholing betitelde aan mijn neus voorbij.
Jammer want ik zou graag iets meer horen over deze benadering, die mij zeer sympathiek voorkomt en voorzover ik begrijp de nabijheid iets hoger in het vaandel heeft staan dan de distantie.

Maar ja, het weer is nu eenmaal een onberekenbare en niet altijd voorspelbare factor in het leven. De onvolprezen buienradar ten spijt.

En wat dat betreft doet het weer wel erg sterk denken aan onze emoties.
Ook al zo onvoorspelbaar en soms even onbeheersbaar en stormachtig.
Daarbij ook nog eens in sterke mate afhankelijk van de emoties en luimen van anderen.
We hebben namelijk allemaal iets vergelijkbaar met de buienradar, nl. een sociaal-emotionele radar.
Dat is dan weer iets dat speciale aandacht verdiend van o.a. opvoeders en begeleiders.
Zie in dat verband de vijf stukjes over Expressed Emotion op het blog van Henk50 onder de categorie Psychologie.

Ook in de psychologie dreigen en lijken onze emoties steeds het ondergeschoven kindje te worden.
Zoals ik in het vorige stukje betoogde kwam er met het werk van LeDoux vanuit de neurowetenschappen weer een stevige impuls om dit onderwerp zijn welverdiende aandacht te schenken.
En die hernieuwde belangstelling zal ongetwijfeld ook onder psychologen wel post vatten.
Het oude beeld was toch een beetje dat de wetenschappelijke psychologie zich vooral met cognitie en andere vermeende heldere of meetbare zaken bezighield terwijl psychotherapeuten en klinici maar moesten kijken of ze iets met die ongrijpbare emoties aan konden vatten.
Dat beeld is niet helemaal juist want in de 80er-jaren was Nico Frijda de voortrekker op dit terrein met zijn opus magnum De Emoties.
Hier een interview met Nico Frijda.


Dick
.

Tuesday, February 9, 2010

Joseph LeDoux; het emotionele brein en de amygdala

Als er een kennisgebied of wetenschapsterrein is waar de kreet 'booming' op past zijn het wel de neurowetenschappen. Dit mede door de vrij recente beschikbaarheid van nieuwe scantechnieken.
Binnen die wetenschap en zijn beoefening kwam Joseph LeDoux in 1996 in zijn boek The Emotional Brain met de klacht dat men zich voornamelijk bezighield met slechts zaken als waarneming, denken, redeneren of intellect kortom dat deel van de geest dat we cognitie noemen.

De emoties vallen er buiten. En een geest zonder emotie is geen geest. Dat is een ziel op sterk water - een koud, apathisch wezen, ontbloot van begeerte, angst, leed, pijn of genot.

LeDoux toonde aan dat tenminste een emotie te weten angst empirisch benaderd kan worden. In tegenstelling tot bv. taal dat een uniek menselijke eigenschap is, is angst een biologisch gegeven dat we met dieren gemeen hebben.
Hoewel Ledoux er aanvankelijk van uitging dat zijn bevindingen nauwelijks op belangstelling zou kunnen rekenen van psychologen en psychiaters bleek dat na het verschijnen van zijn boek tot zijn verrassing nadrukkelijk wel het geval te zijn.
bijna te enthousiast. Het kwam bijna neer op kritiekloze aanvaarding.
meldde hij John Horgan in diens boek The Undiscovered Mind en
Ik heb alleen wat ideeën geopperd
Zie hier een interview met LeDoux over een en ander.

In ieder geval staan de amygdala nu onmiskenbaar op de kaart en in de belangstelling.
Die twee kleine amandelvormige orgaantjes van het lymbisch systeem aan beide zijden van de basis van het brein.

Wat doen die amygdala of amandelkernen dan?

Zonder ook maar de minste pretentie van volledigheid lijkt de essentie te zijn: de amygdala functioneren als een soort schildwacht die altijd op zijn post is en nooit slaapt.
Deze schildwacht waakt over alle binnenkomende zintuigelijke stimuli en zodra er iets verdachts of bedreigends binnenkomt gaan zogezegd de alarmbellen rinkelen. Dit houdt in dat de vecht- of vluchtrespons in werking treedt en het organisme langs neurochemische weg in uiterste staat van paraatheid wordt gebracht om gereed te zijn voor actie.
Een uiterst effectief verdedigingsmechanisme wanneer er direct levensgevaar dreigt en een fractie van een seconde groot verschil kan maken..
Het alarmsignaal volgt twee routes, een korte en een iets langere; de eerste verloopt buiten ons bewustziijn om. Wat daar opvallend aan is, is dat de fysiologische vecht/vluchtrespons al op volle toeren draait alvorens er iets tot ons bewustzijn doordringt.
Eerst als de fysieke gewaarwording hiervan tot ons bewustzijn doordringt ervaren we wat we paniek, angst of onrust noemen.
Dat geeft ons inzicht in de oorsprong en de aard van deze emoties.
De gangbare opvatting dat wij iets zien, daarvan schrikken waardoor ons hart sneller gaat kloppen, de adrenaline gaat stromen etc. blijkt niet juist; ons schrikken is die gewaarwording van die overweldigende fysieke verschijnselen.
We kunnen al een ontwijkende beweging maken nog voor we ons van de reden hiertoe bewust zijn.
Als de fysieke reacties en veranderingen tot het bewustzijn doordringen zullen we die met ons vermogen tot taal en zelf bewustzijn gaan benoemen als bv. angst; mijn hart klopt sneller etc., ik ben bang, onrustig, gestressed of wat dan ook.
En ongeveer ook rond dat moment kunnen we ook ons gedrag en de omstandigheden evalueren en daar mogelijk bewuste keuzes in maken.
Als het gevaar ook in onze bewuste evaluatie blijft dreigen zullen de alarmbellen ook blijven rinkelen en het hele circus van de vecht/vluchtrespons in gang houden.
Blijkt onze bewuste evaluatie te zijn dat er geen echt gevaar is of er sprake was van loos alarm dan zouden idealiter de alarmbellen direct uitgezet kunnen worden en de effecten van de vecht/vlucht respons geleidelijk aan wegebben.

Helaas werken de mechanismen van het terugdraaien van de vecht/vluchtreacties minder snel en vaak minder effectief dan die van het inschakelen.
Een complicerende factor daarbij is dat er vanuit de amygdala talrijke verbindingen naar vele delen van de hersenen lopen maar er vanuit die delen veel minder teruglopen naar de amygdala. En dat geldt ook voor de frontaalkwab waar het bewustzijn zetelt.
Ook van belang is dat de amygdala niet alleen door sensorische stimuli getriggerd kunnen worden maar ook door onze herinneringen, gedachten of dromen.


LeDoux is behalve neuroscientist ook muzikant.
Zijn band heet the Amygdaloids en speelt nummers met klinkende titels als bijvoorbeeld:
It's All in a Nut
Heavy Mental
Brainstorm


.

Sunday, February 7, 2010

De vecht- of vluchtrespons; en de amygdala

De meeste psychologie/pedagogiek boeken die voor werkers in de praktijk zoals groepsleiding, welzijnswerkers of verpleegkundigen zijn geschreven, beginnen met een uiteenzetting van twee basale leertheorieën. Dit zijn dan de klassieke- en de operante conditionering; bekend van de hondjes van Pavlov en de box van Skinner.

Ik vermoed dat we over een jaar of tien zullen zien dat genoemde leer- en studieboeken in aanvulling op deze verplichte nummers de vecht- of vluchtrespons en de rol van de amygdala ook daarbij zullen behandelen.
Dit gezien het gewicht ervan als basale invloed op en sturing van het menselijk gedrag en functioneren.

Naar het schijnt duurt het gemiddeld zo'n 25 jaar alvorens nieuwe ontdekkingen doorsijpelen en hun weg vinden naar de geeigende school- en handboeken.
Het lijkt mij dat dat in onze tijd van flitsende informatietechnologie toch wel iets sneller zou mogen. Zeker als je bedenkt dat neurowetenschappers al enige tijd roepen dat 95% van hun kennis uit het laatse decennium stamt.
Ook hier dient zorgvuldigheid boven snelheid te gaan, zullen we maar denken en zorgvuldigheid betekent hier dan vooral zinvol verband en relevantie.

De term fight or flight stamt uit 1915 en komt van Walter Cannon.
De vecht/vlucht of fight- or flight response is vooral en al langere tijd bekend als oortzaak/verklaring voor het alom gevreesde en ons allen bekende en veel voorkomende verschijnsel stress.
Dit vooral door het baanbrekende werk van Hans Selye.
De notie dat veel stress veroorzaakt wordt door een veelal niet (meer) functionele vecht- of vluchtrespons is inmiddels gemeengoed.

Nu doet de term vecht- of vluchtrespons vermoeden dat het organisme, het beestje of de mens bij activering van dit fenomeen slechts twee mogelijke te actualiseren reacties ter beschikking staan. Het is je als de wiedeweerga uit de voeten maken of erop los slaan. Deze karikatuur is niet geheel juist.
Het heet ook wel de vecht-, vlucht- of vriesrespons, hetgeen al een derde gedragsoptie in beeld brengt.

Missy Vineyard stelt in haar boek 'How you stand, how you move, how you live' dat alle gewervelde diersoorten waar het gaat om zelfbeschermend of zelfverdedigingsgedrag vier stereotype vormen van gedrag vertonen:

- de vijand aanvallen of bedreigen

- bevriezen om aan de aandacht te ontsnappen

- terugtrekken of vluchten; weg van vijand of gevaar

- zich onderwerpen; onderdanig zijn en toegeven aan de wil van de sterkere

Een en ander kan zich in verschilende gradatie, combinatie en/of volgorde manifesteren.
Dit geeft toch al een wat rijker en genuanceerder beeld dan de gangbare term wellicht zou doen vermoeden.

De fight- or flightresponse brengt op verschillende niveaus en in variërende mate nogal wat fysiologische reacties teweeg maar ze wordt steeds geactiveerd door de amygdala.
Die amygdala vormen ons altijd op de achtergrond meedraaiende waak- en alarmsysteem dat we niet even uit kunnen zetten. Zoek maar eens op 'amygdala' of 'amandelkernen' in google of welke andere zoekmachine en zie een keur aan lezenswaardige tot onbegrijpelijk ingewikkelde artikelen voorbijkomen.
Deze faam en belangstelling hebben deze kleine amandelvormige orgaantjes ter grootte van twee bonen met name te danken aan de volgende baanbreker in dit verhaal, te weten Joseph LeDoux.
Over LeDoux en de amygdala een volgende keer meer.


Dick
.

Tuesday, February 2, 2010

Ben B. en de hondjes van Pavlov

Wellicht enigzins geïnspireerd door de persoonlijk historische bespiegelingen van Hein en 'hoe het zo allemaal gekomen is' moest ik onlangs weer eens aan Ben B. denken.

We schrijven dan 1970 en volk, vaderland en konegin dienend deelde ik met een man of tien een kamer op de Wittenbergkazerne in het hartje van de Veluwe. Hier huisde ons bataljon van GNK hetgeen de afkorting was voor geneeskrachtige troepen of zoiets.
Een van mijn kamergenoten nu was Ben, hier nader aan te duiden als Ben B..
Dit laatste niet omdat zijn achternaam met een B zou beginnen, want dat weet ik niet meer, maar omdat Ben uit Brabant kwam, op een boerderij woonde en en in de B-verpleging zat.
Dan kan ik toch moeilijk anders dan hem hier Ben B. te noemen.

Omdat Ben van de boerderij kwam meldde hij zich in oogsttijd nogal eens ziek.
Dat vonden wij (zijn maten zoals dat in soldatenjargon heet) helemaal niet erg want hoewel het dan natuurlijk wel een stukje minder gezellig was, redden wij ons verder best zonder Ben. Van hogerhand werd daar echter heel anders over gedacht die stuurde om de onmisbaarheid van Ben maar eens te onderstrepen op een goede oogstdag een delegatie naar het brabantse land om de mate van Ben's ongesteldheid wat nader te aanschouwen. Die delegatie bestond uit onze luit, een arts en een van ons als chauffeur. De officieren van toen hadden de allure van topmanagers van nu en reden dus nooit zelf maar lieten zich rijden. Dat een onzer deze heren naar Brabant moest rijden deed ons vermoeden dat de reis misschien wel eens naar Ben zou kunnen gaan.
Attent als waren hebben we toen Ben maar even gebeld zodat hij het gezelschap gepast kon ontvangen en de koffie en de vlaai alvast klaar kon zetten.
Wat er in die tussentijd gebeurd is weten wij niet maar toen onze delegatie aankwam bleek Ben echt ziek geworden te zijn en lag hij ogenschijnlijk beroerd en bibberend in zijn bed. De arme jongen had vast een acute zomergriep opgelopen.
Dat toont maar weer eens aan dat het soldatenbestaan toch wel erg schraal en arm zou zijn zonder die (ook door de legerleiding) veelgeroemde solidariteit en saamhorigheid!

Maar dit terzijde want ik wilde eigenlijk iets heel anders memoreren in verband met Ben B., namelijk dat hij in de B-verpleging werkte en daar de B-opleiding volgde of ging volgen.
En Ben had in het kader van die opleiding weleens mooie dikke studieboeken bij zich over interessante zaken als psychologie, geestesziekten en dergelijke. Kortom over dingen die wel mijn belangstelling hadden maar waarvan ik over bitter weinig achtergrondinformatie beschikte en waar ik op ook de mulo nooit veel zinnigs over te horen had gekregen. Dus mocht ik bij gelegenheid graag eens door de boeken van Ben snuffelen.
Zoals veel boeken van dergelijk allooi begon het dikste boek met Pavlov en zijn vermaarde hondjes.


 
Posted by Picasa

De zogenaamde experimentele neurose viel mij daarbij speciaal op of bleef mij in ieder geval altijd bij.
Dit betreft een experiment waarbij het hondje twee duidelijk onderscheiden tonen te horen danwel twee duidelijke onderscheiden vormen te zien krijgt. Bij een toon/vorm krijgt het hondje iets te eten en in het andere geval krijgt het hondje een electrische schok toegediend. Hondje leert de signalen probleemloos onderscheiden en dan worden toon/vorm dichter naar elkaar toegebracht. Hondje leert de signalen steeds fijner/selectiever te onderscheiden en blijft redelijk happy meedoen aan het experiment. Tot een bepaald moment waarop de signalen teveel op elkaar gaan lijken (verhouding 8:9) en dan krijgt het hondje een fikse zenuwinzinking. Hij begint te kermen, wordt volkomen onmachtig, wil niet meer meewerken en het duurt weken of maanden voor hij weer terug te brengen is op het vorige niveau van functioneren.
Het trof mij als een nogal drastische en intrigerende vorm van neurose; een desastreuze vorm van cognitieve dissonantie langs sensorische weg bewerkstelligd.
So far, so good.

Tien jaar later; we schrijven dan inmiddels 1980 zat ik de introductieperiode van de Z-opleiding.
En hier kregen wij het mooie vak pedagogiek/psychologie van onze orthopedagoge.
En dat begon uiteraard met de behandeling van de klassieke en de operante conditionering met bijbehorende al dan niet geconditioneerde responsen, bekrachtiging, vermijdingsgedrag en noem maar op.
Ik vond dit natuurlijk weer allemaal bere-interessante kost en had daar ook steeds voldoende vragen over zoals bv over de implicaties van de experimentele neurose.
Het leek wel alsof onze docente niet bekend was met dit onderdeel uit Pavlov's hondenshow en er werd niet echt op mijn vragen hier over ingegaan. De docente wilde blijkbaar andere dingen duidelijk maken en illustreren dan datgene waar ik naar vroeg hetgeen soms aanleiding gaf tot wat misverstanden en wellicht wat lichte irritatie.
Mijn vragen werden duidelijk niet altijd evenzeer op prijs gesteld hoewel ze wat mij betreft gewoon uit oprechte nieuwsgierigheid en belangstelling gesteld werden.
Onze lesgroep bestond uit voornamelijk meiden die gemiddeld tien jaar jonger waren dan ik en na zo'n les of vijf begon het mij te dagen dat een aantal van hen bijna handenwrijvend de betreffende lessen tegemoet gingen om eens te zien hoe Dick nu weer Coby het vuur aan de schenen zou leggen.
En bij navraag bleken sommigen inderdaad te denken dat ik uit een soort baldadigheid en joligheid bewust moeilijke vragen stelde om deze docente wat in het nauw te drijven en/of uit de tent te lokken.
Nu is een dergelijke houding mij volkomen vreemd en hoewel het tegenwoordig bijna als een afwijking aangemerkt kan worden moet ik erkennen dat ik er nooit op uit geweest ben en nimmer lol aan heb beleefd om leraren of docenten op de kast te jagen.
Toen ik uit mijn hardnekkige naïviteit ontwaakte en mij duidelijk werd welke onbedoelde effecten mijn goedbedoelde vragen konden hebben, heb ik mijn vragen tijdens die lessen maar een poosje ingeslikt.

Dick
.

Sunday, January 31, 2010

Dat vak van mij; en de belevenissen van Hein

In de richting die dit blog het afgelopen jaar genomen heeft neemt dat vak van mij, en allerlei dat daar mee van doen heeft, een prominente plaats in.
Bij tijd en wijle zoek en scan ik ook wel eens andere blogs af om te te zien of er lieden zijn die qua onderwerp iets vergelijkbaars doen en iets interessants aangaande dat vak van mij te melden hebben.
Het zou natuurlijk aan mijn slechte zoeken kunnen liggen maar dit leverde telkens in kwantitatieve zin bedroevend weinig op. Mijn vakbroeders en -zusters lijken bepaald geen enthousiaste bloggers te zijn.
Evenwel stuit ik zo nu en dan toch op iets relevants dat mijn belangstelling weet te prikkelen zoals de blog van Hein Mazuro

Hein doet op deze blog in een serie onder de titel: 'Over bezorgd en onwel zijn' verslag van zijn persoonlijke geschiedenis en belevenissen in en met het rijke leven van de zwakzinnigenzorg beneden de grote rivieren en meer specifiek in het brabantse land.
Een en ander speelt zich af in het tijdsgewricht van de 70er jaren tot heden en geeft daarmee een tijdsbeeld dat bij mijn generatiegenoten waarschijnlijk evenzeer als bij mijzelf allerlei vlagen van herkenning zal doen opwaaien bij de beschrijvingen van typerende bewegingen en eigenaardigheden uit een nog maar net vervlogen tijd.
Voor de jongere generatie geeft het een aardig, zoals dat wel heet, inkijkje in welke gewichtige levensvragen en idealen hun ouders en grootouders zoal omarmden en zich onledig mee hielden.
Het verhaal van Hein is te vinden op zijn blog onder de tag: bezorgd en onwel zijn


Tot zover het verhaal van Hein, vooral niet te verwarren met dat van Oude Hein want dat is weer een geheel ander verhaal.
Met Oude Hein maakte ik kennis toen ik ergens in de 70er jaren eens keurig en niets vermoedend op de bank tv zat te kijken naar een uitzending van het populaire Grand Gala du Disque. De franse taal was toen iets meer 'en vogue' dan nu. Het programma had voor mij persoonlijk zijn populariteit mede te danken aan het feit dat Godfried Bomans daar ooit een onvergetelijke vergelijking maakte tussen de benen van Marlene Dietrich en die van zijn vrouw.

Deze avond zou ondermeer Ramses Shaffy optreden en op enig moment zette hij met weids gebaar en op declamatietoon de Oude Hein in. Dit lied was mij geheel onbekend en ik heb het die eerste keer ook niet helemaal goed kunnen volgen; wat ik me er desondanks nog wel van herinner is dat toen Ramses begon met: 'Oude Hein lag op de bleek' , ik zoals gezegd keurig op de bank zat en toen hij klaar was ik, wat naar adem happend en mijn buik wat moeilijk vasthoudend ervoor lag.

Ik heb het lied sindsdien nooit meer gehoord tot na de dood van Ramses.
Onlangs vond ik namelijk een boekje met CD getiteld: 'je bent me zo lief' waar het nummer opstaat. En nu vind ik het ook nog op een YouTube filmpje na Het is stil in Amsterdam en beginnend op 5.03 min..
Moest ik daar nu zo om lachen toendertijd?

Dick
.

Wednesday, January 27, 2010

Nogmaals dat vak

Nogmaals, werkers in de zorg en sympathisanten, lees deze oproep aangaande beroepseer en beroepstrots en kijk eens of u deze beweging uw steun waard vind. Wederom bij voorbaat dank!


In het vorige stukje maakte ik gewag van een soort richtingenstrijd binnen mijn vak en hoe ik die ooit aan de lijve mocht ondervinden.
Mijn vak is dan het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en de controverse luidde: wat zouden wij willen of moeten zijn en hoe dienen wij dan opgeleid te worden als verpleegkundigen of als groepsleiding?
Ik vermoed dat velen met mij die probleemstelling en hoe het gepresenteerd werd weleens ervaren zullen hebben als een schijnprobleem waarin je eigenlijk niet kunt of wilt kiezen maar wel het gevoel hebt dat er van je verlangd of geëist wordt dat je een kant kiest.
Ik zeg: ik vermoed omdat ik het niet weet; ik hoor mensen er namelijk nooit over.
En ik hoor in mijn directe omgeving ook niets meer over genoemde controverse.
Als ik echter mijn beroepsprofiel lees blijkt uit de inleiding dit schisma zeker nog niet uit de wereld is:
Het aantal verpleegkundigen dat deze zorg verleent, is sinds de jaren negentig van de vorige eeuw verminderd. Onder invloed van de vermaatschappelijking van zorg is ervoor gekozen steeds meer agogisch opgeleiden in te zetten in de dagelijkse professionele zorg en begeleiding. De laatste jaren wordt duidelijk dat deze trend te ver is doorgeschoten en dat verpleegkundigen noodzakelijk zijn in de verstandelijk gehandicaptenzorg (VGZ).

Voor mij heeft de hele controverse altijd veel weg gehad van de vraag of het glas nu half vol of half leeg is.
Als we de vraag terugbrengen naar de essentie namelijk: voelen wij op de werkvloer behoefte aan een verpleegkundige danwel aan een agogische benadering dan lijkt het antwoord mij, na 30 jaar op die werkvloer rondgekeken te hebben, nog even simpel als 30 jaar geleden.
Verrassing het antwoord luidt: beiden!
En de goede vraag luidt: waar dan wat in welke mate en welke verhouding!
Zo lijkt het me niet handig om een afdeling met bedlegerige en dubbelgehandicapten cliënten door een club agogen te laten runnen.
En anderzijds heb ik als 1e-jaars leerling ervaren verpleegkundigen met zowel A- als B-diploma na een paar dagen hardhollend het paviljoen zien verlaten omdat de druk en de spanning op de groep waar ik werkte ze teveel werd.

Mijn ervaring is:
- dat ik zorg en diensten moet kunnen verlenen in alle mogelijke vormen en dat ik dat veelal aldoende moet oppikken en aanleren.
- dat ik zelden of nooit verpleegtechnische handelingen verricht en zelf selectief moet zijn in of en welke kennis ik op peil wil houden. (dit aspect verschilt enorm per afdeling)
- dat de agogische benadering altijd speelt in of een stempel drukt op het werk en naar mijn opvatting is hier de (ortho)pedagogische benadering en dito kennis de kern van en het verbindende element in ons werk of zou dit moeten zijn.
- dat je vooral je boerenverstand moet gebruiken om een en ander in perspectief te zien.

Wat betreft het op peil brengen en houden van de vakbekwaamheid van de werkers op de vloer (oftewel de mensen die het doen) valt het mij al geruime tijd op dat de mogelijkheden tot (bij)scholing in de verpleegtechnische vaardigheden uitstekend geregeld zijn terwijl de (bij)scholing aan de (ortho)pedagogische kant veelal ontbreekt of te wensen overlaat.

Gelukkig mag ik binnenkort een dagdeel bijscholing tegemoet zien met als onderwerp gentle teaching.
Hopelijk maakt dat iets goed.


.