De meeste psychologie/pedagogiek boeken die voor werkers in de praktijk zoals groepsleiding, welzijnswerkers of verpleegkundigen zijn geschreven, beginnen met een uiteenzetting van twee basale leertheorieën. Dit zijn dan de klassieke- en de operante conditionering; bekend van de hondjes van Pavlov en de box van Skinner.
Ik vermoed dat we over een jaar of tien zullen zien dat genoemde leer- en studieboeken in aanvulling op deze verplichte nummers de vecht- of vluchtrespons en de rol van de amygdala ook daarbij zullen behandelen.
Dit gezien het gewicht ervan als basale invloed op en sturing van het menselijk gedrag en functioneren.
Naar het schijnt duurt het gemiddeld zo'n 25 jaar alvorens nieuwe ontdekkingen doorsijpelen en hun weg vinden naar de geeigende school- en handboeken.
Het lijkt mij dat dat in onze tijd van flitsende informatietechnologie toch wel iets sneller zou mogen. Zeker als je bedenkt dat neurowetenschappers al enige tijd roepen dat 95% van hun kennis uit het laatse decennium stamt.
Ook hier dient zorgvuldigheid boven snelheid te gaan, zullen we maar denken en zorgvuldigheid betekent hier dan vooral zinvol verband en relevantie.
De term fight or flight stamt uit 1915 en komt van Walter Cannon.
De vecht/vlucht of fight- or flight response is vooral en al langere tijd bekend als oortzaak/verklaring voor het alom gevreesde en ons allen bekende en veel voorkomende verschijnsel stress.
Dit vooral door het baanbrekende werk van Hans Selye.
De notie dat veel stress veroorzaakt wordt door een veelal niet (meer) functionele vecht- of vluchtrespons is inmiddels gemeengoed.
Nu doet de term vecht- of vluchtrespons vermoeden dat het organisme, het beestje of de mens bij activering van dit fenomeen slechts twee mogelijke te actualiseren reacties ter beschikking staan. Het is je als de wiedeweerga uit de voeten maken of erop los slaan. Deze karikatuur is niet geheel juist.
Het heet ook wel de vecht-, vlucht- of vriesrespons, hetgeen al een derde gedragsoptie in beeld brengt.
Missy Vineyard stelt in haar boek 'How you stand, how you move, how you live' dat alle gewervelde diersoorten waar het gaat om zelfbeschermend of zelfverdedigingsgedrag vier stereotype vormen van gedrag vertonen:
- de vijand aanvallen of bedreigen
- bevriezen om aan de aandacht te ontsnappen
- terugtrekken of vluchten; weg van vijand of gevaar
- zich onderwerpen; onderdanig zijn en toegeven aan de wil van de sterkere
Een en ander kan zich in verschilende gradatie, combinatie en/of volgorde manifesteren.
Dit geeft toch al een wat rijker en genuanceerder beeld dan de gangbare term wellicht zou doen vermoeden.
De fight- or flightresponse brengt op verschillende niveaus en in variërende mate nogal wat fysiologische reacties teweeg maar ze wordt steeds geactiveerd door de amygdala.
Die amygdala vormen ons altijd op de achtergrond meedraaiende waak- en alarmsysteem dat we niet even uit kunnen zetten. Zoek maar eens op 'amygdala' of 'amandelkernen' in google of welke andere zoekmachine en zie een keur aan lezenswaardige tot onbegrijpelijk ingewikkelde artikelen voorbijkomen.
Deze faam en belangstelling hebben deze kleine amandelvormige orgaantjes ter grootte van twee bonen met name te danken aan de volgende baanbreker in dit verhaal, te weten Joseph LeDoux.
Over LeDoux en de amygdala een volgende keer meer.
Dick
.
Showing posts with label Pavlov. Show all posts
Showing posts with label Pavlov. Show all posts
Sunday, February 7, 2010
Tuesday, February 2, 2010
Ben B. en de hondjes van Pavlov
Wellicht enigzins geïnspireerd door de persoonlijk historische bespiegelingen van Hein en 'hoe het zo allemaal gekomen is' moest ik onlangs weer eens aan Ben B. denken.
We schrijven dan 1970 en volk, vaderland en konegin dienend deelde ik met een man of tien een kamer op de Wittenbergkazerne in het hartje van de Veluwe. Hier huisde ons bataljon van GNK hetgeen de afkorting was voor geneeskrachtige troepen of zoiets.
Een van mijn kamergenoten nu was Ben, hier nader aan te duiden als Ben B..
Dit laatste niet omdat zijn achternaam met een B zou beginnen, want dat weet ik niet meer, maar omdat Ben uit Brabant kwam, op een boerderij woonde en en in de B-verpleging zat.
Dan kan ik toch moeilijk anders dan hem hier Ben B. te noemen.
Omdat Ben van de boerderij kwam meldde hij zich in oogsttijd nogal eens ziek.
Dat vonden wij (zijn maten zoals dat in soldatenjargon heet) helemaal niet erg want hoewel het dan natuurlijk wel een stukje minder gezellig was, redden wij ons verder best zonder Ben. Van hogerhand werd daar echter heel anders over gedacht die stuurde om de onmisbaarheid van Ben maar eens te onderstrepen op een goede oogstdag een delegatie naar het brabantse land om de mate van Ben's ongesteldheid wat nader te aanschouwen. Die delegatie bestond uit onze luit, een arts en een van ons als chauffeur. De officieren van toen hadden de allure van topmanagers van nu en reden dus nooit zelf maar lieten zich rijden. Dat een onzer deze heren naar Brabant moest rijden deed ons vermoeden dat de reis misschien wel eens naar Ben zou kunnen gaan.
Attent als waren hebben we toen Ben maar even gebeld zodat hij het gezelschap gepast kon ontvangen en de koffie en de vlaai alvast klaar kon zetten.
Wat er in die tussentijd gebeurd is weten wij niet maar toen onze delegatie aankwam bleek Ben echt ziek geworden te zijn en lag hij ogenschijnlijk beroerd en bibberend in zijn bed. De arme jongen had vast een acute zomergriep opgelopen.
Dat toont maar weer eens aan dat het soldatenbestaan toch wel erg schraal en arm zou zijn zonder die (ook door de legerleiding) veelgeroemde solidariteit en saamhorigheid!
Maar dit terzijde want ik wilde eigenlijk iets heel anders memoreren in verband met Ben B., namelijk dat hij in de B-verpleging werkte en daar de B-opleiding volgde of ging volgen.
En Ben had in het kader van die opleiding weleens mooie dikke studieboeken bij zich over interessante zaken als psychologie, geestesziekten en dergelijke. Kortom over dingen die wel mijn belangstelling hadden maar waarvan ik over bitter weinig achtergrondinformatie beschikte en waar ik op ook de mulo nooit veel zinnigs over te horen had gekregen. Dus mocht ik bij gelegenheid graag eens door de boeken van Ben snuffelen.
Zoals veel boeken van dergelijk allooi begon het dikste boek met Pavlov en zijn vermaarde hondjes.
De zogenaamde experimentele neurose viel mij daarbij speciaal op of bleef mij in ieder geval altijd bij.
Dit betreft een experiment waarbij het hondje twee duidelijk onderscheiden tonen te horen danwel twee duidelijke onderscheiden vormen te zien krijgt. Bij een toon/vorm krijgt het hondje iets te eten en in het andere geval krijgt het hondje een electrische schok toegediend. Hondje leert de signalen probleemloos onderscheiden en dan worden toon/vorm dichter naar elkaar toegebracht. Hondje leert de signalen steeds fijner/selectiever te onderscheiden en blijft redelijk happy meedoen aan het experiment. Tot een bepaald moment waarop de signalen teveel op elkaar gaan lijken (verhouding 8:9) en dan krijgt het hondje een fikse zenuwinzinking. Hij begint te kermen, wordt volkomen onmachtig, wil niet meer meewerken en het duurt weken of maanden voor hij weer terug te brengen is op het vorige niveau van functioneren.
Het trof mij als een nogal drastische en intrigerende vorm van neurose; een desastreuze vorm van cognitieve dissonantie langs sensorische weg bewerkstelligd.
So far, so good.
Tien jaar later; we schrijven dan inmiddels 1980 zat ik de introductieperiode van de Z-opleiding.
En hier kregen wij het mooie vak pedagogiek/psychologie van onze orthopedagoge.
En dat begon uiteraard met de behandeling van de klassieke en de operante conditionering met bijbehorende al dan niet geconditioneerde responsen, bekrachtiging, vermijdingsgedrag en noem maar op.
Ik vond dit natuurlijk weer allemaal bere-interessante kost en had daar ook steeds voldoende vragen over zoals bv over de implicaties van de experimentele neurose.
Het leek wel alsof onze docente niet bekend was met dit onderdeel uit Pavlov's hondenshow en er werd niet echt op mijn vragen hier over ingegaan. De docente wilde blijkbaar andere dingen duidelijk maken en illustreren dan datgene waar ik naar vroeg hetgeen soms aanleiding gaf tot wat misverstanden en wellicht wat lichte irritatie.
Mijn vragen werden duidelijk niet altijd evenzeer op prijs gesteld hoewel ze wat mij betreft gewoon uit oprechte nieuwsgierigheid en belangstelling gesteld werden.
Onze lesgroep bestond uit voornamelijk meiden die gemiddeld tien jaar jonger waren dan ik en na zo'n les of vijf begon het mij te dagen dat een aantal van hen bijna handenwrijvend de betreffende lessen tegemoet gingen om eens te zien hoe Dick nu weer Coby het vuur aan de schenen zou leggen.
En bij navraag bleken sommigen inderdaad te denken dat ik uit een soort baldadigheid en joligheid bewust moeilijke vragen stelde om deze docente wat in het nauw te drijven en/of uit de tent te lokken.
Nu is een dergelijke houding mij volkomen vreemd en hoewel het tegenwoordig bijna als een afwijking aangemerkt kan worden moet ik erkennen dat ik er nooit op uit geweest ben en nimmer lol aan heb beleefd om leraren of docenten op de kast te jagen.
Toen ik uit mijn hardnekkige naïviteit ontwaakte en mij duidelijk werd welke onbedoelde effecten mijn goedbedoelde vragen konden hebben, heb ik mijn vragen tijdens die lessen maar een poosje ingeslikt.
Dick
.
We schrijven dan 1970 en volk, vaderland en konegin dienend deelde ik met een man of tien een kamer op de Wittenbergkazerne in het hartje van de Veluwe. Hier huisde ons bataljon van GNK hetgeen de afkorting was voor geneeskrachtige troepen of zoiets.
Een van mijn kamergenoten nu was Ben, hier nader aan te duiden als Ben B..
Dit laatste niet omdat zijn achternaam met een B zou beginnen, want dat weet ik niet meer, maar omdat Ben uit Brabant kwam, op een boerderij woonde en en in de B-verpleging zat.
Dan kan ik toch moeilijk anders dan hem hier Ben B. te noemen.
Omdat Ben van de boerderij kwam meldde hij zich in oogsttijd nogal eens ziek.
Dat vonden wij (zijn maten zoals dat in soldatenjargon heet) helemaal niet erg want hoewel het dan natuurlijk wel een stukje minder gezellig was, redden wij ons verder best zonder Ben. Van hogerhand werd daar echter heel anders over gedacht die stuurde om de onmisbaarheid van Ben maar eens te onderstrepen op een goede oogstdag een delegatie naar het brabantse land om de mate van Ben's ongesteldheid wat nader te aanschouwen. Die delegatie bestond uit onze luit, een arts en een van ons als chauffeur. De officieren van toen hadden de allure van topmanagers van nu en reden dus nooit zelf maar lieten zich rijden. Dat een onzer deze heren naar Brabant moest rijden deed ons vermoeden dat de reis misschien wel eens naar Ben zou kunnen gaan.
Attent als waren hebben we toen Ben maar even gebeld zodat hij het gezelschap gepast kon ontvangen en de koffie en de vlaai alvast klaar kon zetten.
Wat er in die tussentijd gebeurd is weten wij niet maar toen onze delegatie aankwam bleek Ben echt ziek geworden te zijn en lag hij ogenschijnlijk beroerd en bibberend in zijn bed. De arme jongen had vast een acute zomergriep opgelopen.
Dat toont maar weer eens aan dat het soldatenbestaan toch wel erg schraal en arm zou zijn zonder die (ook door de legerleiding) veelgeroemde solidariteit en saamhorigheid!
Maar dit terzijde want ik wilde eigenlijk iets heel anders memoreren in verband met Ben B., namelijk dat hij in de B-verpleging werkte en daar de B-opleiding volgde of ging volgen.
En Ben had in het kader van die opleiding weleens mooie dikke studieboeken bij zich over interessante zaken als psychologie, geestesziekten en dergelijke. Kortom over dingen die wel mijn belangstelling hadden maar waarvan ik over bitter weinig achtergrondinformatie beschikte en waar ik op ook de mulo nooit veel zinnigs over te horen had gekregen. Dus mocht ik bij gelegenheid graag eens door de boeken van Ben snuffelen.
Zoals veel boeken van dergelijk allooi begon het dikste boek met Pavlov en zijn vermaarde hondjes.
De zogenaamde experimentele neurose viel mij daarbij speciaal op of bleef mij in ieder geval altijd bij.
Dit betreft een experiment waarbij het hondje twee duidelijk onderscheiden tonen te horen danwel twee duidelijke onderscheiden vormen te zien krijgt. Bij een toon/vorm krijgt het hondje iets te eten en in het andere geval krijgt het hondje een electrische schok toegediend. Hondje leert de signalen probleemloos onderscheiden en dan worden toon/vorm dichter naar elkaar toegebracht. Hondje leert de signalen steeds fijner/selectiever te onderscheiden en blijft redelijk happy meedoen aan het experiment. Tot een bepaald moment waarop de signalen teveel op elkaar gaan lijken (verhouding 8:9) en dan krijgt het hondje een fikse zenuwinzinking. Hij begint te kermen, wordt volkomen onmachtig, wil niet meer meewerken en het duurt weken of maanden voor hij weer terug te brengen is op het vorige niveau van functioneren.
Het trof mij als een nogal drastische en intrigerende vorm van neurose; een desastreuze vorm van cognitieve dissonantie langs sensorische weg bewerkstelligd.
So far, so good.
Tien jaar later; we schrijven dan inmiddels 1980 zat ik de introductieperiode van de Z-opleiding.
En hier kregen wij het mooie vak pedagogiek/psychologie van onze orthopedagoge.
En dat begon uiteraard met de behandeling van de klassieke en de operante conditionering met bijbehorende al dan niet geconditioneerde responsen, bekrachtiging, vermijdingsgedrag en noem maar op.
Ik vond dit natuurlijk weer allemaal bere-interessante kost en had daar ook steeds voldoende vragen over zoals bv over de implicaties van de experimentele neurose.
Het leek wel alsof onze docente niet bekend was met dit onderdeel uit Pavlov's hondenshow en er werd niet echt op mijn vragen hier over ingegaan. De docente wilde blijkbaar andere dingen duidelijk maken en illustreren dan datgene waar ik naar vroeg hetgeen soms aanleiding gaf tot wat misverstanden en wellicht wat lichte irritatie.
Mijn vragen werden duidelijk niet altijd evenzeer op prijs gesteld hoewel ze wat mij betreft gewoon uit oprechte nieuwsgierigheid en belangstelling gesteld werden.
Onze lesgroep bestond uit voornamelijk meiden die gemiddeld tien jaar jonger waren dan ik en na zo'n les of vijf begon het mij te dagen dat een aantal van hen bijna handenwrijvend de betreffende lessen tegemoet gingen om eens te zien hoe Dick nu weer Coby het vuur aan de schenen zou leggen.
En bij navraag bleken sommigen inderdaad te denken dat ik uit een soort baldadigheid en joligheid bewust moeilijke vragen stelde om deze docente wat in het nauw te drijven en/of uit de tent te lokken.
Nu is een dergelijke houding mij volkomen vreemd en hoewel het tegenwoordig bijna als een afwijking aangemerkt kan worden moet ik erkennen dat ik er nooit op uit geweest ben en nimmer lol aan heb beleefd om leraren of docenten op de kast te jagen.
Toen ik uit mijn hardnekkige naïviteit ontwaakte en mij duidelijk werd welke onbedoelde effecten mijn goedbedoelde vragen konden hebben, heb ik mijn vragen tijdens die lessen maar een poosje ingeslikt.
Dick
.
Labels:
Ben B.,
militaire dienst,
Pavlov,
vragen,
Z-opleiding
Subscribe to:
Posts (Atom)

