Showing posts with label Skinner. Show all posts
Showing posts with label Skinner. Show all posts

Friday, June 18, 2010

Gentle Teaching; en gedragsmodificatie (4)

In wat ik van John McGee las over Gentle Teaching (hier nader als GT aan te duiden) zet hij zich vooral scherp af tegen een behavioristische of op het gedrag gerichte benadering. Misschien logisch en begrijpelijk omdat hij zijn pijlen met GT op een heel andere dimensie van het menszijn richt maar naar mijn smaak is hij toch wat al te resoluut in zijn afwijzing van elke vorm van gedragsmodificatie.

Eerder gaf ik al mijn kijk op gedragsmodificatie en de toepassing daarvan. In een zin komt die neer op: we passen het sowieso toe dus laten we het dan bewust en verstandig doen.



Wel ben ik het volkomen met McGee eens dat het achteloos toepassen van behavioristische technieken, het blindelings gericht zijn op een eenmaal als gewenst verklaard gedrag als doel, het lichtzinnig inzetten van aversieve stimuli of straffen met het te weinig oog hebben voor de beleving en het welbevinden van de persoon zondermeer reële gevaren zijn waar we ons in de praktijk bewust van dienen te zijn. Want aldus worden gemakkelijk uit domme routine of machteloosheid stapsgewijs allerlei grenzen overschreden.
McGee gebruikt ergens de hele mooie en goedgetroffen term 'psychological arithmetic'.

De voorbeelden die McGee zo her en der aandraagt, om zijn afwijzing van elk gebruik van de 'carrot and the stick' in zijn GT-aanpak te staven, betreffen ook veelal zeer schrijnende gevallen waar in de betreffende casussen dan nogal met de botte bijl of uit onmacht of geharnaste onverschilligheid op gereageerd wordt.

Maar een glimlach werkt ook als een beloning en een frons kan ook als een afwijzing en ergo als straf ervaren worden. Moeten wij dat soort vanzelfsprekende en soms vaak onbewuste reacties proberen te onderdrukken? Op een haast reflexmatig niveau laten veel van onze reacties zich volgens mij ontegenzeggelijk beinvloeden of 'shapen' volgens behavioristische principes; en hanteren we die zo goed en kwaad als het gaat bv. ook als we iemand of onszelf willen leren jongleren, piano spelen of autorijden om maar een paar dwarsstraten te noemen.

Om bovenstaande reden en omdat het langs gedragstherapeutische lijnen denken nogal met onze alledaagse houding, reacties en opvattingen vervlochten is, lijkt het me niet zinnig, om elke vorm ervan te vuur en te zwaard te bestrijden.
Ik zou eerder denken wees je bewust van het voorkomen en de werking ervan en neem de nodige prudentie en zorgvuldigheid in acht bij het bewuste of geplande gebruik ervan.
Daarbij lijken twee andere zaken mij wel van onderscheidend belang; en die schijnen mij beiden mij ook eens geheel in de geest van GT.



Een heel belangrijk onderscheid lijkt me dan het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke beloning.
McGee geeft in zijn gevalsbeschrijvingen ook een aantal duidelijke illustraties van dit onderscheid. Een onderscheid dat naar mijn smaak in ons werk (maar ook in het maatschappelijk en economisch verkeer; denk aan bonussen) nogal eens sterk onderbelicht blijft.
Dat onderscheid is sterk verweven met het onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. En wij proberen toch hopelijk in ons werk zo mogelijk altijd de intrinsieke motivatie de ruimte te geven en te stimuleren.

Een ander belangrijk onderscheid bij de inzet van gedragtherapeutische technieken is, dunkt me, de vraag in of en in hoeverre een cliënt (of diens vertegenwoordigers) betrokken worden bij het opstellen van beoogd doel of richting. Dit is in de tak van zorg waarin ik werkzaam ben niet altijd een eenvoudige of eenduidige zaak i.v.m. vragen rond wils- en handelingsbekwaamheid van de betreffende cliëntele.
Dat lijkt overigens idemdito voor de casussen zoals door McGee beschreven te gelden; ook daar is de instemming van de betrokkene niet eenduidig maar complex, weliswaar cruciaal maar aanvankelijk verondersteld of afwezig en moet vervolgens aldoende gewonnen worden.

In een ander stuk onder de titel : A Summary of Gentle Teaching van de hand Michael Woods lees ik dan tot mijn verbazing bij Strategies and Techniques:
Clearly, it is based in the behavioural approach of Differential Reward of Alternative behaviours.
The basic paradigm in Gentle Teaching is: 1.Ignore/Interupt 2. Redirect 3. Reward

en onder Further Key Stragegies zie ik Stimulus control en Shaping and Fading staan. Dat zijn dan toch termen die je eerder bij Skinner zou verwachten.
Dat roept toch welhaast weer de bekende lijfspreuk van Bredero in gedachte!

Saturday, March 13, 2010

Gedragstherapie, theorie in beweging (4)

Modes en rages komen en gaan en blijven elkaar steeds maar opvolgen. Zo gaat het ook met wetenschappelijke modes, modellen en paradigma's. Zij het dat de aflossing van de wacht daar doorgaans gelukkig wat minder snel plaatsgrijpt dan in de kledingbranche.
Nu is het in de sociale wetenschappen natuurlijk zo dat de theorieën en modellen verondersteld worden de werkelijkheid zodanig te beschrijven en te verhelderen dat ze aanwijzingen en richtlijnen voor ons handelen in de praktijk opleveren.
Hoe sterk en strak die relatie theorie-praktisch handelen in geval van de gedragstherapie is daar zouden de meningen wel eens over kunnen verschillen. (misschien moet iemand daar eens een functionele analyse van het type S-R op los laten)

De theorie achter de gedragstherapie lijkt aan nogal wat variatie, beweging en perspectiefwisselingen onderhevig te zijn geweest.
Bij mijn weten zijn nogal altijd de handboeken bij uitstek voor het nederlandse taalgebied over gedragstherapie en de ontwikkeling ervan:
Inleiding tot de gedragstherapie door J.W.G. Orlemans e.a. (zie boekbespreking)
en
Gedragstherapie met kinderen en jeugdigen door J. M. Cladder
waarin naast de nodige theoretisch uiteenzettingen ook de actuele praktijk hier ter lande belicht wordt. Ik moet me behelpen met de edities van een kwart eeuw terug en ben dus niet meer up-to-date.

Het theoretische basisschema van de aanstichters van de gedragstherapie nl. de behavioristen was: S-R waarbij S voor stimulus en R voor respons staat. Vervolgens wordt dit schema door sommigen uitgebreid tot S-O-R waarbij O aanvankelijk staat voor organisme en veelal als een 'black box' beschouwd wordt.
Thorndike, die geldt als de ontdekker van het operante conditioneren, poneert zijn 'law of effect' en daarmee de komt aandacht op de technieken van 'shaping' van gedrag. Drie andere belangrijke namen m.b.t. de ontwikkeling en de verspreiding van de gedragstherapie zijn B.F. Skinner, Joseph Wolpe en Hans Eysenck.
De O gaat mettertijd geleidelijk aan ook voor mentale processen staan. Met dat het cognitivisme het leidende paradigma in de psychologie wordt dit ook theoretisch onderbouwd en voorgeschreven.
Gedragstherapie gaat nu veelal cognitieve gedragstherapie heten.
Google maar eens op 'gedragstherapie' en zie hoe vaak je 'cognitieve' leest; de naam van de beroepsvereniging van gedragstherapeuten spreekt wat dat betreft voor zich.
Wat ooit Radical behaviorism heette heeft zich inmiddels ontwikkeld en is omgedoopt tot 'Behavior analysis'.

In ons land was het vooral René Diekstra die hier de Rationeel-Emotieve-Therapie (RET) van Albert Ellis introduceerde en bekendheid gaf.

De grondgedachte van RET is dat het meestal niet de aard van de problemen die we ondervinden zelf is die ons psychisch ontregelt maar het vaak onze irrationele opvattingen over en onrealistische kijk op het een en ander zijn die ons in de weg zitten.
Het basisschema is hier ABC waarbij A voor activating event staat, B voor belief en C voor consequenties.
Naast een functie- en/of betekenisanalyse van het probleem stelt men ook vaak een zgn. holistische theorie op om het probleem in een bredere context met andere probleemgebieden, persoonlijke geschiedenis, persoonlijkheidskenmerken e.d. te plaatsen.
De cognitieve gedragstherapie wordt wel de tweede generatie gedragstherapie genoemd om het te onderscheiden van de puur behavioristisch geïnspireerde stroming.
CGT is meest verspreide therapierichting in ons land, wordt alom aangeprezen om de effectiviteit en wetenschappelijke status en is nu zelfs beschikbaar voor dummies.

Een en ander bij elkaar googlelend en lezend stuit ik lichtelijk verbaasd op de zgn. derde generatie gedragstherapie.
Deze kan vanwege de inherente wijsheid ervan al bijna ongezien op enige sympathie van mijn kant rekenen, maar ik vrees dat ik er in mijn werk weinig mee zal kunnen aanvangen.
Hier vormt mindfulness waar ik in een ander verband al eens eerder melding van maakte een hoofdrol. Het was mij bekend dat GGZ cursussen op dit terrein aanbood, maar niet dat het al als een volwaardige stroming in of vorm van gedragstherapie wordt aangemerkt.
Wie had ooit kunnen denken dat de gedragstherapie zich in een dergelijke richting zou kunnen ontwikkelen en bij het boeddhisme te rade zou moeten gaan om het raadsel mens te doorgronden. En dat meditatie ooit de functionele analyse zou kunnen vervangen.
Ik zou dat nooit zomaar bedacht kunnen hebben en volgens mij ene Watson al zeker niet.

Tja, Brederoo zei het altijd al: 't kan verkeren!


De theorie achter wat gedragstherapie heet geeft zo toch in de loop der tijd aardig wat verschuiving en variatie te zien. In de praktijk zal de soep vast wel wat minder heet gegeten worden dan hij theoretisch opgediend wordt.
Toen ik in 1980 in de gehandicaptenzorg (die toen ook nog vaak de zwakzinnigenzorg genoemd werd) ging werken hoorde je daar alom de term 'gedragsmodificatie' vallen.
Een woord dat ik zelden of nooit meer op het werk of door collega's gebruiken; ik kan me althans zo niet heugen wanneer dat voor het laatst het geval was.

<vorige - volgende>

Thursday, March 11, 2010

Het behaviorisme als paradigma (3)

Sinds Thomas Kuhn in 1962 zijn The Structure of Scientific Revolutions publiceerde is het gebruikelijk om van een paradigma te spreken als zijnde het samenhangende en moverende stelsel van vooronderstellingen, theorieën en modellen waarmee men binnen een bepaalde discipline of stroming de werkelijkheid pleegt te benaderen.

Een halve eeuw daarvoor was het het project van het behaviorisme om avant la lettre het nieuwe paradigma van de psychologie of misschien hier wel juister gezegd de gedragswetenschap te formuleren.
De pretenties en ambities van het behaviorisme waren groot en zo ook de opmars als dominante stroming binnen de psychologie.
Doel en methode laten zich kernachtig samenvatten als de zoektocht naar de functionele en causale verbanden tussen S en R, waarbij S staat voor stimuli of omgevingsinvloeden en R staat voor respons, reactie ofwel gedrag.
En de paradigmatische kern of de onderliggende en alom aanwezige basisstelling luidt dat: alle gedrag is aangeleerd.

Tot in zijn uiterste consequenties doorgedacht kan een dergelijke radicale stelling al gauw problematisch of grotesk worden. Is bv. onze ademhaling dan ook aangeleerd gedrag en middels leren te beïnvloeden? Het lijkt er toch eerder op dat moeder natuur en onze aangeboren aanleg deze functie in principe prima geregeld heeft en we de omgeving echt niet hoeven te manipuleren om dit vlot te laten verlopen.
En hoe verwerven wij taal?
In 1957 verscheen Syntactic Structures van de hand van Noam Chomsky.
In datzelfde jaar verscheen Verbal Behavior van de hand van B.F. Skinner en in 1959 verscheen daar een kritiek op van Noam Chomsky. Hierin betoogde deze aanstichter van de transformationele taalkunde op overtuigende wijze dat de taal een diepte- en een oppervlaktestructuur kent; en dat die dieptestructuur wijst op of in feite een vorm is van aangeboren kennis waardoor wij allen begiftigd zijn met het vermogen of de aanleg om ongeacht welke taal dan ook te verwerven.
Volgens velen werd in en door deze discussie het lot van een behavioristische theorie over taalverwerving beslist en kon deze voorgoed naar de vergetelheid worden verwezen. Daarbij luidde het tevens de cognitieve wending in en daarmee het einde van de behavioristische theorie als leidend paradigma binnen de psychologie.

Daarmee leek het erop dat bovengenoemde discussie over taalverwerving beslist en teneinde was.
Dat is hij dus allerminst al zul je er weinig meer over in de krant lezen; inmiddels komt uit behavioristische hoek, als variatie en voortzetting van Skinners ideeën, de Relational Frame Theory.
Ook in allerlei andere vraagstukken komen argumenten van behavioristen overigens regelmatig terug; voor een gedegen doch leesbare verhandeling over wat voors en tegens met de nodige nuance op een rijtje gezet zie: Behaviorism

Hoe dan ook binnen de psychologie was de dominantie van het behaviorisme ten einde en werd die plaats ingenomen door het cognitivisme.
In de filosofie zien we vergelijkbare tendenzen en bewegingen (zie bv. Emoties en rationaliteit revisited van Heleen Pott in Wijsgerig perspectief 2003, nr 2). In dit artikel wordt, zoals overigens van vele kanten te vernemen valt, ook opgemerkt dat het nu geldende paradigma wankelt:


Hier en daar zijn zelfs de eerste tekenen waar te nemen van een revival van de aloude 'feeling-theorie'. Binnen de psychologie is sprake van een opmerkelijke terugkeer van William James, die als eerste de feeling-theorie van de emoties wetenschappelijk articuleerde. Ook de neurofysiologische bewustzijnstheorie van Antonio Damasio die de laatste jaren furore maakt binnen de psychologie, vat zichzelf op als een kritische voortzetting van de feeling-theorie van James.

Op een geheel ander niveau hoor je her en der nogal eens bezorgde geluiden over de overmaat aan oplaaiende irrationele emoties, korte lontjes e.d.; voor een wat andere en optimistischere kijk op dergelijke cultureel-maatschappelijke bewegingen zie: culturele omslag

Dat het behaviorisme in wetenschapfilosofische zin veel aan geloofwaardigheid heeft in moeten boeten mede door haar radicale positie in het nature-nurture-debat zal niemand vandaag-de-dag verbazen. Zie hoe het evolutie-denken in navolging van Darwin en medestanders alom ingeburgerd is geraakt en zie de aard van de belangstelling voor de ontrafeling van het menselijk genoom en andere algemene opvattingen waarin het belang van aanleg en erfelijkheid onderstreept worden.
Het paradigma dat alle gedrag aangeleerd is met de stilzwijgende implicatie dat elk gewenst gedrag ook aan te leren zou zijn lijkt te hebben afgedaan.

Zelf vind ik ook dat het behavioristische paradigma niet de juiste of omvattende basis voor de psychologie kan zijn omdat ik meen dat de meest fundamentele vraag van de psychologie de vraag naar de aard en het wezen van het menselijk bewustzijn is of hoort te zijn. Een vraag waar we mijns inziens nooit een klip-en-klaar antwoord op zullen krijgen, maar waar wel alle andere vragen uit de psychologie op de een of andere manier verband mee moeten houden.
En de orthodoxe behavioristen lijken vragen over het bewustzijn nu juist als irrelevante ruis bewust uit te bannen. (hetgeen opzichzelf een leuke paradox kan opleveren)
Dat ik het niet als bevredigend paradigma onderschrijf betekent overigens niet dat ik de vragen en bevindingen die het behaviorisme opgeleverd hebben als onzin zou afdoen of niet als waardevolle kennis beschouw.

Wat op zijn minst opvallend en merkwaardig mag heten wanneer we kijken naar de meer uitgesproken aannamen en uitgangspunten van het behaviorisme, is hoe totaal verschillend die in verschillende tijden en situaties gewaardeerd kan worden.

Als ik zo op mijn eigen herinnering afga dan is het toch zo dat de meeste mensen, mijzelve incluis, ofwel ronduit negatief waren over of toch minstens wat bedenkingen hadden tegen het mechanistische of reductionistische karakter van die uitgangspunten. En ook als men in de praktijk operante conditionering toepaste en onderschreef vanwege het gewenste effect werd er toch veelal ook enige afkeer van de theorie erachter geuit. We spreken dan over de heersende mentaliteit van zo'n tien, twintig en dertig jaar geleden in Nederland.
Vreemd genoeg werden diezelfde uitgangspunten een aantal decennia daarvoor zeker niet altijd als mechanistisch en beperkend ervaren; juist de maakbaarheidsgedachte werd als uitermate positief ervaren. Men zag er ook nieuwe mogelijkheden voor een beter toekomst in.
Zo komt Skinner in 1948 met de utopische roman Walden Two , waarin hij een experimentele gemeenschap beschrijft waar menige socialistische, progressieve of groene politieke partij heden ten dage nog nauwelijks van durft te dromen. Deze roman is zelfs de inspiratie geweest voor de daadwerkelijk gestichte en bestaande communiteit Twin Oaks.


'T kan verkeren wist Brederoo reeds.

<vorige - volgende>

.

Sunday, February 7, 2010

De vecht- of vluchtrespons; en de amygdala

De meeste psychologie/pedagogiek boeken die voor werkers in de praktijk zoals groepsleiding, welzijnswerkers of verpleegkundigen zijn geschreven, beginnen met een uiteenzetting van twee basale leertheorieën. Dit zijn dan de klassieke- en de operante conditionering; bekend van de hondjes van Pavlov en de box van Skinner.

Ik vermoed dat we over een jaar of tien zullen zien dat genoemde leer- en studieboeken in aanvulling op deze verplichte nummers de vecht- of vluchtrespons en de rol van de amygdala ook daarbij zullen behandelen.
Dit gezien het gewicht ervan als basale invloed op en sturing van het menselijk gedrag en functioneren.

Naar het schijnt duurt het gemiddeld zo'n 25 jaar alvorens nieuwe ontdekkingen doorsijpelen en hun weg vinden naar de geeigende school- en handboeken.
Het lijkt mij dat dat in onze tijd van flitsende informatietechnologie toch wel iets sneller zou mogen. Zeker als je bedenkt dat neurowetenschappers al enige tijd roepen dat 95% van hun kennis uit het laatse decennium stamt.
Ook hier dient zorgvuldigheid boven snelheid te gaan, zullen we maar denken en zorgvuldigheid betekent hier dan vooral zinvol verband en relevantie.

De term fight or flight stamt uit 1915 en komt van Walter Cannon.
De vecht/vlucht of fight- or flight response is vooral en al langere tijd bekend als oortzaak/verklaring voor het alom gevreesde en ons allen bekende en veel voorkomende verschijnsel stress.
Dit vooral door het baanbrekende werk van Hans Selye.
De notie dat veel stress veroorzaakt wordt door een veelal niet (meer) functionele vecht- of vluchtrespons is inmiddels gemeengoed.

Nu doet de term vecht- of vluchtrespons vermoeden dat het organisme, het beestje of de mens bij activering van dit fenomeen slechts twee mogelijke te actualiseren reacties ter beschikking staan. Het is je als de wiedeweerga uit de voeten maken of erop los slaan. Deze karikatuur is niet geheel juist.
Het heet ook wel de vecht-, vlucht- of vriesrespons, hetgeen al een derde gedragsoptie in beeld brengt.

Missy Vineyard stelt in haar boek 'How you stand, how you move, how you live' dat alle gewervelde diersoorten waar het gaat om zelfbeschermend of zelfverdedigingsgedrag vier stereotype vormen van gedrag vertonen:

- de vijand aanvallen of bedreigen

- bevriezen om aan de aandacht te ontsnappen

- terugtrekken of vluchten; weg van vijand of gevaar

- zich onderwerpen; onderdanig zijn en toegeven aan de wil van de sterkere

Een en ander kan zich in verschilende gradatie, combinatie en/of volgorde manifesteren.
Dit geeft toch al een wat rijker en genuanceerder beeld dan de gangbare term wellicht zou doen vermoeden.

De fight- or flightresponse brengt op verschillende niveaus en in variërende mate nogal wat fysiologische reacties teweeg maar ze wordt steeds geactiveerd door de amygdala.
Die amygdala vormen ons altijd op de achtergrond meedraaiende waak- en alarmsysteem dat we niet even uit kunnen zetten. Zoek maar eens op 'amygdala' of 'amandelkernen' in google of welke andere zoekmachine en zie een keur aan lezenswaardige tot onbegrijpelijk ingewikkelde artikelen voorbijkomen.
Deze faam en belangstelling hebben deze kleine amandelvormige orgaantjes ter grootte van twee bonen met name te danken aan de volgende baanbreker in dit verhaal, te weten Joseph LeDoux.
Over LeDoux en de amygdala een volgende keer meer.


Dick
.