Als vervolg op Hollandse Meesters in Gesprek vond er eind vorig jaar een aantal bijeenkomsten plaats waarin de afzonderlijke meesters/deelnemers van/aan het gesprek onder de titel 'Vragenvuur' blootgesteld werden aan een interview en een aantal vragen uit het publiek.
De video's daarvan wil ik als vervolg op het voorgaande ook hier op dit blog weer even onder de aandacht brengen van mogelijke belangstellenden.
Toen was het de beurt aan de man van 'de wetenschap' en van 'de gedragsbenadering' in het gezelschap der Meesters, Pieter Duker.
Ik vond dit een zeer onderhoudend gesprek waarin Duker een aantal gewaagde uitspraken doet en het nodige aan behartenswaardigsheden te melden heeft.
Zo zou ik als je me het eerder gevraagd had toch met mijn hand op mijn hart beweerd hebben dat ik nog nooit in de 'bajes' gezeten heb, maar na dit interview met Duker moet ik toch erkennen dat ik regelmatig in de 'conformeesjon bajes' zit of anders wel in één van die andere 'bajesen'.
Het verhaal van Kahneman over systeem 1 en systeem 2 (Thinking, fast and slow) is zeer beslist een interessante kijk op onze cognitie en cognitieve strategieën.
Duker gaat vrij uitgebreid in op het onderscheid tussen de snelle, directe, intuïtieve en de trage, moeizamere, reflectieve variant van onze cognitieve uitrusting en geeft er vele voorbeelden van. Terwijl systeem 1 evolutionair het oudste en het belangrijkste is, moet de wetenschap het toch bij uitstek van systeem 2 hebben.
Dat niet alles is wat het op het eerste gezicht lijkt en sommige (theoretische) verklaringen voor hetgeen we waarnemen ons soms als zeer contra-intuïtief voorkomen is, dunkt me toch, een bekend ervaringsgegeven. Duker lijkt dit fenomeen en meer geheel en al vanuit Kahneman's theorie onderscheid in genoemde twee cognitieve strategieën te willen of kunnen verklaren.
En in veel van zijn voorbeelden wil en kan ik ook aardig eind met hem meegaan. Maar ik vraag me toch ernstig af of het als verklarende theorie heus de omvattende panacee is die Duker er van lijkt te willen maken of dat het scheermes van Ockham hier toch wel wat erg vrijmoedig en rigoureus gehanteerd wordt.
Waar ik hem in deze ronduit veel te kort door de bocht vind gaan is in de stelling dat er niet zoiets als autisme zou bestaan en dat wat we desondanks als zodanig plegen aan te duiden zich net zo goed of beter laat verklaren als prikkelmijdend gedrag. Als zodanig zou het het spiegelbeeld van ADHD zijn.
Volgens mij wordt autisme door wel meer aspecten en/of dimensies gekenmerkt dan alleen het 'prikkel zoeken of mijden'.
Duker lijkt met het Kahneman-verhaal in combinatie met het continuüm prikkelzoeken danwel -mijden (onderwerp van zijn eigen boek) een soort paradigmatische wending in de orthopedagogiek en de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking voor te stellen.
Ik zou met bijvoorbeeld Peter Vermeulen en Steven Degriek van Autisme Centraal of met de Human Givens benadering toch 'contextblindheid' of 'caetextia' als het belangrijkste overkoepelende kenmerk van autisme willen aanmerken. Waarbij aangetekend mag worden dat het onvermogen om de context te zien of te doorgronden zeker niet het exclusieve privilege is van mensen die gediagnosticeerd zijn als ASS-er; we hebben er allemaal in meer of mindere mate wel last van, en wetenschappelijk geschoolden toch niet minder dan anderen.
Het Lijkt me overigens wel juist dat ADHD-ers als vooral prikkelzoekers te kenmerken zijn. Het homeostase-model komt ook mij hier als adequater voor dan het input>output-model. En Duker's pleidooi voor af en toe wat meer 'systematische of wetenschappelijke twijfel' en voor wat meer oog voor en onderbouwing van zogeheten 'baselines' lijkt mij zeker niet overbodig in onze tak van zorg.
P.S. Een mij in het bijzonder frapperend gegeven is dat Duker hier vanuit gedragswetenschappelijk perspectief ADHD op een bepaalde dimensie tegenover autisme plaatst terwijl men in, bijvoorbeeld, de Human Givens benadering vanuit 'mental health'- en therapeutisch perspectief 'psychose' op een iets andere dimensie als spiegelbeeld tegenover autisme plaatst.
en het complete verhaal: Hollandse meesters in gesprek
Hollandse Meesters in Gesprek met Ina van Berckelaer-Onnes
Anton Došen aan het woord
Gijs van Gemert aan het woord
Pieter Duker aan het woord
Jacques Heijkoop aan het woord
College door een Hollandse bovenmeester
Vooruitblik of tikkie terug?
1 Vakmanschap is …..
2 De meesters over management
3 Wat weten we van dat werk?
4 Ideologie (in de zorg?)
5 Toekomst ….?
Nog effe napraten; HMiG
HMiG Vragenvuur (1) van Berckelaer-Onnes
HMiG Vragenvuur (2) van Gemert
HMiG Vragenvuur (3) Duker
HMiG Vragenvuur (4) Rispens
HMiG Vragenvuur (5) Heijkoop
HMiG Vragenvuur (6) Došen
Showing posts with label Daniel Kahneman. Show all posts
Showing posts with label Daniel Kahneman. Show all posts
Tuesday, June 17, 2014
Sunday, March 30, 2014
Er zijn er natuurlijk wel meer
En gelukkig maar!
Ik bedoel meer economen en/of commentatoren op de economie met een wat bredere blik en een zinnig verhaal daarbij; meer dan die ene.
Hoewel ik blijf roepen dat ik absoluut geen verstand heb van economie, blijft het als item of onderwerp toch telkens maar op dit blog voorbijkomen.
Namen als Seddon, Kahneman, Henderson en Servan-Schreiber schieten me in dat verband zo even te binnen. Lieden die iets zinnigs (en soms verontrustends) hebben te melden dat mij dan opeens niet als nog meer 'blahblah' in de oren klinkt. Recentelijk werd ik via de Correspondent attent gemaakt op Thomas Piketty.
Maar wanneer worden ze dan eens gehoord of wanneer gaan wij eens echt luisteren naar wat deze veelal uiterst verstandige lieden zoal te berde brengen?

In de Volkskrant van dit weekend lees ik een interessant interview door Jonathan Witteman met literatuurwetenschapper Joseph Vogl naar aanleiding van diens boek ‘Das Gespenst des Kapitals’. Vogl kaart en klaagt daar een aantal geloofsartikelen van de heersende economische wetenschap(?) aan zoals de evenwichtsfictie, het heilige geloof in de en daaruitvoortvloeiend de modellering naar de natuurwetenschappen en de hoop en het vertrouwen om middels modellen de toekomst te kunnen voorspellen. Verder introduceert Vogl naar analogie met de ‘theodicee’ het begrip ‘oikidicee’ ofwel de leerstelling dat financiele markten in hoge mate rationeel zouden zijn.
Afgelopen woensdag ging Vogl op de Radboud Universiteit in gesprek met de Tsjechische econoom Tomáš Sedláček die, wat mij betreft, ook in het rijtje ‘echte’ en interessante economen thuis hoort en wiens woorden toch duidelijk het ‘blahblah-niveau’ ontstijgen.
Ik bedoel meer economen en/of commentatoren op de economie met een wat bredere blik en een zinnig verhaal daarbij; meer dan die ene.
Namen als Seddon, Kahneman, Henderson en Servan-Schreiber schieten me in dat verband zo even te binnen. Lieden die iets zinnigs (en soms verontrustends) hebben te melden dat mij dan opeens niet als nog meer 'blahblah' in de oren klinkt. Recentelijk werd ik via de Correspondent attent gemaakt op Thomas Piketty.
Maar wanneer worden ze dan eens gehoord of wanneer gaan wij eens echt luisteren naar wat deze veelal uiterst verstandige lieden zoal te berde brengen?
In de Volkskrant van dit weekend lees ik een interessant interview door Jonathan Witteman met literatuurwetenschapper Joseph Vogl naar aanleiding van diens boek ‘Das Gespenst des Kapitals’. Vogl kaart en klaagt daar een aantal geloofsartikelen van de heersende economische wetenschap(?) aan zoals de evenwichtsfictie, het heilige geloof in de en daaruitvoortvloeiend de modellering naar de natuurwetenschappen en de hoop en het vertrouwen om middels modellen de toekomst te kunnen voorspellen. Verder introduceert Vogl naar analogie met de ‘theodicee’ het begrip ‘oikidicee’ ofwel de leerstelling dat financiele markten in hoge mate rationeel zouden zijn.
Economen zijn eigenlijk zeer gelovige mensen, betoogt literatuurwetenschapper Joseph Vogl. En dat ontneemt hun het zicht op de werkelijkheid.Vogl meent dat economen meer aandacht zouden moeten hebben voor machtsprocessen omdat economische verhoudingen ook altijd machtsverhoudingen zijn. Ook meent hij dat de verwevenheid tussen politiek en economie aan een herijking toe is.
Afgelopen woensdag ging Vogl op de Radboud Universiteit in gesprek met de Tsjechische econoom Tomáš Sedláček die, wat mij betreft, ook in het rijtje ‘echte’ en interessante economen thuis hoort en wiens woorden toch duidelijk het ‘blahblah-niveau’ ontstijgen.
Wednesday, July 10, 2013
Kahneman (voor gelukzoekers)
Zo'n dag of 10 geleden haalde ik Daniel Kahneman eens aan, toen in verband met een volkje dat er in zijn algemeenheid toch maar steeds niet in wil slagen om in bijzondere mate respect of waardering van mijn kant af te dwingen.
De indruk zou daarmee gewekt kunnen worden dat ik ook niet zo’n hoge pet van de Nobelprijs-winnaar in de economische wetenschappen Kahneman op zou hebben. Dat is zeker niet het geval; ik acht de persoon van Daniel Kahneman, zijn gedachtegoed en zijn redeneertrant zeer hoog. En ik zou wat hij zoal te berde brengt beslist nooit als ‘blahblah’ durven aanmerken. Waarvan hier dus even akte.
Behalve dat hij ‘behavioral economics’ voorgoed op de kaart gezet heeft en ons denken zomaar heeft opgesplitst in een snelle (System1) en een ‘slow’ (System2) variant, heeft hij nog wel meer interessants te vertellen.
Zo ook over ‘geluk’ bijvoorbeeld. En zoeken we dat niet allemaal? En zijn sommige beroepen, zoals het mijne bijvoorbeeld, er niet in hoofdzaak op gericht om dat ook voor anderen te bewerkstelligen danwel mogelijk en bereikbaar te maken?
En valt het leeuwendeel van onze economie welbeschouwd niet als geluks-industrie te typeren?; al worden Rutte en zijn medestanders maar niet moe te roepen dat ze zich doorgaand uit die branche terug willen en zullen blijven trekken omdat het anders allemaal veel te duur zou worden.
Hoor hier dan ook eens Kahneman over geluk:
Kahneman wijst er zeer terecht op dat geluk nogal eens met geld verward pleegt te worden. Zeker in de neo-liberale gedachtegang.
Nu kom ik op het WereldWijdeWebje her en der wat uitingen tegen alsof Kahneman met de 60.000 dollargrens iets verrassends en in wetenschappelijke zin geheel nieuws aanroert.
Dat wil ik dan toch ook wel even rechtgezet hebben; dat is nadrukkelijk niet het geval.
Al in de vijftiger jaren ontwikkelde Frederick Herzberg zijn Two Factor Theory van intrinsieke motivatie en extrinsieke hygiëne factoren. Hoewel de focus daar is: wat motiveert? en het antwoord daarop niet alleen en niet in de eerste plaats ‘het hoogste salaris’ volgt daar per definitie uit dat dat ook geldt waar het de satisfactie, tevredenheid of geluksgevoel betreft.
Dus wie hier nieuwsgierig naar zou zijn kon het al geruime tijd weten.
Maar neo-liberale oren lijken wel erg doof te zijn voor dit soort wetenschappelijk geïnspireerde wijsheden.
Monday, July 1, 2013
Managementboek en 'feilbaar denken'
De laatste tijd hoor ik met enige regelmaat irritante reclames van Managementboek op de radio voorbijkomen: vandaag voor 21:00 besteld …, morgen in huis! Ja het is en blijft natuurlijk een snel en flitsend volkje die managers, nietwaar?
nu kwam mij alweer een poosje geleden bij toeval een blad onder ogen met het opschrift: Managementboek Magazine, platform voor business professionals.
Niet een titel waar ik nu direct warm of enthousiast van wordt. Toch meer iets voor ambitieuze snelle flitsende lieden in pak met navenante praat, denk ik dan. Ik ben nu eenmaal uitermate bevooroordeeld en denk bij managementboeken al gauw aan saaie oninteressante lectuur doorspekt van managementkoeterwaals ofwel het management-dialect van het ‘globish', enige tijd geleden nog bekend als ‘new-speak’.
Maar ik blijf meestal wel een nieuwsgierig mens en blader zo’n blaadje dan toch eens door om vervolgens te constateren dat ik globaal bezien mijn vooroordelen nog wel een poosje feilloos in tact kan laten. De laatste keer dat ik mijn mening of (voor)oordeel op dit gebied eens ernstig moest herzien was toen ik kennis nam van de theorie van het ‘system’s thinking’ van John Seddon. Die sprak over management in voor mij begrijpelijke taal.
Nu trof ik in deze aflevering (maart 2012) toch ook wel een aardig artikel aan onder de titel ‘We zijn blind voor onze blindheid’ met een interview met Daniel Kahneman naar aanleiding van zijn boek ‘Ons feilbare denken’.
Kahneman geldt als een van de invloedrijkste psychologen van dit moment en ontving voor zijn werk zelfs de Nobelprijs voor de economie. Dat moet toch een interessante combinatie zijn voor managers, nietwaar? Zouden managers dan ook een beetje naar hem luisteren?
Een citaat:
Tja.. Johan Cruijff zei het ook al eens:
Het idee dat goede mangementpraktijken met goede resultaten beloond zullen worden is op zijn minst overdreven. Succesvolle bedrijven maken ons vaak blind voor de rol die geluk in dat succes heeft gespeeld en hoeveel er mis had kunnen gaan. Het is makkelijk een aantal goed presterende bedrijven te selecteen en vervolgens te kijken wat ze met elkaar gemeen hebben, maar daarmee is de theorie nog niet wetenschappelijk verantwoord. Neem Built to last van Jim Collins. De voortreffelijke bedrijven die daarin worden genoemd presteren in latere jaren bijna zonder uitzondering een stuk slechter.Daar gaat dan weer zo’n (management)theorietje. Maar het is de missie van Kahneman om, wat hij noemt, cognitieve illusies aan de kaak te stellen. We zijn niet alleen blind voor het voor de hand liggende, maar ook blind voor onze eigen blindheid.
Als je het niet snapt, dan ken je het natuurlijk ook niet zien, hè; da’s toch logisch.Dat je een dergelijke stelling de Nobelprijs voor de economie kunt binnenslepen zal sommige mensen wellicht verbazen. Maar zo is het toch echt. Kahneman stelt overigens dat het zijn doel is om de kwaliteit van onze kritiek op een hoger peil te brengen. Hij heeft daarbij wel degelijk een hoge pet op van de mogelijkheden en het functioneren van het menselijk brein, maar ja, we blijven blind voor onze blindheid en ons denken blijft feilbaar. Dat geldt ook nog altijd voor managers, of ze nu boeken lezen of niet.
Subscribe to:
Posts (Atom)

