Het is alweer een poosje geleden dat ik een neuropraatje op dit blog plaatste. Nu ga ik toch ook hier zelf zo'n praatje weer niet houden. Ik wil dat namelijk eens laten doen en wel door iemand die dat onwaarschijnlijk veel beter doet dan ik dat ooit zou kunnen. De spreker is Daniel Goleman die het navolgende verhaal een paar jaar geleden hield voor Google University. (duurt wel een klein uurtje!)
Deze video vind ik met name interessant omdat Goleman hierin heel veel zaken aanstipt en/of verheldert die én uit particuliere én uit beroepsmatige overwegingen mijn belangstelling genieten. Daarnaast lijkt het me wel handig om bv. collega's desgewenst te kunnen verwijzen naar een heldere uitleg over, om maar iets te noemen, de werking en het belang van de amygdala. (vanaf 16.16)
Aandacht voor de man die emotionele-, sociale- en groene intelligentie onder ons aller aandacht tracht te brengen:
Op Dima's place gaf ik al eens eerder een you-tube-link naar deze video.
P.S. Vorige week was ik bij een boekbespreking in de Hoornse Boekhandel. Daar besprak filosoof Jan Flameling het boek The feeling of What Happens (Ik voel dus ik ben) van Antonio R. Damasio vanuit filosofisch perspectief. Goleman haalt in de video ook Damasio aan en plaatst diens bevindingen in een psychologisch kader. Zoiets mag ik graag zien en horen: de filosoof, de neuro-wetenschapper en de psycholoog met elkaar in gesprek. Daar kan ik, merk ik, wel enige geestdrift voor opbrengen omdat het dan meestal ook ergens over gaat.
Dus over ons bewustzijn!
Maar ook zou ik wel graag zien dat er bij gelegenheid nog eens een aanvullend trio tot dit gezelschap toetrad om de discussie nog wat verder te dragen. Laten we zeggen iemand die in de maatschappelijke, juridische, economische en wat dies meer zij -aspecten van allerlei kwesties thuis is, plus iemand vragen op een doorwrochte wijze vanuit diverse religieuze of spirituele tradities weet te benaderen en tenslotte een pedagoog want die invalshoek lijkt me toch ook wel van belang en ik heb het idee dat ik die de laatste tijd nog maar zelden hoor in kwesties van belang.
Welke discipline in mijn boekie dan vaak het eerste en het laatste woord zal blijken te hebben laat zich raden.
Showing posts with label amygdala. Show all posts
Showing posts with label amygdala. Show all posts
Wednesday, November 9, 2011
Friday, March 19, 2010
Gedragsmodificatie in mijn boekje (6)
Hoe kijk ik dan tegen gedragsmodificatie en de toepassing ervan aan?
Uit de vorige stukjes en met name het laatste moge daarvan al het een en ander gebleken zijn.
In een notedop:
Zoals gezegd denk ik om te beginnen niet dat het toepassen van gedragsmodificerende technieken per definitie gepaard hoeft te gaan met een kille of afstandelijke manipulatieve houding. (zoals bv. wel het geval was bij het befaamde experiment met 'little Albert')
Ik ben dan ook niet enthousiast over het afwijzen van gedragsmodificatie op louter emotieve of ideologische gronden, al vind ik wel dat je bezwaren van dien aard altijd serieus op hun merites moet bezien. Onderzoek en ervaring leren ons dat betreffende technieken vaak zeer effectief kunnen zijn. Vervolgens constateer ik dat vormen van en elementen uit wat gedragsmodificatie heet onderdeel van het leven van alledag zijn geworden. Daarbij zijn het aan- en afleren of het stimuleren en ontmoedigen van bepaald gedrag eenvoudigweg een integraal onderdeel van begeleiding en hulpverlening. En concludeer ik dat het dan maar beter is om een en ander bewust en verstandig toe te passen en het methodisch aan te pakken.
Bijvoorbeeld:
Systematische desensitisering of desensitisatie is behalve een aardige 'tongue twister' ook nog een beproefde techniek uit de gedragstherapie.

Joseph Wolpe komt de eer toe deze techniek op de therapeutische kaart gezet te hebben. Het is een van de meest toegepaste vormen van gedragsmodificatie uit de gedragstherapie; soms ter ondersteuning van verdere doelen en in geval van een fobie vormt het veelal de kern van of is gewoon de behandeling op zich.
Eerder schreef ik over Joseph LeDoux, de amygdala en de vecht-vluchtrespons en veel van die nieuwe kennis is als verfijning en/of verdieping relevant voor ons begrip en de behandeling van fobieën en angststoornissen, maar dat terzijde.
Volgens mij laat het basisprincipe van systematische desensitisatie zich goed en helder begrijpen en in mijn ervaring is het in vele mogelijke variaties en situaties toepasbaar. Het hoeft ook geenszins belastend te zijn en vraagt alleen wat gerichte aandacht en gezond verstand.
Laat ik ter illustratie eens een geheel denkbeeldig voorbeeld uit de lucht grijpen:
Stel, mij wordt een cliënt toevertouwd die ik op een dagelijkse wandeling van A naar B moet begeleiden met de instructie om daarbij altijd straat C te vermijden. Dan zou ik om te beginnen willen weten waarom we die straat C zouden moeten vermijden. (geloof me, er zijn ook mensen die liever braaf doen wat er gezegd wordt zonder iets te vragen)
Als ik daarop verneem dat er in de betreffende straat een zebrapad ligt en deze cliënt gewoonlijk onrustig tot lichtelijk panisch wordt bij de aanblik van zebrapad dan wil ik daar meer van weten of dat ook zelf wel eens zien. Ik zou bv. Een route kiezen waarop we het zebrapad wel. maar kort en op afstand. zien en als dat goed gaat dat enige keren herhalen. En vervolgens de aandacht afleidend geleidelijk aan in stappen er dichter bij zien te komen zodanig dat de spanning niet overmatig wordt.
Nu ik dit zo neerzet denk ik, zoiets zal toch iedereen begrijpen en aanvoelen en het is toch niet meer dan een voorbeeld of variatie van iets dat vele verstandige ouders en opvoeders dagelijks in de praktijk brengen.
En veelal zal de toepassing van systematische desensitisatie een probleem doen verdwijnen of de scherpe kantjes er afhalen zodat je je aandacht kunt richten op overblijvende hardnekkigere kwesties.
Het gaat bij gedragsmodificatie dus allemaal over prikkels..prikkels...en nog eens prikkels..met een dure term ook wel stimuli genoemd. Je hoort in ons werk al gauw: veel te veel prikkels... of ...heeft een prikkelarme omgeving nodig. En dat is ook vaak zo maar niet altijd. Er is ook een ondergrens. Het is net zo als met het evenwicht tussen ondervagen en overvragen. De juiste vraag luidt altijd: welke prikkel op welk moment, in welke situatie en in welke dosering?
Een ander voorbeeld dat ik niet uit de lucht maar uit mijn herinnering haal:
Op mijn werk was er een rustruimte met twee bedden door een tussenschot gescheiden waar niet direct buitenlicht in scheen, maar slechts indirect wat licht door een klein bovenlicht naar binnen kwam. De muren waren egaal crèmekleurig en leverde met het summiere licht een onbestemde schemersfeer op.
Iemand stelde op enig moment voor om de ruimte wat op te frissen met wat likken verf en iets leuks op de muur. Daarop ontstond wat discussie onder de collega's of dat wel kon want een rustruimte hoort toch zo prikkelarm mogelijk te zijn. De verf kwam toch op de muur en verbeeldde eenvoudig maar duidelijk een soort lambrizering en drie raampjes met de obligate gordijntjes en plantje in pastelkleuren. Vreemd genoeg (of juist niet?) knapte de ruimte hier enorm van op en straalde ook veel meer rust uit.

Niet zo vreemd dus want we hadden hier met een ondergrens of een gebrek aan duidelijke prikkels te maken. Het menselijk brein wil altijd chocola van de omgeving en inkomende stimuli kunnen maken en op een heel basaal niveau lukte dat aanvankelijk niet goed en in de nieuwe situatie heeft het oog een lijn om te volgen en rustpunten gekregen.
Het is zo'n beetje hetzelfde als wat er bij een goede foto of een goed schilderij gebeurt; een goede compositie zorgt er voor dat het oog geleid wordt en rust vind binnen de lijst.
Mag dit dan wel gedragsmodificatie heten of is het gewoon niet meer dan het structureren van de omgeving? Volgens mij is dat hier hetzelfde omdat beiden eenzelfde of vergelijkbaar doel nastreven en de sleutel daartoe ook eenzelfde is nl. een causaal verband tussen stimulus en respons.
Tot zover deze twee voorbeelden en meteen maar een punt achter het hele onderwerp gezet, want ik dreig wat breedsprakig te worden en begin er steeds meer bij te bedenken.
Reacties en meningen van collega-werkers in de zorg zijn wederom zeer welkom.
<vorige
GT en gedragsmodificatie >>
Uit de vorige stukjes en met name het laatste moge daarvan al het een en ander gebleken zijn.
In een notedop:
Zoals gezegd denk ik om te beginnen niet dat het toepassen van gedragsmodificerende technieken per definitie gepaard hoeft te gaan met een kille of afstandelijke manipulatieve houding. (zoals bv. wel het geval was bij het befaamde experiment met 'little Albert')
Ik ben dan ook niet enthousiast over het afwijzen van gedragsmodificatie op louter emotieve of ideologische gronden, al vind ik wel dat je bezwaren van dien aard altijd serieus op hun merites moet bezien. Onderzoek en ervaring leren ons dat betreffende technieken vaak zeer effectief kunnen zijn. Vervolgens constateer ik dat vormen van en elementen uit wat gedragsmodificatie heet onderdeel van het leven van alledag zijn geworden. Daarbij zijn het aan- en afleren of het stimuleren en ontmoedigen van bepaald gedrag eenvoudigweg een integraal onderdeel van begeleiding en hulpverlening. En concludeer ik dat het dan maar beter is om een en ander bewust en verstandig toe te passen en het methodisch aan te pakken.
Bijvoorbeeld:
Systematische desensitisering of desensitisatie is behalve een aardige 'tongue twister' ook nog een beproefde techniek uit de gedragstherapie.

Joseph Wolpe komt de eer toe deze techniek op de therapeutische kaart gezet te hebben. Het is een van de meest toegepaste vormen van gedragsmodificatie uit de gedragstherapie; soms ter ondersteuning van verdere doelen en in geval van een fobie vormt het veelal de kern van of is gewoon de behandeling op zich.
Eerder schreef ik over Joseph LeDoux, de amygdala en de vecht-vluchtrespons en veel van die nieuwe kennis is als verfijning en/of verdieping relevant voor ons begrip en de behandeling van fobieën en angststoornissen, maar dat terzijde.
Volgens mij laat het basisprincipe van systematische desensitisatie zich goed en helder begrijpen en in mijn ervaring is het in vele mogelijke variaties en situaties toepasbaar. Het hoeft ook geenszins belastend te zijn en vraagt alleen wat gerichte aandacht en gezond verstand.
Laat ik ter illustratie eens een geheel denkbeeldig voorbeeld uit de lucht grijpen:
Stel, mij wordt een cliënt toevertouwd die ik op een dagelijkse wandeling van A naar B moet begeleiden met de instructie om daarbij altijd straat C te vermijden. Dan zou ik om te beginnen willen weten waarom we die straat C zouden moeten vermijden. (geloof me, er zijn ook mensen die liever braaf doen wat er gezegd wordt zonder iets te vragen)
Als ik daarop verneem dat er in de betreffende straat een zebrapad ligt en deze cliënt gewoonlijk onrustig tot lichtelijk panisch wordt bij de aanblik van zebrapad dan wil ik daar meer van weten of dat ook zelf wel eens zien. Ik zou bv. Een route kiezen waarop we het zebrapad wel. maar kort en op afstand. zien en als dat goed gaat dat enige keren herhalen. En vervolgens de aandacht afleidend geleidelijk aan in stappen er dichter bij zien te komen zodanig dat de spanning niet overmatig wordt.
Nu ik dit zo neerzet denk ik, zoiets zal toch iedereen begrijpen en aanvoelen en het is toch niet meer dan een voorbeeld of variatie van iets dat vele verstandige ouders en opvoeders dagelijks in de praktijk brengen.
En veelal zal de toepassing van systematische desensitisatie een probleem doen verdwijnen of de scherpe kantjes er afhalen zodat je je aandacht kunt richten op overblijvende hardnekkigere kwesties.
Het gaat bij gedragsmodificatie dus allemaal over prikkels..prikkels...en nog eens prikkels..met een dure term ook wel stimuli genoemd. Je hoort in ons werk al gauw: veel te veel prikkels... of ...heeft een prikkelarme omgeving nodig. En dat is ook vaak zo maar niet altijd. Er is ook een ondergrens. Het is net zo als met het evenwicht tussen ondervagen en overvragen. De juiste vraag luidt altijd: welke prikkel op welk moment, in welke situatie en in welke dosering?
Een ander voorbeeld dat ik niet uit de lucht maar uit mijn herinnering haal:
Op mijn werk was er een rustruimte met twee bedden door een tussenschot gescheiden waar niet direct buitenlicht in scheen, maar slechts indirect wat licht door een klein bovenlicht naar binnen kwam. De muren waren egaal crèmekleurig en leverde met het summiere licht een onbestemde schemersfeer op.
Iemand stelde op enig moment voor om de ruimte wat op te frissen met wat likken verf en iets leuks op de muur. Daarop ontstond wat discussie onder de collega's of dat wel kon want een rustruimte hoort toch zo prikkelarm mogelijk te zijn. De verf kwam toch op de muur en verbeeldde eenvoudig maar duidelijk een soort lambrizering en drie raampjes met de obligate gordijntjes en plantje in pastelkleuren. Vreemd genoeg (of juist niet?) knapte de ruimte hier enorm van op en straalde ook veel meer rust uit.

Niet zo vreemd dus want we hadden hier met een ondergrens of een gebrek aan duidelijke prikkels te maken. Het menselijk brein wil altijd chocola van de omgeving en inkomende stimuli kunnen maken en op een heel basaal niveau lukte dat aanvankelijk niet goed en in de nieuwe situatie heeft het oog een lijn om te volgen en rustpunten gekregen.
Het is zo'n beetje hetzelfde als wat er bij een goede foto of een goed schilderij gebeurt; een goede compositie zorgt er voor dat het oog geleid wordt en rust vind binnen de lijst.
Mag dit dan wel gedragsmodificatie heten of is het gewoon niet meer dan het structureren van de omgeving? Volgens mij is dat hier hetzelfde omdat beiden eenzelfde of vergelijkbaar doel nastreven en de sleutel daartoe ook eenzelfde is nl. een causaal verband tussen stimulus en respons.
Tot zover deze twee voorbeelden en meteen maar een punt achter het hele onderwerp gezet, want ik dreig wat breedsprakig te worden en begin er steeds meer bij te bedenken.
Reacties en meningen van collega-werkers in de zorg zijn wederom zeer welkom.
<vorige
GT en gedragsmodificatie >>
Sunday, February 14, 2010
Wat losse eindjes
Eerder had ik n.a.v. een cursus psychiatrische ziektebeelden wat vragen over de volgende DSM editie.
Inmiddels begrijp ik dat DSM5 in mei 2013 het licht moet gaan zien en de voorstellen tot en besprekingen van komende wijzigingen via de website van de APA globaal te volgen zijn.
Over psychiatrie gesproken; vorig jaar zond de publieke omroep de serie Kijken in de Ziel uit. Boeiende interviews met een aantal veelal bekende nederlandse psychiaters die blijk gaven heel verschillend tegen verschillende zaken aan te kijken.
Helaas heb ik niet alle en de meeste afleveringen niet in zijn geheel kunnen volgen. Maar hier is dan de herkansing.
Daniel Goleman had in 1996 een best-seller met zijn boek Emotional Intelligence.
Het construct EI mag zich inmiddels in de nodige belangstelling van theoretici en onderzoekers verheugen.
Hier geeft Goleman een uiteenzetting over emotionele- en sociale intelligentie voor Google University.
Vooral interessant omdat hij gedrag, beleving en fysiologische reacties schetst in samenhang en tegen de achtergrond van de neurologische hardware als bv. de amygdala en de spiegelneuronen.
Een Blogje erbij om wat mogelijkheden te verkennen en uit te proberen: Dima's Blog
.
Inmiddels begrijp ik dat DSM5 in mei 2013 het licht moet gaan zien en de voorstellen tot en besprekingen van komende wijzigingen via de website van de APA globaal te volgen zijn.
Over psychiatrie gesproken; vorig jaar zond de publieke omroep de serie Kijken in de Ziel uit. Boeiende interviews met een aantal veelal bekende nederlandse psychiaters die blijk gaven heel verschillend tegen verschillende zaken aan te kijken.
Helaas heb ik niet alle en de meeste afleveringen niet in zijn geheel kunnen volgen. Maar hier is dan de herkansing.
Daniel Goleman had in 1996 een best-seller met zijn boek Emotional Intelligence.
Het construct EI mag zich inmiddels in de nodige belangstelling van theoretici en onderzoekers verheugen.
Hier geeft Goleman een uiteenzetting over emotionele- en sociale intelligentie voor Google University.
Vooral interessant omdat hij gedrag, beleving en fysiologische reacties schetst in samenhang en tegen de achtergrond van de neurologische hardware als bv. de amygdala en de spiegelneuronen.
Een Blogje erbij om wat mogelijkheden te verkennen en uit te proberen: Dima's Blog
.
Labels:
amygdala,
Daniel Goleman,
DSM,
DSM5,
Kijken in de Ziel
Tuesday, February 9, 2010
Joseph LeDoux; het emotionele brein en de amygdala
Als er een kennisgebied of wetenschapsterrein is waar de kreet 'booming' op past zijn het wel de neurowetenschappen. Dit mede door de vrij recente beschikbaarheid van nieuwe scantechnieken.
Binnen die wetenschap en zijn beoefening kwam Joseph LeDoux in 1996 in zijn boek The Emotional Brain met de klacht dat men zich voornamelijk bezighield met slechts zaken als waarneming, denken, redeneren of intellect kortom dat deel van de geest dat we cognitie noemen.
LeDoux toonde aan dat tenminste een emotie te weten angst empirisch benaderd kan worden. In tegenstelling tot bv. taal dat een uniek menselijke eigenschap is, is angst een biologisch gegeven dat we met dieren gemeen hebben.
Hoewel Ledoux er aanvankelijk van uitging dat zijn bevindingen nauwelijks op belangstelling zou kunnen rekenen van psychologen en psychiaters bleek dat na het verschijnen van zijn boek tot zijn verrassing nadrukkelijk wel het geval te zijn.
In ieder geval staan de amygdala nu onmiskenbaar op de kaart en in de belangstelling.
Die twee kleine amandelvormige orgaantjes van het lymbisch systeem aan beide zijden van de basis van het brein.
Wat doen die amygdala of amandelkernen dan?
Zonder ook maar de minste pretentie van volledigheid lijkt de essentie te zijn: de amygdala functioneren als een soort schildwacht die altijd op zijn post is en nooit slaapt.
Deze schildwacht waakt over alle binnenkomende zintuigelijke stimuli en zodra er iets verdachts of bedreigends binnenkomt gaan zogezegd de alarmbellen rinkelen. Dit houdt in dat de vecht- of vluchtrespons in werking treedt en het organisme langs neurochemische weg in uiterste staat van paraatheid wordt gebracht om gereed te zijn voor actie.
Een uiterst effectief verdedigingsmechanisme wanneer er direct levensgevaar dreigt en een fractie van een seconde groot verschil kan maken..
Het alarmsignaal volgt twee routes, een korte en een iets langere; de eerste verloopt buiten ons bewustziijn om. Wat daar opvallend aan is, is dat de fysiologische vecht/vluchtrespons al op volle toeren draait alvorens er iets tot ons bewustzijn doordringt.
Eerst als de fysieke gewaarwording hiervan tot ons bewustzijn doordringt ervaren we wat we paniek, angst of onrust noemen.
Dat geeft ons inzicht in de oorsprong en de aard van deze emoties.
De gangbare opvatting dat wij iets zien, daarvan schrikken waardoor ons hart sneller gaat kloppen, de adrenaline gaat stromen etc. blijkt niet juist; ons schrikken is die gewaarwording van die overweldigende fysieke verschijnselen.
We kunnen al een ontwijkende beweging maken nog voor we ons van de reden hiertoe bewust zijn.
Als de fysieke reacties en veranderingen tot het bewustzijn doordringen zullen we die met ons vermogen tot taal en zelf bewustzijn gaan benoemen als bv. angst; mijn hart klopt sneller etc., ik ben bang, onrustig, gestressed of wat dan ook.
En ongeveer ook rond dat moment kunnen we ook ons gedrag en de omstandigheden evalueren en daar mogelijk bewuste keuzes in maken.
Als het gevaar ook in onze bewuste evaluatie blijft dreigen zullen de alarmbellen ook blijven rinkelen en het hele circus van de vecht/vluchtrespons in gang houden.
Blijkt onze bewuste evaluatie te zijn dat er geen echt gevaar is of er sprake was van loos alarm dan zouden idealiter de alarmbellen direct uitgezet kunnen worden en de effecten van de vecht/vlucht respons geleidelijk aan wegebben.
Helaas werken de mechanismen van het terugdraaien van de vecht/vluchtreacties minder snel en vaak minder effectief dan die van het inschakelen.
Een complicerende factor daarbij is dat er vanuit de amygdala talrijke verbindingen naar vele delen van de hersenen lopen maar er vanuit die delen veel minder teruglopen naar de amygdala. En dat geldt ook voor de frontaalkwab waar het bewustzijn zetelt.
Ook van belang is dat de amygdala niet alleen door sensorische stimuli getriggerd kunnen worden maar ook door onze herinneringen, gedachten of dromen.
LeDoux is behalve neuroscientist ook muzikant.
Zijn band heet the Amygdaloids en speelt nummers met klinkende titels als bijvoorbeeld:
It's All in a Nut
Heavy Mental
Brainstorm
.
Binnen die wetenschap en zijn beoefening kwam Joseph LeDoux in 1996 in zijn boek The Emotional Brain met de klacht dat men zich voornamelijk bezighield met slechts zaken als waarneming, denken, redeneren of intellect kortom dat deel van de geest dat we cognitie noemen.
De emoties vallen er buiten. En een geest zonder emotie is geen geest. Dat is een ziel op sterk water - een koud, apathisch wezen, ontbloot van begeerte, angst, leed, pijn of genot.
LeDoux toonde aan dat tenminste een emotie te weten angst empirisch benaderd kan worden. In tegenstelling tot bv. taal dat een uniek menselijke eigenschap is, is angst een biologisch gegeven dat we met dieren gemeen hebben.
Hoewel Ledoux er aanvankelijk van uitging dat zijn bevindingen nauwelijks op belangstelling zou kunnen rekenen van psychologen en psychiaters bleek dat na het verschijnen van zijn boek tot zijn verrassing nadrukkelijk wel het geval te zijn.
bijna te enthousiast. Het kwam bijna neer op kritiekloze aanvaarding.meldde hij John Horgan in diens boek The Undiscovered Mind en
Ik heb alleen wat ideeën geopperdZie hier een interview met LeDoux over een en ander.
In ieder geval staan de amygdala nu onmiskenbaar op de kaart en in de belangstelling.
Die twee kleine amandelvormige orgaantjes van het lymbisch systeem aan beide zijden van de basis van het brein.
Wat doen die amygdala of amandelkernen dan?
Zonder ook maar de minste pretentie van volledigheid lijkt de essentie te zijn: de amygdala functioneren als een soort schildwacht die altijd op zijn post is en nooit slaapt.
Deze schildwacht waakt over alle binnenkomende zintuigelijke stimuli en zodra er iets verdachts of bedreigends binnenkomt gaan zogezegd de alarmbellen rinkelen. Dit houdt in dat de vecht- of vluchtrespons in werking treedt en het organisme langs neurochemische weg in uiterste staat van paraatheid wordt gebracht om gereed te zijn voor actie.
Een uiterst effectief verdedigingsmechanisme wanneer er direct levensgevaar dreigt en een fractie van een seconde groot verschil kan maken..
Het alarmsignaal volgt twee routes, een korte en een iets langere; de eerste verloopt buiten ons bewustziijn om. Wat daar opvallend aan is, is dat de fysiologische vecht/vluchtrespons al op volle toeren draait alvorens er iets tot ons bewustzijn doordringt.
Eerst als de fysieke gewaarwording hiervan tot ons bewustzijn doordringt ervaren we wat we paniek, angst of onrust noemen.
Dat geeft ons inzicht in de oorsprong en de aard van deze emoties.
De gangbare opvatting dat wij iets zien, daarvan schrikken waardoor ons hart sneller gaat kloppen, de adrenaline gaat stromen etc. blijkt niet juist; ons schrikken is die gewaarwording van die overweldigende fysieke verschijnselen.
We kunnen al een ontwijkende beweging maken nog voor we ons van de reden hiertoe bewust zijn.
Als de fysieke reacties en veranderingen tot het bewustzijn doordringen zullen we die met ons vermogen tot taal en zelf bewustzijn gaan benoemen als bv. angst; mijn hart klopt sneller etc., ik ben bang, onrustig, gestressed of wat dan ook.
En ongeveer ook rond dat moment kunnen we ook ons gedrag en de omstandigheden evalueren en daar mogelijk bewuste keuzes in maken.
Als het gevaar ook in onze bewuste evaluatie blijft dreigen zullen de alarmbellen ook blijven rinkelen en het hele circus van de vecht/vluchtrespons in gang houden.
Blijkt onze bewuste evaluatie te zijn dat er geen echt gevaar is of er sprake was van loos alarm dan zouden idealiter de alarmbellen direct uitgezet kunnen worden en de effecten van de vecht/vlucht respons geleidelijk aan wegebben.
Helaas werken de mechanismen van het terugdraaien van de vecht/vluchtreacties minder snel en vaak minder effectief dan die van het inschakelen.
Een complicerende factor daarbij is dat er vanuit de amygdala talrijke verbindingen naar vele delen van de hersenen lopen maar er vanuit die delen veel minder teruglopen naar de amygdala. En dat geldt ook voor de frontaalkwab waar het bewustzijn zetelt.
Ook van belang is dat de amygdala niet alleen door sensorische stimuli getriggerd kunnen worden maar ook door onze herinneringen, gedachten of dromen.
LeDoux is behalve neuroscientist ook muzikant.
Zijn band heet the Amygdaloids en speelt nummers met klinkende titels als bijvoorbeeld:
It's All in a Nut
Heavy Mental
Brainstorm
.
Sunday, February 7, 2010
De vecht- of vluchtrespons; en de amygdala
De meeste psychologie/pedagogiek boeken die voor werkers in de praktijk zoals groepsleiding, welzijnswerkers of verpleegkundigen zijn geschreven, beginnen met een uiteenzetting van twee basale leertheorieën. Dit zijn dan de klassieke- en de operante conditionering; bekend van de hondjes van Pavlov en de box van Skinner.
Ik vermoed dat we over een jaar of tien zullen zien dat genoemde leer- en studieboeken in aanvulling op deze verplichte nummers de vecht- of vluchtrespons en de rol van de amygdala ook daarbij zullen behandelen.
Dit gezien het gewicht ervan als basale invloed op en sturing van het menselijk gedrag en functioneren.
Naar het schijnt duurt het gemiddeld zo'n 25 jaar alvorens nieuwe ontdekkingen doorsijpelen en hun weg vinden naar de geeigende school- en handboeken.
Het lijkt mij dat dat in onze tijd van flitsende informatietechnologie toch wel iets sneller zou mogen. Zeker als je bedenkt dat neurowetenschappers al enige tijd roepen dat 95% van hun kennis uit het laatse decennium stamt.
Ook hier dient zorgvuldigheid boven snelheid te gaan, zullen we maar denken en zorgvuldigheid betekent hier dan vooral zinvol verband en relevantie.
De term fight or flight stamt uit 1915 en komt van Walter Cannon.
De vecht/vlucht of fight- or flight response is vooral en al langere tijd bekend als oortzaak/verklaring voor het alom gevreesde en ons allen bekende en veel voorkomende verschijnsel stress.
Dit vooral door het baanbrekende werk van Hans Selye.
De notie dat veel stress veroorzaakt wordt door een veelal niet (meer) functionele vecht- of vluchtrespons is inmiddels gemeengoed.
Nu doet de term vecht- of vluchtrespons vermoeden dat het organisme, het beestje of de mens bij activering van dit fenomeen slechts twee mogelijke te actualiseren reacties ter beschikking staan. Het is je als de wiedeweerga uit de voeten maken of erop los slaan. Deze karikatuur is niet geheel juist.
Het heet ook wel de vecht-, vlucht- of vriesrespons, hetgeen al een derde gedragsoptie in beeld brengt.
Missy Vineyard stelt in haar boek 'How you stand, how you move, how you live' dat alle gewervelde diersoorten waar het gaat om zelfbeschermend of zelfverdedigingsgedrag vier stereotype vormen van gedrag vertonen:
- de vijand aanvallen of bedreigen
- bevriezen om aan de aandacht te ontsnappen
- terugtrekken of vluchten; weg van vijand of gevaar
- zich onderwerpen; onderdanig zijn en toegeven aan de wil van de sterkere
Een en ander kan zich in verschilende gradatie, combinatie en/of volgorde manifesteren.
Dit geeft toch al een wat rijker en genuanceerder beeld dan de gangbare term wellicht zou doen vermoeden.
De fight- or flightresponse brengt op verschillende niveaus en in variërende mate nogal wat fysiologische reacties teweeg maar ze wordt steeds geactiveerd door de amygdala.
Die amygdala vormen ons altijd op de achtergrond meedraaiende waak- en alarmsysteem dat we niet even uit kunnen zetten. Zoek maar eens op 'amygdala' of 'amandelkernen' in google of welke andere zoekmachine en zie een keur aan lezenswaardige tot onbegrijpelijk ingewikkelde artikelen voorbijkomen.
Deze faam en belangstelling hebben deze kleine amandelvormige orgaantjes ter grootte van twee bonen met name te danken aan de volgende baanbreker in dit verhaal, te weten Joseph LeDoux.
Over LeDoux en de amygdala een volgende keer meer.
Dick
.
Ik vermoed dat we over een jaar of tien zullen zien dat genoemde leer- en studieboeken in aanvulling op deze verplichte nummers de vecht- of vluchtrespons en de rol van de amygdala ook daarbij zullen behandelen.
Dit gezien het gewicht ervan als basale invloed op en sturing van het menselijk gedrag en functioneren.
Naar het schijnt duurt het gemiddeld zo'n 25 jaar alvorens nieuwe ontdekkingen doorsijpelen en hun weg vinden naar de geeigende school- en handboeken.
Het lijkt mij dat dat in onze tijd van flitsende informatietechnologie toch wel iets sneller zou mogen. Zeker als je bedenkt dat neurowetenschappers al enige tijd roepen dat 95% van hun kennis uit het laatse decennium stamt.
Ook hier dient zorgvuldigheid boven snelheid te gaan, zullen we maar denken en zorgvuldigheid betekent hier dan vooral zinvol verband en relevantie.
De term fight or flight stamt uit 1915 en komt van Walter Cannon.
De vecht/vlucht of fight- or flight response is vooral en al langere tijd bekend als oortzaak/verklaring voor het alom gevreesde en ons allen bekende en veel voorkomende verschijnsel stress.
Dit vooral door het baanbrekende werk van Hans Selye.
De notie dat veel stress veroorzaakt wordt door een veelal niet (meer) functionele vecht- of vluchtrespons is inmiddels gemeengoed.
Nu doet de term vecht- of vluchtrespons vermoeden dat het organisme, het beestje of de mens bij activering van dit fenomeen slechts twee mogelijke te actualiseren reacties ter beschikking staan. Het is je als de wiedeweerga uit de voeten maken of erop los slaan. Deze karikatuur is niet geheel juist.
Het heet ook wel de vecht-, vlucht- of vriesrespons, hetgeen al een derde gedragsoptie in beeld brengt.
Missy Vineyard stelt in haar boek 'How you stand, how you move, how you live' dat alle gewervelde diersoorten waar het gaat om zelfbeschermend of zelfverdedigingsgedrag vier stereotype vormen van gedrag vertonen:
- de vijand aanvallen of bedreigen
- bevriezen om aan de aandacht te ontsnappen
- terugtrekken of vluchten; weg van vijand of gevaar
- zich onderwerpen; onderdanig zijn en toegeven aan de wil van de sterkere
Een en ander kan zich in verschilende gradatie, combinatie en/of volgorde manifesteren.
Dit geeft toch al een wat rijker en genuanceerder beeld dan de gangbare term wellicht zou doen vermoeden.
De fight- or flightresponse brengt op verschillende niveaus en in variërende mate nogal wat fysiologische reacties teweeg maar ze wordt steeds geactiveerd door de amygdala.
Die amygdala vormen ons altijd op de achtergrond meedraaiende waak- en alarmsysteem dat we niet even uit kunnen zetten. Zoek maar eens op 'amygdala' of 'amandelkernen' in google of welke andere zoekmachine en zie een keur aan lezenswaardige tot onbegrijpelijk ingewikkelde artikelen voorbijkomen.
Deze faam en belangstelling hebben deze kleine amandelvormige orgaantjes ter grootte van twee bonen met name te danken aan de volgende baanbreker in dit verhaal, te weten Joseph LeDoux.
Over LeDoux en de amygdala een volgende keer meer.
Dick
.
Subscribe to:
Posts (Atom)