Tuesday, January 31, 2012

Dik voormekaar?

Steeds vaker en regelmatiger zien we de termen obesitas of te dik in de krantenkoppen verschijnen. Er heerst een groeiend besef dat dit fenomeen een onbeheersbaar, welzijnsondermijnend en kostenverslindend probleem aan het worden is. Een probleem waar de samenleving nog wel eens het nodige mee te stellen kan gaan krijgen en harder onder zal kreunen en kraken dan iets als bv. de vergrijzing.
Vergrijzing, voor zo ver dat een probleem mag heten, lost zich immers op met de tijd. Nee, dan heeft obesitas als probleem heel wat meer toekomst. Het is een groeiend probleem (zeg maar een groeimarkt, voor de commercieel denkenden onder ons) en de gevolgen ervan in termen van gezondheids- en andere problemen werpen inmiddels al hele lange schaduwen voor zich uit.



Als je het zou moeten 'marketen', zou je wellicht triomfantelijk kunnen roepen;

dit is pas echt een probleem van formaat!



Ik heb het niet zo op marketing en reclame en wat mij in deze kwestie vooral frappeert is dat zoals wel vaker de grootste gevaren en je gevaarlijkste vijand niet altijd van buiten komen maar vaak in jezelf, in eigen kring of in de eigen cultuur en onze zo gekoesterde gewoontes en manieren blijken te huizen.



Vandaag kopte de krant:

Helft van alle volwassenen is te dik


De achterliggende discussie over hoe ongezonde gewoontes van mensen te beïnvoeden en te veranderen is bepaald niet nieuw. Het gaat steeds over samenwerking met het bedrijfsleven en/of dwingender sturing middels wet- en regelgeving; moet er een vettaks geheven gaan worden of andere maateregelen van dien aard getroffen?; hoe ver reikt onze wetenschappelijke kennis in deze welbeschouwd?; zijn voorlichtingscampagnes effectief en hoe moeten die er dan uitzien en door wie bekostigd worden?

In deze discussie wordt voortdurend met de (politieke) kreten betutteling en eigen verantwoordelijkheid geschermd. Voor zover ik het kan overzien draait het telkens om de vraag: wie bepaalt en wie beperkt eventueel wie in diens ongeremde vrijheden? Dat dan met name in de trits consument – overheid – bedrijfsleven.



Over die eigen verantwoordelijkheid (ook wel populair samengevat in de kreet: eigen schuld, dikke bult) zegt Jaap Seidell, hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de VU:


Als je opgroeit als kind van twee dunne ouders in een goede wijk, heb je een paar procent kans om later dik te worden. Als je opgroeit als kind van twee dikke ouders in een achterstandswijk, heb je 80 procent kans om obesitas te ontwikkelen. Dan kun je toch moeilijk praten over eigen verantwoordelijkheid. Het gaat om factoren die je als kind niet voor het uitkiezen hebt.


En zo is dat!
Over snoepreclame en voorlichting vanuit de overheid zegt Seidell:


Het marketingbudget van snoepfabrikanten en fast foodketens is drieduizend keer zo hoog als het overheidsbudget voor gezondheidsvoorlichting.


Tja .. wat denk je in dergelijke verhoudingen dan nog uit te kunnen halen met je voorlichtingscampagnes?
Zou het wellicht zo zijn dat dit obesitas probleem bijna logischerwijs alleen maar zal groeien naarmate de overheid verder afslankt en verder uitgekleed wordt?



Alle zogenaamde slimme bezuinigingen ten spijt lijkt de overheid in sommige opzichten toch een hulpeloos annorexia-patiëntje te worden.



Was getekend, Dick (met een C!)

Saturday, January 28, 2012

Denken of doen?

Mensen willen zichzelf nogal eens kenschetsen als bijvoorbeeld denkers of doeners. Zo zou ik mezelf bijvoorbeeld eerder als een denker dan als een doener typeren.
Ik heb sterk de indruk dat het meerendeel der mensen onder het motto 'niet lullen maar poetsen' zichzelf toch liever als doeners zien en profileren. Aan de gemiddelde stamtafel doen daarover doorgaans de nodige al dan niet sterke verhalen de ronde.
Zo figureren de denker en de doener bijvoorbeeld ook in het verhaal en de crikel van de leerstijlen van Kolb of in het enneagram om maar eens iets te noemen.



Maar wie kent niet het mooie gezegde 'bezint eer ge begint'?; en het lijkt me toch dat ook de meest fervente en fanatieke 'poetsers' zullen erkennen dat het meestal wel zo verstandig is om die wijze raad ter harte te nemen.

Toch verdenk ik sommige, zich niet zonder enige trots en zelfvoldaanheid 'pragmatici' noemende, 'doeners' er ook wel eens van dat ze het gewoon vertikken om hardop of echt na en door te denken en ik weet dan niet of dat nu uit luiheid, domheid, gehaastheid of eigenbelang en opportunisme is. Wij gaan er als mensen toch veelal en gaarne prat op dat we methodisch, verantwoord of bewust zouden handelen en dat lijkt me toch niet echt goed mogelijk zonder af en toe enig denkwerk.



Hoewel er mensen zijn die dagwerk aan het een of ander kunnen hebben, zoals filosofen en theoretische wetenschappers aan denkwerk en lopende bandwerkers en vakkenvullers aan doewerk, en hoewel we ergens te lang of te weinig of niet over na kunnen denken en te weing of te veel kunnen doen is de vraag denken of doen meestal te simplistisch en is het zeer zelden of .. of .. en bijna altijd en.. en.. Volgens mij hoort de vraag te luiden:
waar en wanneer, hoe en wat en waarom dan?

Wednesday, January 25, 2012

Eerbied

Nee, dit gaat nu eens even niet over grijze haren ... alhoewel? .. ;-)



Maandag las ik een aardig stukje in de krant waar ik mij wel weer eens volledig in kon vinden.
Het artikeltje in de Volkskrant was van de hand van René Cuperus onder de titel: De opstand tegen de effiency-samenleving.

Het betrof een aanklacht tegen wat Cuperus hier commerciële lijkenpikkerij noemt; de commercialisering van de uitvaartbranche.
Dit als onderdeel en voorbeeld van de vermarkting van de samenleving:


Wat er in de uitvaartbranche gebeurt, staat model voor een bredere trend in de richting van een efficiency samenleving. Die wordt gekenmerkt door extreem ver doorgevoerde processen van rationalisering, arbeidsdeling, schaalvergroting en informatisering, allemaal samengebald in best practice ‘business modellen’. En die worden over de wereld uitgerold door de grote consultancy en accountancy bureaus. Van ‘communistisch’ China tot aan onze goedmoedige Nederlandse huisarts.
Tegen deze brave new world van hyper-efficiency is in Nederland een stille opstand gaande. Dat is de zzp-revolutie.


Van die revolutie heb ik helaas nog weinig of niets gemerkt maar ik help Cuperus graag en van harte hopen dat er zoiets gaande is of plaats zal vinden. Tegenkrachten in die richting lijken me hard nodig, maar ik hoor vooralsnog alleen maar een paar roependen in de woestijn die hun verhaal bij de Pauw en de Witte man of vergelijkbare pseudo-intellectuele tokshowfiguren alleen mogen komen doen als het een nieuwe hype, ophef en vertier of voldoende kijkcijfers oplevert. Cuprerus lijkt iets optimistischer te zijn en concludeert:



Men vlucht weg wanneer ondernemerschap management wordt, creatieve processen vervangen worden door rapportage en monitoring, en gepassioneerdheid plaats moet maken voor regeldrift en controledwang. Dan volgt de exodus uit de efficiency-fabrieken.
Er zijn wat dat aangaat tegengestelde krachten in onze samenleving werkzaam: aan de ene kant de door de globalisering en Europeanisering aangeblazen schaalvergroting, fusie- en overnamegolf, op basis van maximaal efficiency-denken. Aan de andere kant is er juist volop kleinschalig ondernemerschap van creatieve individuen. Van de kracht van dat laatste zal afhangen of er voldoende tegenwicht geboden kan worden aan de nu van zijn ankers losgeslagen markt- en efficiencysamenleving.



Nogmaals ik help hem het hopen omdat zowel de samenleving als de heersende moraal daarmee gediend zouden zijn. Terugkomend op het item over de uitvaartbranche naar aanleiding van het programma Moraalridders besluit hij met:


Nabestaanden verdienen meer respect. De dood verdient meer eerbied.


Ik zou daar aan toe willen voegen: Elk mens verdient meer respect en ook het leven verdient meer eerbied!

Friday, January 20, 2012

Wat dan te doen?

Geen gebrek dus aan handelings- of praktijktheorieën en bijbehorende veelal cyclische modellen, in de sociale- en aanverwante wetenschappen, voor wie er behoefte aan mocht hebben of er naar op zoek is. Je zou misschien ook gewoon je boerenverstand kunnen gebruiken. Zelf voel ik toch niet zelden wel enige behoefte aan wat overleg, structuur en/of richtlijnen ten aanzien van de vraag: en wat doen we nu dan? Dat heeft vast wat te maken met het feit dat ik graag ook een beetje begrijp wat ik (of we) zoal aan het doen zijn en met welk oogmerk dat dan is. Helaas ben ik af en toe lichtelijk verstrooid en ook wel eens een beetje vergeetachtig. Zo weet ik, als verpleegkundige, bijvoorbeeld al niet meer hoe die verpleegkundige cyclus nu ook alweer in elkaar stak.



Zelf heb ik echter ook weleens mijn gedachtenkronkels over dergelijke richtlijnen. En zoals in wel meer kwesties denk ik dat we, ook in deze materie, bepaald niet gebaat zijn met krachtdadig klinkende of voorbarige antwoorden maar wel en vooral met het stellen van de juiste vragen. Zo hou ik er soms een eigen interpretatie van de regulatieve cyclus op na. Die bestaat, wat mij betreft, dan de uit volgende drie eenvoudige vragen die mede dankzij het hoge gehalte boerenverstandslogica dat er nu eenaal aan kleeft, dunkt me, toch niet moeilijk te onthouden moeten zijn.



Vraag 1: Wat of waarheen?

Ofwel wat wil je eigenlijk bereiken? Een vraag die zich niet in alle gevallen voldoende laat beantwoorden maar in een dergelijk geval kun je je doelen altijd wel formuleren in termen van welke richting wil je op of waar wil je heen?

Vraag 2: Hoe?

Ofwel hoe denk je dat te bereiken? Wat verwacht je dat er aldoende zal en zou kunnen gebeuren en welke middelen en/of methode verkies je in verband daarmee?

Vraag 3: Lukt het een beetje?

Sta af en toe eens stil bij wat je doet ofwel las zo nu en dan eens een evaluatiemoment in. Conclusies als: zo gaat goed of iets naar links of rechts bijsturen of dit werkt gewoon niet dus we moeten iets heel anders proberen, zorgen dan voor het cyclisch karakter omdat ze je weer terug kunnen brengen bij vraag 1 of 2.



Eenvoudiger kan het toch niet? Bepaald niet wat je 'rocket-science' zou noemen.
Dit lijkt me zo ongeveer het kale geraamte, de 'backbone' en de 'bottom line' van elke methodologische benadering van ons handelen. Het absolute minimum als we handelen nog rationeel en methodisch willen noemen. Niks geen toeters of bellen.
Alles wat je er meer bij zou willen zien, in/op specifieke situaties/momenten nodig acht kun je er volgens mij altijd wel ergens tussenschuiven, inbouwen of aanhangen.



Zo lijkt methodologie, althans die van het praktisch handelen en het methodisch antwoord op de vraag 'wat te doen?', toch weer relatief eenvoudig, nietwaar?
Je hoeft er geen cursus voor te volgen, geen moeilijke boeken voor te lezen en ik vraag hier ook helemaal geen geld voor. Waar vind je nog zoiets vandaag de dag?
Je moet alleen wel bij de toepassing en de uitvoering ervan je gezonde boerenverstand gebruiken, dan lijkt enig succes me toch wel verzekerd!



In eenvoud toont zich ......

ook als het gaat om de verhouding tussen theorie en praktijk,

en volgens mij blijft ook in al die andere cycli, met soms wel erg mooi klinkende theoretische termen, het gezonde verstand toch nog altijd de belangrijkste leidraad bij toepassing ervan in de praktijk!

Tuesday, January 17, 2012

Cycli en wat zoal te doen


Het leven wordt veelal gekenmerkt en getekend door cycli. Van sommige cycli moeten we nog maar afwachten wat ze ons gaan brengen. Orakels, zieners, wetenschappers en economen en een ieder die zich daartoe geroepen voelt kan en mag zich aan voorspellingen in die zin wagen. Daar is, zoals dat heet, wel een markt voor. En bepaalde cycli geven blijkbaar aanleiding tot de nodige onzekerheid.



Met andere cycli zijn weer we redelijk tot bijzonder goed vertrouwd zoals bv. de getijden van het jaar, het verstrijken van de dag en de nacht en een voor de meeste van ons vertrouwde en terugkerende indeling van de week. Deze cycli bieden structuur in de tijd. Daaraan kunnen we ons overgeven en door mee laten nemen in vertrouwd en terugkerend ritme en regelmaat. Als we tenminste niet al teveel moeite hebben met dat ritme en het tempo.



Ook in de sociale wetenschappen kennen we twee cycli die zich tussen de polen van onzekerheid en zekerheid begeven en daarmee enige naam verworven hebben.

Hier doel ik op de empirische cyclus van A. d. de Groot en de regulatieve cyclus van van Strien.
Daarmee belanden we dan weer midden in de vraagstukken rond de verhouding, danwel het onderscheid tussen theorie en praktijk.
De empirische cyclus beoogt richtlijnen en criteria te leveren voor theorievorming en het verkrijgen van theoretische kennis.

De regulatieve cyclus daarentegen is bedoeld om ons handelen in de praktijk op rationele wijze te ondersteunen en richting te geven.


Daar ik een ietwat theoretisch ingestelde dromer ben en het nagenoeg altijd wel tijd is dat ik ook eens in actie kom en ook eens wat doe, ben ik nu vooral even geïnteresseerd in die tweede cyclus, die pretendeert ons in de dagelijkse praktijk van dienst te kunnen zijn.
De regulatieve cyclus dus die ook in de orthopedagogiek nogal eens genoemd wordt of werd en waar ik en mijn collega's in het werk wellicht nog iets van op kunnen steken en ons voordeel mee kunnen doen.

Even googelen levert wel iets op maar niet zo gek veel. Het blijkt dan met enig kunst- en vliegwerk ook nog tot een hulpverlenings-, een diagnostische- en een therapeutische cyclus omgebouwd te kunnen worden. Wat me bij dit gegoogel het meest opvalt is dat het bij die regulatieve cyclus toch vooral om een Nederlands onderonsje lijkt te gaan. Het zal toch niet zo zijn dat over de grens alles van een leien dakkie gaat, ze daar nooit problemen ondervinden, geen vragen hebben en geen beslissingen hoeven te nemen?
Op welke gronden en volgens welke criteria neemt men buiten ons land dan beslissingen en kiest men zijn route? Ze zullen daar toch in zo'n geval niet weer orakels zijn gaan raadplegen?



Nog wat gegoogel en wat hersengekraak doet me vermoeden dat ik het in de richting van Action research of Participatory action research en Experiential learning moet zoeken. Daar kom ik dan namen van mensen als Kurt Lewin, Paolo Freire en David Kolb tegen.

Kurt Lewin was de eerste die veranderingsprocessen beschreef als een proces of cyclus van unfreeze-change-freeze; terminologie die nu vooral onder managers en coaches gebezigd lijkt te worden.

David A. Kolb, niet te verwarren met die andere David Kolb, is voortbordurend op en geïnspireerd door o.a. John Dewey, Jean Piaget, William James en Kurt Lewin verantwoordelijk voor het ogenschijnlijk drukst besproken en meest aangehaalde cyclisch model van ervaringsleren en de Kolb Learning Style Inventory.
De diensten en de tools van Kolb's EBLS Inc. lijken populair en aftrek te vinden in zowel het onderwijs als in het bedrijfsleven. Het komt me ook wel voor als een zinnige benadering om diverse aspecten te belichten en mee te nemen bij het vormgeven van training, onderwijs en instructie.


Wat het ook altijd goed doet in mangementkringen is de kwaliteitscirkel c.q. -cyclus van W. Edwards Deming ofwel de PDCA-cyclus. Die is dan ook volop te vinden op het web der wetenswaardigheden.


Vanguard bij monde van John Seddon maakt daar, omdat men het in kringen van system's thinkers wel handig acht dat je ook weet waar je als organisatie en als systeem mee bezig bent, de kortere variatie check-plan-do van.


Ja, zo heb je wat van die handelingstheorietjes en -richtlijnen met allemaal hun cyclische modelletjes. Hier zomaar een greep uit het assortiment en ik heb geen idee hoeveel anderen er nog de ronde zouden kunnen doen. Het begint me inmiddels al wel bijna te draaien voor de ogen. Het lijkt wel een mallemolen met al die ronddraaiende cycli.

Toch wil ik nog één zo'n ding naar boven googelen namelijk de verpleegkundige cyclus. Grofweg zo'n 30 jaar geleden volgde ik een opleiding Z-verpleegkunde waarin een enthousiaste verpleegkunde-docent haar best deed om dat verhaal over die cyclus er bij ons in te stampen en het tot onze verpleegkundige catechismus en tweede natuur te maken.
Nu ben ik die toch helemaal vergeten hoe die ook al weer ging en ook even googelen levert helaas nauwelijks iets op. Zou nou net de cyclus die mijn beroep moet ondersteunen in de vergetelheid geraakt zijn? Is dat nou even pech hebben!
Ik vermoed toch dat het gewoon weer een variatie op de regulatieve cyclus geweest moet zijn.

Een mens heeft af en toe wat richtlijnen en wat sturing nodig, nietwaar? Een warhoofd als ik in ieder geval wel. Gelukkig heb ik mijn eigen variatie op de regulatieve cyclus altijd nog en immer paraat, als ik niet vergeet er op het juiste moment aan te denken tenminste. Bij een vorige gelegenheid doopte ik deze heel hoogmoedig en zelfingenomen de criteria van Kruithof en bij een volgende gelegenheid zal ik ze nog eens uit de kast halen en oppoetsen. meer cycli >>

Saturday, January 14, 2012

Tussen “…” (3) Lewin

Er is niets zo praktisch als een goede theorie

zei Kurt Lewin, volgens velen de vader van de sociale psychologie.



Een uiterst heldere en puntige uitspraak die ik bijzonder waardeer en waarvan ik vind dat hij een gouden lijstje verdient en in mijn werk weleens wat meer aandacht en gevolg mag krijgen!

Wednesday, January 11, 2012

Kennen en kunnen

Over en door ene Johan Cruijff worden nogal eens wat boute beweringen gedaan. Maar je kunt hem er toch moeilijk van betichten dat hij nooit over het onderscheid tussen kennen en kunnen nagedacht zou hebben. Wanneer je hem hoort orakelen of zijn uitspraken eens naleest zou je in eerst instantie nog even kunnen denken dat hij dat verschil niet kent maar dan blijkt toch al rap dat dat op het conto van zijn Amsterdamse dialect geschreven kan worden.

Kennet soms wese dat ik u ergens van kan?



In wat de gewone-taal-filosofie wordt genoemd, wordt dit onderscheid wel ietwat beschrijvend met de termen knowing-that versus knowing-how aangeduid.

Tegenwoordig kom je nagenoeg overal de termen kennis en vaardigheden tegen om de praktische implicaties van genoemd onderscheid aan te duiden. Niet alleen in het kader van studie en opleiding wordt er druk over kennis en vaardigheden gepalaverd maar evenzeer in kringen van management, bestuur en wat al niet.
Niet verwonderlijk in een tijd waarin permanente educatie in veel beroepen en vakgebieden vaker de gangbare praktijk wordt.
Ook in mijn werk is die trend gaande en in ontwikkeling. Voor zover ik dat kan overzien doorgaans nogal weinig gecoördineerd en nogal eens wat hapsnapperig.
En wat willen wij onze cliënten op bv. de dagbesteding dan bieden buiten een veilige omgeving en wat vreugdevolle of zinvolle bezigheden?; juist ... ook een verruiming van hun kennis en vaardigheden.


zie hier of hier voor link naar blog Jeroen Bertrams

Uiteindelijk zijn kennen en kunnen of kennis en vaardigheden evenals, om maar iets te noemen, denken en doen synoniemen voor of aspecten van de verhouding theorie-praktijk. Een ingewikkelde en soms paradoxale verhouding die niet zelden als een kloof gevoeld en gezien wordt.
En daarmee dus meestal een interessante kwestie!

Sunday, January 8, 2012

Orakels



Het is me wat met die orakels! Maar het lijkt wel of ik steeds minder vaak iets zinnigs van of over een orakel hoor of lees. Waar zijn de echte orakels nog te vinden? Zou ik ze soms op facebook moeten zoeken of zou orakelen tegenwoordig twitteren zijn gaan heten? Als ik dan al iets verneem dat er enigszins op lijkt, zijn het veelal dooddoeners of onheilsprofetieën.
(gelukkig is dat niet altijd zo, getuige deze blog van Charles Kenny die zich meer op het halfvolle dan op het halflege deel van het glas richt)

Waar zijn de tijden van weleer en van Klazien uit Zalk toch gebleven?:



Bij Klazien wist je tenminste waar je aan toe was. En daarom raadplegen wij toch orakels of niet soms? Omdat we nu toch eindelijk eens willen weten waar we aan toe zijn en wat we nu mogen verwachten.

Zo raadplegen we met de regelmaat van de klok weermannen en -vrouwen in hun hoedanigheid van orakel. Die verwachtingen zijn ook niet altijd zonnig: 't kan vriezen, 't kan dooien; aldus de imitator van Pelleboer. Maar ja, we kunnen nu ook al zelf op de buienradar kijken.

En de orakels die ons van politiek en financieel-economisch commentaar en voorspellingen plegen te voorzien hebben nu al geruime tijd echt niets anders meer dan zwaar weer en tegenslag te melden. Zelden of nooit meer eens een voorspelling die de burger weer moed geeft. En dat is toch wat we nodig hebben; een beetje courage.



Nu hebben we in dit land nog wel twee mirakelse orakels rondlopen.

Wat te denken bijvoorbeeld van het orakel uit Diever. Zelf heb ik het niet zo op de (on)wijsheden en de ideeën van de inmiddels grijze heer Wiegel. Hans Wiegel, coryfee van de VVD en bekend van het kabinet van Agt-Wiegel, dat ons begrotingstekort tot ongekende hoogten liet oplopen. En bekend van de nacht van Wiegel dat een paars kabinet ten val bracht. Misschien kunnen ze hem ergens nog tot nachtburgemeester benoemen. Hij was het rechtse gezicht van de VVD en voorstander van samenwerking met de PVV. Bepaald niet een door mij bewonderde politicus en ook niet iemand die ik nu met genoegen hoor orakelen. Maar het moet gezegd, hij was bepaald niet gespeend van gevoel voor humor en maakte soms leukere opmerkingen dan Youp van 't Hek.



En dan hebben we nog onze Johan. Nee, ik bedoel niet mijn broertje maar die voetballer die ooit furore maakte met rugnummer 14. Het orakel uit Betondorp. Het voetbalorakel Johan Cruijff dus.



Hij schijnt, in flagrante tegenstelling tot mijzelf, ontstellend veel verstand van voetbal te hebben en voortdurend over dat spelletje te orakelen. Van die (voetbal-)uitspraken snap ik meestal geen hout omdat ik niet veel van voetbal (of wat daar leuk of interessant aan zou zijn) begrijp; dat is dus logisch dus! Om het eens op zijn Cruijffiaans te zeggen. Maar ondanks dat ik daar niet zoveel van snap moet ik er wel vaak om (glim)lachen; iets dat niet zomaar bij elke komiek of lolbroek het geval is.
Nu is het in het geval van Cruijff wel zo dat zijn uitspraken meestal niet als grappig maar eerder bloedserieus zijn bedoeld. Ondertussen en even zo vrolijk is ie, naar ik vermoed, wel de meest geciteerde Nederlander en zich daar ook nog van bewust en vindt dat eigenlijk ook wel zo logisch en terecht. Het is wel duidelijk dat als je orakel bent of Cruijff heet, je heel goed (of juist niet?) op je woorden moet letten. Zijn invloed reikt in ieder geval behoorlijk ver.
Uitspraken van Cruijff zijn ook ruim vertegenwoordigd op het Web van de Warboel van Wereldwijsheden en er is ook een boek verschenen met gezegden van deze orakelende flapuit.



Neem nou eens:

Elk nadeel hep z'n voordeel

welke Nederlander kent het niet heeft hem dat niet verschillende keren nagezegd?
Of de quasi geniale kronkel:

Als ik zou willen dat je het begreep legde ik het wel beter uit

dat zou toch prachtig in verguld lijstje op menige leraarskamer kunnen hangen!
En laatst haalde Marian bij gelegenheid nog eens een wijsheid van Cruijff aan die mij als zodanig onbekend was:

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

want wat je niet ken dat ken je natuurlijk ook niet zien, da's toch logisch.

Kijk, voor dergelijke wijsheden waarmee je zowel naar de oppervlakte als naar de diepte kunt verwijzen kan ik m'n petje wel afnemen.



Aan het eind van het liedje gaat mijn voorkeur toch uit naar en hou ik het maar weer bij het orakel van Delphi.



Een veel mooier, mysterieuzer, beter, puntiger en waarachtiger orakel hebben we, volgens mij, toch sinds die tijd niet echt meer gehad.

Wednesday, January 4, 2012

Tussen "..." (2) Seneca

We doen er goed aan onze ziel te vullen, niet onze brandkast


aldus Seneca



Tja .. dat laatste hemd heeft nu eenmaal geen zakken.

Sunday, January 1, 2012

Goede voornemens



Het is dus weer tijd voor de welhaast obligate goede voornemens.



Een probleem met veel van die voornemens, lijkt me, dat wij mensen nogal eens wat moeite hebben met het onderscheid tussen het voornemen om er eens wat goede voornemens op na te gaan houden en het voornemen om gewoon, als vanzelfsprekend en zonder enige omhaal, het goede te doen.



En wat heet goed?



Met dank aan de soms wijze maar bijna altijd spitsvondige Loesje.

P.S.